---
title: "Décision anticipée 2018.1074 · Assujetti, Subsides de fonctionnement"
description: "Assujetti, Subsides de fonctionnement, Base d’imposition, Déduction, Impôt des personnes morales. Décision anticipée belge n° 2018.1074 du 12 mars 2019."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2018-1074-asbl-assujetti-subsides-fonctionnement-base-cba1"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Assujetti, Subsides de fonctionnement, Base d’imposition, Déduction · ASBL - Assujetti - Subsides de fonctionnement - Base d’imposition - Déduction - Impôt des personnes morales

**Numéro**

2018.1074

**Date**

12 mars 2019

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

64 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2018.1074 du 12.03.2019

*ASBL* · *Assujetti* · *Subsides de fonctionnement* · *Base d’imposition* · *Déduction* · *Impôt des personnes morales*

## Résumé

X doit être considérée comme assujettie à la TVA avec droit à déduction de la TVA conformément à l’[article 45 du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45).

Les subventions perçues ne doivent pas être reprises dans la base d’imposition des prestations fournies et elles n’ont aucune influence sur le droit à déduction.

X n’exploite aucune entreprise ou n’effectue pas des opérations à caractère lucratif et n’est donc pas soumise à l’impôt des personnes morales au sens de l’article 220, 3°, CIR92.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. X vzw wenst zekerheid te bekomen omtrent de fiscale behandeling van haar activiteiten, en in het bijzonder:

\- statuut inzake btw: op grond van artikel 4, §1 Wbtw moet X vzw worden beschouwd als een btw-belastingplichtige voor de door haar geplande activiteiten en dienen de door haar ontvangen bijdragen aan btw te worden onderworpen;

\- de behandeling op het vlak van btw met betrekking tot de bijdragen/vergoedingen die worden ontvangen door X vzw als tegenprestatie voor de door haar verrichte activiteiten, en meer in het bijzonder omtrent de kwalificatie als uitvoering van werken in onroerende staat in de zin van [artikel 20 van het KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588);

\- de behandeling op het vlak van btw met betrekking tot de ontvangen subsidies ter dekking van de werkingskosten in hoofde van X vzw: aangezien de subsidies dienen te worden beschouwd als een ondersteuning van de werkingskosten van X vzw, valt de ontvangst ervan buiten toepassing van btw op basis van artikel 2 WBtw; bovendien kunnen ze niet worden beschouwd als prijssubsidies die moeten worden opgenomen in de maatstaf van heffing van de door X vzw verstrekte handelingen;

\- recht op aftrek in hoofde van X vzw: aangezien X vzw, in het kader van haar activiteiten moet worden beschouwd als een gewone btw-belastingplichtige, geniet ze een volledig recht op aftrek van input btw, inclusief voor de handelingen die ze als bodemsaneringsorganisatie verplicht is uit te voeren;

\- statuut inzake inkomstenbelasting: aangezien X vzw geen onderneming exploiteert, noch verrichtingen zal stellen van winstgevende aard, kan zij onder toepassing vallen van de rechtspersonenbelasting in de zin van artikel 220, 3° WIB 92.

## II. Beslissing

### *II.A. Btw-statuut*

2\. Het [artikel 4, §1 van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) definieert als btw-belastingplichtige eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in dit Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.

3\. Om de hoedanigheid van btw-belastingplichtige te bezitten dient men dus in het kader van een economische activiteit goederen te leveren en/of diensten te verrichten die in het btw-wetboek zijn omschreven.

4\. [Artikel 10](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-10) en [18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) van het btw-wetboek omschrijven wat als levering dan wel als dienstverrichting mag worden beschouwd inzake btw.

5\. X zal tegen betaling van een bijdrage een aantal btw-handelingen stellen.

6\. X zal deze dienstverlening “zelfstandig” uitoefenen. X vzw heeft rechtspersoonlijkheid en zal niet in ondergeschikt verband handelen. X zal deze diensten eveneens geregeld uitoefenen.

7\. Uit de voorziene handelswijze van X vzw mag worden besloten dat ze een belastingplichtige is in de zin van [artikel 4, §1 van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4).

8\. De diensten verleend door X vzw aan haar medecontracten zullen aan de Belgische btw onderworpen zijn zodat X vzw als een belastingplichtige met recht op aftrek moet beschouwd worden.

