---
title: "Décision anticipée 2015.639 · Base d’imposition, Valeur normale"
description: "Base d’imposition, Valeur normale. Décision anticipée belge n° 2015.639 du 8 novembre 2016."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2015-639-base-imposition-valeur-normale-contrepartie-86cf"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Base d’imposition, Valeur normale · TVA : Base d’imposition - Valeur normale - La contrepartie est une prestation qui ne consiste pas uniquement en une somme d’argent - Le droit à déduction - Art. 26 du CTVA - Art. 32 du CTVA - Art. 33 du CTVA - Art. 45 du CTVA - DROIT D’ENREGISTREMENT

**Numéro**

2015.639

**Date**

8 novembre 2016

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

83 paragraphes

Fiche du SPF Finances

*TVA*

*Base d’imposition* · *Valeur normale* · *La contrepartie est une prestation qui ne consiste pas uniquement en une somme d’argent* · *Le droit à déduction* · [*Art. 26 du CTVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-26) · [*Art. 32 du CTVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-32) · [*Art. 33 du CTVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-33) · [*Art. 45 du CTVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45)

*DROIT D’ENREGISTREMENT*

## Résumé

La société X construira une nouvelle usine de traitement des déchets et créera un service de traitement des déchets avec cette usine pour entre autres A.

Étant donné que la contrepartie pour le service de traitement des déchets octroyée à A ne consistera pas uniquement en une somme d’argent, la valeur normale doit être utilisée pour déterminer la base du service de traitement des déchets. D’éventuelles adaptations doivent être étayées sur la base des pratiques économiques courantes et non sur la base des rapports entre la société X et A.

De ce fait, la société X a un droit complet à déduction de la TVA imputé sur les frais de construction de l’usine.

L’usine de traitement des déchets peut être amortie sur la durée de vie économique estimée de 33 ans.

La convention contenant constitution d'un droit de superficie sans redevance annuelle ne donne lieu qu'à la perception du droit fixe général si une redevance normale est due à l’expiration du droit de superficie et sans *animus donandi* dans le chef du propriétaire du terrain qui a concédé le droit de superficie.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1**. De aanvraag sterkt ertoe om een voorafgaande beslissing te bekomen m.b.t. de volgende punten:

**1.1**. Inzake BTW (artikelen 26, 32, 33 en 45 W. BTW)

\- overeenkomstig de artikelen 26, 32 en 33 W. BTW moet als maatstaf van heffing voor de afvalverwerkingsdienst verleend door vennootschap X aan A de “normale waarde” (zoals bepaald overeenkomstig artikel 32 W. BTW) worden gebruikt;

\- Vennootschap X heeft, overeenkomstig artikel 45, § 1, 1° W. BTW, een recht op aftrek van de BTW aangerekend op de bouwkosten;

**1.2**. Inzake inkomstenbelasting (artikelen 26, 79 en 207 WIB/92)

\- de nieuwe GFT-afvalverwerkingsinstallatie mag/moet worden afgeschreven over de geraamde economische levensduur van 33 jaar zodat de resterende boekwaarde bij afloop van het opstalrecht van 20 jaar …);

\- indien A bij afloop van het opstalrecht aan VENNOOTSCHAP X een bedrag betaalt gelijk aan de resterende boekwaarde bij afloop van het opstalrecht (per hypothese gelijk aan de werkelijke waarde van de installatie op dat moment) zal de betaling van dat bedrag door A niet als een (toegekend of ontvangen) abnormaal of goedgunstig voordeel in de zin van de artikelen 26, 79 en 207 worden beschouwd;

**1.3**. Inzake registratierechten (artikelen 83 en 84 W.Reg.).

\- de overeenkomst houdende vestiging van een recht van opstal geeft *in casu* enkel aanleiding tot de heffing van het algemeen vast recht.

## II. Omschrijving van de verrichtingen

**2**. A is een intergemeentelijk samenwerkingsverband waarin gemeenten hun krachten bundelen voor de ophaling en de verwerking van huishoudelijk afval.

**3**. Voor de verwerking van het GFT-afval heeft A zich in het verleden beperkt tot het ophalen van GFT-afval en de verwerking daarvan uitbesteed aan vennootschap X.

**4**. Vennootschap X is een special purpose vehicle dat werd opgericht met als doel het GFT-afval ingezameld door A te verwerken. Er bestaat evenwel geen exclusieve dienstverleningsrelatie tussen A en vennootschap X omdat er ook afval wordt aangevoerd door derden.

