---
title: "Décision anticipée 2013.127 · Rubrique X du tableau B de l&#x27;annexe à l&#x27;AR 20"
description: "Rubrique X du tableau B de l'annexe à l'AR 20, Logement dans le cadre de la politique sociale. Décision anticipée belge n° 2013.127 du 11 juin 2013."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2013-127-taux-article-37-ctva-rubrique-8e8b"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Rubrique X du tableau B de l'annexe à l'AR 20 · Taux - Article 37 du CTVA - Rubrique X du tableau B de l'annexe à l'AR 20 - Logement dans le cadre de la politique sociale

**Numéro**

2013.127

**Date**

11 juin 2013

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

113 paragraphes

Fiche du SPF Finances

**Décision anticipée n° 2013.127 dd. 11.06.2013**

*Taxe sur la valeur ajoutée* · *Taux* · [*Article 37 du CTVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-37) · *Rubrique X du tableau B de l'annexe à l'AR 20* · *Logement dans le cadre de la politique sociale*

## Résumé

Les travaux immobiliers, que X réalisera pour et facturera à Y, en vue de la construction d'un bâtiment qui fera l'objet d'une location immobilière exemptée à l'université Z et sera gérée et exploitée par cette dernière comme décrit dans la demande et utilisée au moins pour 75% à titre de logement étudiant, peuvent bénéficier, à concurrence de 75%, du tarif réduit visé à la rubrique X, § 1, B du tableau B de l'annexe de l'AR n° 20 du 20 juillet 1970.

**La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.**

## I. Voorwerp van de aanvraag

## 1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen dat:

Ten belope van het gedeelte van het gebouw dat uitsluitend zal worden bestemd voor de huisvesting van studenten, het verlaagde btw-tarief van 12% zoals bedoeld in Rubriek X, Tabel B van de bijlage van het uitvoerings-KB nr. 20 genomen in uitvoering van [artikel 37 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-37), van toepassing is op de aannemingskosten (werk in onroerende staat) die X zal factureren aan de vennootschap Y, die het nieuw opgerichte gebouw ter beschikking zal stellen aan de universiteit Z, middels een overeenkomst inzake onroerende verhuur tussen Y en de Z die is vrijgesteld van btw krachtens [artikel 44 § 3, 2° Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44), terwijl enerzijds de werken niet rechtstreeks gefactureerd worden aan de Z als beheerder van de bedoelde studentenhuisvesting, maar anderzijds het btw-tarief wel rechtstreeks een impact zal hebben op de kostprijs van de terbeschikkingstelling in hoofde van de Z.

## II. Beschrijving van de voorgenomen verrichting

### *II.A. Achtergrond*

2\. Gezien de toenemende nood aan bijkomende studentenkamers, wenst de universiteit Z ook een beroep te doen op de privésector. Het is in dit verband dat de Z een overeenkomst beoogt te sluiten met de XY-groep voor de ontwikkeling en daaropvolgende terbeschikkingstelling aan de Z van een nieuw opgericht gebouw waarin studentenkamers zullen worden ondergebracht.

### *II.B. Omschrijving van de overeenkomst*

II.B.a. Wat betreft het gebouw

3\. Y zal X aanduiden als gedelegeerd bouwheer voor de effectieve oprichting van het gebouw op het betrokken perceel grond. X zal een beroep doen op derde aannemers voor de effectieve oprichting van het gebouw en zal vervolgens de oprichtingskosten (onroerende werken) factureren aan Y.

4\. Volgens de Intentieovereenkomst die partijen hebben afgesloten, kan de terbeschikkingstelling van het gebouw aan Z in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst juridisch worden gestructureerd als een huurovereenkomst of erfpachtovereenkomst met een looptijd van 27 jaar, die zal worden afgesloten met de projectvennootschap Y, thans onderdeel van de XY-groep. Partijen zijn overeengekomen dat de overeenkomst zal worden afgesloten als een langdurende onroerende verhuur. De overeenkomst zal ingaan bij de voorlopige oplevering van het gebouw en ten vroegste op de verwachte datum van eerste ingebruikneming.