### *II.B. De btw-behandeling van de ontvangen subsidies*

## Impact van de subsidies op de maatstaf van heffing

9\. Indien sprake is van een levering of dienst - zoals bedoeld in [artikel 2 van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-2) - die aan btw is onderworpen, dient de btw berekend te worden over alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt, of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van die handelingen verband houden ([artikel 26 btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-26)).

10\. In de voorbereidende werken van de Europese Commissie bij de Zesde btw -Richtlijn kan men met betrekking tot subsidies onder meer lezen:

10.1. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen subsidies die betaald worden in het belang van de belastingplichtige en subsidies die betaald worden in het belang van de koper. Subsidies zoals bedoeld in het eerste geval, die niet afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat een bepaalde levering wordt gesteld door de belastingplichtige, maken geen deel uit van de maatstaf van heffing. Subsidies bedoeld in het tweede geval, die verbonden zijn met een specifieke levering van goederen/diensten, maken deel uit van de maatstaf van heffing.

10.2. “Rechtstreeks verbonden met de prijs” moet zo geïnterpreteerd worden, dat een subsidie enkel in de maatstaf van heffing moet opgenomen worden wanneer de volgende drie voorwaarden vervuld zijn:

\- de subsidie is een tegenprestatie of een element van de tegenprestatie van de levering of dienst;

\- de subsidie wordt betaald aan de leverancier of dienstverrichter;

\- de subsidie wordt betaald door een derde.

11\. Die interpretatie wordt door de btw-Administratie (btw-Handleiding 2002, nr. 115/2) en door de Minister van Financiën in antwoord op een aantal Parlementaire Vragen (Vraag nr. 30 van de heer FOURNAUX van 23 februari 1996 en Vraag nr. 1959 van de heer ISTASSE van 14 maart 2002) bevestigd. Volgens de btw-Administratie wordt ook het geval bedoeld waarin de subsidie aan de leverancier of dienstverrichter wordt verleend als directe compensatie van een aan laatstgenoemden opgelegde verkoopprijs.

12\. De tussenkomst heeft in casu betrekking op de inkomende handelingen en niet op de uitgaande handelingen (prijs of bijdragen) die aan de leden worden gevraagd. De subsidie wordt niet toegekend om een welbepaalde dienst te verrichten.

13\. Deze omstandigheden die aan de basis liggen van de betaling van de subsidies aan X laten toe te besluiten dat deze subsidies niet behoren tot de maatstaf van heffing.

## Impact van de subsidies op het recht op aftrek

14\. Werkingstoelagen ter dekking van een gedeelte van de exploitatiekosten van de btw-belastingplichtige, die geen “rechtstreeks verband houden met de prijs”, moeten in principe niet opgenomen worden in een algemeen verhoudingsgetal (zie parlementaire [vraag nr. 314, van Mevrouw Nyssens van 22 december 1999](https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/314-deduction-droit-selon-prorata-general-d447)) en hebben normaal geen invloed op het recht op aftrek.

15\. Niettemin, in bepaalde bijzondere gevallen, houdt het door de Zesde richtlijn gehuldigde principe van evenredigheid tussen belastbare handelingen en de daarmee verbonden aftrekbare belasting in dat de subsidies in de noemer van het algemeen verhoudingsgetal dienen te worden opgenomen. Dit is met name het geval wanneer werkingstoelagen, die niet kunnen worden beschouwd als de tegenprestatie van de levering van goederen of diensten, worden toegekend aan een activiteit die geen output teweegbrengt (ibidem).

16\. In casu, moet worden vastgesteld dat zulks niet het geval is. Aangezien X geen andere handelingen zal verrichten als hoger omschreven en die in Belgïe belast zullen worden, hebben bijgevolg de door de overheid toegestane subsidies geen invloed op het recht op aftrek van X.

### *II.C. De btw-regime op de bijdragen ontvangen van de aangesloten leden*

17\. De handelingen die X verricht zijn intellectuele diensten of materieel werk in de zin van [artikel 18, §1, 1° van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18). Bovendien geeft [artikel 19, §2, laatste lid, van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19) een definitie van werk in onroerende staat.

18\. De leden betalen als tegenprestatie voor … een vergoeding die gefaseerd wordt gefactureerd.

19\. Enkel wanneer bij de betaling van de desbetreffende vergoeding reeds vaststaat dat er effectief … zal plaatsvinden, is er sprake van een werk in onroerende staat in de zin van [artikel 19, §2, laatste lid van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19) en kan desgevallend de verlegging van heffing overeenkomstig [artikel 20 KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588) worden toegepast.

