---
title: "Décision anticipée 2016.256 · Construction et exploitation d’un parc éolienne"
description: "Construction et exploitation d’un parc éolienne, Territoire belge, Zone Economique Exclusive. Décision anticipée belge n° 2016.256 du 21 juin 2016."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2016-256-construction-exploitation-parc-eolienne-territoire-7307"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Construction et exploitation d’un parc éolienne, Territoire belge · Construction et exploitation d’un parc éolienne - Territoire belge - Zone Economique Exclusive - Travaux immobiliers - Autoliquidation - Report de paiement généralisé - Régime du report de la perception vers le cocontractant pour les travaux immobiliers

**Numéro**

2016.256

**Date**

21 juin 2016

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

94 paragraphes

Fiche du SPF Finances

*TVA*

*Construction et exploitation d’un parc éolienne* · *Territoire belge – Zone Economique Exclusive* · [*Article 1, § 3 du C.TVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1) · *Travaux immobiliers* · [*Article 1, § 9 du C.TVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1) *et* [*article 19, § 2 du C.TVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19) · *Autoliquidation* · *Report de paiement généralisé* · [*Article 51, § 2, premier alinéa, 5° du C.TVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-51) · *Régime du report de la perception vers le cocontractant pour les travaux immobiliers* · [*Article 51, § 4 du C.TVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-51) *et* [*article 20 de l’AR n° 1*](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588)

## Résumé

Sur la base du Code de la TVA et de la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord, on peut considérer que dans le chef de la société X, les transactions entrantes et sortantes sont censées avoir lieu sur le territoire d’application de la TVA de la Belgique. Par conséquent, il n’y a pas lieu de faire de distinction entre les opérations qui ont lieu à l’intérieur de la zone des 12 milles et à l’extérieur de la zone des 12 milles, mais dans la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord.

Vu les circonstances factuelles, les éoliennes doivent être considérées comme des biens immobiliers de par leur nature en tant que bâtiments au sens de l’[article 1er, § 9 du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1), c’est-à-dire toute construction incorporée au sol.

La construction d’un parc à éoliennes offshore a trait à ce qu’il est convenu d’appeler un travail immobilier au sens de l'[article 19, § 2 du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19), de sorte que les contrats qui prévoient la livraison des éléments du parc à éoliennes à la société X, tombent dans le champ d'application - selon le cas - soit des articles [51, § 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-51) du Code de la TVA et 20 AR n° 1, soit de l’[article 51, § 2, 5° du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-51) (report de paiement généralisé)

Les prestations que la société X va recevoir parmi un des contrats susmentionnés, en ce compris de la fameuse gestion complète, sont qualifiées d’une seule et même prestation de service complexe qui doit être portée au compte de la société X dans sa totalité, avec l’application de 21% de TVA.

Les prestations d’entretien des différents fournisseurs-entrepreneurs auxquels la société X fait appel pour la construction du parc à éoliennes, peuvent chacune être entièrement portées en compte à la société X en appliquant le report de TVA au sens - selon le cas - soit des articles [51, § 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-51) du Code de la TVA et 20 AR n° 1, soit de l’[article 51, § 2, 5° du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-51).

La société précitée X peut, selon les règles normales, porter intégralement en déduction, la TVA perçue sur la construction et l’exploitation du parc à éoliennes.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. Deze aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te verkrijgen waarin wordt bevestigd dat:

· de investering betrekking heeft op zgn. werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2 W.BTW zodat de contracten voor Loten 1, 2, 3A en 3B, die voorzien in de levering met installatie van de onderdelen van de investering aan X NV, binnen het toepassingsgebied vallen - al naargelang van het geval - van hetzij de artikelen 51, § 4 W.BTW en 20 KB nr. 1, hetzij artikel 51, § 2, 5° W.BTW;

· de installatiewerkzaamheden (inclusief transport) onder Lot 1 door Y NV voor rekening van de in België gevestigde en voor btw-doeleinden geregistreerde leverancier (met installatie) van Lot 1, d.i. een onderdeel van de investering, voor het geheel in rekening kan gesteld worden met toepassing van verlegde btw in de zin van de artikelen 51, § 4 W.BTW en 20 KB nr. 1;

