---
title: "Tribunal de première instance de Gand, 5 avril 2011"
description: "Tribunal de première instance de Gand (Belgique), 5 avril 2011."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-gand-2011-04-05-08e1"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance de Gand, 5 avril 2011 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Gand

**Date**

5 avril 2011

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

57 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 05.04.2011

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## Rechtbank van Eerste aanleg te Gent, zesde fiscale kamer – openbare terechtzitting van 5 april 2011

**BVBA D.**, met maatschappelijke zetel te …, …,met als ondernemingsnummer …;

**eiseres,**

voor wie als raadsman optreedt de BVBA **M.** & **D. L.** met kantoor te …, …, …, vertegenwoordigd door Mter. **F. M.** en Mter. **C. L.**;

**tegen :**

**1.** **DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het 2de BTW­ontvangkantoor te Gent, wiens kantoren gevestigd zijn te 9050 Ledeberg (Gent), Gaston Crommenlaan 6/108;

EERSTE VERWEERDER, voor wie als raadsvrouw optreedt Mter. **C. D.**, Advocaat te …, …

**2.** **DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de heer **J. M.**, e.a. inspecteur-dienstchef bij een fiscaal bestuur op het Controlecentrum Gent 11, Gaston Crommenlaan 6/701, te 9050 Gent voor wat de inkomstenbelastingen betreft;

TWEEDE VERWEERDER;

Vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. De rechtspleging

De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 7 maart 2011 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder het geding inleidende verzoekschrift d.d. 3 december 2009 en de conclusies van de partijen.

## 2. De vordering

De eiseres verhaalt zich tegen de kennisgeving inzake de verlenging van een onderzoekstermijn bij toepassing van [artikel 81bis, § 1, tweede lid, 4° van het BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81bis), alsmede tegen de kennisgeving van 2 oktober 2009 houdende de verlenging van de onderzoekstermijn op basis van het vermoeden van fraude voor wat de inkomstenbelastingen betreft, op grond van artikel 333 WIB 92.

De eiseres vraagt de rechtbank inzake de BTW te zeggen voor recht dat de kennisgeving tot verlenging van onderzoekstermijnen onwettig en bijgevolg nietig is. De eiseres vraagt ook de rechtbank inzake de inkomstenbelasting te zeggen voor recht dat de kennisgeving tot verlenging onderzoekstermijnen pas werd gegeven op 18 maart 2010 en dienvolgens te zeggen voor recht dat de kennisgeving van verlenging van onderzoekstermijnen onwettig en bijgevolg nietig is. De eiseres verzoekt de rechtbank om de verweerders te veroordelen tot alle kosten van het geding, daarin inbegrepen de rechtsplegingsvergoeding.

## 3. De relevante feiten en het geschil

De eiseres licht toe dat ze een transportbedrijf is waarvan de vrachtwagens dagelijks instaan voor het vervoer van goederen in binnen- en buitenland. In de meerderheid van de gevallen wordt er gereden op het traject België-Luxemburg­Alsace-Vogezen-België. Dit is volgens de eiseres een zeer zwaar traject met als gevolg een hoger brandstofverbruik. De vrachtwagens dienen dan ook veelvuldig te worden voorzien van brandstof.

Door middel van een boordcomputer worden de gereden kilometers per vrachtwagen geregistreerd. De eiseres ontvangt van haar leverancier twee soorten facturen, enerzijds facturen voor het tanken bij de BVBA **B. D.** rechtstreeks, anderzijds facturen voor de leveringen door de BVBA **B. D.** in mazouttank van de eiseres zelf, gelegen te …, ….

De eiseres stelt dat haar zaakvoerder de betrokken tank in de … in het jaar 2001 gekocht heeft op Ebay en vervolgens geplaatst bij het echtpaar **C.**, zijnde verre familie van de zaakvoerder van de eiseres. Naar eigen zeggen is haar zaakvoerder de tank destijds samen met zijn ex­schoonbroer, de heer **C. D.**, gaan ophalen in Wallonië.

