---
title: "Décision anticipée 2016.387 · IMPOT DES SOCIETES : Fusion fiscalement neutre"
description: "IMPOT DES SOCIETES : Fusion fiscalement neutre, Motifs économiques valables, Fraude ou évasion fiscale. Décision anticipée belge n° 2016.387 du 5 juillet 2016."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2016-387-impot-societes-fusion-fiscalement-neutre-9d11"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# IMPOT DES SOCIETES : Fusion fiscalement neutre · IMPOT DES SOCIETES : Fusion fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - PRECOMPTE MOBILIER : Acquisition d’actions propres - IMPOT DES PERSONNES PHYSIQUES : Plus-value sur actions - Revenus divers - Gestion normale du patrimoine privé - DROITS D’ENREGISTREMENT : Apport d’une universalité de biens - TVA : Cession d’une universalité de biens

**Numéro**

2016.387

**Date**

5 juillet 2016

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

143 paragraphes

Fiche du SPF Finances

*IMPOT DES SOCIETES*

*Fusion fiscalement neutre* · *Motifs économiques valables* · *Fraude ou évasion fiscale*

*PRECOMPTE MOBILIER* · *Acquisition d’actions propres*

*IMPOT DES PERSONNES PHYSIQUES* · *Plus-value sur actions* · *Revenus divers* · *Gestion normale du patrimoine privé*

*DROITS D’ENREGISTREMENT* · *Apport d’une universalité de biens*

*TVA* · *Cession d’une universalité de biens*

## Résumé

Les fusions envisagées visant à rassembler des activités similaires, répondent aux conditions prescrites par l'article 183*bis* du CIR 92. La rétroactivité comptable de moins de 7 mois est opposable à l'administration fiscale.

L’annulation des actions propres obtenues à la suite de la fusion mère-fille inversée donne lieu à un dividende qui est exonéré du précompte mobilier conformément à l’article 264, alinéa premier, 2°, deuxième tiret du CIR 92.

La vente préalable de quelques actions des filiales en vue des fusions silencieuses subséquentes ainsi que l’échange des actions de la société holding pour des actions de la filiale lors de la fusion mère-fille inversées, peuvent être considérés, au nom des personnes physiques actionnaires, comme des opérations normales de gestion d'un patrimoine privé, de sorte que la plus-value ne sera pas taxée sur la base de l'article 90, 9°, premier tiret du CIR 92.

Les fusions tombent dans le champ d’application de l’article 117, § 1, C.enr. et des articles [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) et [18, § 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) du Code de la TVA.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## I. Voorwerp van de aanvraag

## *1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:*

**1.1** inzake inkomstenbelastingen:

\- de voorafgaandelijke verkoop door de natuurlijke personen A en B van de aandelen van de vennootschappen Y, V en W aan vennootschap X tegen kapitaalwaarde kwalificeert als een normale verrichting van beheer van privévermogen in overeenstemming met artikel 90, 1° jo. 90, 9° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92);

\- de omgekeerde moeder-dochterfusie waarbij vennootschap X haar moedervennootschap Z overneemt, beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in artikel 211, § 1, WIB 92;

\- de vernietiging van de ingevolge de voormelde omgekeerde moeder-dochterfusie verkregen eigen aandelen door vennootschap X aanleiding geeft tot een dividend dat is vrijgesteld van roerende voorheffing in overeenstemming met artikel 264, eerste lid, 2°, WIB 92;

\- de omruiling van de aandelen van vennootschap Z voor aandelen van vennootschap X in hoofde van de natuurlijke personen A en B kwalificeert als een normale verrichting van beheer van privévermogen in overeenstemming met artikel 90, 1° jo. 90, 9°, WIB 92;

\- de (geruisloze) fusies door overneming van de vennootschappen Y, W, V en S door X beantwoorden aan de voorwaarden gesteld in artikel 211, § 1, WIB 92;

\- de fusieverrichtingen kunnen plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit tot xx.xx.xxxx waarbij de retroactiviteit tegenstelbaar is aan de belastingadministratie;

**1.2** inzake registratierechten:

\- de voormelde fusieverrichtingen kunnen plaatsvinden onder de vrijstelling van de evenredige registratierechten krachtens artikel 117, § 1 jo. 120 van het federaal Wetboek der Registratierechten (hierna federaal W.Reg.);

**1.3** inzake BTW:

\- de overdrachten van activa en passiva in het kader van de voormelde fusieverrichtingen kwalificeren als een overdracht van een algemeenheid van goederen die krachtens de artikelen [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) en [18, § 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW) niet onderworpen is aan de toepassing van de BTW.

