---
title: "Tribunal de première instance de Louvain, 3 mars 2006"
description: "Tribunal de première instance de Louvain (Belgique), 3 mars 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-louvain-2006-03-7074"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance de Louvain, 3 mars 2006 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Louvain

**Date**

3 mars 2006

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

60 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Louvain du 03.03.2006

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK, twaalfde kamer.**

## Zitting : 03 maart 2006

**eindvonnis**

**Rol nr. : 04/581/A**

inzake:

1\. **S. L.**, zaakvoerder, en zijn echtgenote

2\. **V. A. K.**, zonder gekend beroep, samenwonende te … (…), …

\- eisers, ter zitting verstek latend

tegen:

**de BONDSREPUBLIEK DUITSLAND**, vertegenwoordigd door haar Minister van Financiën en door de ontvanger van het Haptzollamt Osnabrück (Duitsland), gevestigd Zentrale Vollstreckungsstelle Nordhorn, ZV St Nordhorn, Postfach 16 49 te D-48505 NORDHORN op vervolging en benaarstiging door de Belgische Staat, in de persoon van de heer Minister van Financiën wiens kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12 in de persoon van de Rekenplichtige van de Federale Overheidsdienst FINANCIEN, Administratie van de BTW met kantoor te 3001 Leuven, Philipssite 3A bus 2

\- verweerder, ter zitting vertegenwoordigd door meester **C. M.** loco meester de **N. E.**, advocaat te 3000 Leuven, Rijschoolstraat 1/19.

\_\_\_

In deze zaak, in beraad genomen ter zitting van 6 januari 2006, spreekt de rechtbank volgend vonnis uit.

Gelet op de in regelmatige vorm voorgelegde stukken van de rechtspleging, inzonderheid :

\- het verzoekschrift op tegenspraak overeenkomstig artikel 1385decies van het Gerechtelijk Wetboek op 11 maart 2004 op de griffie neergelegd door **S. L.** en **V. A.**

\- de conclusie op 18 maart 2005 op de griffie neergelegd door de BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, vertegenwoordigd door haar minister van Financiën en door de ontvanger van het Hauptzollamt Osnabrück (Duitsland), op vervolging en benaarstiging van de BELGISCHE STAAT, in de persoon van de minister van Financiën, in de persoon van de rekenplichtige van de Federale Overheidsdienst Financiën, administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit

\- de conclusie op 14 november 2005 op de griffie neergelegd door **S. L.** en **V. A.**.

Gehoord de advocaat van de BELGISCHE STAAT ter openbare terechtzetting van 6 januari 2006, waarna de bundel met stavingsstukken van deze partij neergelegd werd en de zaak in beraad genomen werd.

**S. L.** en **V. A.** verschijnen niet noch iemand voor hen, alhoewel behoorlijk opgeroepen bij gerechtsbrief bij toepassing van artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek.

1\. Feiten en procesverloop.

**1.1.** De schatkist van de BONDSREPUBLIEK DUITSLAND vordert tegen **S. L.** en **V. A.**, hierna genoemd "eisers", de BTW ten bedrage van … EUR meer de interesten ten bedrage van … EUR, hetzij … EUR in totaal, in.

Het Hauptzollamt Osnabrück (Duitsland) richtte tot de BELGISCHE STAAT, hierna genoemd "verweerder'', een aanvraag tot invorderingsbijstand overeenkornstig de Richtlijn 76/308/EEG van de Raad van 15 maart 1976 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en belastingen, alsmede uit andere maatregelen, in Belgisch intern recht omgezet door de wet van 20 juli 1979.

De rekenplichtige van het ontvangkantoor van de BTW te Leuven vaardigde op 31 juli 2002 lastens eiser en zijn echtgenote, hierna genoemd "eiseres", een dwangbevel uit dat hen bij gerechtsdeurwaardersexploot van 23 september 2002 werd betekend.

Op 23 februari 2004 volgde een uitvoerend roerend beslag.