5\. Het gebouw zal minstens gedurende de termijn van 9 jaar (cfr. hierna) door Z uitsluitend en voor het geheel worden aangewend voor huisvesting. Het gebouw zal voor minstens 75% worden gebruikt voor de huisvesting van studenten. De betrokken studenten kunnen genieten van alle voordelen die zijn voorbehouden aan universiteitsstudenten, zoals de toegang tot de universiteitsrestaurants. Maximaal 25% van het gebouw kan ook worden bestemd voor de huisvesting van tijdelijke personeelsleden van Z (b.v. doctoraatstudenten).

6\. In het kader van de overeenkomst met Y, gaat de Z vanaf het eerste jaar van gebruik de inspanningsverbintenis aan om een zo hoog mogelijke bezettingsgraad van de kamers te bereiken, waarbij zij al haar studenten de vrijheid en gelijke kansen zal bieden om in studentenresidenties naar hun keuze te verblijven. De verhuur van de studentenresidentie die het voorwerp uitmaakt van deze aanvraag wordt geïntegreerd in de verhuur van de studentenresidenties - algemeen beheer van Z (de niet-gesubsidieerde residenties) en Z zal t.a.v. deze studentenresidentie dezelfde verhuurhandelingen wat het aanbod betreft stellen als ze voor haar eigen studentenresidenties doet.

7\. Ingeval van structurele onderbezetting door een oorzaak op de studentenkamermarkt, zal de Z een voorstel lanceren om de bezettingsgraad te verhogen. Indien dit voorstel het beoogde doel niet bereikt, heeft Y het recht om de huurovereenkomst te beëindigen en zelf de nodige maatregelen te nemen om tot verhuur of herontwikkeling over te gaan. In ieder geval zal deze regeling pas na het 9e jaar van de verhuurovereenkomst uitwerking kunnen krijgen.

8\. De huurprijs en de kosten (met name de verhuur van het meubilair en het energieverbruik) worden jaarlijks op 15 september geïndexeerd. De terbeschikkingstelling van de kamers door de Z zal voldoen aan de kwaliteitseisen die gelden voor alle studentenhuisvestingsprojecten. Dit houdt concreet in dat het project moet beschikken over alle nodige collectieve voorzieningen, zoals gemeenschappelijke keukens, sanitair, een ontmoetingsruimte, enz. die het mogelijk maken dat de studenten in leefgroep kunnen wonen in het project .

9\. Y zal instaan voor de eigenaarsherstellingen en de Z voor de huurdersherstellingen overeenkomstig artikel 1720, 1754 e.v. B.W. Beide partijen mogen overeenkomstig artikel 1724 B.W. ook dringende werken aan het verhuurde gebouw uitvoeren (zowel aan de sociale kamers als de standaardkamers). De kosten voor deze dringende werken en de in artikel 1724, tweede lid B.W. bedoelde huurderving is voor rekening van de partij die contractueel deze werken dient uit te voeren.

## III. Vraagstelling en motivering van de aanvraag

### *III.A. Relevante fiscale regelgeving*

10\. [Artikel 37 § 1, eerste lid Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-37) luidt als volgt:

> "§ 1. Bij in Ministerraad overlegd besluit bepaalt de Koning de tarieven en geeft Hij de indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, rekening houdend met de door de Europese Gemeenschappen ter zake uitgevaardigde reglementering".

11\. [Artikel 37 § 1, eerste lid Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-37) is uitgevoerd via het KB nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de BTW en tot de indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven. Krachtens Tabel B, Rubriek X van de bijlage tot dit KB nr. 20 geldt de volgende regeling:

"X. Huisvesting in het kader van het sociaal beleid

§1. Het verlaagd tarief van 12 pct. is van toepassing op:

