---
title: "Question parlementaire 24804 · Collecte de fonds"
description: "Collecte de fonds. Question parlementaire n° 24804 du 25 avril 2018 (Parlement fédéral belge)."
url: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/24804-collecte-fonds-orale-roel-deseyn-3902"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Collecte de fonds

**Numéro**

24804

**Date**

25 avril 2018

## Sur le document

**Collection**

Questions parlementaires

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

31 paragraphes

Question parlementaire orale n° 24804 de monsieur Roel Deseyn du 25.04.2018

**Chambre, Compte rendu intégral - Commission des Finances et du Budget, 2017-2018, CRIV 54 COM 878 du 25.04.2018, p. 16**

**(le texte n'existe qu'en néerlandais)**

*De occasionele fondsenwerving*

**Roel Deseyn**: Mijnheer de minister, deze vraag sluit nauw aan bij de vorige. De btw-regels voor financiële steunverwerving werden recentelijk verduidelijkt. U hebt ook al gesproken over het [artikel 44, § 2, 12° van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44), dat een tijd geleden werd aangepast. De [circulaire 2017/C/23](https://juriel.be/fr/circulaires/2017-c-23-concernant-exemption-visee-article-44-2169) heeft de draagwijdte ervan verder uitgeklaard.

Ook hier gaat het dus om schoolfeesten, mosselfestijnen, pannenkoekenverkopen en toneelvoorstellingen waarvan de opbrengsten gebruikt worden voor vrijgestelde activiteiten of voor een goed doel. Deelnamen aan initiatieven zoals de Warmste Week vallen dus eveneens onder de regels die hieronder worden toegelicht.

[Artikel 44, § 2, 12° van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) laat toe dat van de btw vrijgestelde instellingen of organisaties onder bepaalde voorwaarden ook vrijgesteld kunnen worden van het heffen van btw voor activiteiten waarmee zij financiële steun verwerven. Om van de btw vrijgesteld te zijn, moet de fondsenwerving tegelijkertijd aan de drie volgende voorwaarden voldoen. Ten eerste, ze moet worden georganiseerd door de vrijgestelde onderwijsinstelling zelf.

Ten tweede, ze moet occasioneel zijn. Ten derde, ze mag geen concurrentieverstoring veroorzaken.

Wat de tweede voorwaarde betreft, wordt het occasioneel karakter beperkt tot vier evenementen per jaar. Wij hebben net daarover van gedachten gewisseld. Daarbij worden zelfs acties voor goede doelen gerekend, ook al worden die niet georganiseerd voor de financiering van de eigen activiteiten als instelling of organisatie. Dat laatste maakt dat organisaties, als zij hun medemens willen helpen, als ik het zo caritatief mag uitdrukken, gefnuikt worden in hun organisatie doordat die acties worden aangerekend en zij eigenlijk verplicht worden om alleen maar fondsenwerving voor de eigen financiering te organiseren. Ik spreek over die vier. U hebt daarnet wat verduidelijking gegeven bij wat er al dan niet onder kan vallen, maar het behoort blijkbaar voor een stuk tot de administratieve praktijk.

Neem bijvoorbeeld schoolbesturen. In het pedagogisch project van veel scholen nemen initiatieven waarbij leerlingen zich inzetten voor goede doelen een prominente plaats in. Ik denk daarbij aan initiatieven in de sfeer van ontwikkelingssamenwerking, armoedebestrijding, de diverse samenleving en het milieu of, om het wat concreter te maken, aan Music for Life, de Warmste Week, een stratenloop voor Broederlijk Delen, Vredeseilanden enzovoort. De mogelijkheid om leerlingen aan goede doelen te laten participeren, wordt aangetast indien scholen verplicht worden om de btw-regels te laten toepassen bij het ontwikkelen van dergelijke initiatieven. Dat kan alleen maar leiden tot een verarming van het schoolgebeuren.

Mijnheer de minister, daarnet ging het over initiatieven en fondsen voor de school, in deze vraag gaat het specifiek over occasionele fondsenwerving voor derde organisaties, meestal caritatieve organisaties of projecten.

Is het volgens u werkelijk de bedoeling dat organisaties en instellingen verplicht worden om hun fondsenwerving voor goede doelen aan te rekenen op hun aantal mogelijke fondsenwervingen voor eigen financiering per jaar? Indien wel, fnuikt dat dan niet de solidariteit van die organisaties ten aanzien van relevante maatschappelijke problemen die de nodige aandacht en middelen vereisen?

Is het volgens u niet beter om zo'n fondsenwerving voor goede doelen sowieso buiten beschouwing te laten bij de beoordeling van het occasioneel karakter van de fondsenwerving in hoofde van de instelling of organisatie en eigenlijk te verklaren dat dit altijd als een vrijgestelde btw-activiteit kan worden beschouwd? Een deel van het antwoord liet u al doorschemeren in het antwoord op de vorige vraag. Het zou echter wel goed zijn, mocht men ex ante zeggen dat dit buiten het contingent van de vier activiteiten valt, zodat men daarover niet in dialoog moet treden. Dat moedigen wij aan, opdat men zich daarover geen zorgen zou moeten maken.

Deze vraag komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht gevallen. Bepaalde scholen hebben al problemen ondervonden op dit vlak. Dat leidt tot veel verspilde energie.