Volgens de eiseres heeft de BVBA **B. D.** naderhand een brandstofslang geplaatst aan deze tank.

De eiseres licht toe dat ze een tweede mazouttank gebruikt omdat de vrachtwagens op deze manier ook buiten de openingsuren van de BVBA **B. D.** kunnen tanken. Bij andere tankstations zou de eiseres geen gelijkaardige kortingen kunnen bekomen.

De eiseres stelt dat ze op 2 oktober 2009 een kennisgeving van verlenging van de onderzoekstermijn in de BTW. Uit deze kennisgeving leidt de eiseres af dat de BTW-administratie vermoedt dat de facturen met betrekking fot de leveringen in bulk fictief zouden zijn, en dat deze facturen in de boekhouding werden geregistreerd met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden. De BTW­administratie zou volgens de eiseres ook vermoeden dat 'deze praktijken' sedert lange tijd worden toegepast.

De eiseres kon zich hiermee niet verzoenen en stelt in zijn geding inleidend verzoekschrift een fiscaal verhaal in tegen de kennisgeving inzake de verlenging van een onderzoekstermijn d.d. 2 oktober 2009, waarbij er in toepassing van artikel 81bis, § 1, tweede lid, 4° W.BTW pas verjaring zou zijn na zeven jaar en de onderzoekstermijn bijgevolg wordt verlengd.

## 4. Beoordeling

4.1. Voorafgaandelijk met betrekking tot het voorwerp van de vordering

Uit de lezing van de besluiten van de eiseres blijkt dat zij bij conclusie haar vordering uitbreid, tegen de kennisgeving van 2 oktober 2009 houdende de verlenging van de onderzoekstermijn op basis van het vermoeden van fraude voor wat de inkomstenbelastingen betreft, op grond van artikel 333 WIB 92.

Overeenkomstig artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek kan een vordering die voor de rechter aanhangig is, worden uitgebreid of gewijzigd, indien de nieuwe, op tegenspraak genomen conclusies, berusten op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd, zelfs indien hun juridische omschrijving verschillend is, zonder dat is vereist dat de nieuwe vordering uitsluitend daarop berust.

Daar waar de eiseres aldus in het geding inleidende verzoekschrift een vordering instelt tegen artikel 81bis, § 1 W.BTW, breidt zij deze vordering in de loop van het geding uit naar een schending van artikel 333 WIB 92.

Deze uitbreiding is naar het oordeel van de rechtbank niet gesteund op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd.

Naar het oordeel van deze rechtbank maakt de uitbreiding van de vordering een schending uit van artikel 807 Ger.W. en dient dit onderdeel van de vordering als onontvankelijk te worden afgewezen.

4.2.

Voor zoveel als nodig kan worden opgemerkt dat indien de eiseres op grond van de “Wet Openbaarheid Bestuur", inzage wenst te krijgen van het administratief dossier, zij op grond van artikel 5 van de Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur een aanvraag tot inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument dient te richten aan de bevoegde administratie. Aangezien de eiseres klaarblijkelijk deze aanvraag niet heeft verricht, faalt de eiseres in enig bewijs omtrent enige miskenning van haar rechten van verdediging.

4.3.

Samen met de administratie stelt de rechtbank vast dat de eiseres in haar geding inleidend verzoekschrift haar vordering omschrijft als een verzoek tot nietigverklaring van de uitbreiding van de onderzoekstermijn wegens onwettigheid.

De administratie laat met reden gelden dat het artikel 81bis W.BTW, noch overige artikelen in het W.BTW, het begrip "onderzoekstermijn" voorziet, zodat in beginsel inzake BTW geen wettelijke tijdsbeperking bestaat voor de uitoefening van het controlerecht.

Derhalve dient geconcludeerd dat het middel van de eiseres in het kader van het huidig geding irrelevant is.