## II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

### *II.A. Beschrijving van de groep en de betrokken vennootschappen*

*II.A.1. Beschrijving van de groep*

**2**. In het verleden werd door de natuurlijke personen A en B de vennootschap X opgericht. Zowel A als B zijn Belgisch rijksinwoner. Doorheen de jaren heeft deze vennootschap een substantiële groei gekend en is de internationale groep Q tot stand gekomen. Vandaag de dag staat de vennootschap Z bovenaan de groep Q. De natuurlijke personen houden elk de helft van de aandelen van Z aan.

**3**. De groep Q voert activiteit D uit.

*II.A.2. Beschrijving van de activiteiten van de betrokken vennootschappen*

## Vennootschap X

**4.** De groep Q werd opgericht door de natuurlijke personen A en B door middel van de oprichting van de Belgische vennootschap X. Sinds haar oprichting fungeert deze vennootschap als de belangrijkste operationele vennootschap van de groep Q. X stelt personeel tewerk.

**5**. X houdt onder meer alle aandelen aan van de Belgische vennootschap S, een ICT-vennootschap die instaat voor de ontwikkeling, het onderhoud en het beheer van ICT-systemen, waarvan onder meer X gebruik maakt. Voorts houdt X verschillende deelnemingen aan in buitenlandse vennootschappen.

## Vennootschap Z

**6**. In het kader van de verdere uitbouw en internationalisering van de groep Q werd de Belgische vennootschap Z opgericht. Bij de oprichting van deze vennootschap werden de aandelen van de vennootschappen X, U en R ingebracht door de natuurlijke personen A en B. Om aan de pluraliteit van aandeelhouders voor naamloze vennootschappen te voldoen hebben A en B elk 1 aandeel in de betrokken vennootschappen behouden.

**7**. Z werd opgericht met het oog op het garanderen van de continuïteit van de dagelijkse leiding over de operationele vennootschappen, het faciliteren van de rechtsovergang bij het overlijden en het realiseren van nieuwe initiatieven en investeringen. Vandaag de dag houdt Z participaties aan in X, Y, W, V, U en T. Voor al deze dochtervennootschappen houdt Z alle aandelen aan behalve twee, dewelke worden aangehouden door de natuurlijke personen A en B, gelet op de vereisten inzake de pluraliteit van aandeelhouders voor naamloze vennootschappen.

**8**. Sinds haar oprichting is Z door omstandigheden evenwel geëvolueerd van een holdingvennootschap naar het strategisch en coördinerend hoofdkwartier van de groep Q. Z verleent administratieve en ondersteunende diensten op het vlak van management, finance, product development, human resources (HR) en marketing aan X, de operationele vennootschap van de groep Q. Z volgt de laatste markttrends nauwgezet op ten behoeve van de ganse groep. Dit vertaalt zich uiteindelijk in een aangepast productaanbod. Z realiseert hiermee een substantiële omzet. Om deze administratieve en ondersteunende diensten te verlenen stelt Z personeel tewerk.

## Vennootschap Y

**9**. De aandelen van vennootschap Y worden gehouden door de natuurlijke personen A en B (die elk 1 aandeel van Y aanhouden) en vennootschap Z. Vennootschap Z heeft door middel van een onderhandse verkoop deze aandelen in Y verworven van X. Vennootschap Z heeft hiervoor geen schuldfinanciering afgesloten.

**10**. De vennootschap voert activiteit E uit. Y stelt geen personeel tewerk.

## Vennootschap W

**11.** Vennootschap W werd opgericht door de natuurlijke personen A en B (die elk 1 aandeel in W aanhouden) en vennootschap Z.

**12**. De vennootschap voert activiteit F uit. W stelt geen personeel tewerk.

## Vennootschap V

**13**. Vennootschap V werd opgericht door de natuurlijke personen A en B (die elk 1 aandeel in V aanhouden) en vennootschap Z.