· de installatiewerkzaamheden (inclusief transport) onder Lot 2 door Z1 en Z2 voor rekening van W NV voor het geheel in rekening kan gesteld worden met toepassing van verlegde btw in de zin van - al naargelang van het geval - hetzij artikel 51, § 2, 5° W.BTW, hetzij de artikelen 51, § 4 W.BTW en 20 KB nr. 1;

· de installatiewerkzaamheden (inclusief transport) onder Lot 3B door een in België gevestigde vennootschap (hierna “Z5”) voor rekening van de niet in België gevestigde leverancier (met installatie) van Lot 3B, d.i. een onderdeel van de investering, plaatsvindt in België en voor het geheel met Belgische btw in rekening moet worden gesteld aan de niet in België gevestigde leverancier (tenzij deze laatste in België voor btw-doeleinden geregistreerd is via de aanstelling van een individueel aansprakelijk vertegenwoordiger);

· de installatiewerkzaamheden (inclusief transport) onder Lot 3B die in België gevestigde vennootschappen (hierna “Z3” en “Z4”) in onderaanneming uitvoeren voor Z5 voor het geheel in rekening mag gesteld worden met toepassing van verlegde btw in de zin van de artikelen 51, § 4 W.BTW en 20 KB nr. 1;

· de prestaties die X NV ontvangt onder Lot 3C, inclusief het zgn. full beheer, kwalificeren als één complexe dienstprestatie die in haar geheel aan X NV in rekening dient gesteld te worden met toepassing van 21% btw;

· de O&M prestaties van de verschillende leveranciers van Loten 1, 2, 3A en 3B elk voor het geheel aan X NV in rekening mogen gesteld worden met toepassing van verlegde btw in de zin - al naargelang van het geval - van hetzij artikelen 51, § 4 W.BTW en 20 KB nr. 1, hetzij artikel 51, § 2, 5° W.BTW;

· X NV de btw geheven op de bouw en exploitatie van de investering integraal in aftrek kan nemen.

## II. Omschrijving van de beoogde verrichtingen

### II.A. Voorstelling van de aanvragers

2\. X NV is de in België gevestigde en voor btw-doeleinden geregistreerde vennootschap die zal instaan voor de ontwikkeling en de exploitatie van de investering. X NV heeft hiervoor de nodige vergunningen ontvangen.

3\. W NV is een in België gevestigde en voor btw-doeleinden geregistreerde vennootschap en zal een deel van de activiteiten zoals hierna omschreven in onderaanneming uitvoeren.

4\. Y NV is een in België gevestigde en voor btw-doeleinden geregistreerde onderneming en zal een deel van de activiteiten zoals hierna omschreven in onderaanneming uitvoeren.

5\. Bepaalde deelaspecten van de bouw van de investering zullen worden uitgevoerd door één of meer (andere) vennootschappen van de Z groep. Gemakkelijkheidshalve worden deze entiteiten geduid als Z 1, Z 2, Z 3 enz.

### II.B. Voorstelling van de feiten

6\. Onder het X project engageert X NV zich tot het ontwikkelen en uitbaten van de investering.

#### II.B.1. Inkomende handelingen

7\. De bouw van de investering is opgedeeld in 5 Loten.

Voor het ontwerp, de constructie, de levering, de installatie, het testen en het in gebruik stellen van elk van de Loten, d.i. de onderdelen/ componenten van de investering, zal X NV een beroep doen op Belgische en internationale leveranciers en aannemers met ruime ervaring.

##### II.B.1.1. Loten 1, 2, 3A en 3B

8\. Onder Loten 1, 2, 3A en 3B zullen elk van de respectieve leveranciers instaan voor de levering en de installatie van de onderdelen/componenten van de investering.

9\. De leveranciers kunnen bepaalde deelaspecten van de bouw uitbesteden aan derde partijen/andere vennootschappen. Dit zal in het bijzonder het geval zijn voor de installatie (inclusief transport) van bepaalde onderdelen van de investering die zal worden uitgevoerd door Z1, Z2, Z3, Z4, Z5, Y NV en W NV.

##### II.B.1.2. Lot 3C

10\. X NV zal een contract aangaan met de transmissienetbeheerder (hierna aangeduid als “TNB”).

