---
title: "Tribunal de première instance, 7 avril 1997"
description: "Tribunal de première instance (Belgique), 7 avril 1997."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-dendermonde-1997-04-07-8f40"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance, 7 avril 1997 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Date**

7 avril 1997

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

52 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Termonde du 07.04.1997

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## A.R. 92/66.029/A - In de zaak van :

**D. P. F.**, bakker, wonend te … (…), …;

eiser, verschijnende door Mr. **V. H.**, advokaat te …, …;

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, administratie der Belasting over de Toegevoegde waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te Wetteren, wiens kantoor gevestigd is aldaar aan de Gentsesteenweg 93;

verweerder, verschijnende door Mr. **Y. N.**, loco Mr. **J.-P. W.**, beiden advokaat te …, ….

De rechtbank verleent het volgend vonnis nadat de partijen gehoord werden in hun middelen en conclusies en na kennisname der overgelegde stukken;

1\. - Bij eiser werd door de controlerende ambtenaren op 25.9.1990, 1.10.1990, 18.11.1991 en 25.11.1991 telkens toezicht verricht op de juiste toepassing van de BTW-wetgeving en -reglementering. Door gemelde ambtenaren werd aan eiser ter kennis gebracht dat er een gerechtsdossier bestond lastens de N.V. **D. N. M.** van Gent en Brugge waarin zich vaststellingen bevonden lastens hem in verband met zijn aankoop van "zwarte bloem", zijnde bloem zonder faktuur;

Deze vaststellingen werden opgenomen in het proces-verbaal van 3.2.1992;

Gelet op deze vaststellingen heeft de gewestelijke directeur van de B.B. I., Directie A te Brussel op 4 februari 1992 een ambtelijke aanslag opgelegd aan eiser, waarvan de beslissing hem werd betekend op 6 februari 1992;

Door **P. V. D. B.**, inspecteur van de 7de inspectie B.B.I te Brussel werd op 15.12.1991 een beslissing opgemaakt tot bepaling van de boete lastens eiser wegens het niet bewaren van 74 vervoerdocumenten;

Volgens verweerder is eiser haar de volgende sommen verschuldigd :

\- BTW … fr.

\- boete wegens niet tijdige betaling van de BTW … fr.

\- boete wegens het niet bewaren van 74 vervoerdocumenten : … fr.

bedragen te vermeerderen met de wettelijke en moratoire intresten;

Aangezien elke betaling uitbleef werd door de BTW-ontvanger te Wetteren op 19.8.1992 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 11.8.1992 geviseerd en uitvoerbaar werd verklaard en op 24.8.1992 aan eiser ter kennis gebracht; hiertegen heeft laatstgenoemde op 23.11.1992 verzet aangetekend;

2\. - Door eiser wordt gesteld dat het dwangbevel en het hierop gesteunde proces-verbaal, gebaseerd zijn op gegevens afkomstig uit het strafdossier dat werd opgesteld lastens de beheerders van de N.V. **D. N. M.** van Gent en Brugge;

Door de Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Brussel werd weliswaar bij brief dd. 21.12.1987 aan verweerder toelating gegeven tot inzage en afschrift van het dossier, maar deze toelating dient volgens eiser, gelet op het geheim karakter van het gerechtelijk onderzoek, zeer strikt te worden geïnterpreteerd en kan dan ook enkel aanleiding geven tot inning t.a.v. de beheerders van de hogervermelde vennootschap;

Uit de verleende toelating blijkt volgens eiser niet dat verweerder het strafdossier betreffende de **N. M.** van Gent en Brugge lastens hem mocht aanwenden;

3\. - Met betrekking tot de door eiser afgelegde bekentenissen stelt hij dat hiermee geen rekening mag worden gehouden aangezien deze werden afgelegd onder een druk waaraan een normaal mens niet kan weerstaan;

4\. - Overwegende dat de machtiging tot inzage van een strafdossier in het kader van een BTW-onderzoek haar oorsprong vindt in de bepalingen van art. 1, § 1 en 2 van de Wet van 28 juli 1938, gewijzigd bij artikel 34 van de Wet van 20 augustus 1947, die aan alle belastingen gemeen zijn en worden geregeld zowel door art. 235, § 1 WIB als het gelijkluidend artikel 211 W.Z.G.T.;

Dat elke ambtenaar van een belastingbestuur van de Staat, regelmatig belast met een controle of een onderzoek in verband met de toepassing van een bepaalde belasting bij een natuurlijke of een rechtspersoon, van rechtswege gemachtigd is alle inlichtingen op te zoeken of in te zamelen die de juiste heffing van alle door deze persoon verschuldigde andere belastingen kunnen verzekeren (art. 34, § 3 Wet van 20.8.1947);