**14**. Vandaag voert deze vennootschap geen activiteit meer uit en stelt deze geen personeel tewerk.

## Vennootschap S

**15**. Vennootschap S werd opgericht door vennootschap X en een externe partner. Recent heeft X de aandelen van de externe partner overgenomen waardoor zij momenteel de enige aandeelhouder van S is. X heeft hiervoor geen schuldfinanciering afgesloten.

**16**. S is een ICT-vennootschap die instaat voor de ontwikkeling, het onderhoud en het beheer van ICT-systemen. Onder meer X maakt gebruik van deze diensten. S stelt personeel tewerk.

## Vennootschap U

**17**. De aandelen van vennootschap U worden gehouden door de natuurlijke personen A en B (die elk 1 aandeel aanhouden) en vennootschap Z. Deze vennootschap heeft enkele jaren geleden vennootschap R door middel van fusie overgenomen.

**18**. Vennootschap U houdt momenteel de terreinen en gebouwen van de groep Q aan. Het vastgoed wordt aan de groep ter beschikking gesteld. Vennootschap U stelt geen personeel tewerk.

## Vennootschap T

**19**. De vennootschap T werd opgericht door de natuurlijke personen A en B (die elk 1 aandeel in T aanhouden) en vennootschap Z. De vennootschap voert activiteit G uit.

**20**. De vennootschappen U en T zijn verder niet betrokken bij de geplande herstructurering.

### *II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichtingen*

**21**. In het kader van voormelde bedrijfseconomische context is de groep Q op het punt gekomen om de operationele activiteiten, die verspreid zijn over de verschillende groep Q entiteiten, te centraliseren.

## STAP 1

**22**. In een eerste fase van de beoogde reorganisatie zal X de aandelen in Y, V en W overnemen van de natuurlijke personen A en B. Zij houden immers in de drie voormelde vennootschappen elk 1 aandeel aan om aan de vereiste pluraliteit van aandeelhouders voor naamloze vennootschappen te voldoen.

**23**. De overdracht zal plaatsvinden tegen de kapitaalwaarde van elk aandeel.

**24**. Er wordt geopteerd om de prijs vast te stellen op basis van de kapitaalwaarde van de betrokken vennootschappen zodat, gelet op de zeer beperkte bedragen, geen (kostelijke) waarderingsverslagen moeten worden opgesteld. Vanuit die optiek wordt ook voor een verkoop en niet voor de inbreng van de aandelen geopteerd, zodat het opstellen van een waarderingsverslag kan worden vermeden.

**25**. Na de beoogde overdracht van aandelen en de omgekeerde moeder-dochterfusie van Z in X (cf. stap 2) zal X alle aandelen (d.i. 100%) in de hiervoor vermelde vennootschappen aanhouden.

## STAP 2

**26**. Vennootschap Z is haar rol als pure holdingvennootschap ontgroeid. Zij levert diensten op het vlak van management, finance, product development, HR en marketing aan X en realiseert een aanzienlijke omzet. Een fusie door overneming waarbij X haar moedervennootschap Z overneemt, is aangewezen vanuit economisch en administratief oogpunt. Inderdaad, doordat X de grootste en belangrijkste vennootschap is van de groep Q, worden op deze manier de administratieve lasten zoals het wijzigen van btw-nummers, het opnieuw aanvragen van douanevergunningen (m.i.v. het douane-entrepot), aanpassen van lopende contracten, aanschrijven van klanten en leveranciers tot een minimum herleid.

**27**. Voormelde omgekeerde moeder-dochterfusie waarbij X haar moedervennootschap Z overneemt, zal worden doorgevoerd overeenkomstig artikel 671 W. Venn. De aandeelhouders van Z zullen hun aandelen omwisselen tegen nieuw uitgegeven aandelen door X.

**28**. Het volledige vermogen van Z zal ten gevolge van de fusie overgaan naar X. Dit vermogen omvat een participatie in X. Ten gevolge van de omgekeerde moeder-dochterfusie zal X bijgevolg eigen aandelen verwerven. Deze zullen onmiddellijk worden vernietigd.

**29**. Vennootschap X zal tevens de participaties die Z aanhoudt in Y, W en V verwerven middels de voorgenomen fusie. Deze vennootschappen worden met andere woorden dochtervennootschappen van X. Inderdaad, X wordt eigenaar van alle aandelen in Y, W en V gelet op het feit dat X in de eerste fase van de reorganisatie de minderheidsparticipatie van de natuurlijke personen A en B heeft overgenomen. Bovendien verwerft X een meerderheidsparticipatie in vennootschappen U en T. De natuurlijke personen A en B behouden elk 1 aandeel in deze twee laatste vennootschappen om aan de vereiste pluraliteit inzake aandeelhouders te voldoen.

