---
title: "Décision anticipée 2016.909 · Exemption, Article 44, § 3, 1°,a) premier alinéa du CTVA"
description: "Exemption, Article 44, § 3, 1°,a) premier alinéa du CTVA, Bâtiments anciens tranformés. Décision anticipée belge n° 2016.909 du 24 janvier 2017."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2016-909-exemption-article-44-premier-alinea-f0cc"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Exemption · TVA - Exemption - Article 44, § 3, 1°,a) premier alinéa du CTVA - Bâtiments anciens tranformés - Nouveau bâtiment - Article 44, §3, 1° a) deuxième alinèa du CTVA

**Numéro**

2016.909

**Date**

24 janvier 2017

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

42 paragraphes

**Décision anticipée n° 2016.909 dd. 24.01.2017**

*TVA*

*Exemption*

[*Article 44, § 3, 1°,a) premier alinéa du CTVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44)

*Bâtiments anciens tranformés*

*nouveau bâtiment*

*Article 44, §3, 1° a) deuxième alinèa du CTVA*

**Résumé**

L’[article 44, § 3, 1°, a), alinéa premier du code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) détermine que la livraison de biens immeubles par nature est exemptée de la TVA.

L’[article 44, § 3, 1°, a), deuxième alinéa du code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) exclut toutefois de l’exemption visée à l’article susmentionné : les livraisons de bâtiments, fractions de bâtiments et du sol y attenant visés à l'article 1er, § 9, lorsque leurs cessions sont effectuées au plus tard le 31 décembre de la deuxième année qui suit celle au cours de laquelle a lieu la première occupation ou la première utilisation des biens visés à l'article 1er, § 9, 1°, par soit un assujetti visé à l'article 12, § 2, qui a construit, fait construire ou acquis avec application de la taxe, lesdits biens visés à l'article 1er, § 9, 1°.

Est considéré comme un immeuble nouvellement construit la construction d'un ou plusieurs appartements, en surélévation ou autrement, dans un immeuble à appartements, lorsque ces nouveaux appartements placés sous le régime de la copropriété sont cessibles avec application de la TVA.

Les dépendances transformées de sorte que la structure existante se fond dans la réalisation d’une nouvelle structure qui, outre l’augmentation du volume, l’augmentation de la superficie par la création d’un étage supplémentaire, grâce à laquelle des appartements en duplex fonctionnant indépendamment sont réalisés, doivent être considérés comme un nouvel appartement duplex érigé d’une autre manière. En cas de cession, l’[article 44, § 3, 1°, a), deuxième alinéa, premier tiret du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) sera applicable.

Les appartements duplex et le loft qui ont été réalisés dans le bâtiment principal où ont eu lieu des travaux de transformation ne comportant pas de modifications à l’essentiel de la structure portante du bâtiment, ressortiront, en cas de cession, à l’application de l'[article 44, §3, 1° a) premier alinéa du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44)

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. Met deze aanvraag wenst X, te vernemen of de verbouwingen uitgevoerd aan het hoofdgebouw, niet van die aard zijn dat het gebouw als nieuw aangemerkt wordt, waardoor de verkoop plaatsvindt onder toepassing van [artikel 44, §3, 1° a) eerste lid van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

2\. Dat daarentegen de bijgebouwen die dermate verbouwd werden, zodat de bestaande structuur opgaat in een nieuw tot stand gebrachte structuur, die naast volume vergroting, oppervlakte toename middels het creëren van een bijkomend verdiep, waardoor er zelfstandig functionerende duplexappartementen tot stand worden gebracht, als een op een andere wijze nieuw opgerichte (duplex)appartementen aangemerkt dienen te worden. Bij vervreemding zal artikel 44, §3, 1°, a) tweede lid, eerste streep van het btw-wetboek toepasselijk zijn.

## II. Omschrijving van de verrichtingen

3\. Het mouterijgebouw, gelegen te Y, omvat een hoofdgebouw met twee aanpalende bijgebouwtjes, daterend van medio 19de eeuw dat als dusdanig aangewend werd tot 1967. Sedert voormelde datum stond het gebouw leeg.

4\. Het hoofdgebouw omvat een gelijkvloers verdieping, zijnde een grote, open ruimte alwaar alle elementen in originele staat behouden werden. Enkel de houten poort werd vervangen door een automatische industriële kantelpoort. Deze authentieke ruimte zal dienst doen als gemeenschappelijke parkeerplaats met 7 staanplaatsen.

5\. De oorspronkelijke betonnen trap, die centraal doorheen alle verdiepingen loopt werd eveneens in haar originele staat behouden en enkel gereinigd en opgefrist. Uit respect voor het industriële karakter van het hoofdgebouw werd er gekozen voor het behoud van de bestaande structuur en de aanwezige industriële elementen. Zo werd er een losstaande glazen lift geplaatst aan de voorzijde van het hoofdgebouw, dit om te voldoen aan de huidige comfortnormen. De enige ingreep nodig om dit te realiseren, bestond erin vier openingen te maken in de voorgevel en drie loopbruggetjes (tussen lift en hoofdgebouw) om toegang te verschaffen tot de oorspronkelijke verdiepingen.