### *II.D. Rechtspersonenbelasting*

20\. Overeenkomstig artikel 220, 3° WIB92 zijn de rechtspersonen die in België hun maatschappelijke zetel, hun voornaamste inrichting of hun zetel van bestuur of beheer hebben en geen onderneming exploiteren of zich niet met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden, of ingevolge artikel 181 en 182, niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen, aan de rechtspersonenbelasting onderworpen.

21\. Overeenkomstig nummer 220/2 Com.IB92 worden voor de toepassing van de rechtspersonenbelasting de eraan onderworpen belastingplichtigen in drie groepen ingedeeld. De derde groep bevat onder meer de rechtspersonen die in België hun maatschappelijke zetel, hun voornaamste inrichting of hun zetel van bestuur of beheer hebben en geen onderneming exploiteren of zich niet met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden (voor de betekenis van de begrippen "een onderneming exploiteren of zich met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden" wordt verwezen naar de commentaar op artikel 2, §2 en 179, WIB92.

22\. Overeenkomstig nummer 179/9 Com.IB92 moet een vennootschap, die regelmatig is opgericht en die rechtspersoonlijkheid bezit, bovendien een onderneming exploiteren of zich bezighouden met verrichtingen van winstgevende aard om aan de vennootschapsbelasting onderworpen te zijn.

23\. Krachtens nummer 179/10 Com.IB92 moet onder de uitdrukking "een onderneming exploiteren" worden verstaan een "nijverheids-, handels- of landbouwonderneming exploiteren" waarvan de winst een als dusdanig aan de personenbelasting onderworpen beroepsinkomen zou vormen indien die onderneming werd gevoerd door een natuurlijke persoon of door een vennootschap, vereniging, enz., zonder rechtspersoonlijkheid.

24\. Krachtens nummer 179/11 Com.IB92 dekt de uitdrukking "zich bezighouden met verrichtingen van winstgevende aard" tegelijk:

24.1. De "winstgevende bezigheden" (art. 23, §1, 2° en 27 WIB92), die de rechtspraak uitlegt als betekenend "bezigheden met winstoogmerken";

24.2. De "bezigheden van winstgevende aard, maar zonder winstoogmerken", gekenmerkt door een voortdurende beroepswerkzaamheid, bestaande uit:

a) verrichtingen van nijverheids-, handels- of landbouwkundige aard die zo vaak worden herhaald dat ze een "bezigheid" vormen;

b) de aanwending van nijverheids- of handelsmethoden.

25\. X zal twee soorten activiteiten uitoefenen, met name verplichte taken die … opgelegd worden, alsook ….

26\. Voor de financiering van haar activiteiten zal X enerzijds bijdragen ontvangen van haar leden, alsook een gedeeltelijke ondersteuning.

27\. De statuten van X voorziet bovendien uitdrukkelijk dat wanneer de vereniging wordt ontbonden, om gelijk welke reden ook, de activa na aanzuivering van de passiva overgedragen zullen worden aan een vereniging met een gelijkaardig statutair doel, aan te wijzen door de algemene vergadering.

28\. Nummer 179/14 Com.IB92 stipt aan dat verenigingen, die noch een onderneming exploiteren, noch zich bezighouden met verrichtingen van winstgevende aard, niet tot de uit de vennootschapsbelasting gesloten belastingplichtigen behoren, maar als zuivere rechtspersonen zonder winstoogmerk aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn op grond van artikel 220 WIB92.

29\. Uit de hierboven beschreven werking blijkt dat X geen “onderneming exploiteert” in de zin van nummer 179/10 Com.IB92. De objectieve aard van de activiteit van X VZW betreft niet een “nijverheids-, handels- of landbouwonderneming exploiteren”. De activiteit van X VZW is gebaseerd op en kadert tevens binnen een wettelijk vastgesteld algemeen belang.

30\. X is een rechtspersoon met maatschappelijke zetel in België die geen onderneming exploiteert of zich niet met verrichtingen van winstgevende aard bezighoudt en aldus onderworpen is aan de rechtspersonenbelasting.

## Textes cités

8

[AR no 1 art. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588) 2 occurrences

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 2 occurrences

[CTVA art. 19](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19) 2 occurrences

[CTVA art. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) 2 occurrences

[CTVA art. 10](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-10) 1 occurrence

[CTVA art. 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-2) 1 occurrence

[CTVA art. 26](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-26) 1 occurrence

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 1 occurrence