A) de leveringen van nagenoemde goederen bedoeld in [artikel 1, § 9](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1), van het Wetboek alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, wanneer die goederen bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid :

a) privéwoningen die worden geleverd en gefactureerd aan de provincies, de intercommunales, de gemeenten, de intercommunale openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de gemengde holdingmaatschappijen waarin de overheid een meerderheid heeft, en die door deze instellingen of maatschappijen worden bestemd om te worden verhuurd;

b) privéwoningen die worden geleverd en gefactureerd aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en die door deze centra worden bestemd om te worden verkocht;

c) privéwoningen die worden geleverd en gefactureerd door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;

d) woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten en die worden geleverd en gefactureerd aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren:

1° verblijfsinrichtingen voor bejaarden welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg;

2° internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen;

3° jeugdbeschermingstehuizen en residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand;

4° opvangtehuizen die in dag- en nachtverblijf thuislozen en personen in moeilijkheden huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid;

5° psychiatrische verzorgingstehuizen die op een duurzame wijze in dag- en nachtverblijf personen met een langdurige en gestabiliseerde psychische stoornis of mentaal gehandicapten huisvesten en die door de bevoegde overheid erkend zijn;

6° gebouwen waar, ten titel van een initiatief van beschut wonen erkend door de bevoegde overheid, het op een duurzame wijze huisvesten in dag- en nachtverblijf en het begeleiden van psychiatrische patiënten plaatsheeft;

B) werk in onroerende staat in de zin van [artikel 19, § 2, tweede lid](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19), van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, van tabel A met betrekking tot de onder A genoemde privéwoningen en woningcomplexen mits die worden verstrekt en gefactureerd aan de onder A genoemde publiekrechtelijke en privaatrechtelijke personen;

C) de in artikel 44, § 3, 2°, b, van het Wetboek bedoelde onroerende financieringshuur of onroerende leasing die betrekking heeft op de onder A bedoelde privéwoningen en woningcomplexen wanneer de leasingnemer een onder A genoemde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon is (In werking getreden op 1 januari 1994).

§ 2. Het verlaagd tarief van 12 pct. is in geen geval van toepassing op:

1° werk in onroerende staat en de andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties".

### *III.B. Toepassing op de onderhavige situatie*

III.B.a. Voorafgaande opmerkingen

III.B.a.1. Toepassing van de regeling 'medecontractant' ("btw-verlegd") zoals voorzien in [art. 20 §§ 1 en 3 KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588)

12\. Y is voor btw-doeleinden geïdentificeerd. Derhalve zal Y de btw op de oprichtingskosten voldoen overeenkomstig [art. 20 §§ 1 en 3 KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588), overeenkomstig het btw-tarief dat het voorwerp uitmaakt van deze vraagstelling.

III.B.a.2. Beperking van de toepassing van het verlaagde btw-tarief ten belope van het gedeelte van het gebouw dat wordt verhuurd aan studenten

13\. Volgens de tekst van Tabel B, Rubriek X van de bijlage tot dit KB nr. 20 is het verlaagde btw-tarief enkel van toepassing op "woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van (…), leerlingen en studenten". Zoals toegelicht onder punt 3.2. supra kan maximaal 25% van het gebouw ook ter beschikking worden gesteld aan personeelsleden van Z. Derhalve is de vraagstelling omtrent de toepassing van het verlaagde btw-tarief beperkt tot 75% van het gebouw dat wel uitsluitend aan studenten zal worden verhuurd volgens de beschreven modaliteiten.

III.B.b. De toepassing van het verlaagde BTW-tarief van 12% voorzien in Tabel B, Rubriek X van de bijlage tot het KB nr. 20 op de constructiekosten gefactureerd door X aan Y

14\. Overeenkomstig Tabel B, Rubriek X van de bijlage tot het KB nr. 20 is het btw-tarief van 12% van toepassing op werk in onroerende staat met betrekking tot woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, (…), gefactureerd aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren. Onder de bedoelde instelling werd oorspronkelijk verstaan, "welke ook zijn benaming (internaat, pensionaat, enz.) is, de instelling waar leerlingen en studenten, internen genoemd, in principe voor de volledige duur van hun studiejaar worden gehuisvest". "Dit begrip veronderstelt bijgevolg dat, naast de terbeschikkingstelling van de woongelegenheid op duurzame wijze huishoudelijke zorgen worden verstrekt aan de kostgangers om hen gedurende de tijd gewijd aan hun studies werkelijk een eigen woonst te verschaffen, naast hun familiale woning; de leerlingen en studenten die dagelijks naar huis terugkeren worden uiteraard niet aangemerkt als kostgangers van het internaat, zelfs niet indien ze bepaalde maaltijden op school gebruiken" .

