---
title: "Décision anticipée 2018.0744 · Rubrique XXXI, tableau A, annexe AR nr. 20"
description: "Rubrique XXXI, tableau A, annexe AR nr. 20, Bâtiments anciens tranformés, Consommateur final. Décision anticipée belge n° 2018.0744 du 28 août 2018."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2018-0744-rubrique-xxxi-tableau-annexe-batiments-1f87"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Rubrique XXXI, tableau A, annexe AR nr. 20 · TVA - Rubrique XXXI, tableau A, annexe AR nr. 20 - Bâtiments anciens tranformés - Consommateur final

**Numéro**

2018.0744

**Date**

28 août 2018

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

66 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2018.0744 du 28.08.2018

*TVA* · *Rubrique XXXI, tableau A, annexe AR nr. 20* · *Bâtiments anciens tranformés* · *Consommateur final*

## Résumé

Les deux copropriétaires/maîtres d’ouvrage peuvent être définis comme étant « consommateur final » au sens de la rubrique XXXI du tableau A de l’annexe de l’arrêté royal n° 20 et par conséquent bénéficier du taux réduit de TVA pour les travaux de transformation envisagés au bâtiment qui ne sera exploité que par un des deux maîtres d’ouvrage comme communauté résidentielle au sein de l’aide intégrale à la jeunesse.

## Texte de la décision

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## Uit het door de DVB gedane onderzoek blijkt het volgende:

**1.** De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 21 en 22 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

**2.** X en Y vzw hebben samen in onverdeeldheid voor respectievelijk 99 en 1% een bestaand onroerend goed gekocht. Dit gebeurde met toepassing van registratiebelasting. Dit onroerend goed dat sedert meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen (bijlage 1 van aanvraag: bewijs van ouderdom- notariële akte van aankoop) moet worden gerenoveerd.

**3.** X zorgt voor de financiering van de aankoop en de renovatie. Om redenen buiten de wil om van Y vzw zou de VIPA-subsidiering achterstand oplopen. Om dit probleem op te lossen werd in overleg met de bevoegde overheden gekozen voor deze gesplitste aankoop .

**4.** De aannemer zal daarom de renovatiekost voor 99% facturen aan X en voor 1% aan Y vzw. Beide rechtspersonen beschikken niet over een btw-nummer.

**5.** Het betreffende pand zal verbouwd worden tot een residentiële leefgroep binnen de integrale jeugdzorg (bijlage 2 van aanvraag: plannen voor renovatie). Op basis van deze plannen blijkt dat de uit te voeren werken niet aan de structuur van het bestaande pand raken. Ook blijven de voorziene werken beperkt binnen de bestaande bouwschil zonder uitbreiding van het volume.

**6.** Y vzw biedt aangepaste zorg en begeleiding voor kinderen en jongeren in een problematische situatie. De vzw is erkend door de Vlaamse Gemeenschap in het kader van de Integrale Jeugdhulp (bijlage 3 van aanvraag: bewijs erkenning Vlaamse Gemeenschap).

**7.** De vzw is een belastingplichtige zonder recht op aftrek van btw.

**8.** Het is de bedoeling dat na de renovatie (en na toekenning VIPA-subsidies) er uit onverdeeldheid wordt getreden. X zal ingevolge deze uit onverdeeldheidtreding haar aandeel van 99% overdragen aan Y vzw (bijlage 5 van aanvraag: geplande uitonverdeeldheidtreding).

**9.** X ondersteunt de werking van coöperaties en vzw’s die zich inzetten voor een sociale en duurzame samenleving. In dit kader verschaft X overbruggingskredieten (voor subsidies), investeringskredieten en bedrijfskapitaalkredieten. X is een belastingplichtige zonder recht op aftrek van btw.

