---
title: "Tribunal de première instance de Bruges, 2 mars 2009"
description: "Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 2 mars 2009."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-bruges-2009-03-02-83a1"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance de Bruges, 2 mars 2009 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

2 mars 2009

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

63 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges de 02.03.2009

Résumé niet beschikbaar

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak **05/222/A** Rep. nr. 2009/2834

de heer **G. S.**, zonder beroep, voorheen wonende te …, …, thans te …, …,

**eiser,**

voor wie optreedt Meester **K. G.**, advocaat met kantoor te …, …,

**tegen :**

**De FOD FINANCIËN**, Administratie van de A.0.I.F., Sector BTW, in de persoon van de e.a. Inspecteur van het 2e BTW-Controlekantoor te 8900 IEPER, Arsenaalstraat 4 A,

**verweerder**

voor wie optreedt Meester **J. V. d. P.**, advocaat met kantoor te …, …,

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het verzoekschrift d.d. 24 januari 2005.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 2 februari 2009.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**1.** Eiser is een niet-belastingplichtige particulier en is eigenaar van een woning gelegen te …, …. Eiser heeft in de periode 2002 tot 2004 onroerende werken uitgevoerd aan de betreffende woning.

Teneinde het BTW-tarief op de uitgevoerde werken vast te stellen wordt op 9 december 2004 een controle ter plaatse uitgevoerd door ambtenaren van het 2de BTW­controlekantoor te leper. Volgens de administratie is het tarief van 21 % van toepassing op de uitgevoerde werken i.p.v. het tarief van 6 %. Een regularisatieopgave wordt opgemaakt op 13 juli 2004 voor een bedrag van … EUR als BTW en … EUR als boete. De bedragen worden door eiser op 18 augustus 2004 betaald onder voorbehoud van alle rechten.

Door eiser wordt een verzoekschrift neergelegd op 24 januari 2004.

**2.** Eiser vraagt dat :

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling aan eiser van het bedrag van … EUR, te verhogen met de moratoriumintresten vanaf 18 augustus 2004 en met de gerechtelijke intresten vanaf het verzoekschrift tot de algehele betaling;

\- verweerder wordt veroordeeld tot alle kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR.

**3.** Verweerder vraagt dat· de eis van eiser ongegrond wordt verklaard en dat eiser wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR.

## III. BEOORDELING

### A. Betreffende de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, ·vaststelt, is de eis toelaatbaar.

### B. Betreffende de grond

**1.** Eiser stelt dat het in casu niet gaat over een nieuwbouw maar over een renovatie van een uit zijn aard onroerend goed, zodat de werken onderworpen zijn aan het verlaagde BTW-tarief van 6 %. Minstens een ruimte van 22,57 m2 betreft geen “beschikbare” oppervlakte.

**2.** Volgens verweerder betreft het geen verbouwing maar een nieuwbouw. Na uitvoering van de werken bedraagt het oude gedeelte slechts 148,23 m2 van de totale bebouwde oppervlakte van 319,13 m2, zijnde minder dan de helft. Een belangrijk gedeelte van de buitenmuren is volledig afgebroken. De voorwaarden om het tarief van 6 % te genieten zijn dus niet vervuld.

**3.** Sinds 1 augustus 1986 zijn sommige werken in onroerende staat, onder bepaalde voorwaarden, bij toepassing van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de. tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, onderworpen aan het verlaagde BTW-tarief van 6 %. De toepassing van dit verlaagde tarief is beperkt tot de handelingen die de omvorming, renovatie, rehabilitatie verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van de woning tot voorwerp hebben.

Krachtens § 1, 1° van rubriek XXXI van tabel A zijn het werk in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen die het bouwen van een nieuw gebouw tot voorwerp hebben impliciet uitgesloten van het voordeel van het tarief A.

In de administratieve aanschrijving nr. 6 van 22 augustus 1986 wordt de toepassing van het verlaagd tarief in de onroerende sector toegelicht. In voormelde aanschrijving staat te lezen dat onder 'omvorming' wordt verstaan de verbouwing zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant van het gebouw of de vergroting door toevoeging van nieuwe vertrekken of uitbreiding van bestaande vertrekken. Volgens voormelde aanschrijving wordt het bestaan van een verbouwing niet bekritiseerd wanneer de renovatiewerken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het gebouw.

In BTW-revue nr. 110 van september 1994 wordt verder verduidelijkt in welk geval een vergroting al dan niet kan worden aangemerkt als een omvorming in de zin van rubriek XXXI van de bijlage A van het KB nr. 20. De uitbreiding van een bestaand gebouw kan namelijk worden aangemerkt als een omvorming (of verbouwing) van dat gebouw voor zover de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol is ten aanzien van het nieuwe gedeelte. Er kan worden van uitgegaan dat dit het geval is wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de woning of het woningcomplex na de uitvoering van de werken. Bovendien is vereist dat het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk van het oude gedeelte kan functioneren maar het oude gedeelte aanvult en er dus inzake aanwending van het gebouw een geheel mee vormt. Daarentegen is niet vereist dat het nieuwe gedeelte zich onder hetzelfde dak bevindt als het oude gedeelte.