De aanvragers hebben begrepen dat volgens het vaste administratieve standpunt, deze voorwaarde niet meer moet vervuld zijn om te kunnen spreken van een internaat in de zin van die bepaling.

15\. Letterlijk genomen, en voor zover alle andere voorwaarden vervuld zijn, is het verlaagde tarief van 12 % slechts van toepassing wanneer de onroerende handelingen worden verstrekt aan een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die het bedoelde woningcomplex beheert. Deze persoon dient in de regel eigenaar of huurder te zijn van het gebouw, of dient, meer algemeen, een zakelijk recht of een recht van genot op dat gebouw te bezitten.

16\. De onroerende werken zullen in casu evenwel niet rechtstreeks worden gefactureerd aan Z, maar aan Y.

17\. Y zal evenwel een gebruiksrecht vestigen ten aanzien van de Z, bij wijze van een verhuur.

Het gaat dus over een overeenkomst waarbij aan Z "voor een overeengekomen tijdsduur en onder bezwarende titel het recht verleend wordt, een onroerend goed te gebruiken als ware hij de eigenaar ervan en ieder ander van het genot van dat recht uit te sluiten", met andere woorden om een "betrekkelijk passieve activiteit, die enkel verband houdt met het tijdsverloop", zonder dat Y zich actief inlaat met het beheer van de studentenvoorzieningen . Derhalve zullen de huurvergoedingen zijn vrijgesteld overeenkomstig [artikel 44 § 3, 2° Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

18\. Een analoog geval heeft in het verleden reeds het voorwerp uitgemaakt van een Voorafgaande Beslissing .

In deze Voorafgaande Beslissing gaat het om de toepassing van dezelfde bepaling in een analoge situatie, maar dan met betrekking tot een bejaardentehuis. Bovendien omvatte de feitelijke context in de voormelde Voorafgaande Beslissing nog een extra 'stap', waarbij partij X het complex ter beschikking stelde van partij Y die het op haar beurt - dus pas in tweede instantie - ter beschikking stelde van de beheerder van het complex. Bovendien werd het gebruiksrecht dat X toestond aan Y, achteraf omgevormd van een verhuur in een erfpachtrecht.

19\. In de voormelde Voorafgaande Beslissing aanvaardt de Dienst Voorafgaande Beslissingen dat "om distorties te vermijden (…) het verlaagde btw-tarief eveneens kan gelden voor de persoon die, zonder exploitant te zijn van de inrichting, het zakelijk recht of het recht van genot dat hij bezit op het gebouw, overdraagt bij wijze van verhuur, aan de exploitant die de erkende inrichting beheert" . "Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief is het dus niet noodzakelijk dat de persoon die de opdrachtgever van de onroerende handeling is, tevens de hoedanigheid heeft van beheerder" . "Essentieel is dat de handeling rechtstreeks betrekking heeft op de exploitatie van erkende inrichtingen voor bejaarden (cfr. aanschrijving n° 12 van 10 oktober 1984, n° 20 en 21)" (onderlijning door de aanvrager).

20\. Bovendien bleek dat omwille van de doorrekening van de huurprijs aan de exploitant, "het toepasselijke btw-tarief een rechtstreekse invloed zal hebben op de door de exploitanten betaalde huurgelden" (onderlijning door de aanvrager).

21\. In het toen voorliggende geval werd dan ook aanvaard dat het verlaagde btw-tarief van toepassing was op de onroerende handelingen verstrekt aan een partij die zelf geen instelling was die verblijfsinrichtingen voor bejaarden beheert, maar die wel een recht van genot verleende aan een andere partij, die ook geen exploitant was, maar die het recht van genot op haar beurt weder overdroeg aan de daadwerkelijke exploitant van de inrichting.

