---
title: "Tribunal de première instance de Hasselt, 3 juin 2009"
description: "Tribunal de première instance de Hasselt (Belgique), 3 juin 2009."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-hasselt-2009-06-03-51e7"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance de Hasselt, 3 juin 2009 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Hasselt

**Date**

3 juin 2009

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

58 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Hasselt du 03.06.2009

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER A, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :**

**IN ZAKE A.R. nr. 05/259/A**

**S. L.**, pianist, wonende te …, ….

Eiser op verzet, vertegenwoordigd door mr. **B.** loco mr. **W. M.**, advocaat te …, ….

tegen :

**ADMINISTRATIE DER DIRECTE BELASTINGEN**, in de persoon van de gewestelijk directeur, met burelen gevestigd te 3500 Hasselt, Voorstraat 43.

**DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN**, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

Verweerder op verzet, vertegenwoordigd door mr. **D. D.** loco mr. **R. F.**, advocaat te …, ….

**VOLGT HET VONNIS :**

Gelet op :

\- het exploot van dagvaarding van 13.01.2005 betekend door **M. F.** plaatsvervanger van gerechtsdeurwaarder **W. P.**, met kantoor te …, …;

\- de besluiten van eiser op verzet;

\- de conclusies en stukken van verweerder op verzet.

## I. DE FEITEN EN VOORGAANDEN

De vordering van eiser betreft het verzet tegen het dwangbevel (Reg. 127/17235) dat op zijn naam en lastens hem werd uitgevaardigd op 15.12.2004 door de heer **D. S.**, waarnemend eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW­Ontvangkantoor te Hasselt en dat werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer **E. V. D. P.**, gewestelijk directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Hasselt op 15.12.2004.

Op 17.04.2004 werd een voor eensluidend verklaard afschrift van het dwangbevel, aangetekend ter kennis gebracht aan eiser.

Bij voormeld dwangbevel wordt door verweerder van eiser gevorderd :

\- BTW (hoofdsom) : … euro;

\- Boete : … euro;

meer de intresten en kosten.

Door de BTW-administratie werd kennis genomen van het proces-verbaal van 29.07.2003 nummer … opgesteld door de Opsporingsinspectie der Douane en Accijnzen te Genk wegens het onwettig bezit en vervoer van sigaretten, niet voorzien van Belgische fiscale bandjes ten laste van **S. L.**.

Volgens de belastingadministratie bleek uit voormeld proces-verbaal dat de heer **S. L.** zich schuldig had gemaakt aan het frauduleus binnenbrengen in België van 1.784.000 sigaretten van het merk **S.** bestemd voor commerciële doeleinden.

De verschuldigde BTW werd door de administratie van de douane en accijnzen bepaald op … euro.

Van deze vaststellingen werd op 01.12.2004 proces-verbaal opgesteld.

Eiser werd op 13.12.2004 gedagvaard voor de correctionele rechtbank te Hasselt wegens sigarettensmokkel van uit Polen en fraude.

Bij vonnis van 13.06.2007 van de correctionele rechtbank te Hasselt werd eiser, **S. L.**, vrijgesproken.

Bij arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 05.03.2008 werd akte verleend aan de vervolgende partij, Ministerie van Financiën, van haar afstand van hoger beroep tegen het vonnis van de correctionele rechtbank te Hasselt van 13.06.2007 ten aanzien van beklaagde **S. L.**.

Bij conclusies neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 28.03.2008 vordert eiser om het dwangbevel van nul en generlei waarde te verklaren en hem te ontslaan van betaling van de erin gevorderde bedragen.

Verweerder vordert akte te verlenen dat het dwangbevel dat op 15 december 2004 werd uitgevaardigd, zonder voorwerp is gekomen ingevolge het arrest van het Hof van beroep te Antwerpen van 5 december 2008.

## II. IN RECHTE

### 1. De ontvankelijkheid

1\. Verweerder werpt geen middelen van niet-ontvankelijkheid op en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

### 2. Gegrondheid

In het raam van de belasting over de toegevoegde waarde, is het dwangbevel enerzijds een taxatietitel waarin de belastingschuld geconcretiseerd wordt bij gebreke aan spontane en onvoorwaardelijke betaling van de verschuldigde belasting en anderzijds een akte die geldt als uitvoerbare titel met het oog op de invordering van die belasting. Hieruit volgt eveneens dat in de gevallen waarin de belastingplichtige de BTW-schuld vastgesteld, in een door de taxatieambtenaar opgesteld proces-verbaal, gedurende de administratieve fase van het geschil blijft betwisten, het bestuur verplicht is een dwangbevel uit te vaardigen tot invordering van deze schuld (Cass.9 maart 2006,FJF, 2007, afl.10, 911).

Bij verzet tegen het dwangbevel wordt aan de rechter de vraag voorgelegd of de feiten waarop het dwangbevel steunt in rechte de gestelde belastingvordering verantwoorden.

Ter zitting verklaren partijen middels hun raadslieden dat door het vonnis van 13.06.2007 van de correctionele rechtbank te Hasselt waarbij eiser werd vrijgesproken en het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen waarbij akte verleend werd van de afstand van hoger beroep tegen het vonnis van de correctionele rechtbank te Hasselt van 13.06.2007, het dwangbevel zonder voorwerp geworden is.

De rechtbank stelt vast dat eiser werd vrijgesproken voor de feiten waarop het dwangbevel steunt en die het voorwerp uitmaakten van het dwangbevel waardoor het dwangbevel post factum zonder voorwerp geworden is.

De vordering van eiser is dan ook in die mate gegrond

Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (B.S. 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008.

Partijen hebben terzake standpunt ingenomen. Eiser vordert een rechtplegingsvergoeding van … euro, zijnde het basisbedrag van een in geld waardeerbare vordering van … euro tot … euro.

Verwerende partij stelt dat het in casu een niet in geld waardeerbare vordering betreft en het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding … euro bedraagt.

De vordering van eiser in de gedinginleidende akte heeft tot doel het dwangbevel van nul en generlei waarde te horen verklaren.

Deze vordering is niet in geld waardeerbaar en de rechtbank bemerkt geen enkele reden om af te wijken van het basisbedrag.

---

Gelet op de art 2, 30 tot 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

---

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN :

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak.

Verklaart het verzet van eiser tegen het dwangbevel ontvankelijk en in volgende mate gegrond.

Verklaart het dwangbevel (Reg. 127/17235) dat op zijn naam en lastens hem werd uitgevaardigd op 15.12.2004 door de heer **D. S.**, waarnemend eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Hasselt en dat werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer **E. V. D. P.**, gewestelijk directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Hasselt op 15.12.2004, zonder voorwerp.

Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding, begroot in hoofde van eiser op … euro dagvaardingskosten en ... euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de elfde kamer A, op het gerechtshof te Hasselt op **03.06.2009**, alwaar aanwezig waren :

Mevrouw **C. P.**, enige rechter,

en De Heer **L. P.**, griffier.

**C. P.** **L. P.**