11\. Onder het contract zal de TNB een kabel leggenen deze aansluiten op het transmissienet, een shunt reactor bouwen alsook het ‘full-size’ beheer van de aansluitingsinstallaties voor haar rekening nemen.

12\. De TNB zal aan X NV voor het gebruik/beheer van de aansluitingsinstallaties zowel capex als opex vergoedingen met toepassing van btw in rekening stellen.

##### II.B.1.3. ‘Operation and Maintenance’ voor Loten 1-3B

13\. Het O&M van Lot 1 zal onder een apart contract worden verzorgd door de leverancier (met installatie) van de onderdelen van Lot 1. Onder dit contract zal de opdrachtnemer ertoe gehouden zijn (vrije vertaling) "alles (te doen) wat nodig is om de installaties functioneel te houden zodanig dat de productie kan worden behouden. Het hoofdvoorwerp van het O&M contract betreft werk in onroerende staat. Voor het O&M van Lot 1 betaalt X NV een jaarlijkse vaste vergoeding.

14\. Het O&M voor Loten 2-3B maakt thans nog het voorwerp uit van onderhandelingen. Ook hier is de verwachting dat het O&M zal verzorgd worden door de respectieve leveranciers (met installatie) van de betrokken Loten.

Redelijkerwijze mag worden verwacht dat ook de handelingen inhoudelijk vergelijkbaar zullen zijn met deze van de Lot 1 O&M dienstverlener, t.t.z. geplande en niet geplande interventies, onderhoud en herstellingen, inspecties, het leveren van wisselstukken, logistieke dienstverlening, ‘remote diagnostic services’ en periodieke rapporteringen op het vlak van O&M. Ook hier betreft het hoofdvoorwerp van de O&M contracten werk in onroerende staat.

#### II.B.2. Uitgaande handelingen

15\. In het kader van Project X, zal X NV inkomsten genereren uit enerzijds de verkoop van opgewekte elektriciteit en anderzijds de verkoop van groenestroomcertificaten.

16\. Volledigheidshalve merken de aanvragers op dat X NV thans geen van btw-vrijgestelde (onroerende of financiële) handelingen stelt en zulks ook niet anticipeert te doen.

## III. Beslissing

Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

### III.A. Inkomende handelingen

#### III.A.1. Loten 1, 2, 3A en 3B

17\. Gelet op enerzijds hun omvang en gewicht en anderzijds het feit dat zij duurzaam worden ingelijfd in de grond moeten de investeringen volgens de DVB beschouwd worden als onroerende goederen uit hun aard (*Btw-Commentaar*, nrs. 19/514 en 19/517) en als gebouwen ([Circulaire nr. 24/2002 van 06.12.2002](https://juriel.be/fr/circulaires/24-2002-aaf-immeuble-bati-42cf), punten 12 en 13) in de zin van artikel 1, § 9 W.BTW, t.t.z. ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden (zie ook Toelichting op de EU-btw-regels betreffende de plaats van een dienst voor diensten met betrekking tot onroerend goed die in 2017 in werking treden”, Europese Commissie, 26 oktober 2015, nrs. 64-66).

18\. De kabels en netwerkconnecties waarmee de investering wordt aangesloten op het netwerk dienen eveneens als onroerend uit hun aard (*Btw-Commentaar*, nr. 19/558) te worden beschouwd aangezien ook zij ingelijfd zijn in en vastgemaakt worden aan de grond en deel uitmaken van het netwerk dat in zijn geheel als onroerend uit zijn aard moet worden aangemerkt.

19\. Dit onroerend karakter breidt zich bovendien uit tot het toebehoren en de uitrustingen, die voor het gebruik van de investering noodzakelijk zijn en zonder dewelke de investering niet volledig zou zijn (*Btw-Commentaar*, nr. 19/553).

20\. Overeenkomstig artikel 19, § 2 W.BTW wordt verstaan onder werk in onroerende staat het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het inrichten en het afbreken, geheel of ten dele van een uit zijn aard onroerend goed, en de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt.

21\. Op basis van de omschrijving, het onderliggende contract van de Loten en de aangehaalde bronnen van btw-recht, is de DVB van oordeel dat het geheel van de handelingen verstrekt in het kader van de levering en installatie van de onderdelen van de investering voor rekening van X NV voor het geheel kwalificeert als werk in onroerende staat zoals bedoeld in artikel 19, § 2 W.BTW.