**5**. Aangezien de thans bestaande afvalcentrale niet langer meer zal kunnen worden gebruikt, moet een nieuwe afvalcentrale worden gebouwd. Om economische redenen, met name een aanzienlijke vermindering van transportkosten, zal de nieuwe afvalcentrale worden gebouwd op een andere, beter gelegen site waarvan A eigenaar is. A zal deze nieuwe afvalcentrale niet zelf bouwen maar aan de bouwheer van de afvalcentrale een recht van opstal verlenen en een deel van de bouwkost financieren.

**6**. A heeft in dit kader een openbare aanbesteding uitgeschreven voor de bouw en de uitbating van een nieuwe GFT-afvalverwerkingsinstallatie.

**7**. Op basis van deze openbare aanbesteding heeft A deze opdracht toegewezen aan vennootschap X, de vennootschap die momenteel reeds het GFT-afval verwerkt.

**8**. In het kader van de onderhandelingen omtrent de nieuw te sluiten exploitatieovereenkomst zijn A en vennootschap X overeengekomen om op de volgende wijze te werken:

\- A verleent een (gratis) recht van opstal aan vennootschap X voor 20 jaar op de grond waarvan A eigenaar is;

\- A verleent leningen aan vennootschap X voor een termijn van 20 jaar waarop een marktconforme interestvoet wordt aangerekend:

\- Vennootschap X bouwt de nieuwe afvalverwerkingsinstallatie op de grond van A en schrijft de installatie af over de geraamde economische levensduur van 33 jaar zodat de resterende boekwaarde bij afloop van het opstalrecht … € bedraagt.

\- Gedurende 20 jaar zal vennootschap X deze afvalverwerkingsinstallatie exploiteren tegen facturatie aan A van een prijs per ton (op basis van een exploitatie-overeenkomst afgesloten met A);

\- Vermits de afval geen waarde heeft, zal A de afval niet factureren aan vennootschap X;

\- De prijs per ton die vennootschap X aan A factureert, zal twee prijscomponenten omvatten: (a) de operationele kosten (personeel, kosten van verwerking, variabele kosten zoals elektriciteit,...) en (b) de doorrekening van de investeringskost die vennootschap X ten laste neemt in het kader van de bouw van de installatie (de afschrijving van de installatie over een termijn van 33 jaar en de financieringskost (inclusief interesten) verbonden met de bouw van de installatie). Deze prijs zal worden gefactureerd met BTW (afvalverwerkingsdiensten onderworpen aan de BTW);

\- A zal bij afloop van het recht van opstal (20 jaar) de resterende boekwaarde van de installatie aan vennootschap X betalen bij wijze van schuldvergelijking met de eerste lening die vennootschap X op dat moment aan A moet terugbetalen.

**9**. A heeft op een voorafgaande beslissing gekregen waarin wordt bevestigd dat zij aan de rechtspersonenbelasting onderworpen blijft, meer bepaald dat zij vanaf boekjaar 2015 (aanslagjaar 2016) bij toepassing van artikel 220, 3° WIB/92 aan de rechtspersonenbelasting is onderworpen.

## III. Beslissing

## *A. BTW*

*A.1. Maatstaf van heffing van de afvalverwerkingsdienst verleend door vennootschap X aan A*

**10**. De aanvrager wenst zekerheid over de maatstaf van heffing van de afvalverwerkingsdienst die vennootschap X zal verlenen aan A.

**11**. Overeenkomstig [artikel 26 van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-26) wordt voor de levering van goederen en de diensten de belasting berekend over alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt, of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van die handelingen verband houden.

Tot de maatstaf van heffing behoren onder meer de sommen die de leverancier van het goed of de dienstverrichter aan degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt in rekening brengt als kosten van commissie, verzekering en vervoer, ongeacht of zulks al dan niet bij een afzonderlijke debetdocument wordt gedaan of ingevolge een afzonderlijke overeenkomst.

Belastingen, rechten en heffingen moeten eveneens in de maatstaf van heffing worden opgenomen.

**12**. Vennootschap X zal voor de afvalverwerkingsdienst niet uitsluitend worden vergoed in geld.

**13**. [Art. 33, § 3 van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-33) bepaalt dat bij ruil, en meer algemeen, wanneer de tegenprestatie niet uitsluitend uit een geldsom bestaat, de prestatie voor de berekening van de belasting op haar normale waarde wordt berekend.

**14**. *In casu* zal vennootschap X de btw over de afvalverwerkingsdienst verleend aan A dienen te berekenen over de normale waarde.

**15**. Overeenkomstig [artikel 32 van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-32) wordt als normale waarde beschouwd het volledige bedrag dat een afnemer in de handelsfase waarin de levering van goederen of de dienst wordt verricht, bij eerlijke concurrentie zou moeten betalen aan een onafhankelijke leverancier of dienstverrichter op het grondgebied van het land waar de handeling belastbaar is, om de desbetreffende goederen of diensten op dat tijdstip te verkrijgen.

