---
title: "Tribunal de première instance de Gand, 6 septembre 2011"
description: "Tribunal de première instance de Gand (Belgique), 6 septembre 2011."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-gand-2011-09-06-99c8"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance de Gand, 6 septembre 2011 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Gand

**Date**

6 septembre 2011

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

57 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 06.09.2011

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZESDE FISCALE KAMER - OPENRARE TERECHTZITTING VAN 6 SEPTEMBER 2011

Rolnummer **AR 07/999/A**

In de zaak van :

**BVBA N. P.**, met maatschappelijke zetel te …, …, met als ondernemingsnummer …;

**eiseres,**

voor wie als raadsman optreedt Mter. **J. V. A.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het 2de BTW-ontvangkantoor te Gent, Gaston Crommenlaan 6/108 te 9050 Gent;

**verweerder,**

voor wie als raadsvrouw optreedt Mter. **M. P.**, advocaat te …, …;

Vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. De rechtspleging

De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 7 juni 2011 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder het gedinginleidende verzoekschrift d.d. 16 maart 2007 en de conclusies van de partijen.

## 2. De vordering

De eiseres verhaalt zich tegen een dwangbevel inzake BTW uitgevaardigd op 13 november 2006 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 14 november 2006, met aangehecht het proces-verbaal van 26 oktober 2005, ter kennis gebracht aan de eiseres op 23 november 2006.

De eiseres vordert de vernietiging van het voornoemde dwangbevel, de terugbetaling van de op grond van dit dwangbevel ten onrechte geïnde bedragen, en de veroordeling van de Belgische Staat tot de kosten van het geding.

De eiseres is van oordeel dat het rechtzekerheidsbeginsel is geschonden omdat het uiteindelijk tot op het ogenblik van de BTW-controle niet duidelijk was of de eiseres nu al dan niet het verlaagd BTW-tarief verder kon toepassen.

4.1.2.

Deze regeling werd inderdaad gewijzigd door het KB van 11 juli 2003 (BS 24 juli 2003, van toepassing vanaf 1 juli 2003).

Bij KB van 11 juli 2003 werden onder meer volgende wijzigingen aan voormeld KB nr. 20 van 20 juli 1970 aangebracht.

Artikel 3 : Het opschrift van rubriek XVII van tabel wordt vervangen door : Geneesmiddelen en medische hulpmiddelen

Artikel 4 : cijfer 1 van rubriek XVII van tabel A wordt vervangen als volgt :

a) Elke enkelvoudige of samengestelde substantie bedoeld in artikel 1 van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen en geregistreerd als geneesmiddel door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft of waarvoor de vergunning voor het in de handel brengen bedoeld in artikel 1, 1, eerste lid, 1) van het koninklijk besluit van 3 juli 1969 betreffende de registratie van geneesmiddelen ter kennis is gegeven aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft.

b) ...

c) ...

Dit KB van 11 juli 2003 werd gepubliceerd in het Belgisch staatsblad op 24 juli 2003 en bepaalt uitdrukkelijk dat het in werking treedt op 1 juli 2003.

De fiscale administratie laat terecht gelden dat de eiseres geacht wordt de wet te kennen. Als een farmaceutisch bedrijf wordt zij geacht de relevante wetswijzigingen op te volgen. Ingevolge de publicatie van de wijziging in het Belgische Staat kan de eiseres niet voorhouden niet op de hoogte te zijn geweest van de wijzigingen inzake BTW-tarief van haar producten. De publicatie in het Belgisch Staatsblad heeft inderdaad tot doel de nodige publiciteit te geven aan overheidsmaatregelen en zodoende de regels van behoorlijk bestuur en het rechtszekerheidsbeginsel te respecteren. De beginselen van behoorlijk bestuur werden aldus niet geschonden.

Deze grief dient als ongegrond te worden afgewezen.

4.1.3.

De administratie merkt op dat aan de eiseres onmiddellijk een afschrift van het proces-verbaal d.d. 26 oktober 2005 werd overgemaakt. Door het RCIV te Mechelen, terzake bevoegd, werd reeds op 7 november 2005 een eerste betalingsbericht aan verzoekster toegezonden.

Ingevolge het proces-verbaal heeft de eiseres op 6 februari 2006 haar grieven ter kennis gebracht aan de administratie. Op 23 februari 2006 heeft de administratie daarop geantwoord.

Uit deze wederzijdse contacten tussen de partijen werden de standpunten van de partijen duidelijk. Uit de briefwisseling blijkt dat het standpunt van de administratie onmiddellijk werd ter kennis gebracht aan de eiseres. Ingevolge haar niet-akkoord werd binnen een redelijke termijn een tijdig een proces-verbaal opgemaakt en werden de verschuldigde sommen ingevorderd. Aan de eiseres werd nadien ook een redelijke termijn toegestaan om tot spontane betaling van hetgeen zij verschuldigd is over te gaan. Na de vaststelling dat de eiseres daaraan niet heeft voldaan, werd het dwangbevel betekend.