22\. Al naar gelang het geval, zal X NV conform hetzij artikel 51, § 2, 5° W.BTW, hetzij de artikelen 51, § 4 W.BTW en 20 KB nr. 1 de btw verschuldigd op deze transactie zelf moeten voldoen in haar btw-aangifte. Deze btw is meteen ook aftrekbaar overeenkomstig artikel 45, § 1, 1° W.BTW.

23\. Deze kwalificatie moet volgens de DVB ook worden weerhouden voor de vermelde diensten/kostenposten van Loten 2, 3A en 3B die op zich beschouwd geen werk in onroerende staat zijn. Volgens de DVB maken deze diensten/kosten geen afzonderlijke en onafhankelijke dienstprestaties uit maar zijn zij een integrerend deel van één globale handeling die in haar geheel voor btw-doeleinden onder het toepassingsgebied valt van artikel 19, § 2 W.BTW. Derhalve dienen deze handelingen dan ook onderworpen te worden aan hetzelfde btw-stelsel.

24\. Artikel 21, § 3, 1° W.BTW bepaalt dat werk in onroerende staat belastbaar is waar het onroerend goed is gelegen.

25\. De werken in onroerende staat met betrekking tot de investering worden zodoende overeenkomstig artikel 21, § 3, 1° W.BTW geacht in België plaats te vinden en zijn dus aan de Belgische btw onderworpen.

#### III.A.2. Lot 3C

26\. De DVB is van oordeel dat het geheel van de vergoedingen dat de TNB aan X NV in rekening zal brengen de tegenprestatie uitmaakt van één enkele complexe dienstprestatie bestaande in de algemene aansluiting op het elektriciteitsnet beheerd door de TNB, wat voor X NV cruciaal is om de door haar opgewekte elektriciteit verder te kunnen verhandelen.

27\. Dergelijke dienstprestatie dient volgens de DVB dan ook in haar geheel aan de btw onderworpen te worden.

28\. Deze stellingname geldt volgens de DVB ook voor alle elementen aanwezig in het contract, met name de eigenlijke installatie, de terbeschikkingstelling en de beheers- en onderhoudskosten. De economische drijfveer van X NV om het contract af te sluiten bestaat erin om de elektriciteit opgewekt verhandelbaar te kunnen maken door middel van een injectie in het hoogspanningsnet beheerd door de TNB. Een aansluiting op dit hoogspanningsnet dat te allen tijde goed functioneert moet dan in hoofde van X NV als één economische handeling beschouwd worden waarbij het kunstmatig zou zijn om deze op te splitsen in afzonderlijke transacties.

29\. De DVB is van oordeel dat de samengestelde handeling btw-matig moet beschouwd worden als een handeling die verband houdt met “het bieden van toegang tot het elektriciteitssysteem en het verrichten van transmissie- of distributiediensten via dit systeem en het verrichten van andere daarmee rechtstreeks verbonden diensten”. Deze omschrijving, die expliciet gebruikt wordt in het kader van artikel 21bis W.BTW, dekt het volledige contract. Dit maakt dat deze handeling in casu integraal aan Belgische btw is onderworpen.

30\. Op basis van wat voorafgaat en rekening houdend met het feit dat X NV in het kader van onderhavig project uitsluitend aan de btw onderworpen handelingen stelt, besluit de DVB dat de TNB als schuldenaar van de btw aan X NV over het geheel van voornoemde capex en opex vergoedingen btw dient aan te rekenen als tegenprestatie van één enkele complexe of samengestelde dienstprestatie bestaande in de algemene aansluiting op het elektriciteitsnet en dat X NV op grond van artikel 45, § 1, 1° W.BTW die btw ook rechtmatig en integraal in aftrek kan nemen.