**30**. De geplande fusieverrichting zal plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden waarbij deze retroactiviteit tegenstelbaar is aan de belastingadministratie.

## STAP 3

**31**. In een derde fase van de beoogde reorganisatie wordt een geruisloze fusie doorgevoerd overeenkomstig artikel 676 W.Venn. waarbij X haar dochtervennootschappen Y, W, V en S overneemt.

**32**. Naar aanleiding van deze geruisloze fusies zullen de activiteiten van Y, W, V en S in de toekomst worden uitgeoefend door X zonder verdere noemenswaardige wijzigingen. Deze transacties zullen leiden tot een administratieve vereenvoudiging en tot kostenbesparingen en synergiën aangezien alle operationele en ondersteunende activiteiten door middel van de hierboven beschreven herstructurering zullen worden geïntegreerd in één enkele vennootschap.

**33**. De geplande fusieverrichtingen zullen plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden waarbij deze retroactiviteit tegenstelbaar is aan de belastingadministratie.

## III. Beslissing

### *III.A. Inkomstenbelastingen*

*III.A.1. Inzake de toepassing van artikel 90, 9°, WIB 92 (voorafgaandelijke verkoop van aandelen)*

**34**. De geplande verkoop door de aanvragers–natuurlijke personen van hun aandelen Y, V en W aan X, vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

**35**. De aandelen van de betrokken vennootschappen behoren tot het privévermogen van de aanvragers-natuurlijke personen.

**36.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan de geplande verkoop, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van privévermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92:

**36.1** de aandelen van Y, V en W zijn reeds van bij de oprichting van deze vennootschappen in het bezit van de aanvragers-natuurlijke personen;

**36.2** het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

**36.3** de verkoop door de aanvragers-natuurlijke personen beperkt zich telkens tot 1 aandeel van de drie betrokken vennootschappen;

**36.4** de verkoop van aandelen laat toe dat in een daaropvolgende fase de fusies door overneming van Y, V en van W door X kunnen plaatsvinden volgens de vereenvoudigde procedure van een geruisloze fusie;

**36.5** gelet op de bezitsduur, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico’s en de prijszetting (kapitaalwaarde) is geen sprake van enigerlei speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92.

*III.A.2. Inzake de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 (fusie)*

**37**. De verschillende operationele activiteiten binnen de groep sluiten nauw bij elkaar aan en zitten om historische redenen verspreid over verschillende vennootschappen. Met het oog op efficiëntie wensen de natuurlijke personen A en B een eenvoudiger groepsstructuur te bekomen waarbij de operationele vennootschappen worden samengevoegd. De rationalisering van de groep wordt tevens doorgevoerd met het oog op bijkomende investeringen in de toekomst. De aanvragers-natuurlijke personen hebben uitdrukkelijk bevestigd dat de groep niet langer nood heeft aan een holdingvennootschap en dat zij dan ook niet de bedoeling hebben om in de toekomst opnieuw een holdingvennootschap op te richten waaraan de aandelen van X zouden worden overgedragen.

**38**. Vennootschap U wordt niet bij de fusie betrokken omdat de groep het vastgoed niet wil onderwerpen aan het ondernemingsrisico. Vennootschap T wordt evenmin betrokken bij de fusie omwille van onafhankelijkheidsvereisten.

**39**. De aanvragers hebben bevestigd dat de fusies geen impact zullen hebben op de tewerkstelling binnen de groep Q. Op lange termijn wordt verwacht dat de reorganisatie zelfs een positieve impact zal hebben op de tewerkstelling.