Bovendien, voor zover de eiseres zich verzet tegen de kennisgeving conform artikel 84ter W.BTW dat bepaalt dat wanneer de BTW-administratie voornemens is de termijn voor de vordering tot voldoening van de belasting toe te passen zoals bepaald in artikel 81bis, § 1, tweede lid, 4°, namelijk de verjaring na het verstrijken van het zevende kalenderjaar wanneer overtredingen bedoeld in de artikelen [70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) of [71](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-71) van het BTW-wetboek, begaan zijn met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, is dit verzet van de eiseres in de huidige stand van de administratieve procedure voorbarig. De vraag of al dan niet terecht deze verjaringstermijn wordt toegepast kan slechts ter sprake komen in het geding ten gronde, waarvoor het verzoekschrift door de eiseres op 22 december 2009 ter griffie van de Rechtbank van eerste Aanleg te Gent werd neergelegd en gekend is onder de zaak met rolnummer 09/4551/A. Naar het oordeel van de rechtbank betreft het verzet van de eiseres een "pretaxatiegeschil" dat niet onmiddellijk ter beoordeling aan de rechtbank kan worden voorgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank beschikt de eiseres thans niet over het vereist belang (artikel 17 Ger.W). om zich tegen deze kennisgeving te verzetten, tengevolge waarvan de rechtbank de vordering van de eiseres als onontvankelijk afwijst.

4.4.

De eiseres dient, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten te worden verwezen (art. 1017, eerste lid Gerechtelijk Wetboek). De kosten in het huidige geschil betreffen enkel de rechtsplegingsvergoeding. De vordering is niet in geld waardeerbaar. De tweede verweerder wordt niet vertegenwoordigd door een advocaat en kan geen aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Recht doende op tegenspraak.

Melding makende van het feit dat de bepalingen van artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.

Zegt voor recht dat de vordering van de eiseres, zoals uitgebreid tot de schending van artikel 333 WIB 92, onontvankelijk is wegens de schending van artikel 807 Ger. W. en voor het overige ontoelaatbaar is bij gebrek aan belang.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten van het geding.

Begroot deze kosten als volgt :

\- aan de zijde van de eerste verweerder: de rechtsplegingsvergoeding : … EUR.

\- aan de zijde van de tweede verweerder : … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op vijf april tweeduizend en elf, waar aanwezig waren :

\- de heer **S. R.**, alleenrechtsprekend rechter, voorzitter van deze kamer,

\- mevrouw **G. L.**, griffier.

**G. L.** **S. R.**

## Textes cités

3

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 1 occurrence

[CTVA art. 71](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-71) 1 occurrence

[CTVA art. 81bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81bis) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Conseil, Intention frauduleuse, Lieu de prestation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/conseil-intention-frauduleuse-lieu-prestation-cour-appel-bruxelles-2025-03-19-39e9) 3 dispositions communes

[Indices de fraude, Droit de se taire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/indices-fraude-droit-se-taire-cour-appel-bruxelles-2023-06-28-5ed6) 3 dispositions communes

[Notification d’indices de fraude, Achats non comptabilisés](https://juriel.be/fr/jurisprudence/notification-indices-fraude-achats-non-tribunal-namur-2020-04-02-7968) 3 dispositions communes

[Principe de neutralité, amende proportionnelle, intérêts, notification préalable](https://juriel.be/fr/jurisprudence/principe-neutralite-amende-proportionnelle-interets-tribunal-hasselt-2024-01-18-afc9) 3 dispositions communes

[Prolongation du délai de prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/prolongation-delai-prescription-notification-prealable-cour-appel-anvers-2022-05-17-b5f1) 3 dispositions communes

[Recouvrement, délais, prescriptions, déclarations irrégulières, déductions irrégulières, éléments probants](https://juriel.be/fr/jurisprudence/recouvrement-delais-prescriptions-declarations-irregulieres-cassation-bruxelles-2012-04-27-0c37) 3 dispositions communes

[Poursuites et instances](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuites-instances-prescription-action-recouvrement-cour-constitutionnelle-all-2017-01-19-1767) 3 dispositions communes

[Prescription;délais de prescription de cinq ans;notification préalable des indices de fraude fiscale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/prescription-delais-cinq-ans-notification-tribunal-bruges-2006-02-07-3f43) 3 dispositions communes