#### III.A.3. ‘Operation and Maintenance’ voor Loten 1-3B

31\. In de opvatting van de DVB houden de O&M werkzaamheden voor Loten 1-3B rechtstreeks verband met een uit zijn aard onroerend goed. Dit standpunt wordt bevestigd door de huidige Belgische administratieve doctrine maar ook door de “Toelichting op de EU-btw-regels betreffende de plaats van een dienst voor diensten met betrekking tot onroerend goed die in 2017 in werking treden” (zie artikel 31bis Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1042/2013 van de Raad tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 wat betreft de plaats van een dienst). De werkzaamheden hebben allen betrekking op het X vastgoedproject. In het licht van wat voorafgaat, dienen deze prestaties voor btw-doeleinden dan ook gelokaliseerd te worden daar waar het onroerend goed gelegen is op grond van artikel 21, § 3, 1° W.BTW.

32\. De essentie van de O&M werkzaamheden bestaat erin de onderdelen van de investering functioneel in bedrijf te houden en daarvoor al het nodige, interventies, herstellingen, enzovoort te doen.

33\. Een dergelijke doelstelling sluit nauw aan bij de definitie van onderhouds/herstellingswerken of eventueel zelfs verbeteringswerken zoals bedoeld in artikel 19, § 2 W.BTW, t.t.z. handelingen stellen/uitgaven maken die de economische waarde van een bestaand bedrijfsmiddel behouden *(Btw-Handleiding*, tekstversie 01.02.2015, nr. 393). Het begrip "herstellingen" onderstelt werk dat noodzakelijk is om een bestaand bedrijfsmiddel te kunnen blijven gebruiken, zonder dat het werk de waarde van het bedrijfsmiddel verhoogt, wat rendement, capaciteit of levensduur betreft (vooral door gebruik van beter geschikte of duurzamere materialen), of zonder dat het door zijn omvang in feite de vernieuwing of zelfs maar de gedeeltelijke verbouwing van een bedrijfsmiddel tot gevolg heeft (Beslissing nr. E.T. 7885 van 06.09.1972).

34\. Het hoofdvoorwerp van de betrokken O&M contracten betreft dan ook werk in onroerende staat in de zin van 19, § 2 W.BTW. Op basis van de argumentatie hoger uitgewerkt omtrent complexe of samengestelde prestaties is de DVB van oordeel dat de O&M werkzaamheden - die in essentie het in gebruik houden/onderhouden van de verschillende Loten beogen - niet artificieel mogen/kunnen worden uitgesplitst en dat zij één homogeen btw-stelsel moeten ondergaan.

35\. Om eenvormigheid in de heffing te bewerkstelligen, is de DVB het eens met het standpunt van de aanvragers dat met betrekking tot O&M onder Loten 1 en 2 het geheel van prestaties aan X NV mag worden gefactureerd met verlegging van heffing in toepassing van [artikel 20 KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588).

36\. Bij wijze van vereenvoudiging heeft de administratie in het verleden immers al toegestaan dat, wanneer een verbintenis handelingen tot voorwerp heeft waarvan er sommige onder de toepassing vallen van [artikel 20 KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588), en andere niet, de regeling van de verlegging van de heffing mag worden toegepast voor het geheel (Beslissing nr. E.T. 37148 van 26.11.1980). Het is duidelijk dat in dat geval de betrokken partijen de verplichtingen moeten nakomen die hen door de [aanschrijving nr. 3/1979](https://juriel.be/fr/circulaires/3-1979-a81e) worden opgelegd ([Aanschrijving nr. 3/1979](https://juriel.be/fr/circulaires/3-1979-a81e), punt 19).

37\. Deze administratieve tolerantie kan met zekerheid worden toegepast voor zover het hoofdvoorwerp van het contract een door de regeling van de verlegging van de heffing beoogde handeling uitmaakt, quod in casu (Beslissing nr. E.T. 84160 van 12.06.1995).

38\. In het licht van wat voorafgaat, is de DVB van oordeel dat X NV de Belgische btw verschuldigd op de O&M prestaties onder Loten 1 en 2 zelf zal voldoen in haar btw-aangifte in toepassing van artikel 51, § 4 W.BTW en [artikel 20 KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588). Deze btw is meteen ook aftrekbaar overeenkomstig artikel 45, § 1, 1° W.BTW.

