---
title: "Tribunal de première instance de Hasselt, 29 juin 1998"
description: "Tribunal de première instance de Hasselt (Belgique), 29 juin 1998."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-hasselt-1998-06-29-e66d"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance de Hasselt, 29 juin 1998 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Hasselt

**Date**

29 juin 1998

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

43 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Hasselt du 29.06.1998

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, VIJFDE KAMER, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :**

Inzake AR nr. **95/160/A**

**NV F.**, naamloze vennootschap met maatschappelijke zetel te … , …, ingeschreven in het handelsregister te Hasselt onder het nummer …

**eiseres,**

vertegenwoordigd door Mr. **C. B.** loco Mr. **S.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de Persoon van de Rekenplichtige van het Eerste BTW-Ontvangkantoor te Hasselt, wiens burelen gevestigd zijn te 3500 Hasselt, Koning Boudewijnlaan 4,

**verweerder,**

vertegenwoordigd door Mr. **C.**, advocaat te …, ….

**VOLGT HET VONNIS :**

Bij geregistreerd exploot van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **L. B.** te … d.d. 16.8.1995 tekende eiseres verzet aan tegen de verdere uitvoering van een dwangbevel d.d. 31.7.1995 werd betekend ten verzoeke van verweerder.

## Beoordeling

## 1. De aftrek van BTW betreffende de inkomende facturen nrs. 411/91 en 368/92

Verweerder meent deze aftrek te moeten verwerpen omdat de overeenkomst dewelke thans wordt voorgelegd minstens dubieus zou zijn, niet gedagtekend is en de handelingen waarop deze slaat zeer onduidelijk omschreven zijn.

### De aftrek van BTW betreffende de inkomende facturen nrs. 2, 159 en 177

De aftrek werd door verweerder verworpen omdat er geen origineel wordt bijgebracht van genoemde factuur nr. 2. Wat betreft factuur nr. 159 wordt thans de. originele factuur bijgebracht en voor wat betreft factuur nr. 177 dringt eiseres met meer aan.

## 2. De facturen 411/91 en 368/92

Gezien de verklaring afgelegd aan de ambtenaar dewelke het proces-verbaal opstelde kan aangenomen worden dat de niet-gedateerde overeenkomst (stuk 1 van eiseres) post factum werd opgemaakt en dit onder andere ter verantwoording van onderhavige facturen waarvan sprake in art. 7 en 8 der overeenkomst.

Verweerder wijst terecht op het feit dat de handelingen dewelke door partijen moeten worden verricht onduidelijk omschreven worden in deze overeenkomst.

De voorafgaandelijke studies waarvoor de BVBA **B.** diende te zorgen worden omschreven in art. 7 der overeenkomst en in art. 8 werd bedongen dat huidige eiseres de kosten en erelonen daaraan verbonden zouden dragen. Desbetreffende maakte genoemde BVBA onderhavige facturen op ten belope van 1.576.800 fr. BTW inbegrepen. Dit is veel voor een bouwproject van 8.000.000 fr.

Daarenboven dient opgemerkt dat buiten het feit dat genoemde BVBA blijkbaar instond voor het verkrijgen ener bouwvergunning (stukken 3 tot en met 8), eiseres ter verantwoording van onderhavige facturen enkel een factuur bijbrengt gericht aan genoemde BVBA en uitgaande van de architect voor het opmaken van bouwplannen (stuk 11) en dit ten belope van 46.800 fr.

In die omstandigheden weerhield verweerder terecht het dubieus karakter van deze overeenkomst en verwierp dan ook met reden de aftrek van onderhavige BTW.

## 3. De factuur nr. 2/92

Verweerder doet niet aan overdreven formalisme wanneer er voor aftrek van BTW de voorlegging van de originele factuur wordt geëist.

Eiseres houdt voor dat dit origineel werd teruggezonden aan de leverancier en doet desbetreffende een bewijsaanbod.

De rechtbank is van mening op dit aanbod niet te moeten ingaan nu eiseres niet aantoont dat er enig initiatief werd genomen om vanwege deze leverancier een verklaring te bekomen zoals voorzien in de laatste besluiten van verweerder noch om het origineel van deze terug te bekomen.

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK,** rechtdoende op **tegenspraak**,

Verklaart het verzet ontvankelijk doch ongegrond behalve voor wat betreft de aftrek van de BTW door eiseres voldaan op de factuur nr.159/92 uitgaande van de garage **L.** te … ten belope van 46.052 fr. BTW inclusief.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding en begroot deze kosten als volgt :

\- in hoofde van eiseres op :

\- 2.867 fr. dagvaardingskosten,

\- 12.300 fr. rechtsplegingsvergoeding;

\- in hoofde van verweerder op 12.300 fr. rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de **vijfde kamer**, op het gerechtshof te Hasselt, op **29 JUNI 1998**, alwaar zetelden :

De Heer **R. S.**, Ondervoorzitter,

De Heer **R. D.**, Griffier.

**R. D.** **R. S.**