**4.** Het is duidelijk dat voormelde aanschrijving en mededeling geen andere bedoeling en draagwijdte hebben dan de bestaande wetgeving en reglementering in herinnering te brengen en/of toe te lichten, en daaraan eventueel aanbevelingen vast te knopen. Zij hebben met andere woorden niet de bedoeling de erin vervatte interpretaties of richtlijnen verplichtend te stellen, aan wie dan ook. Volgens een vaste rechtspraak van de Raad van State en van het Hof van Cassatie hebben dergelijke interpretatieve aanschrijvingen geen bindend karakter.

Evenwel kan de rechtbank een dergelijke administratieve toegeving op de wettekst niet negeren, wil zij voor alle rechtsonderhorigen die in dezelfde omstandigheden zijn, een gelijke behandeling garanderen.

Het onderscheid tussen werken, die als een omvorming kunnen worden aangemerkt en dus het tarief A kunnen genieten, en de werken, die bijdragen tot de oprichting van een nieuwbouw en dus uitgesloten blijven van de toepassing van het tarief A, is een feitenkwestie die geval per geval moet beoordeeld worden (*Vr. en Antw., Kamer, 1992-93, nr. 70, 6703 - Vr. nr. 585 GEHLEN, b.t.w.-rev., nr. 107, 106 nr. 3*).

**5.** Door partijen worden plannen neergelegd. Eiser legt ook foto's neer van voor en na de uitvoering van de werken.

Uit de plannen blijkt dat wat betreft het gelijkvloers de oude muren van de leefruimte en de achterbouw (berging) zijn blijven staan. De muren van de keuken, badkamer, toilet, garage en berging en garage zijn nieuw.

Eiser betwist niet dat op 9 december 2004 werd vastgesteld dat de garage en berging niet werden uitgevoerd zoals op het plan weergegeven. Op het gelijkvloers zijn geen 2 garagepoorten en een venster zoals voorzien aan de voorkant, maar wel 1 garagepoort en een venster. Aan de achterkant zijn er geen 2 kleine vensters en een deur zoals voorzien, maar wel een groot schuifraam. Aan de zijgevel is er in werkelijkheid een deur terwijl deze niet is aangegeven op het plan. Op de verdieping bevindt zich boven het oude gedeelte 2 slaapkamers, boven het nieuwe gedeelte bevindt zich een zolderberging (boven keuken, badkamer en toilet) met een doorgang naar de zolder (boven de garage en berging).

De uitgevoerde werken blijken ook (voor een deel) uit de foto's.

Op basis van de voorliggende stukken blijkt dat er een volledig nieuw gedeelte werd gebouwd dat in omvang groter is dan wat behouden werd. De oppervlakte van het behouden gedeelte bedraagt immers slechts 148,23 m2 en is kleiner dan de helft van de totale oppervlakte van de woning na de uitvoering van de werken, zijnde 319, 13 m2.

Het behouden oude gedeelte (zijnde gelijkvloers leefruimte en achterberging en op de verdieping 2 slaapkamers) is niet betekenisvol ten aanzien van het nieuwe gedeelte dat de volledige keuken, badkamer, toilet, garage en berging en garage, en een zolderberging en zolder bevat en dus functioneel belangrijker is. Verder blijkt dat het nieuwe gebouw voor een groot deel niet meer berust op de oude dragende muren.

Uit niets blijkt dat de ruimte boven de keuken geen volwaardige “bovenruimte” zou zijn. Eiser geeft toe deze ruimte te gebruiken, of minstens gebruikt te hebben, voor het opslaan van goederen.

Evenmin is bewezen dat de ruimte boven de garage geen 'beschikbare' ruimte zou de ruimte zijn. Uit de foto's blijkt dat deze ruimte zelfs ramen heeft. Het is niet omdat nog niet helemaal zou afgewerkt zijn, dat met de ruimte geen rekening moet gehouden worden.

Het is dan ook duidelijk dat de werken niet de omvorming van een woning zijn maar integendeel de bouw van een nieuwe woning betekenen. Het verlaagd tarief van 6 % is dan ook niet van toepassing op de uitgevoerde werken.

### C. Betreffende de kosten

Gezien de eiser in het ongelijk worden gesteld, moet hij overeenkomstig artikel 1017, 1° lid Ger.W. de gerechtskosten dragen.

De waarde van de situeert zich tussen 10.000 en 20.000 EUR waarvoor het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig het KB van 26 oktober 2007 een bedrag van … EUR bedraagt, zoals gevorderd.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar doch ongegrond.

Veroordeelt eiser tot de gedingkosten, aan zijn zijde begroot op de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR en aan de zijde van verweerder begroot op de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **maandag twee maart tweeduizend en negen**.

Aanwezig zijn :

**D. P. L.**, alleenrechtsprekend rechter;

**L. N.**, griffier.

**N.L.** **L. D. P.**
