---
title: "Décision anticipée 2016.585 · Prestations de service complexes (non codifiées)"
description: "Prestations de service complexes (non codifiées), Localisation. Décision anticipée belge n° 2016.585 du 13 décembre 2016."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2016-585-prestations-service-complexes-non-codifiees-beeb"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Prestations de service complexes (non codifiées), Localisation · TVA - Prestations de service complexes (non codifiées) - Localisation - Article 21, § 2 du C.TVA (règle générale B2B) - Droit à déduction de TVA - Opérations réalisées à l’étranger qui ouvriraient droit à déduction si elles étaient effectuées en Belgique - Article 45, § 1, 3° du C.TVA

**Numéro**

2016.585

**Date**

13 décembre 2016

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

48 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2016.585 du 13.12.2016

*TVA* · *Prestations de service complexes (non codifiées)* · *Localisation* · [*Article 21, § 2 du C.TVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) *(règle générale B2B)* · *Droit à déduction de TVA* · *Opérations réalisées à l’étranger qui ouvriraient droit à déduction si elles étaient effectuées en Belgique* · [*Article 45, § 1, 3° du C.TVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45)

## Résumé

Une convention a été conclue par une société Y, établie dans l’UE en dehors de la Belgique, avec la Commission européenne (CE) où Y exécute des services de gestion et d’implémentation d’un budget UE (c.-à-d. des moyens financiers pour des projets d’investissement relatifs à l’énergie durable dans la zone subsaharienne).

Les services de gestion générale et d’implémentation d’un budget UE seront procurés de facto en sous-traitance par la société belge X et facturés à la société UE Y liée à X. À son tour, Y refactuera ces services en tant que tels à la CE.

Il ressort de la convention précitée que c’est la CE elle-même qui fournit les moyens financiers mais que leur gestion et leur implémentation sont laissées à Y, et donc en sous-traitance à X.

Sur la base des éléments de fait et des conventions présentées au SDA, il peut être décidé que l’exécution par X (en tant que sous-traitant pour Y) des services concernés, compte tenu des circonstances dans lesquelles les services concernés sont exécutés, de la manière dont ils sont perçus par le bénéficiaire de la prestation objectivé modal (moyen, normal) et de la manière dont l’indemnité pour les services concernés est convenue, doit être considérée pour la TVA comme une exécution pour la CE de prestations de services complexes (mixtes, rassemblées) soumises à la TVA de gestion générale et d’implémentation d’un budget UE, tant avant qu’après leur attribution, sans décider de l’octroi des moyens financiers.

X fournit des prestations de services complexes qui sont imposables sur la base de l’[article 21, § 2, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) (règle principale B2B) dans un État membre de l'UE en dehors de la Belgique. À cet égard, Y appliquera un report de prélèvement. Pour la répercussion à la CE, Y dispose des certificats nécessaires pour l’exonération de la TVA conformément à l’[article 151 de la directive TVA](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-151) 2006/112/CE.

Ces prestations de services complexes de gestion générale et d’implémentation d’un budget UE que X facturera à Y, octroient à X, sur la base de l’[article 45, § 1, 3°, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) (si les services concernés auraient lieu en Belgique ex hypothesi) selon les règles normales, le droit à déduction de la TVA belge sur les coûts qu’elle fait dans ce cadre, compte tenu naturellement des limitations des déductions de l’[article 45, § 2, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) et des exclusions de déduction de l’[article 45, § 3, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45).

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## I. Voorwerp van de aanvraag

Deze rulingaanvraag strekt ertoe de bevestiging te verkrijgen dat de hierna uitvoerig toegelichte en voor de EC verrichte diensten van algemeen beheer en implementatie van een EU-budget die de Belgische vennootschap X aan de EU-vennootschap Y in rekening zal brengen, een complexe dienstprestatie uitmaken die in een EU-lidstaat buiten België plaatsvindt op grond van [artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) en die X in de hierna uiteengezette en toegelichte feitelijke omstandigheden op grond van [artikel 45, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) volgens de normale regels recht op aftrek verleent van Belgische btw op haar kosten die X in dit kader maakt, rekening houdend met de aftrekbeperkingen van [artikel 45, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) en de aftrekuitsluitingen van [artikel 45, § 3, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45).