22\. De onderhavige situatie is zo goed als identiek met de feiten in de voormelde Voorafgaande Beslissing. Het is zelfs zo dat in het onderhavige geval, er een 'stap' minder te onderkennen is tussen de partij die de onroerende werken verricht, en de uiteindelijke beheerder van de studentenvoorziening.

23\. Bovendien zal, omwille van de doorrekening door Z aan de studenten van de huurvergoeding die Y aan haar aanrekent, de overeenkomst ook tot gevolg hebben dat het btw-tarief op de onroerende werken rechtstreeks deze huurvergoeding zal beïnvloeden, ervan uitgaande dat Y de btw op de oprichtingskosten niet zal kunnen aftrekken aangezien het gebruiksrecht toegekend aan Z vrijgesteld is van btw overeenkomstig [artikel 44 § 3, 2° van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

24\. Ten slotte kan in subsidiaire orde ook erop worden gewezen dat dezelfde ratio legis, namelijk een koppeling van de toepassing van het verlaagde btw-tarief aan het feitelijke eindgebruik en niet zozeer aan de hoedanigheid van de persoon aan wie de factuur voor de onroerende werken wordt uitgereikt met het oog op het bekomen van dezelfde 'btw-kost', al lang wordt toegepast in het kader van de renovatie van woningen ouder dan 5/15 jaar .

## IV. Beslissing

Uit het door de DVB gedane onderzoek blijkt het volgende:

25\. Krachtens Tabel B, Rubriek X van de bijlage tot dit KB nr. 20 wordt geldt de volgende regeling:

"X. Huisvesting in het kader van het sociaal beleid

§1. Het verlaagd tarief van 12 pct. is van toepassing op:

A) de leveringen van nagenoemde goederen bedoeld in [artikel 1, § 9](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1), van het Wetboek alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, wanneer die goederen bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid :

a) (…)

b) (…)

c) (…)

d) woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten en die worden geleverd en gefactureerd aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren:

1° (…)

2° internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen;

3° (…)

4° (…)

5° (…)

6° (…)

B) werk in onroerende staat in de zin van [artikel 19, § 2, tweede lid](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19), van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, van tabel A met betrekking tot de onder A genoemde privéwoningen en woningcomplexen mits die worden verstrekt en gefactureerd aan de onder A genoemde publiekrechtelijke en privaatrechtelijke personen;

26\. In aanschrijving nr. 12 van 10 oktober 1984 omschrijft de administratie in randnummer 73 het begrip "internaat", zijnde de instelling waar leerlingen en studenten, internen genoemd, in principe voor de volledige duur van hun studiejaar worden gehuisvest. Dit begrip veronderstelt bijgevolg dat, naast de terbeschikkingstelling van de woongelegenheid op duurzame wijze huishoudelijke zorgen worden verstrekt aan de kostgangers om hen gedurende de tijd gewijd aan hun studies werkelijk een eigen woonst te verschaffen, naast hun familiale woning; de leerlingen en studenten die dagelijks naar huis terugkeren worden uiteraard niet aangemerkt als kostgangers van het internaat, zelfs indien ze bepaalde maaltijden op school gebruiken.

27\. Blijkens voetnoot 1 bij hoofdstuk VI, randnr. 144/2, II, A, 1), d), 2° van de btw-handleiding (versie 2012) is het trouwens zo dat de administratie niet langer eist dat de in punt 73 van aanschrijving nr. 12 van 10 oktober 1984 vermelde voorwaarden inzake het verstrekken van huishoudelijke zorgen aan de kostgangers (leerlingen of studenten) moeten vervuld zijn om te kunnen spreken van "internaten" in de zin van voormelde rubriek van KB nr. 20 .

28\. Met betrekking tot dit concreet dossier bevestigt de aanvrager onder meer dat:

1\. de Z het beheer en de exploitatie van onderhavige residentie ter hand zal nemen.

