---
title: "Tribunal de première instance, 8 mai 2003"
description: "Tribunal de première instance (Belgique), 8 mai 2003."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-dendermonde-2003-05-08-16bd"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance, 8 mai 2003 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Date**

8 mai 2003

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

48 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Termonde du 08.05.2003

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**ZITTING VAN 8 MEI 2003, 9****e** **Kamer - B.Z.**

**AR 94/71670/A**

In de zaak van :

**C. V. S. S.**, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Gent onder het nummer …;

**eiseres,**

verschijnende door Mr. **M. V.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de heer Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te Wetteren, met kantoren gevestigd te 9230 Wetteren, Gentsesteenweg 93;

**verweerster,**

verschijnende door Mr. **A L.** loco Mr. **J.-P. W.**, advocaat te …, …;

werden op de openbare terechtzitting van 5 december 2002, partijen gehoord in hun middelen en besluiten, de debatten gesloten en de zaak in beraad genomen.

De rechtbank velt het volgend vonnis :

Gezien de stukken, waaronder de inleidende dagvaarding d.d. 11 juli 1994 van gerechtsdeurwaarder **J. V. D.** ter standplaats te …, welke ertoe strekt verweerster te horen zeggen voor recht dat het recht op aftrek van het bedrag van € 5.063,62 (204.266 BEF) aan door eiseres betaalde voorbelasting definitief behouden blijft en verweerster te veroordelen tot de kosten van het geding, inbegrepen de rechtsplegingsvergoeding.

Eiseres is als BTW-belastingplichtige geregistreerd onder het nummer …, ingevolge de door haar ingediende aangifte van aanvang van werkzaamheid op 5 maart 1990, met als vermelding "opleiden en verzorgen van paarden" met aanvang van werkzaamheid op 1 maart 1990.

Op 14 september 1993 werd een controle uitgevoerd in de boekhouding en bescheiden van de CV **S. S.**, over de jaren 1990-1991-1992.

Als belastbare handelingen werden voor 1990 een bedrag van € 1.983,15 (80.000 BEF) aangegeven, voor 1991 en 1992 nihil.

Als aftrekbare BTW voor 1990 € 2.779,61 (112.129 BEF), in 1991 € 1.086,27 (43.820 BEF) en € 1.197,75 (48.317 BEF) in 1992.

De aangegeven inkomsten hadden betrekking op de verkoop van activa. Geen van de paarden was eigendom van de CV, doch deze paarden werden gehuurd voor de periode van 1 maart 1990 tot 31 december 1990 voor € 991,57 (40.000 BEF) van …, vennoot in de CV.

Het terrein en de stallen werden gehuurd van … en vanaf 1 maart 1990 tot 30 juni 1990 voor de som van € 1.983,15 (80.000 BEF) in 1991 en 1992 werd geen huur meer gefactureerd.

Naar aanleiding van deze controle werd het recht op aftrek van de BTW verworpen, vermits uiteindelijk door de onderneming geen handelingen werden gesteld die aan de BTW onderworpen zijn. Volgens verweerster wordt het recht op aftrek van de voorbelasting uitdrukkelijk gekoppeld aan de voorwaarde dat deze goederen en diensten worden gebruikt voor het verrichten van handelingen die recht op aftrek geven.

… stelde zijn paarden ter beschikking van de vennootschap; voor de periode van 1 maart 1990 tot 31 december 1990 tegen betaling van een huurprijs en vanaf 1 januari 1991 ten kosteloze titel.

Deze paarden werden door eiseres gestald, verzorgd en getraind met het oog op deelname aan paardenwedrennen.

Er werd regelmatig deelgenomen aan paardenwedrennen, doch voor 1990-1991 en 1992 werden geen inkomsten uit paardenwedrennen aangegeven in de vennootschap.

De stalling, verzorging en training der paarden van … door eiseres, gebeurde ten kosteloze titel.

Ook terrein en stallingen werden door … aanvankelijk verhuurd aan eiseres (van 1 maart tot 30 juni 1990) en nadien kosteloos ter beschikking gesteld.

Voor de jaren 1990 tot 1992 werden inzake BTW-aangiften, met uitzondering van de verkoop van een voertuig, geen belastbare handelingen aangegeven.

Eiseres beweert dat ze werkelijk de intentie had aan BTW onderworpen handelingen te stellen; namelijk verzorging, stalling en training van paarden tegen betaling.

Evenwel blijkt uit de overgelegde stukken dat de door … ter beschikking gestelde paarden een kosteloze titel werden gestald, verzorgd en getraind met het oog op deelname aan wedstrijden.

Het eenvoudig voorbrengen van “een model van uitgaande factuur” door eiseres, is niet voldoende als bewijs van haar intenties om aan de BTW onderworpen handelingen te stellen, evenmin als haar intenties om een leerjongen­paardenfokker aan te werven.

Ook de attesten welke eiseres aangaande ziektes van paarden in de periode 1 januari 1990 tot 28 februari 1990 en 1 juni 1990 tot 31 december 1990 voorbrengt, bewijzen deze intenties niet.

Het bewijs dat aan de voorwaarden tot belastingplicht met economische activiteit is voldaan, moet geleverd worden door de persoon zelf die de belastingplicht aanvraagt met het oog op het recht op aftrek dat met de belastingplicht gepaard gaat, quad non.

De eiseres faalt derhalve in haar bewijsvoering.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Met inachtneming van de beschikkingen van de wet van 15 juni 1935 en de aanvullende wetten op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het verzet van eiseres ontvankelijk, maar wijst het af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres als "in het ongelijk gestelde partij" in de zin van art. 1017 Ger. W. tot de kosten van het geding.

Begroot de kosten aan de zijde van verweerster tot heden op de som van € 334,66 ongerekend de rechten van registratie op minuut, de kosten van uitgifte van onderhavig vonnis en van verdere uitvoering.

Aldus gewezen en uitgesproken ter buitengewone openbare terechtzitting van **ACHT MEI TWEEDUIZEND EN DRIE**, van de **negende kamer** zitting houdende in burgerlijke zaken, der rechtbank van eerste aanleg, zetelend te Dendermonde.

Aanwezig :

**M. D. P.**, rechter, voorzitter, voorzitter van de negende kamer;

**K. W.**, e.a. adj.-griffier.

**K. W.** **M. D. P.**