**1.2.** Eisers stelden op 11 maart 2004 een vordering in rechte in. Zij vorderen :

\- te zeggen voor recht dat het dwangbevel onregelmatig, onontvankelijk en nietig is

\- dienvolgens te zeggen voor recht dat de vordering en de dadelijke uitwinning die bij het dwangbevel zijn ingesteld, onregelmatig, nietig en derhalve onontvankelijk zijn

\- subsidiair, te zeggen voor recht dat de vordering van de eerstaanwezend inspecteur/ rekenplichtige/ontvanger van het douanekantoor van douane en accijnzen van Vilvoorde/de gewestelijk directeur van douane en accijnzen te Brussel/de vordering van de BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, ongegrond zijn

\- de BELGISCHE STAAT te veroordelen in de kosten.

In conclusie breiden eisers hun vordering uit met de vraag de verdere behandeling van de zaak op te schorten.

Verweerder vraagt de vordering ontvankelijk doch ongegrond te verklaren, en eisers in de kosten te veroordelen.

2\. In rechte.

**2.1.** Eisers gronden hun vordering op :

\- de schorsing van het dwangbevel tot nader bericht, medegedeeld bij schrijven van de instrumenterend gerechtsdeurwaarder van 12 december 2002

\- subsidiair, het fiscaal verhaal op het gebied van de invoerrechten, hangende voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, terwijl het regime van BTW dat van de invoerrechten volgt

\- de vraag tot mededeling van de stukken van verweerder, in het bijzonder de beëdigde vertaling van de stukken van het Duits naar het Nederlands.

**2.2.** Overeenkomstig artikel 8 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken kan de rechter op verzoek van een partij de vertaling bevelen van de stukken die in een andere taal zijn gesteld.

Verweerder legt een aantal in het Duits gestelde stukken neer, onder meer het verzoek om bijstand, maar ook briefwisseling van de raadsman van eisers.

Uit deze briefwisseling blijkt dat eisers via hun raadsman de Duitse taal perfect begrijpen.

2.3. De uitvoering werd billijkheidshalve geschorst omdat eiser op 6 november 2002 en 7 januari 2003 verhaal bij de Duitse autoriteit had ingesteld.

Dit verhaal werd afgewezen zodat de Duitse autoriteit verweerder verzocht de invorderingsprocedure verder te zetten.

Geen enkele wet schrijft een ander of nader order voor teneinde de geschorste uitvoering te hernemen.

**2.4.** Afgezien van het feit dat de BTW een eigen rechtsgrond en procedure heeft, zoals verweerder stelt, acht deze zich terecht verplicht gevolg te geven aan de gevraagde invorderingen, alsof het ging om schuldvorderingen die in België zijn ontstaan (artikel 12 van voormelde invorderingsbijstandswet).

**2.5.** Aangezien ook volgens de Duitse wet enkel die leveringen van goederen en diensten die in de uitoefening van de beroepswerkzaamheid worden verricht aan BTW zijn onderworpen, is de ingevorderde BTW een typische beroepsschuld die in het wettelijk stelsel verhaalbaar is op het eigen vermogen van de BTW-belastingplichtige en op het gemeenschappelijk vermogen (artikel 1414, tweede lid, nummer 3, van het Burgerlijk Wetboek).

Het dwangbevel werd terecht ook aan eiseres betekend.

### Dispositif

## OP DEZE GRONDEN

**DE RECHTBANK,**

gelet op de Wet van 15 juni 193 5 op het taalgebruik in gerechtszaken,

rechtsprekend op tegenspraak,

alle andersluidende en meer omvattende conclusies van de hand wijzende als niet terzake en/of overbodig,

verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond,

veroordeelt eisers in de kosten, aan de zijde van verweerder op de rechtsplegingsvergoeding van … EUR.

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van **de twaalfde kamer** der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op **vrijdag 03 maart 2006** waar zetelden :

\- de heer **P. V.**, alleenzetelend rechter;

\- mevrouw **l. C.**, griffier.

**J. C.** **P. V.**
