---
title: "Tribunal de première instance de Bruges, 24 juin 2013"
description: "Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 24 juin 2013."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-bruges-2013-06-24-0c11"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance de Bruges, 24 juin 2013 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

24 juin 2013

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

50 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 24.06.2013

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hiernavolgend vonnis verleend**

In de zaak **10/218/A** Rep. nr. 2013/13.235

**BVBA C. B.**, BE …, gevestigd te …, …

**eiseres,**

voor wie optreedt Meester **H. V.**, advocaat te …, … - (ref. C 1001.C5/HV);

**tegen :**

**BELGISCHE STAAT – FOD-FINANCIËN**, Administratie van de BTW, registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, en de administratie van de BTW, registratie en Domeinen, in de persoon van de e.a. Inspecteur van het BTW-Onvangkantoor in Oostende, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 8400 Oostende Vrijhavenstraat 1

**verweerder,**

voor wie optreedt Mevrouw **V. K.**, e.a. Inspecteur bij een fiscaal bestuur.

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 21 januari 2010.

Gelet op het tussenvonnis d.d. 7 februari 2011.

Gelet op het arrest d.d. 9 december 2011 van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

De rechtbank nam opnieuw kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzittingen van 27 mei 2013.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

De rechtbank verwijst hiervoor naar de uiteenzetting in haar tussenvonnis d.d. 7 februari 2011.

## III. BEOORDELING

### A. betreffende de grond

**1.** In het tussenvonnis d.d. 7 februari 2011 werd de eis toelaatbaar verklaard en werd een prejudiciële vraag gesteld aan het Europese Hof van Justitie.

In haar arrest d.d. 9 december 2011 ( zaak [C-69/11](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-69-11-ordonnance)) stelt het Hof :

> "[Artikel 11, A, lid 1, sub a, van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-11) (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag, moet aldus worden uitgelegd dat in omstandigheden als die in het hoofdgeding, de belasting over de toegevoegde waarde niet verschuldigd is kosten of bedragen die door de belastingplichtige aan zijn medecontractant contractueel hadden kunnen worden aangerekend, maar die niet zijn aangerekend".

**2.** Verweerder betwist de stelling van het Hof niet, maar stelt dat alles er op wijst dat de betwiste vergoedingen (zie tussenvonnis d.d. 7 februari 2011) aangerekend werden door eiseres en door haar gevorderd werden, maar dat deze niet werden aangegeven.

**3.** De rechtbank stelt vast dat verweerder in het proces-verbaal d.d. 25 november 2009 voornamelijk stelt dat bepaalde kosten (zie vonnis d.d. 7 februari 2011) niet in de berekening van de door eiseres opgestelde factuur (d.d. 31 oktober 2006) werden opgenomen. Verweerster stelt in het proces-verbaal ook wel dat bijkomend werd vastgesteld dat eiseres tussen 30 april en 31 mei 2008 nog 2 facturen met nrs. 24 en 26 heeft uitgereikt, maar dat deze niet ter inzage werden voorgelegd. Verweerster stelt in het proces-verbaal niet uitdrukkelijk dat de niet in de berekening opgenomen kosten zouden opgenomen zijn in deze facturen 24 en/of 26.

Nu stelt verweerster in besluiten wel uitdrukkelijk dat de betwiste vergoedingen (zijnde de niet in de berekening opgenomen kosten) wel werden aangerekend en gevorderd, maar dat ze niet werden aangegeven door eiseres. Verweerster verwijst hiervoor naar de ontbrekende facturen 24 en 26. Eiseres stelt dat de facturen 24 en 26 gewoon niet bestaan.

**4.** Enerzijds is het op zijn minst zeer ongebruikelijk dat 2 facturen uit een doorlopende nummering niet zouden bestaan. Maar anderzijds brengt verweerster geen enkel element voor dat er op zou kunnen wijzen dat de facturen 24 en 26 weldegelijk bestaan. Er is ook geen enkele aanwijzing dat, zo deze facturen 24 en/of 26 al zouden bestaan, deze gericht zijn aan **P. B. H.** bevattende de kosten die niet in de berekening werden opgenomen (factuur d.d. 31 oktober 2006). Op de factuur d.d. 31 oktober 2006 is ook geen enkel element terug te vinden dat er al voorafgaandelijk een factuur zou geweest zijn waarbij reeds een deel van de kosten zou zijn gefactureerd.