6\. Op de eerste verdieping werden enkel binnenwanden (soms in de vorm van een glaspartij) en isolatie aangebracht. Teneinde het gebouw van de lichtinval te voorzien werd een, atrium aangebracht in het midden van het gebouw dat tot op het 2de verdiep doorloopt. Raamkozijnen werden door nieuwe identieke modellen vervangen en een houten doorgeefluik werd omgevormd in een venster met identieke afmetingen. Op dit verdiep werden de slaapgedeeltes van 4 duplexappartementen tot stand gebracht. De bestaande betonnen raampjes werden integraal herbruikt en zorgen voor voldoende lichtinval in de slaapkamers.

7\. Op de 2de verdieping aan de voorzijde van het hoofdgebouw werd de bestaande oude planken vloer vervangen door een houtenvloer. Aan de achterzijde op deze verdieping, werd de houten vloerplaat en dakgebinte met dakpannen, vervangen door een betonnen vloerplaat die evenwel rust op de originele metalen kolommen en metalen structuren van de gelijkvloerse en 1ste verdieping. Om de draagkracht van de bestaande kolommen op de onderliggende verdiepingen te respecteren werd het zware dakgebinte ingeruild voor een lichtere metalen versie met industriële, geïsoleerde dakpanelen. Op dit verdiep worden de woongedeelte van de 4 duplexappartementen tot stand gebracht.

8\. De 3de verdieping in het hoofdgebouw omvat een loft. Alwaar gebruik gemaakt werd van de oorspronkelijke betonnen vloerplaat, betonnen raampjes alsmede de katrol. Enkel isolatie en enkele binnenwanden werden geplaatst teneinde aan de huidige comfortnormen te voldoen.

9\. De dak verdieping zich bevindend op het plafond van de loft, werd gerenoveerd door herstelling van de verouderde roofing. De vierkante gecementeerde blok (een waterreservoir bevattend) werd op authentieke wijze opnieuw gecementeerd, waarbij een gedeelte van de betonnen vloerplaat verwijderd werd teneinde er een stalen draaitrap te plaatsen, waardoor de loft toegang krijgt tot het dak.

11\. De aanpalende bijgebouwtjes, voorheen gebruikt als machinekamer en atelier en die bestonden uit één open ruimte, omsloten door een bakstenen gevel met een hellend pannen dak, werden daarentegen grondig verbouwd. De gevels werden opgetrokken, waardoor de schuine daken vervangen werden door platte daken. Door deze volumevermeerdering kon er een volwaardig 1ste verdiep gecreëerd worden, middels het plaatsen van een nieuwe betonnen vloerplaat. Deze aanpalende bijgebouwen bevatten elk een duplex die over hun eigen nutsvoorzieningen beschikken en onafhankelijk van de andere woonentiteiten functioneren.

**III. Beslissing**

12 Verwijzend naar [artikel 44, § 3,1° a) van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44), dient gesteld dat men met de levering van uit hun aard onroerende goederen, onder meer de levering van een gebouw in zijn geheel als gedeelten van gebouwen beoogt.

13\. Bij de vervreemding van oude gebouwen die verbouwd worden, dient in het kader van hun overdracht, onderzocht te worden of de verbouwing ertoe bijdraagt dat het gebouw na verbouwing als btw technisch nieuw aangemerkt moet worden. De administratieve commentaar opgenomen in de btw-handleiding nr 152/2 reikt hiervoor een aantal criteria aan, opgenomen in drie gevallen, opdat men bij vervreemding de toepasselijke regelgeving, met name artikel 44, §3, 1 a) eerste lid dan wel [artikel 44, §3, 1 a) tweede lid van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44), zou kunnen bepalen.

14\. In de btw-handleiding nr. 152/2 wordt het begrip ‘nieuw’ gebouw uitgebreid tot verbouwingen, zoals de renovatie van een oud gebouw dat de eigenschappen krijgt van een nieuw gebouw.

15\. De op onderhavige casus te onderzoeken, twee gevallen zijn de navolgende :