In deze concrete omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de rechten van verdediging van de eiseres niet zijn geschonden. De eiseres beschikte over alle mogelijkheden om haar standpunt uiteen te zetten en haar rechten te vrijwaren, en er werden haar geen rechten ontnomen.

4.1.4.

Het vertrouwens- en het rechtszekerheidsbeginsel verzetten zich er niet tegen dat de overheid, bij uitzondering en om te voorkomen dat tijdens de wetgevingsprocedure op grote schaal financiële constructies ter vermindering van de BTW-last worden toegepast die een wijzigingswet nu juist beoogt te bestrijden, aan deze wet terugwerkende kracht toekent, indien, in omstandigheden zoals die van het hoofdgeding, de marktdeelnemers die de economische handelingen waarop de wet doelt verrichten, van de komende vaststelling van deze wet en de voorgenomen terugwerkende kracht op zodanige wijze in kennis zijn gesteld dat zij in staat zijn te begrijpen welke gevolgen de voorgenomen wetswijziging voor hun handelingen heeft (HvJ, 26 april 2005, nr. [C-376/02](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-376-02-arret) inzake Stichting Goed Wonen).

Een beperkte retroactieve werking van de tariefwijziging maakt geen schending uit van het rechtszekerheidsbeginsel en leidt niet tot de nietigheid van het dwangbevel.

4.2. In subsidiaire orde : "Tiger Balm" en "CM3" zijn geneesmiddelen

4.2.1.

De eiseres voert in ondergeschikte orde aan dat de betrokken producten geneesmiddelen betreffen waarvoor het tarief van 6 % van toepassing blijft. Aangezien deze producten vóór de wijziging van het KB nr. 20 als een geneesmiddel werden aanzien, dienen deze producten volgens de eiseres nog steeds als een geneesmiddel te worden aanzien. Minstens voldoen deze producten volgens de eiseres aan de omschrijving van het begrip "medisch hulpmiddel", zoals beschreven in het proces-verbaal. De producten hebben volgens de eiseres een profylactische (preventieve) eigenschap, waardoor deze middelen ook om die reden aan het begrip geneesmiddel voldoen en het hoofddoel van de middelen bestaat in het toedienen van het geneesmiddel, zodat ook om die reden het verlaagd tarief van toepassing is.

4.2.2.

Het begrip geneesmiddel wordt in art. 1, eerste lid, van de Wet op de geneesmiddelen van 25 maart 1964 (BS, 17 april 1964) omschreven als : "elke enkelvoudige of samengestelde substantie, aangediend als hebbende therapeutische of profylactische eigenschappen met betrekking tot ziekten bij mens of dier. Is eveneens geneesmiddel elke enkelvoudige of samengestelde substantie die bestemd is om aan mens of dier te worden toegediend ten einde een medische diagnose te stellen of om organische functies te herstellen, te verbeteren of te wijzigen".

Om te kunnen genieten van een verlaagd BTW-tarief bepaalt KB nr. 20, tabel A, rubriek XVII, 1° dat de geneesmiddelen niet alleen moeten voldoen aan voormeld artikel 1 van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen doch ook dat ze moeten geregistreerd zijn als geneesmiddel door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft of waarvoor de vergunning voor het in de handel brengen bedoeld in artikel 1, § 1, eerste lid, 1) van het koninklijk besluit van 3 juli 1969 betreffende de registratie van geneesmiddelen ter kennis is gegeven aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft.

Artikel 6 van voormelde wet van 25 maart 1964 bepaalt dat een product slechts een geneesmiddel is als, behoudens het geval dat het is bereid en verkocht door een apotheker in zijn officina, het geregistreerd is als geneesmiddel bij het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin onder voorwaarden en volgens de regels door de Koning bepaald.

Aangezien de door de eiseres geleverde producten niet voldoen aan het begrip "geregistreerde geneesmiddelen" kan derhalve op grond van punt 1° van voormelde rubriek XVII, tabel A van KB nr. 20 inderdaad geen toepassing worden gemaakt van een BTW-tarief van 6 %. Aangezien die producten ook niet in een andere rubriek van tabel A van KB nr. 20 zijn aangewezen, zijn zij thans aan een BTW-tarief van 21 % onderworpen.

Gelet op het voorgaande dient de vordering van de eiseres als ongegrond te worden afgewezen.

4.3. Met betrekking tot de gerechtskosten.

De eiseres dient, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten te worden verwezen (art. 1017, eerste lid Gerechtelijk Wetboek). De kosten in het huidige geschil betreffen enkel de rechtsplegingsvergoeding. De vordering is in geld waardeerbaar. Het bedrag van deze vordering ligt, gelet op de omvang van de bestreden dwangbevel, in de schijf van 20.000,01 tot 40.000 EUR. Er worden geen bijzondere redenen aangevoerd die een afwijking van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding verantwoorden.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Recht doende op **tegenspraak**

Melding makende van het feit dat de bepalingen van artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken weiden nageleefd.

Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond. Veroordeelt de eiseres tot de kosten van het geding.

## Textes cités

1

[C-376/02, arrêt du 26 avril 2005](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-376-02-arret) 1 occurrence