Eiseres heeft herhaaldelijk gesteld dat zij contractueel de kosten wel mocht doorrekenen aan **P. B. H.**, maar dat zij dit gewoon niet gedaan heeft. Er is geen enkel bewijs of zelfs aanwijzing dat eiseres de betreffende kosten wel heeft aangerekend. Bovendien is de BTW niet verschuldigd op kosten of bedragen die door de belastingplichtige aan zijn medecontractant contractueel hadden kunnen worden aangerekend, maar die niet zijn aangerekend (arrest d.d. 9 december 2011 van het Hof van Justitie van de Europese Unie).

Verweerder heeft dan ook ten onrechte BTW aangerekend t.b.v. 7.606,12 EUR op de niet aangerekende kosten (punt 1 van het proces-verbaal) en hieromtrent een boete opgelegd en intresten aangerekend.

**5.** In het proces-verbaal d.d. 25 november 2009 is nog een punt 2 opgenomen (deel van de verschuldigde BTW is laattijdig opgenomen in de BTW-aangifte en deze BTW is laattijdig betaald). Betreffende dit punt wordt geen betwisting gevoerd door eiseres.

### B. Betreffende de kosten

Gezien verweerder voor het grootste deel in het ongelijk wordt gesteld, moet hij overeenkomstig artikel 1017, 1° lid Ger.W. de gerechtskosten dragen.

Deze eis is in geld waardeerbaar en de waarde van de vordering situeert zich tussen 10.000 en 20.000 EUR waarvoor het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig het KB van 26 oktober 2007 een bedrag van 1.210,00 EUR (geïndexeerd) bedraagt.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

**Verklaart de eis gegrond in volgende mate.**

**Vernietigt het dwangbevel d.d. 2 december2009 in zoverre het betrekking heeft op punt 1 van het proces-verbaal d.d. 25 november2009 (BTW 7.606,12 EUR, evenredige geldboete op dit bedrag en intresten op 7.600,00 EUR) en zegt voor recht dat aan het betreffende dwangbevel in die mate geen gevolg mag worden gegeven.**

**Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van de op het aldus vernietigde deel van het dwangbevel betaalde of ingehouden bedragen, te vermeerderen met de intresten aan de wettelijke rentevoet, vanaf datum betaling maar ten vroegste vanaf 21 januari 2010 en dit tot de datum van volledige terugbetaling.**

Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding, aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven, en aan de zijde van eiseres begroot op de rechtsplegingsvergoeding 1.210,00 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge op **maandag vierentwintig juni tweeduizend en dertien**.

Aanwezig zijn :

**D. P. L.**, alleenrechtsprekend rechter;

**S. C.**, griffier.

**C. S.** **L. D. P.**

## Textes cités

2

[6e directive 77/388 art. 11](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-11) 1 occurrence

[C-69/11, ordonnance du 9 décembre 2011](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-69-11-ordonnance) 1 occurrence

## Décisions similaires

7

[Dette de TVA, Bâtiment, Terrain, immeuble bâti](https://juriel.be/fr/jurisprudence/dette-tva-batiment-terrain-immeuble-tribunal-2025-12-15-9aee) 1 dispositions communes

[Tribunal de première instance de Bruxelles, 9 novembre 2009](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-bruxelles-2009-11-09-1740) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Bien immobilier, Frais de construction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-bien-immobilier-frais-cassation-bruxelles-2019-09-27-59d6) 1 dispositions communes

[Déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-utilisation-bien-investissement-immeuble-cour-appel-liege-2017-10-12-b98f) 1 dispositions communes

[Immeuble neuf, Base d’imposition, Valeur normale, Expertise, Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/immeuble-neuf-base-imposition-valeur-cour-appel-liege-2020-04-20-c3e9) 1 dispositions communes

[Champ d'application, service, opération imposable](https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-service-operation-imposable-tribunal-bruxelles-2010-09-21-d1c4) 1 dispositions communes

[Base d'imposition](https://juriel.be/fr/jurisprudence/base-imposition-livraisons-services-contrepartie-cassation-bruxelles-2010-01-14-dfbd) 1 dispositions communes
