---
title: "Tribunal de première instance d&#x27;Anvers, 7 avril 2006"
description: "Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 7 avril 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2006-04-07-226a"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance d'Anvers, 7 avril 2006 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

7 avril 2006

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

41 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 07.04.2006

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zeven april tweeduizend en zes in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

**In zake : AR nr. 05/7754/A**

**NV V. L.**, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **P. D. F.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie der BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur der BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4,

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 19 december 2005,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 199 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 10 maart 2006.

---

De vordering strekt ertoe te zeggen voor recht dat de tenuitvoerlegging van het dwangbevel Reg. 127/358/05, uitgevaardigd op 22 november 2005 en uitvoerbaar verklaard op 2 november 2005, wordt gestuit tot verweerder de nodige verduidelijking zal hebben verschaft omtrent de weerhouden berekening, alsmede alle uitgevoerde betalingen zal hebben toegerekend en conform de bepaling van het KB nummer 24 van 19 december 1992 ze hebben aangeduid hoe deze betalingen zijn toegerekend, zo op hoofdsommen, de koste als intresten.

## Beoordeling

Het dwangbevel werd uitgevaardigd op 22 november 2005 en het staat vast dat op dat ogenblik nog geen enkele betaling was uitgevoerd.

Volgens dit dwangbevel was eiseres de volgende bedragen verschuldigd :

\- BTW : 26.537,96 EUR

\- geldboete : 2.650,00 EUR

\- intresten : 1.104,46 EUR

Op 24 november 2005 werd een bedrag van 114,00 EUR betaald en op 2 december 2005 een bedrag van 5.000,00 EUR.

Op 8 december 2005 werd voornoemd dwangbevel betekend aan eiseres.

Uit de afrekening op dit betekening-bevel van 8 december 2005 blijkt zeer duidelijk dat de administratie met deze betalingen van 5.114,00 EUR rekening heeft gehouden en dat deze betalingen correct werden toegerekend.

Volgens deze afrekening bleef eiseres slechts 25.178,42 EUR BTW verschuldigd; bijgevolg werden deze betalingen van 5.114,00 duidelijk en concreet als volgt toegerekend, namelijk 1.104,46 EUR op de verschuldigde intrest + 2.650,00 EUR op de verschuldigde BTW + 1.359,54 EUR op de verschuldigde BTW, zijnde in totaal 5.114,00 EUR.

Het staat dan ook ontegensprekelijk vast dat de afrekening op het betekening-bevel van december 2005 zeer duidelijk en correct was zodat eiseres deze dan ook kon nakijken en controleren.

Bovendien dient te worden opgemerkt dat eiseres ineens een verzoekschrift heeft neergelegd ter griffie zonder voorafgaandelijk inlichtingen te hebben ingewonnen bij de administratie omtrent haar toestand.

### Dispositif

**OM DIE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op 356,97 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 178,48 EUR rechtsplegingsvergoeding.

**N. D.** **P. W.**
