---
title: "Tribunal de première instance de Louvain, 14 janvier 2011"
description: "Tribunal de première instance de Louvain (Belgique), 14 janvier 2011."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-louvain-2011-01-14-efc8"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance de Louvain, 14 janvier 2011 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Louvain

**Date**

14 janvier 2011

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

54 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Louvain du 14.01.2011

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN - AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK. - twaalfde kamer

Rol nr. : **09/609/A**

Inzake :

**S. L.**, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen met burelen te 3000 Leuven, Professor Van Overstraetenplein

**eiseres,**

ter zitting vertegenwoordigd door meester **D.** loco meester **B. B.**, advocaat te …, … en meester **S.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, in de persoon van de heer inspecteur van het BTW-kantoor met burelen te 3001 Leuven, Philipssite 3A bus 1

**verweerder,**

ter zitting vertegenwoordigd door meester **C.**, advocaat te …, ….

## I. Procedure

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

De rechtbank nam onder meer kennis van :

\- het verzoekschrift op tegenspraak op 18 maart 2009 ter griffie neergelegd;

\- de neergelegde conclusies en stukken;

\- de overige stukken van het rechtsplegingsdossier.

De advocaten van partijen werden gehoord op de openbare zittingen van 7 mei 2010 en 12 november 2010, waarna de zaak in beraad werd genomen.

## II. De feiten

De stad Leuven is sinds 1 januari 1971 BTW-belastingplichtige.

De stad Leuven voert aan dat zij wel degelijk vanaf 1 januari 2005 tegen een welbepaalde prijs een dienst levert aan de drinkwatermaatschappij 1.

4 Op 30 juni 2005 werd tussen de **S. L.** en de **V. M. v. W.** (VMW) een overeenkomst afgesloten in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 27 juni 2005.

In de aanhef van deze overeenkomst wordt overwogen dat de gemeente … haar gemeentelijke saneringsplicht volledig zelf wil blijven uitvoeren en tot en met 31 december 2005 geen kosten voor de riolering wenst door te rekenen aan de VMW. De overeenkomst bepaalt dat de gemeente … belast wordt met de sanering op gemeentelijk vlak van het door de VMW aan haar abonnees geleverde water op het grondgebied van de gemeente en dat de gemeente …, tot een andersluidende gemeenteraadsbeslissing wordt genomen, geen kosten zal doorrekenen aan de VMW voor de afvoer van het door de VMW geleverde drinkwater via de riolering en dat de VMW bijgevolg, tot een andersluidende gemeenteraadsbeslissing wordt genomen, ook geen bijdrage voor de gemeentelijke saneringsplicht aan haar abonnees, zal doorrekenen in haar tarieven.

De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde duur met ingang van 27 juni 2005, datum van de gemeenteraadsbeslissing.

Op 13 december 2005 wordt tussen de stad … en de VMW een nieuwe overeenkomst afgesloten. Deze overeenkomst bepaalt dat de stad … en de VMW overeenkomen dat de VMW met ingang van 1 januari 2006 aan haar abonnees een bijdrage voor het opvangen en transporteren van het afvalwater naar de collectoren van NV **A.** zal aanrekenen. De VMW geeft opdracht aan de stad …, die aanvaardt, het afvalwater op te vangen en te transporteren naar de collectoren van **A.**. De VMW rekent aan haar abonnees op het grondgebied … een bijdrage voor de opvang en transport van het afvalwater naar de collectoren van **A.** en zal de netto-opbrengst van deze bijdragen aanwenden voor de vergoeding van de door de stad … aan de VMW geleverde diensten.

De overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2006.

De gemeenteraad van de stad … had op 28 november 2005 kennis genomen van het ontwerp van deze overeenkomst en heeft dit ontwerp toen goedgekeurd.

Op 18 december 2006 wordt tussen de stad … en de VMW een nieuwe overeenkomst afgesloten. Deze overeenkomst bepaalt dat zij de overeenkomsten van 30 juni 2005 en 13 december 2005 vervangt. Deze overeenkomst bepaalt nog steeds dat de stad … zal zorgen voor de opvang en het transport van het afvalwater. De VMW zal aan abonnees een bijdrage voor het opvangen en transporteren van het afvalwater aanrekenen "uiterlijk 1 januari 2005". De overeenkomst bepaalt dat de stad … via het systeem "derde betaler" kan betalen voor de abonnees en de eigen waterwinners (de verbruikers). Dit systeem zal worden toegepast vanaf 1 januari 2005 en dit voor onbepaalde duur. De gemeente kan via een beslissing van de gemeenteraad een einde stellen aan het systeem van derde betaler en dit vanaf het boekjaar volgend op de beslissing van de gemeenteraad. Als vergoeding van de door de stad … verrichte activiteit is de VMW aan de stad een vergoeding verschuldigd van de in dat jaar aan de verbruikers te factureren bijdragen, verminderd met het percentage dat de VMW inhoudt als vergoeding voor haar administratieve dienstverlening. Dit percentage bedraagt 5 %, of slechts 1 % als toepassing gemaakt wordt van de derde betalers regeling.