> *“In het eerste geval: wegens de in het oude gebouw uitgevoerde werken heeft dit een ingrijpende wijziging in zijn wezenlijke elementen van zijn structuur ondergaan (draagmuren, vloeren, traphallen, liftkoker, ….) namelijk in zijn aard, zijn structuur en, in voorkomend geval, in zijn bestemming (cfr.* [*circ. Nr. 16/1973*](https://juriel.be/fr/circulaires/16-1973-valeur-normale-batiment-eriger-26dd)*, nr. 10.3°). In die onderstelling gaat het ontegensprekelijk om een nieuw gebouw, welke overigens ook de kostprijs is van de werken die werden uitgevoerd om deze wijziging tot stand te brengen in vergelijking met de waarde van het gebouw vóór deze wijziging.*
>
> *In het tweede geval: de werken die aan het oude gebouw werden uitgevoerd, hebben het gebouw niet in zijn wezenlijke elementen gewijzigd, zoals in het eerste geval hierboven, maar hadden tot doel, hetzij de instandhouding van het gebouw te verzekeren, hetzij het comfort ervan te verbeteren, zoals dit het geval is bij het plaatsen van centrale verwarming; het inrichten van een badkamer; het vernieuwen van de dakbedekking, enz…*
>
> *In die onderstelling gaat het niet om een gebouw dat in zijn wezenlijke elementen wijzigingen heeft ondergaan. De doorverkoop van dit gebouw of van een gedeelte van dit gebouw en bijhorend terrein of de vestiging, overdracht en wederoverdracht van zakelijke rechten, andere dan het eigendomsrecht- die slaan op een dergelijk gebouw, gedeelte van gebouw en het bijhorend terrein na de uitvoering van de werken, kan dus in principe niet aan de btw worden onderworpen, zelfs niet wanneer het kadastraal inkomen van het goed werd verhoogd en de kosten van de uitgevoerde werken zeer hoog oplopen in vergelijking met de waarde van het goed in de staat waarin het zich bevond vóór de aanvang van de werken.*
>
> *Opdat de handeling met betrekking tot dit verbouwde gebouw in het bovengenoemde eerste geval een levering uitmaakt die aan de belasting kan worden onderworpen, is daarenboven nog vereist:*
>
> *-* *dat de uitgevoerde verbouwing aanleiding geeft tot de wijziging van het kadastraal inkomen dat aan het gebouw was toegekend vóór de aanvang van de werken;*
>
> *-* *dat de beoogde handeling plaatsheeft binnen de termijn bepaald in* [*art. 44, §3, 1° van het btw-wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44)*;*
>
> *-* *dat de persoon in wiens hoofde de btw opeisbaar is ten opzichte van de administratie het belang van de uitgevoerde werken aantoont.”*

16\. Geconcretiseerd in onderhavige aanvraag, leidt dit ertoe dat besloten moet worden dat bij het beoordelen of de uitgevoerde werken de aard en de structuur van het gebouw aangetast hebben, uitgegaan wordt van een beoordeling ervan per individuele zelfstandige wooneenheid die deel uitmaakt van eenzelfde bouwtechnische structuur. Voormelde leidt ertoe dat in onderhavige aanvraag vooreerst de aan het hoofdgebouw uitgevoerde werken en de zich erin bevindende zelfstandige wooneenheden onderzocht worden, om vervolgens de afzonderlijke bijgebouwen te analyseren en dit teneinde de aard en structuur per bouwtechnisch onderdeel te kunnen beoordelen.

17\. Met verwijzing naar de onder randnummers 3 t.e.m. 9 opgesomde verbouwingswerken, kan gesteld worden dat de werken die aan het hoofdgebouw uitgevoerd werden, het gebouw niet in zijn wezenlijke elementen gewijzigd hebben, maar tot doel hadden de instandhouding van het gebouw te verzekeren. Dit leidt ertoe te besluiten dat bij de verkoop van de appartementen dan wel de staanplaatsen gerealiseerd in het hoofdgebouw [artikel 44, §3, 1° a) eerste lid van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) van toepassing is.

18\. Hoewel het gelijkvloerse verdiep geen individuele wooneenheden omvat maar enkel staanplaatsen die aan individuele wooneenheden - zich bevindend zowel in het hoofdgebouw zelf als in de bijhorende bijgebouwen - toegewezen worden, dient om te beoordelen of deze staanplaatsen als btw technisch nieuw aangemerkt moeten worden, de aan het hoofdgebouw en in het bijzonder het verdiep uitgevoerde werken en hun invloed op de aard en structuur van het gebouw beoordeeld te worden en dit ongeacht de btw technische kwalificatie - in het kader van artikel 44, §3, 1°, a) eerste dan wel tweede lid van het btw-wetboek - die gegeven wordt aan de individuele wooneenheid waaraan een staanplaats toegewezen wordt.

19\. Met verwijzing naar de onder randnummer 11 opgesomde verbouwingswerken, kan gesteld worden dat de werken die aan de bijgebouwtjes uitgevoerd werden, de gebouwen duidelijk in hun wezenlijke elementen gewijzigd hebben, waardoor ze als vernieuwbouw gekwalificeerd dienen te worden. Bij de verkoop van de nieuwe appartementen in de twee bijgebouwen, inclusief de grond, door een in [artikel 12, §2 van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-12) beoogde btw-plichtige zal artikel 44, §3, 1° a) tweede lid, eerste streep van het btw-wetboek van toepassing zijn.

## Textes cités

2

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 10 occurrences

[CTVA art. 12](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-12) 1 occurrence