**Minister** **Johan Van Overtveldt**: Mijnheer Deseyn, zoals u zelf al aangaf, overlapt dit antwoord gedeeltelijk dat van de vorige vraag. Het lijkt me echter niet slecht om het antwoord hier exhaustief te geven. Ik weet dat bepaalde paragrafen zeer gelijkaardig zullen klinken.

De ontvangsten van occasionele fondsenwervingen door bepaalde, door [artikel 44 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) beoogde instellingen of verenigingen, zijn volgens de wettelijke bepalingen vrijgesteld van btw als aan de volgende drie voorwaarden cumulatief voldaan is. Ten eerste moet de activiteit door de instelling of vereniging zelf georganiseerd worden. Ten tweede mogen de opbrengsten van de activiteit uitsluitend ten goede komen aan de instelling of de vereniging. Ten derde mag de activiteit geen concurrentieverstoring veroorzaken ten opzichte van andere economische operatoren die gelijkaardige handelingen verrichten.

Wat de tweede voorwaarde betreft, heb ik reeds in mijn antwoord op een vraag van 6 mei 2015 gesteld dat, niettegenstaande de nationale en Europese btw-bepalingen, deze vrijstelling ook geldt als de opbrengsten niet ten goede komen aan de instelling of vereniging zelf maar worden aangewend voor de financiële steun van een goed doel. Ik wijs erop dat voorheen steunwervende activiteiten voor een goed doel buiten het bestek van de betrokken btw-vrijstelling vielen. Nu is dat dus niet meer het geval.

Mijn administratie heeft vervolgens het begrip "goed doel" zeer ruim omschreven in [omzendbrief 2017/C/23](https://juriel.be/fr/circulaires/2017-c-23-concernant-exemption-visee-article-44-2169) van 19 mei 2017. Onder een goed doel wordt namelijk verstaan "elke instelling, vereniging, fonds of natuurlijk persoon die zich, zonder commercieel oogmerk, inzet voor een project of werk op het vlak van gezondheid, welzijn, cultuur, natuur, milieu of internationale hulp."

Het is hierbij niet noodzakelijk dat de begunstigde van de ingezamelde middelen een erkenning geniet.

Voor de derde voorwaarde moet de fondsenwerving occasioneel van aard zijn en mag zij geen aanleiding geven tot concurrentieverstoring. Over de invulling van deze voorwaarde bestond lange tijd heel wat onduidelijkheid in de praktijk.

Hoeveel activiteiten mogen immers georganiseerd worden opdat er geen sprake is van concurrentieverstoring? Een keer per week, één keer per maand of één keer per jaar? Is er een maximale omzet die gerealiseerd mag worden?

Om die onzekerheid weg te nemen, heb ik de administratie gevraagd duidelijke spelregels vast te leggen. Ik verwijs daarvoor andermaal naar de circulaire die ik eerder genoemd heb, nr. 2017/C/23.

Vooreerst is de gerealiseerde omzet naar aanleiding van het evenement van geen enkel belang om deze voorwaarde te beoordelen. Mijn administratie gaat er bovendien van uit dat er sowieso geen sprake is van enige concurrentieverstoring indien de fondsenwerving hoogstens vier keer per kalenderjaar wordt georganiseerd. Bovendien wordt een evenement dat maximaal drie opeenvolgende dagen duurt, zoals ik daarnet al gezegd heb, slechts als één evenement beschouwd.

Zelfs als de fondsenwerving meer dan vier keer per kalenderjaar wordt georganiseerd, betekent dit uiteraard niet dat de vrijstelling vervalt. De instelling kan steeds contact opnemen met de bevoegde diensten van de administratie, die dan in overleg treden met de betrokkene en na kennis te hebben genomen van alle feitelijke elementen geval per geval zullen nagaan of er al dan niet sprake is van concurrentieverstoring.

Het bovenstaande indachtig ben ik er dan ook van overtuigd dat wij er door deze uiterst soepele toepassing van de btw-vrijstelling alles aan gedaan hebben om instellingen en verenigingen precies aan te moedigen evenementen te organiseren ter ondersteuning van het goede doel.

**Roel Deseyn**: Mijnheer de minister, de conclusie is uiterst positief. Er is geen enkele reden vanuit btw-perspectief om activiteiten niet te organiseren. U moedigt ze zelfs aan, wat een zeer positieve zaak is.

Eén ding wil ik wel nog meegeven, mijnheer de minister. De scholen hebben voor hun corebusiness al geen psychologen of logopedisten in dienst, laat staan dat zij een jurist hebben die dit allemaal kan uitpluizen.

Natuurlijk moeten de koepels hierin een rol spelen. Ik heb het niet nagegaan, maar misschien kunt u op de website in een sectorale communicatie voorzien voor het onderwijs. Misschien kunnen die circulaires op regelmatige tijdstippen ook vertaald of gebundeld worden in een cahier voor de scholen. Die vragen borrelen geregeld op. Men zit geregeld met die zorgen. Ik meen dat het een zware taak wordt als de directeurs dat er allemaal bij moeten nemen.

Een en ander kan ook op het niveau van de koepels worden gecommuniceerd. Het zou goed zijn dat er een *customer friendly* attitude zou zijn en dat deze informatie gepusht wordt, aangezien zij uiterst relevant is voor de dagelijkse werking van de scholen.

De bottomline is wel zeer positief: de scholen kunnen evenementen zonder btw-zorgen organiseren.

*L'incident est clos..*

## Textes cités

1

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 3 occurrences