Dat uit de tekst van de toelatingen verleend door de Procureur­ generaal niet blijkt dat deze machtigingen enige beperkingen bevatten inzake inzage en het nemen van afschriften van het strafdossier met het oog op de zetting en/of invordering van de indirecte belastingen;

Dat, gelet op de toelating van de Procureur-generaal die geen verwijzing inhoudt naar een specifieke wettekst en rekening houdend met de algemene bevoegdheden van de administratie van de B.B.I., dient aangenomen dat de Wet van 28 juli 1938, zoals gewijzigd door de Wet van 20 augustus 1947, van toepassing is;

Dat verweerder in casu over de nodige toelatingen beschikte en deze rechtmatig heeft verkregen;

5\. - Overwegende dat eiser tevens stelt dat de Wet van 28 juli 1938 voorziet dat een individuele machtiging vereist is bij inzage en kopiename van dossiers teneinde gegevens te verzamelen lastens verschillende belastingplichtigen;

Dat deze stelling niet kan gevolgd worden nu blijkt dat artikel 1 van de wet van 28 juli 1938 hieromtrent geen enkele beperking voorziet;

6\. - Overwegende dat de administratie is uitgegaan van een aantal gegevens die lastens eisers kunnen worden weerhouden, te weten :

\- de bekentenissen van de leverancier (stuk 1 verweerder);

\- het bestaan van geregelde handelsbetrekkingen tussen eiser en zijn leverancier hetgeen een leugen vanwege de leverancier ten nadele van eiser als klant onwaarschijnlijk maakt aangezien deze leverancier geen enkel voordeel heeft wanneer hij een goede aanwijst als medewerkende aan fraude;

\- dat werd vastgesteld dat er fakturen voorhanden waren uitgaande van de **N. M.** van Gent en Brugge voor leveringen van officiële bloem rond dezelfde data als deze die uit de zwarte boekhouding blijken;

\- een proces-verbaal dd. 25.1.1989 van een vertegenwoordiger van de **N. M.** van Gent en Brugge die de gebruikte fraudetechnieken duidelijk uiteenzet (stuk 4 verweerder);

\- de bekentenissen eiser zelf die toegeeft zwarte bloem te hebben aangekocht (stuk 6 verweerder). Door eiser wordt wel voorgehouden dat deze bekentenissen onder zeer grote druk zouden zijn afgelegd, zijn bewering wordt echter geenszins door hem bewezen;

7\. - Overwegende dat - zoals hierboven uiteengezet – er in casu een serie van feitelijke vermoedens voorhanden zijn die de zwarte leveringen van bloem aan eiser staven;

8\. - Overwegende dat volgens eiser de gegevens waarop verweerder zich steunt enkel en alleen bestaan uit eenzijdige verklaringen waarop hij geen enkele mogelijkheid van repliek had bij de inzameling ervan; er is bijgevolg schending van de rechten van verdediging in zijnen hoofde zodat deze stukken uit het dossier dienen te worden geweerd;

9\. - Dat zijn grieven betrekking hebben op het strafdossier dat gevoerd werd lastens de verantwoordelijken van de **N. M.** van Gent en Brugge en niet op een gebeurlijke schending van een fiscale Wet;

Dat een algemene machtiging tot inzage van een strafdossier, zoals in casu het geval, toelaat dat deze gegevens gebruikt worden ten overstaan van derden;

Dat de stukken uit het strafdossier dan ook niet geweerd moeten worden uit huidige procedure aangezien eiser zijn verweer integraal kan naar voor brengen;

10\. - Overwegende dat, gelet op het bovenstaande, het bewezen voorkomt dat door eiser zwarte aankopen van bloem werden verricht, ·dat de ambtelijke aanslag door verweerder verantwoord was en niet overdreven; dat eiser het tegendeel niet bewijst en derhalve zijn verzet als ongegrond voorkomt;

11\. - Overwegende dat verweerder bij besluiten dd. 8.9.1993 stelt dat hij de boete van … frank heeft teruggebracht tot … frank. Akte wordt hem hiervan verleend;

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK**, rechtdoende op tegenspraak, alle andersluidende, meeromvattende en tegenstrijdige conclusies verwerpend, verklaart de vordering ontvankelijk doch wijst ze af als ongegrond.

Veroordeelt eiser tot de kosten gevallen aan de zijde van verweerder, begroot op … frank (opgegeven som).

Aldus gewezen en uitgesproken·ter openbare terechtzitting van **zeven april 1900 zevenennegentig** van de dertiende kamer, zitting houdende in burgerlijke zaken, der rechtbank van eerste aanleg, zetelend te Dendermonde.

Aanwezig :

de heer **M. D.**, rechter, voorzitter van de dertiende kamer;

mevrouw **M. V. d. B.**, griffier.

**M. V. D. B.** **M. D.**