2\. het project zal moeten beschikken over alle nodige collectieve voorzieningen, zoals gemeenschappelijke keukens, sanitair, een ontmoetingsruimte, … die het mogelijk maken dat de studenten in leefgroep kunnen wonen in het project.

3\. (in tenminste 75% van de verblijfseenheden) slechts studenten zullen kunnen verblijven die ingeschreven zijn aan Z of een geassocieerde universiteit of hogeschool en die in gemeente B studeren;

4\. de student-huurders maaltijden zullen kunnen nuttigen aan studentenprijzen in de universiteitsrestaurants;

5\. er toezicht en begeleiding zal worden voorzien door de beheerders, subregenten en gangverantwoordelijken;

6\. de huurtermijnen maximaal 12 maanden zullen bedragen (normaal gezien startende midden september) hetgeen gericht is op studenten die huisvesting nodig hebben gedurende een academiejaar (incl. eventuele tweede zit);

7\. Z ten aanzien van deze studentenresidenties dezelfde verhuurhandelingen - wat het aanbod betreft - zal stellen als ze voor haar eigen studentenresidenties doet.

29\. Er wordt nog opgemerkt dat publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen, die scholen of universiteiten beheren, slechts genieten van het verlaagd tarief voor onroerende handelingen die betrekking hebben op de vertrekken gebruikt of bestemd om te worden gebruikt als huisvesting voor leerlingen en studenten in de internaten toegevoegd aan hun instelling. Wanneer het gebouw niet uitsluitend bestemd is voor de beoogde huisvesting en aldus lokalen omvat die worden gebruikt voor andere doeleinden, is het verlaagd tarief slechts van toepassing in de mate dat gebouw voor de beoogde huisvesting wordt gebruikt (z. randnrs. 17, 18, 71 en 75-77 van circulaire nr. 12 van 10 oktober 1984).

30\. In de bijlage bij de aanvraag wordt vermeld dat maximaal 25% van de wooneenheden van de residentie worden verhuurd aan tijdelijke (academische) personeelsleden.

31\. De Y is voor btw-doeleinden geïdentificeerd als een belastingplichtige die gehouden is btw-kwartaalaangiften in te dienen (z. art. 53, § 1, eerste lid, 2° W.BTW). In de mate de handelingen die X zal verrichten voor Y handelingen betreffen die bedoeld zijn in [artikel 19, § 2 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19) of in [art. 20, § 2, tweede lid van KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588) van 29 december 1992, zal Y overeenkomstig [artikel 20 van KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588) van 29 december 1992 schuldenaar zijn van de btw, zodat zij zelf de btw zal moeten voldoen via haar periodieke btw-aangifte.

32\. In onderhavig geval zal degene (in casu Y) aan wie de werken in onroerende staat worden verstrekt en gefactureerd niet de persoon zijn die het woningcomplex zal beheren. Hij zal het woningcomplex wel door middel van een langdurende verhuurovereenkomst ter beschikking stellen van de beheerder, in dit geval Z. De aanvrager bevestigt in dit verband dat het gaat over een vrijgestelde onroerende verhuur in de zin van [artikel 44, § 3, 2° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) en dat Z het gebouw zal beheren en exploiteren.

33\. Voor zover alle andere voorwaarden vervuld zijn, is het verlaagd tarief in principe slechts van toepassing wanneer de onroerende handeling wordt verstrekt aan een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die een bedoelde verblijfsinrichting beheert. Deze persoon dient in de regel eigenaar of huurder te zijn van het gebouw dienstig als verblijfsinrichting (internaat) of dient een zakelijk recht or recht van genot op dat gebouw te bezitten.

34\. Om distorsies te vermijden aanvaardt de administratie dat het voordeel van het verlaagd tarief eveneens kan gelden voor de persoon die, zonder exploitant te zijn van de inrichting, het zakelijk recht of recht van genot dat hij bezit op het gebouw overdraagt, inzonderheid bij wijze van verhuur, aan de exploitant die de inrichting beheert. Essentieel is dat de handeling rechtstreeks betrekking heeft op de exploitatie van de homes of internaten, onder de voorwaarden gesteld door de wetgeving.