## II. Beslissing

Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

De EC kanaliseert een deel van haar hulpgeld door middel van door haar opgezette blending-faciliteiten. Blending is een mechanisme dat hulpgeld in de vorm van rechtstreekse giften, technische bijstand of rentesubsidies combineert met leningen van ontwikkelingsbanken of commerciële geldschieters.

Cruciaal inzake blending voor de private sector zijn “hefboomwerking” en “additionaliteit”. De redenering van de EC luidt dat EU-hulpgeld enorme hoeveelheden privaat geld kan mobiliseren (“leverage”), waardoor investeringen kunnen plaatsvinden die zonder publieke steun nooit het daglicht zouden zien en bijgevolg als additioneel kunnen worden bestempeld (“additionality”).

X of Y verstrekken zelf geen financiële middelen. Dat gebeurt door de EC. X beheert ontwikkelingsgelden voor de EC met als doel deze gelden efficiënter uit te zetten door gebruik te maken van de kennis en ervaring van ontwikkelingsbanken.

Dit soort projecten gebeurt niet vanuit een Europese openbare aanbesteding. Ingevolge de achterliggende procedure werd echter een project aanvaard dat in haar uitwerking tot gevolg had dat X (via Y) werd belast met het beheer (management) van het project.

X, gedelegeerd door Y, staat in voor het volledig beheer van het financieel instrument, i.e. de financiële middelen die eigendom blijven van de EC en die onder de toepassing van de EC-Y Overeenkomst door de EU worden verstrekt ter ondersteuning van de financiering van projecten. X, gedelegeerd door Y, zal ook zorg dragen voor de praktische administratieve en technische ondersteuning.

Zo staat X in voor de operationele en financiële rapportering van de door haar beheerde financiële middelen (zoals kredieten) voor de betreffende investeringsprojecten. X is ook betrokken bij de controle van potentiële begunstigde “klanten” en de processing van ingediende dossiers.

Werken via tussenpersonen is bij het hiervoor bedoeld volledig beheer toegestaan, maar verdient niet de voorkeur.

Tussenpersonen worden geselecteerd op basis van criteria die X op een website zal publiceren. X treedt echter niet zelf op als een financiële tussenpersoon.

De bedoelde taken van volledig beheer van X staan los van die van de financiële tussenpersonen. Dossiers die aan X worden voorgelegd zullen door haar al beoordeeld worden op basis van EU-sleutelcriteria.

X beheert het EU-budget waarvan de financiële middelen eigendom blijven van de EC. Bovendien verleent X in het kader van het volledig beheer van het EU-budget bijstand bij de implementatie van de projecten door onder meer:

investeringscomités (die effectief de ontwikkelingsprojecten goedkeuren) samen te stellen en te organiseren;

de selectie (“prescreening”) door te voeren van de geschikte ontwikkelingsprojecten van begunstigden die het meest bijdragen tot de realisatie van de doelstellingen van de projecten op basis van duidelijke sleutelcriteria die voor de EU cruciaal zijn, zodat de EU-subsidies juist worden aangewend;

aanvragen te verwerken;

de naleving van voorwaarden inzake implementatie en terugbetalingen op te volgen;

contractuele documenten op te stellen.

Het is dus niet X dat een dossier goedkeurt. Uit wat voorafgaat blijkt dat X enkel een prescreening verricht en dat die prescreening niet financieel van aard is. Ook al is deze prescreening niet financieel van aard, toch worden hierdoor voorwaarden gesteld voor de toekenning van de financiële middelen (zoals bijvoorbeeld krediet) en in die zin is het beheer van X eerder ex ante dan ex post.

Toezicht en goedkeuring van de dossiers behoort tot het takenpakket van de investeringscomités, die zijn samengesteld uit een vertegenwoordiger van de EC, de Europese Investeringsbank (EIB) en de Raad van Bestuur van de vereniging zonder winstoogmerk X (niet X). De vertegenwoordiger van de EC kan veto-en.

Voor haar diensten van algemeen beheer en implementatie van een EU-budget voor de EC ontvangt X van de EC (via Y) fees ten belope van Z euro.

Voornoemde begunstigden zullen de “blending” financiële middelen aanwenden in hun bedrijfsvoering en volgens afspraak terugbetalen.