**40**. De fiscale gevolgen van de fusies kunnen als volgt worden samengevat:

**40.1** behalve V zijn alle betrokken vennootschappen winstgevend en beschikken ze allen over een belastbare basis;

**40.2** behalve V beschikt geen enkele betrokken vennootschap over fiscaal overgedragen aftrekbare bestanddelen (overgedragen verliezen, overgedragen aftrek voor risicokapitaal, overgedragen investeringsaftrek, DBI-overschotten);

**40.3** V beschikt over een beperkt bedrag aan overgedragen aftrek voor risicokapitaal en overgedragen fiscale verliezen. De overgedragen aftrek voor risicokapitaal wordt naar aanleiding van de fusieverrichtingen in stap 3 niet beperkt (artikel 212 WIB 92). De overgedragen fiscale verliezen van V zullen in stap 3 beperkt worden op basis van artikel 206, § 2, WIB 92 zowel naar aanleiding van de fusie waarbij V wordt overgenomen door X als bij de daaropvolgende geruisloze fusie(s) waarbij X optreedt als overnemende entiteit. Ten gevolge hiervan zullen nagenoeg alle overgedragen fiscale verliezen van V verloren gaan;

**40.4** de fusieverrichtingen hebben een voor de groep negatieve impact op de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal;

**40.5** bij de overnemende vennootschap X zijn geen vrijgestelde reserves aanwezig waarvoor nog wederbeleggingsverplichtingen gelden. De fusies hebben aldus geenszins als doelstelling om de investeringen van de ene vennootschap aan te wenden als geldige herbelegging ten name van de andere vennootschap;

**40.6** er zijn geen openstaande schulden bij Z die verband houden met de verwerving van de aandelen van één van de te fuseren dochtervennootschappen. Daarenboven heeft Z voldoende belastbare basis om de interestlasten op haar schulden zelf in mindering te brengen van haar eigen belastbare inkomsten;

**40.7** er zijn geen openstaande schulden bij X die verband houden met de verwerving van de aandelen van S. Daarenboven heeft X voldoende belastbare basis om de interestlasten op haar schulden zelf in mindering te brengen van haar eigen belastbare inkomsten;

**40.8** gelet op de aard van de activa (enkel vorderingen en liquiditeiten), de afwezigheid van vrijgestelde reserves en de huidige aandeelhoudersstructuur (op 2 aandelen na zijn alle aandelen in het bezit van Z) ten name van V, kan worden aangenomen dat de fusie door overneming van V door X niet tot doel heeft een aanzienlijke belasting te ontwijken die ingeval van een belastbare invereffeningstelling van deze vennootschap verschuldigd zou zijn.

**41**. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de fusieverrichtingen plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

**42**. De aanvragers hebben bevestigd dat de fusies zullen worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen. De overnemende vennootschap X is een Belgische vennootschap.

**43**. Bijgevolg kunnen de fusieverrichtingen plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel als bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

*III.A.3. Inzake de toepassing van artikel 264, eerste lid, 2°, tweede gedachtestreepje, WIB 92 (vernietiging van eigen aandelen verkregen bij fusie)*

**44**. Naar aanleiding van de fusie door overneming van Z door X, zal X eigen aandelen verkrijgen die onmiddellijk zullen worden vernietigd. Op fiscaal vlak wordt geacht een dividenduitkering plaats te vinden ten belope van het verschil tussen de fiscale waarde van de eigen aandelen en het gedeelte van het gerevaloriseerde gestorte kapitaal dat de verkregen aandelen vertegenwoordigen. Aangezien de fusie vanuit het perspectief van de vennootschapsbelasting onder de toepassing valt van artikel 211, §1, WIB 92 (zie randnummer 51), zal overeenkomstig artikel 264, eerste lid, 2°, tweede gedachtestreepje, WIB 92 op deze dividenduitkering geen roerende voorheffing verschuldigd zijn.

*III.A.4. Inzake de toepassing van artikel 90, 9°, WIB 92 (omruiling van aandelen bij fusie)*

**45**. De omruiling door de aanvragers–natuurlijke personen van hun aandelen van Z naar aanleiding van de fusie waarbij deze vennootschap zal worden overgenomen door X, vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

**46**. De aandelen van Z behoren tot het privévermogen van de aanvragers-natuurlijke personen.

**47**. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan de geplande verrichting, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van privévermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92:

**47.1** de aandelen van Z zijn reeds van bij de oprichting van deze vennootschap in het bezit van de aanvragers-natuurlijke personen;

**47.2** het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

**47.3** de fusie waarbij X haar moedervennootschap Z zal overnemen, kadert in de vereenvoudiging van de bestaande groepsstructuur. De aanvragers-natuurlijke personen hebben uitdrukkelijk verklaard dat de groep niet langer nood heeft aan een holdingvennootschap en dat zij dan ook niet de bedoeling hebben om in de toekomst opnieuw een holdingvennootschap op te richten waaraan de aandelen van X zouden worden overgedragen;

**47.4** de meerwaarde die bij de ruilverrichting van de aandelen zal worden gerealiseerd is, gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico’s, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92.