35\. Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief is het dus niet noodzakelijk dat de persoon die de opdrachtgever van de onroerende handeling is, tevens de hoedanigheid van beheerder heeft. Essentieel is dat de handeling rechtstreeks betrekking heeft op de exploitatie van internaten (z. randnr. 19-21 van circulaire nr. 12 van 10.10.1984).

36\. Deze tolerantie is uiteraard niet van toepassing in geval van een onroerende financieringshuur zoals bedoeld in [artikel 44, § 3, 2°, b) WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) door een belastingplichtige aan de exploitant bedoeld in Rubriek X, § 1, A) van Tabel B van KB nr. 20 van 20 juli 1970 (z. in dit verband [circulaire nr. 1 van 02.02.1994](https://juriel.be/fr/circulaires/1-1994-1685)).

37\. Gegeven het feit dat de aanvragers bevestigen dat het gebouw door Y zal worden verhuurd aan Z, is het in dit concreet geval aannemelijk dat het toepasselijke btw-tarief een rechtstreekse invloed zal hebben op de door de exploitant betaalde huurgelden.

38\. Voor zover de in de aanvraag bedoelde aannemingswerken ter oprichting van onderhavige studentenresidentie, die X zal verrichten voor en factureren aan Y, werken in onroerende staat betreffen in de zin van [artikel 19, § 2, tweede lid WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19), met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6° van tabel B van de bijlage van KB nr. 20 van 20 juli 1970 en voor zover Y inderdaad het recht van genot dat zij bezit op het gebouw overdraagt aan Z, in casu bij wijze van verhuur, zonder dat er sprake is van een onroerende financieringshuur zoals bedoeld in [artikel 44, § 3, 2°, b) WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44), kan - gelet op de voorgelegde elementen in het dossier en op bovenstaande - op 75% van de maatstaf van heffing van die aannemingswerken het verlaagd tarief bedoeld in rubriek X, § 1, B) van tabel B van de bijlage van KB nr. 20 van 20 juli 1970 worden toegepast, terwijl op de overige 25% het normale tarief moet worden toegepast.

39\. Tot slot wordt nog opgemerkt dat het feit dat de overeenkomst tussen Y en Z voorziet dat Y, ingeval van structurele onderbezetting en nadat een voorstel van Z om bezettingsgraad te verhogen haar doel niet heeft bereikt, de verhuurovereenkomst ten vroegste na het negende jaar kan beëindigen om zelf de nodige maatregelen te nemen, in dit concreet dossier en gelet op de feitelijke elementen, geen afbreuk doet van de toepassing van het verlaagd tarief zoals hierboven beschreven.

\*

\* \*

Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel IV beslist het College van de DVB in zitting van 11 juni 2013 dat :

40\. gelet op de voorgelegde elementen in het dossier en op bovenstaande en voor zover:

1\. de in de aanvraag bedoelde aannemingswerken ter oprichting van onderhavige studentenresidentie, die X zal verrichten voor en factureren aan Y, werken in onroerende staat betreffen in de zin van [artikel 19, § 2, tweede lid WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19), met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6° van tabel B van de bijlage van KB nr. 20 van 20 juli 1970 ;

2\. Y inderdaad het recht van genot dat zij bezit op het gebouw overdraagt aan Z, in casu bij wijze van verhuur, zonder dat er sprake is van een onroerende financieringshuur zoals bedoeld in [artikel 44, § 3, 2°, b) WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44);

op 75% van de maatstaf van heffing van die aannemingswerken het verlaagd tarief bedoeld in rubriek X, § 1, B) van tabel B van de bijlage van KB nr. 20 van 20 juli 1970 kan worden toegepast, terwijl op de overige 25% het normale tarief moet worden toegepast.

## Textes cités

5

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 7 occurrences

[CTVA art. 19](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19) 5 occurrences

[AR no 1 art. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588) 4 occurrences

[CTVA art. 37](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-37) 4 occurrences

[CTVA art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1) 2 occurrences
