---
title: "Tribunal de première instance de Bruges, 18 décembre 2006"
description: "Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 18 décembre 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-bruges-2006-12-18-e6b2"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance de Bruges, 18 décembre 2006 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

18 décembre 2006

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

Le texte de ce document est en néerlandais.

## Texte

53 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Bruges du 18.12.2006

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak **04/3089/A** Rep.nr.2006/15.996

**de BVBA H.-T.**, (Ondernemingsnr. …), met maatschappelijke zetel te …, …,

**eiseres,**

voor wie optreedt Meester **G. B.**, advocaat met kantoor te …, …,

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, FOD FINANCIËN, Administratie van de BTW, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Brugge, met kantoren te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,

**verweerder,**

voor wie is opgetreden Meester **I. G.** (balie …) loco Meester **J. V. d. P.**, advocaat met kantoor te …, …,

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidend verzoekschrift houdende verzet de dato 15 oktober 2004.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door verweerder overgelegde bundel.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 23 oktober 2006.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**2.1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW­registratienummer BE …, ingevolge haar activiteit van ceremonie-taxibedrijf en het transport van bloed. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Bij tegensprekelijk verzoekschrift van 15 oktober 2004 werd verzet aangetekend tegen het dwangbevel dat werd uitgevaardigd op 30 juli 2004 en dat gebaseerd is op een bijzondere rekening, opgesteld op grond van [artikel 8, § 1 van het KB nr. 24](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-24-decembre-paiement-taxe-valeur-ajoutee-6f3f#ar24-art8) van 29.12.1992.

**2.2.** Eiseres vraagt dat het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens voor recht wordt gezegd dat het bestreden dwangbevel ongegrond is en dat de in het bestreden dwangbevel vermelde BTW-sommen en boete niet verschuldigd zijn. Tevens vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.

**2.3.** Verweerder vordert dat het verzoekschrift ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op 233,02 EUR rechtsplegingsvergoeding. Bij tegeneis vordert verweerder een schadevergoeding van 500,00 EUR wegens tergend en roekeloos geding.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid van hoofd- en tegenvordering

Partijen voeren geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de hoofd- en tegenvordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, zijn de hoofd­ en tegenvordering ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond van de hoofdvordering

**3.2.1.** Het dwangbevel werd uitgevaardigd op basis van de gegevens in de bijzondere rekening die op haar beurt op niets anders gebaseerd zijn dan enerzijds op de cijfers die eiseres zelf in haar BTW-aangiften voor het vierde kwartaal van 2003 had ingevuld en anderzijds het feit dat eiseres naliet die bedragen te betalen.

Het feit of in deze aangifte de BTW correct werd in aftrek gebracht is niet relevant.

**3.2.2.** Verweerder heeft in zijn bijzondere rekening de wetsartikelen en de onderdelen ervan vermeldt op grond waarvan de boete werd vastgelegd.

Verder is de boete wel degelijk gerechtvaardigd. Eiseres moest zich maar al te goed bewust zijn van het feit dat ze BTW moest betalen. Verder moet eiseres weten dat de niet-betaling een administratief apparaat in gang zet waardoor er kosten gemaakt worden die konden vermeden worden door stipte betaling.

In het geheel van de omstandigheden is de boete van 10 % aangepast en in verhouding met de feiten en dus zeker niet overdreven.

De vordering van eiseres dient derhalve als ongegrond te worden afgewezen.

### 3.3. nopens de grond van de tegenvordering

**3.3.1.** Verweerder vraagt op tegeneis een schadevergoeding van 500,00 EUR wegens tergend en roekeloos geding aangezien de procedure er enkel op gericht is obstructie te plegen bij de poging tot invordering van de schuld die haar oorzaak vindt in de door eiseres zelf aangegeven belastbare handelingen.

**3.3.2.** Het opstarten van een gerechtelijke procedure is in casu, gelet op de concrete omstandigheden, dilatoir en getuigt van een verregaande lichtzinnigheid of kwaadwilligheid waarvan ieder voorzichtig of behoedzaam mens zich dient te onthouden. De argumenten die eiseres aanvoert zijn duidelijk 'gezocht' om betwisting te kunnen voeren en zonder dat eiseres ooit kan gedacht en verwacht hebben dat er enig gunstig gevolg zou kunnen aan gehecht worden. De toegang tot het gerecht mag niet lichtzinnig benut worden. Toch is dat wat eiseres hier onmiskenbaar gedaan heeft.

In billijkheid moet worden aangenomen dat de bijkomende kosten en organisatorische middelen die door die procedure, zelfs buiten de zuivere kosten van verdediging, ten nadele van verweerder veroorzaakt zijn minstens een waarde van 500,00 EUR vertegenwoordigen.

De tegenvordering is dan ook gegrond.

### 3.4. nopens de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1 ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart het verzet tegen het dwangbevel ontvankelijk doch ongegrond.

Verklaart de tegenvordering ontvankelijk en gegrond.

Veroordeelt dienvolgens eiseres om te betalen aan verweerder van een bedrag van 500,00 EUR als schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 364,40 EUR, uit hoofde van de geïndexeerde rechtplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **maandag achttien december tweeduizend en zes**.

Aanwezig zijn :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter;

**L. N.**, griffier.

**N. L.** **N. H.**

## Textes cités

1

[AR no 24 art. 8](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-24-decembre-paiement-taxe-valeur-ajoutee-6f3f) 1 occurrence