*III.A.5. Inzake de toepassing van een boekhoudkundige retroactiviteit bij de fusies*

**48**. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag, inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

**48.1** met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maand, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

**48.2** en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

**49**. De aanvragers hebben bevestigd dat de fusieverrichtingen in principe zullen plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit die de termijn van zeven maanden niet zal overschrijden

**50**. In het kader van de in randnummer 56.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op de maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). De aanvragers hebben bevestigd dat van de betrokken vennootschappen enkel V beschikt over een uiterst beperkt bedrag aan fiscaal overgedragen verliezen. Bovendien hebben de aanvragers bevestigd dat er geen uitzonderlijke verrichtingen zullen plaatsvinden die een wezenlijke impact zouden hebben op de fiscale nettowaarde van de betrokken vennootschappen met het oog op de toepassing van artikel 206, § 2, WIB 92.

**51**. Derhalve kan de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting worden aanvaard.

### *III.B. Registratierechten*

**52**. Volgens artikel 117, § 1, W.Reg. is het bij artikel 115 en 115*bis* W.Reg. bepaalde recht niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit van goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.

**53**. Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde dat:

**53.1** de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen, en

**53.2** eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.

**54**. Artikel 120 W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, wordt onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115bis en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117 W.Reg.

**55**. In het kader van de voorgenomen reorganisatie vinden er twee basisverrichtingen plaats:

**55.1** enerzijds een omgekeerde moeder-dochterfusie van Z in X, en

**55.2** anderzijds geruisloze fusies van Y, W, V en S in X.

**56**. Bij al deze verrichtingen zal de inbreng worden gedaan door een Belgische vennootschap. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng gedaan wordt door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

**57.** De inbreng ingevolge de omgekeerde moeder-dochterfusie wordt tevens uitsluitend vergoed in aandelen in die zin dat de overnemende vennootschap X geen opleg in geld betaalt. Hierdoor is voldaan aan de tweede voorwaarde van artikel 117, § 1 W.Reg. Het feit dat bij de geruisloze fusies geen nieuwe aandelen worden uitgegeven, vormt sinds het arrest van het [Hof van Cassatie van 9 maart 2006](https://juriel.be/fr/jurisprudence/proces-verbal-contestation-contrainte-obligations-cassation-bruxelles-2006-03-09-840a) geen bezwaar voor de toepassing van artikel 117, § 1, W.Reg.

**58.** Vermits echter tevens passiva worden overgedragen, moet in principe rekening worden gehouden met de toepassing van artikel 120, eerste lid, W. Reg., de zogenaamde gemengde inbreng op basis waarvan a rato van het passief evenredige rechten verschuldigd zijn. In hetzelfde artikel 120 W. Reg. en meer bepaald in het derde lid wordt echter een uitzondering voorzien voor het geval de universaliteit van de goederen wordt ingebracht. Vermits dit laatste in casu telkens het geval is, kan artikel 117, § 1, W. Reg. toch onverkort worden toegepast en zijn de geplande fusieoperaties vrijgesteld van evenredige registratierechten.

### *III.C. BTW*

**59**. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

**60**. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch Btw-Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) en [29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) van de Richtlijn 2006/112/EG.

**61**. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret), Zita Modes Sarl vs. Administration de l’enregistrement en des domaines heeft het Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” aldus moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

**62**. Voor de bestanddelen die door X worden overgenomen van de onderscheiden vennootschappen, kan de DVB vaststellen dat dit telkens een geheel vormt dat op zichzelf de overnemer in staat stelt een autonome economische activiteit uit te oefenen. Telkens worden immers alle activa- en passivabestanddelen van de overgenomen vennootschappen (Z, Y, W, V en S) door de fusie ingebracht in X.

**63**. Rekening houdend met het feit dat X bovendien een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdrachten zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken, vinden de hierboven beschreven overdrachten aan X telkens plaats onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.

## Textes cités

5

[CTVA art. 11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) 2 occurrences

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 2 occurrences

[directive TVA 2006/112 art. 19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) 1 occurrence

[C-497/01, arrêt du 27 novembre 2003](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret) 1 occurrence