Uit grondig onderzoek van de aan de DVB voorgelegde feitelijke elementen en van de aan haar voorgelegde Overeenkomst blijkt dat de diensten die X blijkens de tussen X en Y afgesloten overeenkomst de facto verleent en factureert aan Y, die doorfactureert aan de EC, voor de btw dienen aangemerkt te worden als een voor de EC verrichte complexe (samengestelde, gebundelde) dienstprestatie van algemeen beheer en implementatie van een EU-budget, zowel vóór als na de toekenning ervan, rekening houdend met de omstandigheden waaronder de betrokken diensten worden verricht, de manier waarop zij door de geobjectiveerde modale (gemiddelde, doorsnee) dienstontvanger worden gepercipieerd en de manier waarop de vergoeding voor de betrokken diensten is overeengekomen.

X verleent een complexe dienstprestatie die op grond van [artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) (B2B-hoofdregel) belastbaar is in een EU-lidstaat buiten België. Y zal hierover een verlegging van heffing toepassen. Voor de doorrekening aan de EC beschikt Y over de benodigde certificaten voor vrijstelling van btw overeenkomstig [artikel 151 van de btw-richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-151) 2006/112/EG.

Deze aanvraag strekt ertoe de bevestiging te verkrijgen dat de door Y aan X gedelegeerde diensten die X aan Y in rekening zal brengen X in de gegeven feitelijke omstandigheden op grond van [artikel 45, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) volgens de normale regels recht op aftrek verlenen van Belgische btw op haar kosten die zij in dit kader maakt.

X kan de voorbelasting enkel in aftrek brengen in de mate dat zij de aan haar geleverde goederen en afgenomen diensten, de door haar ingevoerde en intracommunautair verworven goederen aanwendt voor het leveren van goederen en het verstrekken van diensten in het buitenland waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in België zouden plaatsvinden.

Voor btw-belaste handelingen en voor technisch vrijgestelde handelingen kan X de voorbelasting dus in aftrek brengen. Voor handelingen buiten de werkingssfeer van de btw of eigenlijk vrijgestelde handelingen overeenkomstig [artikel 44 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44), is in principe iedere aanspraak op aftrek van voorbelasting uitgesloten voor X.

De hamvraag is dus of de betreffende ex hypothesi in België plaatsvindende handeling een handeling betreft die btw-belast is. Vermits deze vraag bevestigend kan worden beantwoord, heeft X voor de betreffende handeling recht op aftrek van btw volgens de normale regels.

De voorgenomen uitvoering door X (als onderaannemer voor Y) van de betrokken diensten, rekening houdend met de omstandigheden waaronder de betrokken diensten worden verricht, de manier waarop zij door de geobjectiveerde modale (gemiddelde, doorsnee) dienstontvanger worden gepercipieerd en de manier waarop de vergoeding voor de betrokken diensten is overeengekomen, dient voor de btw aangemerkt te worden als de uitvoering voor de EC van een btw-belaste complexe (samengestelde, gebundelde) dienstprestatie van algemeen beheer en implementatie van een EU-budget, zowel vóór als na de toekenning ervan, zonder zelf te beslissen over de toekenning van deze financiële middelen.

X is voornemens om een complexe dienstprestatie te verrichten die op grond van [artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) (B2B-hoofdregel) belastbaar is in Nederland. Y zal hierover een verlegging van heffing toepassen. Voor de doorrekening aan de EC beschikt Y over de benodigde certificaten voor vrijstelling van btw overeenkomstig [artikel 151 van de btw-richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-151) 2006/112/EG.

Deze voorgenomen btw-belaste complexe dienstprestatie van algemeen beheer en implementatie van een EU-budget die X aan Y in rekening zal brengen, verleent X op grond van [artikel 45, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) (indien de betrokken diensten ex hypothesi in België zouden plaatsvinden) volgens de normale regels recht op aftrek van Belgische btw op haar kosten die zij maakt in dit kader, uiteraard rekening houdend met de aftrekbeperkingen van [artikel 45, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) en de aftrekuitsluitingen van [artikel 45, § 3, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45).

## Textes cités

4

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 11 occurrences

[CTVA art. 21](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) 5 occurrences

[directive TVA 2006/112 art. 151](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-151) 3 occurrences

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 1 occurrence