Deze overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2005 en wordt gesloten onder de opschortende voorwaarde van de goedkeuring ervan door de gemeenteraad.

De gemeenteraad van de stad … nam op de zitting van 18 december 2006 kennis van het ontwerp van deze overeenkomst en keurde het ontwerp op die datum goed.

5 Uit het overzicht van de door de gemeenteraad genomen beslissingen en de verschillende afgesloten overeenkomsten blijkt dat de stad … in 2005 geen belaste handelingen heeft gesteld met betrekking tot het opvangen en het transporteren van het afvalwater.

\_\_\_

1 Conclusie blz. 22, vierde alinea.

Op 27 juni 2005 en 28 november 2005 besliste de gemeenteraad nog dat voor 2005 geen vergoeding zou gevraagd worden, voor het opvangen en transporteren van het afvalwater. Op 28 november 2005 werd beslist dat de VMW vanaf 1 januari 2006 een bijdrage voor het opvangen en transporteren van het afvalwater zou aanrekenen aan de verbruikers, en aan de stad … een vergoeding zou betalen voor de door de stad … verrichte diensten. Pas vanaf 1 januari 2006 worden belaste handelingen verricht.

6 De overeenkomst van 18 december 2006 kan daaraan niets veranderen. Deze overeenkomst werd afgesloten éen jaar nadat de dienst geleverd werd. Op het ogenblik dat de dienst in 2005 geleverd werd bepaalde de overeenkomst dat de VMW of de gebruikers hiervoor geen vergoeding dienden te betalen. De overeenkomst van 18 december 2006 heeft hier in feite geen verandering in gebracht.

Het principe van de overeenkomst is dat de vergoeding waarop de stad … recht heeft voor de door haar verrichte prestaties betaald wordt door de verbruikers. De bijdrage van de verbruikers wordt gefactureerd en geïnd door de VMW. De VMW is aan de stad … een vergoeding verschuldigd gelijk aan de bijdragen die de verbruikers moeten betalen, verminderd met een percentage voor debiteurenrisico en administratiekosten.

In december 2006 kon voor 2005 geen bijdrage meer gevorderd worden van de verbruikers. Voor 2005 ontving de stad … dan ook geen vergoeding voor de door haar verleende diensten. De overeenkomst van 18 december 2006 bepaalt uiteindelijk dat de stad … aan zichzelf de vergoeding betaalt voor de door haar verrichte diensten. De stad … betaalt als derde betaler aan de VMW, die dit bedrag, onder aftrek van een percentage voor administratiekosten, terugbetaalt aan de stad …. Dergelijke transactie is geen dienstverlening ten bezwarende titel.

7 Nu de stad Leuven voor het jaar 2005 geen belaste handelingen heeft verricht, heeft zij ook geen recht op aftrek van de BTW die geheven werd op de aan haar geleverde goederen en verleende diensten, gebruikt voor deze ten kosteloze titel verrichte handelingen.

8 De stad … voert aan dat er geen reden is om haar de aftrek van de "historische" BTW te ontzeggen.

9 De betwisting tussen partijen betreft niet de aftrek van de "historische" BTW, maar enkel de aftrek van de BTW betaald op goederen en diensten aan de stad … geleverd of verleend in 2005.

De (inmiddels ingetrokken) beslissing nr. E.T. 18235 d.d. 10.11.1976 die handelt over deze "historische" BTW bepaalt dat de aftrek dient te worden gedaan op de wijze bepaald in de nummers 6 en 7 van de [aanschrijving nr. 29/1975](https://juriel.be/fr/circulaires/29-1975-deduction-785c). De stad … heeft de procedure voorgeschreven door de nummers 6 en 7 van de [aanschrijving nr. 29/1975](https://juriel.be/fr/circulaires/29-1975-deduction-785c) niet gevolgd en de in deze nummers voorgeschreven stukken worden ook niet overgelegd. De aftrekbare BTW werd ook niet opgenomen het vak herzieningen.

10 De opgelegde boete is in overeenstemming met de wet en in evenredigheid met de begane inbreuk. Er zijn geen redenen om deze te verminderen.

### Dispositif

## V. Uitspraak

Dit vonnis wordt gewezen op tegenspraak en in eerste aanleg.

De vordering is ontvankelijk maar ongegrond.

De rechtbank veroordeelt eiseres tot de kosten. Deze kosten moeten voor eiseres niet begroot worden omdat zij te haren laste blijven en worden voor verweerder begroot op … euro (rechtsplegingsvergoeding).

Dit vonnis is uitgesproken tijdens de gewone en openbare terechtzitting van de **12de kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op **14 januari 2011**.

De zetel is als volgt samengesteld :

**L. W.**, ondervoorzitter, alleenzetelend rechter

**M. L’E.**, griffier.

**M. L’E.** **L. W.**