## *Btw-analyse van de voorgenomen handelingen*

**10.** Het voorwerp van de rulingaanvraag betreft de toepassing van het verlaagd btw-tarief op de voorgenomen renovatiewerken conform rubriek XXXI van tabel A in bijlage bij het Koninklijk Besluit nr. 20. De tekst van rubriek XXXI luidt als volgt:

“§ 1. Het werk in onroerende staat en de andere handelingen bedoeld in paragraaf 3 worden onderworpen aan het verlaagd tarief, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld:

1° de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben;

2° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning wordt gebruikt;

3° de handelingen moeten worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming ten minste vijftien jaar voorafgaat aan het eerste tijdstip van opeisbaarheid van de btw dat zich voordoet overeenkomstig artikel 22, § 1 of artikel 22bis van het Wetboek;

4° de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker

5° de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast het attest van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

§ 2. Worden aangemerkt als eindverbruikers in de zin van deze bepaling, voor het werk in onroerende staat en de andere handelingen omschreven in § 3, met betrekking tot de woningen daadwerkelijk gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten, de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren:

1° verblijfsinrichtingen voor bejaarden welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg;

2° internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen;

3° jeugdbeschermingstehuizen en residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand;

4° opvangtehuizen die in dag- en nachtverblijf thuislozen en personen in moeilijkheden huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid.

5° psychiatrische verzorgingstehuizen die op een duurzame wijze in dag- en nachtverblijf personen met een langdurige en gestabiliseerde psychische stoornis of mentaal gehandicapten huisvesten en die door de bevoegde overheid erkend zijn;

6° gebouwen waar, ten titel van een initiatief van beschut wonen erkend door de bevoegde overheid, het op een duurzame wijze huisvesten in dag- en nachtverblijf en het begeleiden van psychiatrische patiënten plaatsheeft.

§ 3. Worden beoogd:

1° het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed;

2° prestaties die erin bestaan een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt;

3° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw:

a) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel of aan de radiatoren;

b) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van al de vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool;

c) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen;

d) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon;

e) van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust;

f) van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst;

4° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbekleding of -bedekking als de plaatsing ervan in een gebouw ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte;

5° het aanhechten, het plaatsen, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, van goederen bedoeld in 3° en 4° hierboven;

6° de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van de hierboven bedoelde handelingen.

§ 4. Het verlaagd tarief is in geen geval van toepassing op:

1° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.”

## *Btw-tarief voor facturatie aan Y vzw:*

**11.** De aanvrager argumenteert dat Y vzw voldoet aan de in rubriek XXXI vermelde vereisten:

\- de handelingen waarvoor het verlaagd tarief zou worden toegepast betreffen werken in onroerende staat die de omvorming en renovatie tot een residentiële voorziening voor minderjarigen tot doel heeft. De aanvrager refereert naar zijn website voor een beschrijving van zijn activiteiten en om aan te tonen dat het om effectieve bewoning gaat door leefgroepen van minderjarigen in problemen. De aanvrager verklaart dat het geen loutere dagopvang betreft.

\- de eerste ingebruikneming van het te verbouwen onroerend goed gaat ten minste de vijftien jaar vooraf aan het eerste tijdstip van opeisbaarheid van de btw dat zich voordoet overeenkomstig artikel 22, § 1 of artikel 22bis van het Wetboek;

\- de handelingen worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker. Paragraaf 2, 3° van rubriek XXXI bepaalt uitdrukkelijk dat publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die volgende type van huisvesting beheren eindverbruiker zijn: “… jeugdbeschermingstehuizen en residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand; …” De aanvrager verklaart dat Y vzw onder deze laatste bepaling ressorteert.

**12.** Op basis van het voorgaande en de aangereikte elementen kan de DVB besluiten dat Y vzw kwalificeert als een ‘eindverbruiker’ in de zin van paragraaf 2 van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Koninklijk Besluit nr. 20 en aldus het tarief van 6% zal kunnen worden toegepast op alle kwalificerende werken in onroerende staat die aan Y vzw worden gefactureerd.

