---
title: "Tribunal de première instance d&#x27;Anvers, 16 juin 2008"
description: "Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 16 juin 2008."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2008-06-16-19f8"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance d'Anvers, 16 juin 2008 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

16 juin 2008

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

69 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 16.06.2008

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zestien juni tweeduizend en acht in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, enig rechter,

**N. D.**, griffier.

**In zake : A.R. Nr. 07/151/A**

**U. A.**,

zelfstandige, wonende te …, ….

**eisende partij**

\- verschijnende bij meester **B. N.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij

\- verschijnende bij …, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 5 januari 2007,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 16 november 2007,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 2 juni 2008.

---

Een ter zake BTW bevoegd ambtenaar heeft in april 2005 de kwartaal aangifte over het tweede kwartaal 2003 van Gewone Commanditaire Vennootschap **M.-B.** ontvangen.

Deze vennootschap staat voor de BTW geregistreerd als herberg.

Over deze laattijdige kwartaal aangifte is op 27 april 2005 proces-verbaal opgesteld met boete, en op 18 september 2006 is dwangbevel uitgevaardigd ten laste van deze vennootschap en van onder meer huidig eiser als hoofdelijk aansprakelijk werkend vennoot.

Over gezegde vennootschap liggen voorts bijzondere rekeningen voor terzake de periodes van 30 april tot 31 juli 2004, 31 oktober 2004 tot 31 januari 2095 en 30 april tot 31 juli 2005, en 3 daarmede corresponderende dwangbevelen van telkens 21 maart 2006 die alle uitvoerbaar zijn verklaard op 21 september 2006.

De vier dwangbevelen zijn middels. exploot van 29 september 2006 betekend aan huidig eiser als derde betekende (naast de vennootschap als eerste en de heer **A. M.** als tweede betekende), met bevel tot betalen.

Op 9 november 2006 is ten name van de vennootschap PV van niets-bevinding opgesteld.

Op 23 november 2006 is ten laste van huidig eiser uitvoerend beslag op roerend goed gelegd, met vastlegging van verkoopdag tegen 12 januari 2007.

Pas middels verzoekschrift op tegenspraak van 5 januari 2007 is rechtsvordering ingesteld in betwisting van de fiscale vordering.

Verweerder werpt in het petitief van zijn syntheseconclusie onontvankelijkheid der vordering op, voert daartoe evenwel geen onderbouwing aan in zijn overwegingen.

Ook ligt er geen ambtshalve aan te voeren oorzaak tot ontoelaatbaar verklaring voor.

Ten gronde betwist eiser in essentie dat hij ooit werkend vennoot is geweest in GCV **M.-B.**.

Hij wijst erop dat in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 14 juni 2005 staat opgegeven dat hij zou zijn aangesteld als werkend vennoot van “BVBA” **M.-B.**, en dat hij in elk geval nooit werkend vennoot is geweest in GCV dan wel ene BVBA **M.-B.**.

Stuk 13 van verweerder is een fotokopie van een op 6 juni 2005 ter griffie der rechtbank van koophandel door de heer **A. M.** als zaakvoerder namens "BVBA" **M.-B.** neergelegd stuk ter melding van een Alg. Vergadering van 12 mei 2005 tot zetelverplaatsing van … naar … te … en van aanstelling van huidig eiser als werkend vennoot.

Het blijkt -luidt het ondernemingsnummer - wel degelijk te gaan om GVC **M.-B.**, waarbij louter de opgave der vennootschapsvorm foutief is, waaraan te dezen evenwel geen gevolgen in rechte zijn verbonden.

De rechtsvraag is te dezen evenwel of eiser door verweerder geldig mag worden beschouwd als werkend vennoot van deze vennootschap.

Op vraag van de rechtbank hebben de gedingpartijen, elk voor zich, contact opgenomen met de curator van het faillissement van GCV **M.-B.**, geopend op 10 april 2008, en dit met het oog op het bekomen van meer informatie terzake betrokkenheid van eiser in de GCV.

De curator heeft geantwoord niet te beschikken over enig document ter zake een Bijzondere Algemene Vergadering van 12 mei 2005.

Uit geen aan eiser tegenwerpbaar gegeven blijkt aldus dat hij zijn instemming heeft betuigd met het vennoot worden in GCV **M.-B.** (ondernemingsnummer …).

Uit het hoger vermeld stuk 13 van verweerder blijkt het alvast niet op tegenwerpbare wijze, bij gebrek aan enig onderbouwend document of enig verder gegeven dan vermeld stuk 13.

Het is in de gegeven omstandigheden verre van uitgesloten dat de naam van eiser daartoe is misbruikt.

De rechtsvordering dient aldus gegrond te worden verklaard.

Verweerder stelt dat hij is voortgegaan op stuk 13, en dat hij de gerechtskosten dan ook niet dient te betalen.

Deze stelling dient te worden benaderd met volgend onderscheid.

Uit het document blijkt, zelfs prima facie, geen instemming van eiser met zijn "aanstelling" tot werkend vennoot (men kan overigens geen werkend vennoot worden bij "aanstelling").

Nu uit het document geen positieve instemming blijkt van eiser om. vennoot te worden in de GCV, kan van hem geen negatief bewijs worden verlangd dat hij geen vennoot is geworden.

Bij dit alles is schuldige medewerking vanwege eiser, of kwade trouw in zijnen hoofde, niet aangetoond te dezen.

Verweerder dient krachtens artikel 1017 Gerechtelijk Wetboek als "in het ongelijk gestelde" partij te worden veroordeeld tot de kosten van het geding.

Het is echter anders met de kosten van het uitvoerend beslag.

Uit de stukken blijkt dat de dwangbevelen aan eiser zijn betekend middels exploot van reeds 29 september 2006, en dat eiser heeft nagelaten hierop te reageren in rechte, wat twee maand later, op 23 november 2006, dan oorzaak is geworden tot uitvoerend beslag door verweerder die in de waan werd gelaten dat eiser op de dwangbevelen geen verhaal uit te oefenen had.

Zelfs dan nog heeft eiser eerst actie in rechte ondernomen op 5 januari 2007, een week voor de bepaalde verkoopdag.

Deze aan eisbare volop toerekenbare inertie leidt er te dezen toe dat eiser wel de kosten van het uitvoerend beslag voor zijn rekening dient te nemen.

Een en ander in toepassing van de regel van artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek.

Partijen hebben standpunt ingenomen ter zake de rechtsplegingvergoeding.

De vordering streeft onwettig verklaring van dwangbevelen na, is bijaldien niet waardeerbaar.

Evenwel past het om het bedrag in toenadering van de door partijen elk voor zich geponeerde bedragen te bepalen op de daarbij gelijklopende … Euro.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, en als volgt gegrond,

Verklaart de vordering toelaatbaar, en gegrond als volgt,

Verklaart de vier bestreden dwangbevelen (met ref. RCIV …, …, …, …), aan eiser betekend middels een en hetzelfde exploot van 29 september 2006, onwettig en verbiedt er de uitvoering van,

Laat nochtans de kosten van het uitvoerend beslag blijvend ten laste van eiser, en laat tot dat beloop de uitvoering van de dwangbevelen toe,

Veroordeelt verweerder tot de kosten, deze door de rechtbank in hoofde van eiser vereffend op … Euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding,

Wijst eiser voor zoveel nodig af van het meer en van het anders gevorderde.

**N. D.** **L. B.**