39\. Gegeven dat de (vermoedelijke) O&M leveranciers onder Loten 3A en 3B niet in België gevestigd zijn, zal X NV overeenkomstig artikel 51, § 2, 5° W.BTW de Belgische btw verschuldigd op deze prestaties zelf moeten voldoen in haar btw-aangifte. Deze btw is meteen ook aftrekbaar overeenkomstig artikel 45, § 1, 1° W.BTW.

#### III.A.4. Installatie (inclusief transport) van de onderdelen van de investering

40\. Gelet op hun aard is de DVB van oordeel dat de installatie (inclusief transport) van de onderdelen kwalificeert als werken in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2 W.BTW. Deze transacties vinden volgens de DVB voor btw-doeleinden plaats daar waar het onroerend goed gelegen is.

41\. In de mate dat zowel de leverancier als de ontvanger van de prestaties in België gevestigd en voor btw-doeleinden geregistreerd zijn (d.i. gehouden zijn om periodieke btw-aangiften in te dienen), dient de installatie (inclusief transport) aan de ontvanger te worden gefactureerd met toepassing van verlegde btw op grond van de artikelen 51, § 4 W.BTW en 20 KB nr. 1.

42\. In de mate dat de leverancier van de prestaties niet in België is gevestigd en de ontvanger wel in België is gevestigd en gehouden is tot het indienen van periodieke btw-aangiften, dient de installatie (inclusief transport) aan de ontvanger te worden gefactureerd met toepassing van verlegde btw op grond van artikel 51, § 2, 5° W.BTW. In de mate dat de ontvanger van de prestaties niet in België is gevestigd en voor btw-doeleinden niet is geregistreerd via de aanstelling van een individueel aansprakelijk vertegenwoordiger, dient de installatie (inclusief transport) aan de ontvanger te worden gefactureerd met toepassing van btw op grond van artikel 51, § 1, 1° W.BTW.

### III.B. Uitgaande handelingen

#### III.B.1. Verkoop van elektriciteit

43\. De verkoop van de middels de investering opgewekte elektriciteit aan een in België gevestigde leverancier van elektriciteit is een aan de btw onderworpen handeling.

44\. X NV geniet derhalve volgens de normale regels integraal recht op aftrek van de btw geheven van de bouw en exploitatie van de installatie.

#### III.B.2. Verkoop van groenestroomcertificaten

45\. De verkoop/verhandeling van groenestroomcertificaten is een btw-belaste dienst in de zin artikel 18, § 2, tweede lid, 7° W.BTW ([Beslissing nr. E.T. 113.522 van 26.02.2008](https://juriel.be/fr/decisions-administratives/e-t-113-522-prestations-services-taux-commercialisation-certificats-41de); Mond. Vr. nr. 4-313 MARTENS van 22.05.2008, *Hand.*, Senaat, 2007-2008, nr. 4-30, p. 71).

46\. X NV geniet derhalve recht op aftrek van de betrokken input btw volgens de normale regels.

## Textes cités

5

[CTVA art. 51](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-51) 6 occurrences

[AR no 1 art. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588) 4 occurrences

[CTVA art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1) 3 occurrences

[CTVA art. 19](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19) 2 occurrences

règlement 1042/2013 art. 31bis 1 occurrence

## Doctrine administrative

2

[Décisions anticipées 2](https://juriel.be/fr/rulings/2016-256-construction-exploitation-parc-eolienne-territoire-7307/documents?type=decisions-anticipees)

« … considère également que d'autres facteurs peuvent être pris en compte pour évaluer s'il n'est pas facile de démonter ou de déplacer un ouvrage, comme une technique spéciale de démantèlement ou l'ampleur des coûts qui y sont associés(11). ---------- \[(11) Décision anticipée n° 2016.256 du 21.06.2016 et décision anticipée n° 2018.0708 du 02.10.2018.\] ---------- III. C.2.2. Application au cas d’espèce 83. Le demandeur souhaite obtenir en substance la confirmation que les actifs relatifs au parc de batteries électriques, à savoir les … »

[Surcoûts d’emprunt, Article 198/1 CIR 92](https://juriel.be/fr/rulings/2024-0606-isoc-surcouts-emprunt-article-198-eb3c) Décision anticipée 08.10.2024

[Voir les 2 documents](https://juriel.be/fr/rulings/2016-256-construction-exploitation-parc-eolienne-territoire-7307/documents)