Indien er geen vergelijkbare verrichting voorhanden is, mag de normale waarde van een levering van goederen niet langer zijn dan de aankoopprijs van de goederen of van soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs, berekend op het tijdstip waarop die levering wordt verricht, en, met betrekking tot een dienst, een waarde die niet lager is dan de door de belastingplichtige voor het verrichten van die dienst gemaakte uitgaven.

**16**. Vennootschap X zal de normale waarde van de afvalverwerkingsdienst verleend aan A als volgt vaststellen:

**16.1.1**. Hetzij op basis van de vergoeding voor de verwerking van GFT-afval die vennootschap X aan A aanrekent wanneer vennootschap X het aangevoerde GFT-afval in uitzonderlijke omstandigheden door onafhankelijke derden laat verwerken (met onderbouwde aanpassingen om rekening te houden met de verschillende omstandigheden van de verwerking door onafhankelijke derden);

**16.1.2**. Hetzij op basis van de vergoeding voor de verwerking van GFT-afval die vennootschap X aan onafhankelijke derden aanrekent wanneer deze derden GFT-afval aanleveren bij vennootschap X (met onderbouwde aanpassingen om rekening te houden met de verschillende omstandigheden van de verwerking voor onafhankelijke derden.

**17**. De DVB kan zich akkoord verklaren met bovenstaande methode. De eventuele aanpassingen van de normale waarde dienen onderbouwd te worden op basis van economisch gangbare praktijken "tussen onafhankelijke derden" en niet op basis van de verhoudingen tussen Vennootschap X en A.

*A.2. Recht op aftrek van de BTW op de bouwkosten in hoofde van vennootschap X*

**18**. Overeenkomstig [artikel 45, § 1, van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45), mag elke belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek brengen die werd geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

**19**. Vennootschap X zal de nieuwe afvalverwerkingsinstallatie aanwenden om afvalverwerkingsdiensten te verrichten. Deze diensten dienen overeenkomstig artikel 18, § 1, 1° aan de btw te worden onderworpen.

**20**. Vennootschap X geniet hierdoor op grond van [artikel 45, § 1, 1°, van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) een volledig recht op btw-aftrek van de btw op de bouwkosten van de nieuwe afvalverwerkingsinstallatie.

## *B. Inkomstenbelasting*

**21**. Overeenkomstig artikel 61, eerste lid, WIB 92 worden afschrijvingen als beroepskosten aangemerkt naar de mate dat ze gegrond zijn op de aanschaffings- of beleggingswaarde en voor zover ze noodzakelijk zijn en samengaan met een waardevermindering die zich in het belastbare tijdperk werkelijk heeft voorgedaan.

**22**. Uit Com.IB 92 nrs. 61/15 t.e.m. 61/19 volgt dat, alhoewel elke afschrijving uiteraard forfaitair en benaderend is, ze toch redelijk moet zijn, d.w.z. dat ze moet overeenstemmen met een waardevermindering die rationeel moet worden geraamd waarbij rekening wordt gehouden met alle factoren die bijdragen tot de waardevermindering en tijdens een bepaalde periode hun invloed hebben uitgeoefend. Onder die factoren onderscheidt men vooral de materiële slijtage, de economische of technologische veroudering en de buitengebruikstelling. De belangrijkheid van de materiële slijtage hangt af van de veelvuldigheid van het gebruik van de af te schrijven bestanddelen, de deugdelijkheid van het onderhoud en de omstandigheden waarin de activa moeten worden gebruikt. De belangrijkheid van de economische of technologische veroudering hangt af van de snelheid waarmee de activabestanddelen verouderen, de wijzigingen of vernieuwingen die de onderneming redelijkerwijze moet doen om met de vooruitgang van de technologie gelijke tred te houden of om met de gewijzigde economische of technologische omstandigheden rekening te kunnen houden en de gebruikswaarde van de bestanddelen van de onderneming. De belangrijkheid van de factor buitengebruikstelling zal afhangen van de vermoedelijke realisatiewaarde van de buitengebruikgestelde bestanddelen.

**23**. Het bedrag van de jaarlijkse afschrijving moet zo nauwkeurig mogelijk worden vastgesteld volgens de normale gebruiksduur van het af te schrijven bestanddeel (Com.IB 92 nr. 61/13).

**24**. *In casu* verleent A een (gratis) recht van opstal aan X voor 20 jaar op de grond waarvan A eigenaar is. X bouwt de nieuwe afvalverwerkingsinstallatie op de grond van A (geraamde bouwkost = 9.900.000 €) en schrijft de installatie af over de geraamde economische levensduur van 33 jaar (300.000 € per jaar).

