---
title: "Tribunal de première instance d&#x27;Anvers, 9 juin 2006"
description: "Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 9 juin 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2006-06-09-3b96"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance d'Anvers, 9 juin 2006 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

9 juin 2006

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

38 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 09.06.2006

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op negen juni tweeduizend en zes in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

**In zake : AR nr. 06/2773/A**

**J. R.**, handelaar, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, geboren te … op …, wonende te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **C. V. L.** loco meester **Ph. V.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, invordering Sector BTW, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijke Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het derde BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 27 april 2006,

\- de conclusie van ve1werende partij neergelegd ter griffie op 17 mei 2006.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 26 mei 2006.

---

De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/4108, uitgevaardigd op 14 april 2006 en uitvoerbaar verklaard op 20 april 2006, als nietig te beschouwen, minstens te vernietigen wegens het gebrek aan machtiging van de gewestelijke directeur, voor recht te zeggen dat eiseres de in het dwangbevel gevorderde sommen niet verschuldigd is, derhalve de uitvoering van het dwangbevel te verbieden en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding; ondergeschikt strekt de vordering ertoe eiseres afbetalingstermijnen voor het openstaande saldo toe te staan van 3 maanden.

## Beoordeling

## Betreffende bewijs van machtiging met betrekking tot de visering en uitvoerbaar verklaring van het dwangbevel

Volgens eiseres blijkt uit geen enkel document dat de ambtenaar gemachtigd was door de gewestelijke directeur om het bestreden dwangbevel te viseren en uitvoerbaar te verklaren zodat dit dwangbevel - volgens eiseres - nietig zou zijn.

Uit het delegatiebesluit van 17 november 1997 blijkt ontegensprekelijk dat deze ambtenaar door de gewestelijke directeur gemachtigd was om het bestreden dwangbevel te viseren en uitvoerbaar te verklaren.

## Betreffende de boeten

Een bijzondere rekening werd opgemaakt voor het tijdvak van 31 oktober 2005 tot 31 januari 2006, waarvoor het bestreden dwangbevel werd uitgevaardigd, terwijl de BTW aangifte van 20 april 2006 daarentegen betrekking heeft op het eerste kwartaal 2006.

De bijzondere rekening heeft dan ook betrekking op een andere periode dan de BTW aangifte van 20 april 2006 zodat de boeten dan ook terecht werden opgelegd.

## Betreffende uitstel van betaling

De rechtbank is van oordeel dat er geen enkele reden is om uitstel van betaling te verlenen, ongeacht of de rechtbank hiertoe de mogelijkheid heeft.

### Dispositif

## 0M DIE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op 356,97 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 182,20 EUR rechtsplegingsvergoeding.

**N. D.** **P. W.**