**13.** De aanvrager merkt op dat ingeval na de werken het gebouw mogelijk als nieuw zou kwalificeren dit niet verhindert dat de verbouwingswerken het verlaagd tarief van 6 % kunnen genieten voor zover aan al de andere voorwaarden voorzien door rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Koninklijk Besluit nr. 20 is voldaan ([Parl. Vr. nr. 53 van 26 november 1990](https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/53-batiment-neuf-assujetti-occasionnel-cession-8ed7) van de Heer Volksvertegenwoordiger de Clippele, BTW-REVUE nr. 93, blz. 85-90). De DVB kan deze stelling bijtreden.

## *btw-tarief voor facturatie aan X:*

**14.** De aanvrager argumenteert dat X minstens aan volgende vereisten voldoet:

\- de handelingen waarvoor het verlaagd tarief van 6% zou worden toegepast betreffen werken in onroerende staat die de omvorming en renovatie tot een residentiële voorziening voor minderjarigen tot doel heeft;

\- de eerste ingebruikneming van het te verbouwen onroerend goed gaat ten minste de vijftien jaar vooraf aan het eerste tijdstip van opeisbaarheid van de btw dat zich voordoet overeenkomstig artikel 22, § 1 of artikel 22bis van het Wetboek.

**15.** Waar er in hoofde Y vzw echter weinig twijfel was of ze wel kan gecatalogeerd worden als eindverbruiker in de zin van paragraaf 2 van rubriek XXXI verdient deze kwalificatie in hoofde van X meer aandacht.

**16.** X valt immers niet onder de noemer van paragraaf 2, 3° van rubriek XXXI: “jeugdbeschermingstehuizen en residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand”.

**17.** In casu is echter wel contractueel overeengekomen dat Y vzw na de werken en toekenning van de VIPA subsidies het aandeel van X ad 99% in het onroerend goed zal overkopen. Ook is contractueel vastgelegd dat de verbouwingswerken zelf volgens de wensen en de instructies van Y vzw zullen worden uitgevoerd en dit precies met het oog op de uitbating als residentiële leefgroep binnen de intregrale jeugdzorg. De tussenkomst van X geldt als facilitator opdat Y vzw haar doel kan bereiken.

**18.** In deze context kan in lijn met het bestaand administratief standpunt worden verdedigd dat ook X voor dit project als ‘eindverbruiker’ in de zin van rubriek XXXI wordt aanzien en het verlaagd tarief ad 6% voor de aan X gerichte facturatie kan toegepast worden. We verwijzen hierbij naar randnummer 76 van Aanschrijving nr. 6 dd. 22 augustus 1986. Cruciaal is het gegeven dat Y vzw het te renoveren gebouw daadwerkelijk zal gebruiken voor huisvesting zoals voorzien in paragraaf 2, 3° van rubriek XXXI. Het feit dat Y vzw slechts volle eigenaar zal zijn van het pand na uitvoering van de werken (en bij de start van de exploitatie) doet in casu geen afbreuk aan de toepassing van het verlaagd tarief ad 6% in hoofde van beide medeëigenaars (X ad 99% en Y vzw ad 1%) tijdens de uitvoering van de werken.

**19.** De tussenkomst vanwege X tijdens de bouwfase blijkt enkel te zijn ingegeven vanuit een financieringsbehoefte in hoofde van Y vzw. In het kader van deze overbruggingsfinanciering is er in de overeenkomst tussen X en Y vzw een clausule voorzien dat indien er een probleem zou zijn om de 99% aandelen in de eigendom over te nemen, het goed te koop zal gesteld worden zodat X de terugbetaling van haar financiering kan veilig stellen. Dit is volgens de aanvragers een veiligheidsclausule en er zijn geen indicaties dat de subsidies niet zouden toegekend worden waardoor Y vzw X niet zou kunnen uitkopen. Beide partijen engageren zich evenwel om in geval het project toch niet zou doorgaan, zodat niet langer aan de voorwaarden zal worden voldaan om het pand door Y vzw te gebruiken als residentiele voorziening voor minderjarigen, om het verschil tussen het verlaagd tarief van 6% en het tarief van 21% te regulariseren.