**25**. Uit de overgemaakte informatie blijkt dat de afschrijving van de nieuwe afvalverwerkingsinstallatie over 33 jaar overeenstemt met de economische levensduur van de installatie.

**26**. De duur van het opstalrecht is onvoldoende lang om de uitgaven economisch volledig af te schrijven. Tussen de partijen werd een vergoedingsregeling getroffen. A zal bij afloop van het recht van opstal (20 jaar) de resterende boekwaarde van de installatie aan X betalen.

**27**. In artikel 6 van de Opstalwet(1) wordt bepaald dat de grondeigenaar bij het eindigen van het opstalrecht een vergoeding verschuldigd is ten bedrage van de waarde van de door de opstalhouder opgerichte gebouwen, werken of beplantingen. Deze waarde is de werkelijke waarde van de gebouwen, werken of beplantingen op het moment dat het recht verstrijkt. Bijgevolg kan worden aangenomen dat de gewone afschrijvingen over de economische levensduur van het onroerend goed zullen volstaan en dat dus niet over een kortere termijn moet worden afgeschreven om te voldoen aan de vereisten van het getrouwe beeld van de jaarrekening (CBN-advies 2015/5 - Zakelijke rechten op onroerende goederen: vruchtgebruik - opstalrecht - erfpachtrecht – erfdienstbaarheid).

**28.** De nieuwe GFT-afvalverwerkingsinstallatie kan worden afgeschreven over de geraamde economische levensduur van 33 jaar gelet op de onderbouwing hiervan door aanvrager en de vaststelling dat er bij afloop van het opstalrecht een ernstige vergoedingsregeling werd voorzien voor de opstallen.

**29**. Indien A bij afloop van het opstalrecht aan X een bedrag betaalt(2) gelijk aan de werkelijke waarde van de installatie op dat moment zal de betaling van dat bedrag door A niet als een (toegekend of ontvangen) abnormaal of goedgunstig voordeel in de zin van de artikelen 26, 79 en 207 WIB92 worden beschouwd. De beoordeling hieromtrent, met name of de voorziene vergoeding tegen de resterende boekwaarde overeenstemt met de werkelijke waarde, dient evenwel te gebeuren bij afloop van het recht van opstal.

---

*\[(1) Artikel 6 heeft een suppletief karakter zodat partijen er in hun overeenkomst van kunnen afwijken.*

*(2) Bij wijze van schuldvergelijking.\]*

---

## *C. Registratierechten*

*Vestiging recht van opstal – heffing*

**30**. De voorgenomen verrichting betreft de vestiging van een recht van opstal voor 20 jaar zonder jaarlijkse opstalvergoeding. De opstalhouder krijgt toelating van de opstalgever om een afvalverwerkingsinstallatie te bouwen.

**31**. Bij afloop van het recht van opstal zal de afvalverwerkingsinstallatie tegen betaling van een normale vergoeding op de grondeigenaar overgaan.

**32**. Circulaire nr. 8/2004 (Dos. EE/97.387) dd. 13.05.2004 bepaalt dat:

> “*Een overeenkomst houdende de vestiging van een recht van opstal zonder een jaarlijkse opstalvergoeding of met een “symbolische” (jaarlijkse) opstalvergoeding en met de bepaling dat de door de opstalhouder op te richten opstallen op het einde van het recht van opstal tegen de betaling van een normale vergoeding op de grondeigenaar zullen overgaan of zonder enige bepaling wat de latere vergoedingsregeling van de op te richten opstallen betreft (ingevolge artikel 6 van de Opstalwet van 10 januari 1824 is de grondeigenaar-opstalgever in dit geval gehouden om aan de opstalhouder een vergoeding voor de opgerichte opstallen te betalen op het einde van het recht van opstal):*
>
> *Dergelijke overeenkomst geeft in principe enkel aanleiding tot de heffing van het algemeen vast recht of tot de heffing van het evenredig recht van 2% op het samengevoegd bedrag van de overeengekomen “symbolische” (jaarlijkse) opstalvergoedingen en de aan de opstalhouder opgelegde lasten tenzij volgens de omstandigheden, in de bedoeling van de grondeigenaar-opstalgever, er een begiftigingsinzicht bestaat. Het evenredig schenkingsrecht is in dit geval verschuldigd op de te schatten waarde van het recht van opsta*l.”

**33**. Bij toepassing van voornoemde Circulaire geeft de overeenkomst, houdende vestiging van het recht van opstal, *in casu* enkel aanleiding tot de heffing van het algemeen vast recht.

## Textes cités

4

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 3 occurrences

[CTVA art. 26](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-26) 2 occurrences

[CTVA art. 32](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-32) 2 occurrences

[CTVA art. 33](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-33) 2 occurrences
