---
title: "Tribunal de première instance d&#x27;Anvers, 19 octobre 2008"
description: "Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 19 octobre 2008."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2008-10-19-c893"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance d'Anvers, 19 octobre 2008 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

19 octobre 2008

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

47 paragraphes

### Corps de la décision

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 19.10.2008

Résumé non fourni

## Texte di jugement

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op negentien december tweeduizend en acht in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, enig rechter,

**N. D.**, griffier.

In zake : A.R. Nr. **03/6426/A**

**BVBA D. B.**, voorheen BVBA **G.**, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, met zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **E. K.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van heer Gewestelijk directeur te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Frankijklei 73.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester mr. **R. L.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 16 oktober 2003,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 14 maart 2008,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 28 november 2008.

---

De vordering strekt ertoe de directorale beslissing van 29 juli 2003 te vernietigen, dienvolgens de opgelegde boete kwijt te schelden en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

## Beoordeling

## Betreffende de geldboete van 10 %

Het staat ontegensprekelijk vast dat eiseres de verschuldigde BTW niet tijdig heeft betaald.

De geldboete van 10 %, die werd opgelegd ingevolge niet tijdige betaling van BTW zoals blijkt uit de ingediende periodieke BTW aangiften, is wettelijk en bovendien is de rechtbank van oordeel dat deze boete in redelijke verhouding staat met de gepleegde inbreuk en met de ernst van de feiten.

## Betreffende de rechtsplegingsvergoeding

Om de waarde van de vordering te bepalen kunnen er drie mogelijkheden zich voordoen, namelijk :

\- eis is in geld uitgedrukt (artikelen 557 tot 562 Ger.W.);

\- eis is niet in geld uitgedrukt, maar wel in geld waardeerbaar (artikel 592 Ger.W.);

\- eis is zelfs niet in geld waardeerbaar.

Niettegenstaande de opgelegde boete een som geld tot voorwerp heeft, wordt te dezen gevorderd om de directorale beslissing van 29 juli 2003 te vernietigen en de opgelegde boete kwijt te schelden zodat er aldus geen som geld wordt geëist.

Bijgevolg is de vordering van eiseres overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 Ger.W. niet in geld uitgedrukt.

Artikel 2 KB van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 Ger.W. bepaalt uitdrukkelijk dat voor geschillen die betrekking hebben op in geld waardeerbare vorderingen het bedrag van de vordering wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 Ger.W. in verband met de bepaling van de bevoegdheid en de aanleg; hieruit volgt dat voor de vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding de waarde van de vordering niet kan worden vastgesteld overeenkomstig artikel 592 Ger.W., zijnde een eis die niet in geld is uitgedrukt maar wel in geld waardeerbaar is.

Aangezien de vordering van eiseres overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 Ger.W. niet in geld is uitgedrukt en aangezien - zoals hoger vermeld - voor de vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding de waarde van de vordering niet kan worden vastgesteld overeenkomstig artikel 592 Ger.W., staat het vast dat dit geschil voor de vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding betrekking heeft op een niet in geld waardeerbare vordering.

Krachtens artikel 3 van voornoemd KB van 26 oktober 2007 bedraagt het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding aldus … EUR, het minimumbedrag … EUR en het maximumbedrag … EUR.

Op de terechtzitting van 28 november 2008 heeft eiseres verzocht om het basisbedrag te verminderen ingeval de rechtbank van oordeel is dat het geschil betrekking heeft op een niet in geld waardeerbare vordering.

Aangezien de geldboete slechts een te betalen bedrag van … EUR tot voorwerp heeft, leidt een rechtsplegingsvergoeding van … EUR tot een kennelijk onredelijke situatie zodat de rechtbank het basisbedrag kan verminderen nu eiseres dit heeft verzocht.

Gelet op deze kennelijk onredelijke situatie zijn er dan ook redenen om het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding te verminderen tot … EUR.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

**N. D.** **P. W.**
