---
title: "Tribunal de première instance de Bruxelles, 15 octobre 2012"
description: "Tribunal de première instance de Bruxelles (Belgique), 15 octobre 2012."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-bruxelles-2012-10-15-9286"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance de Bruxelles, 15 octobre 2012 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruxelles

**Date**

15 octobre 2012

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

71 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruxelles du 15.10.2012

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL - 33ste Kamer**

A.R. **2011/2078/A**

*-* *Federale Belastingen - BTW*

*-* *op tegenspraak/op tegenspraak op grond van art. 747, § 2, al. 6, Ger. W. ten aanzien van eiseres*

*-* *eindvonnis*

**In zake van :**

De **BVBA D.**, met maatschappelijke zetel te …, … en ingeschreven in het register der ondernemingen onder het nummer …,

**eisende partij,**

Die niet verschijnt, noch werd vertegenwoordigd,

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, die zijn kabinet heeft te 1000 Brussel, Wetstraat 12, in persoon van de ontvanger BTW te Vilvoorde, met kantoor te 1800 Vilvoorde, Groenstraat 51/57,

**verweerder,**

vertegenwoordigd door dhr. **F. V.**, inspecteur,

**In deze zaak, in beraad genomen op 17/09/2012, spreekt de rechtbank het**

**navolgend vonnis uit :**

Gelet op :

• Het exploot van dagvaarding in verzet tegen een dwangbevel, op verzoek van eiseres betekend aan verweerder op 06/01/2011;

• De beschikkingen tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 747 Ger.W. van 25/02/2011 en 09/11/2011;

• De conclusies voor eiseres, neergelegd ter griffie op 31/08/2011;

• De conclusie, de aanvullende conclusie en de syntheseconclusie voor de Belgische Staat, neergelegd ter griffie op respectievelijk 29/06/2011, 26/10/2011 en 25/01/2012; en

• De stukken voor de Belgische staat, neergelegd ter griffie op 25/01/2012.

Gehoord, ter openbare zitting van 17/09/2012, verweerder in zijn besluiten en middelen, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad genomen werd.

Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

1\. Eiseres verscheen niet ter zitting van deze rechtbank op 17/09/2012, noch iemand namens haar. Verweerder vorderde dat de zaak zou worden behandeld.

Zowel eiseres als haar raadsman werd op respectievelijk 09/03/2011 en 18/11/2011 kennisgeving gedaan van de beschikkingen op grond van artikel 747 Ger. W. Nu partijen verschenen op de inleidingszitting diende deze kennisgeving niet te gebeuren per gerechtsbrief (art. 747, § 2, al. 4 Ger.W.) zodat huidige uitspraak ook ten aanzien van eiseres op tegenspraak is (art. 747, § 2, al. 6 Ger.W.).

## 1. FEITEN

2\. Eiseres is als BTW-plichtige gekend voor een activiteit als niet gespecialiseerde groothandel in niet-diepgevroren voedingsmiddelen, dranken en genotmiddelen.

Betreffende de BTW-verplichtingen van eiseres werd er een proces-verbaal opgesteld (dat ten grondslag ligt aan het dwangbevel en dus huidige discussie) op 16/11/2010 en dit betreffende de periode 01/01/2007 - 10/08/2010.

In dit proces-verbaal werd vastgesteld dat voor het jaar 2007, slechts zeer beperkt stukken werden voorgelegd (met name enkel het aankoopdagboek m.b.t. de 4de trimester), ondanks herhaalde vragen. De echtheid van de aankopen van eiseres in 2007 is dan ook niet bewezen, nu uit de listings ingediend door de leveranciers van eiseres bovendien slechts een zeer beperkt bedrag werd gefactureerd. Zelfs de twee ingeschreven aankopen (in het beperkte aankoopdagboek) konden niet getraceerd worden. Het recht op aftrek wordt dus niet bewezen. Vervolgens werd ook geen enkel stuk voorgelegd omtrent de door eiseres ingeroepen intracommunautaire leveringen. Wegens het moedwillig niet voorleggen van de boekhouding, wordt de proportionele geldboete niet verminderd.

Bijgevolg is verschuldigd :

BTW : € …

Administratieve geldboete :

Intresten : € …

vanaf21/01/2008.

Deze bedragen werden opgenomen in een dwangbevel met nummer … van 22/11/2010, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 25/11/2010 en vervolgens aan eiseres betekend bij deurwaardersexploot van 14/12/2010.

## 2. VOORWERP VAN DE VORDERINGEN

3\. De vordering van eiseres strekt ertoe het bestreden dwangbevel nietig te verklaren, minstens de opgelegde geldboete te verminderen tot 10 %. Uiterst ondergeschikt vordert eiseres een prejudiciële vraag te horen stellen aan het Hof van Justitie.

De Belgische Staat concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.

## 3. BEOORDELING

### 3.1. Ontvankelijkheid

4\. Verweerder werpt geen specifieke gronden van niet-ontvankelijkheid van de vordering op. De rechtbank ziet evenmin redenen om ambtshalve te besluiten tot de niet-ontvankelijkheid van de vordering van eiseres. Deze is ontvankelijk.

### 3.2. Ten gronde

5\. In een eerste middel werpt eiseres op dat het dwangbevel nietig is op grond van art. 2, W. 11/04/1994 op de openbaarheid van bestuur, aangezien de beroepsmogelijkheid niet wordt vermeld.

Dit middel mist feitelijke grondslag, nu op de keerzijde van het dwangbevel de beroepsmogelijkheden wel degelijk worden aangehaald.

6\. Het dwangbevel zou nietig zijn omdat het boekjaar niet wordt vermeld.

In het proces-verbaal, waarnaar het dwangbevel verwijst, wordt duidelijk de periode weergegeven waarop de BTW betrekking heeft. Het dwangbevel is bijgevolg afdoende gemotiveerd (vgl. Cass. 20/03/2008, rolnummer [F.07.0016.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/contrainte-defaut-paiement-taxe-acte-cassation-bruxelles-2008-03-20-280d)).

7\. Eiseres beroept zich op overmacht. Zij kon de stukken op het moment van de controle niet voorleggen door het verlies van de boekhouding door de boekhouder. Zij zou het nodige doen om deze terug samen te stellen.

Eiseres legt geen enkel stuk voor om haar beweringen te bewijzen.

**8.** Eiseres stelt dat de map met boekhoudkundige stukken werd teruggevonden.

Ook hiervan wordt het bewijs niet geleverd, noch worden deze stukken voorgelegd. Hiermee kan dus geen rekening gehouden worden.

9\. Vervolgens wenst eiseres een vermindering van de administratieve geldboete, minstens - indien de rechtbank zou oordelen deze niet te kunnen verminderen - een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie.

Eiseres brengt evenwel geen enkel stuk bij om haar beweringen die moeten leiden tot een vermindering van de administratieve geldboete te staven. Dit middel is niet gegrond.

## 4. WAARDE VAN DE VORDERING EN DE GEVORDERDE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING

10\. Aangezien de vordering van eiseres niet gegrond is, wordt eiseres veroordeeld tot de kosten van het geding.

De Belgische Staat werd niet bijgestaan door een advocaat, zodat geen rechtsplegingsvergoeding dient begroot te worden.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 3, 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak, op tegenspraak op grond van art. 747, § 2, al. 6 Ger.W. ten aanzien van eiseres

Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk doch niet gegrond.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, in hoofde van de Belgische Staat niet verder te begroten.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 33 ste kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op **15 oktober 2012**.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer **J. V. B.** : toegevoegd rechter

Mevrouw **M. N.** : griffier.

**M. N.** **J. V. B.**
