---
title: "Tribunal de première instance d&#x27;Anvers, 2 janvier 2006"
description: "Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 2 janvier 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2006-01-02-bef1"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance d'Anvers, 2 janvier 2006 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

2 janvier 2006

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

41 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 02.01.2006

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op twee januari tweeduizend en zes in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

In zake : AR nr. **04/4641/A**

**O. F. A. M.**, geboren te Antwerpen op 28 mei 1965, wonende te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **H. V. B.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de rekenplichtige van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 6 augustus 2004,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 5 december 2005.

---

Eiser heeft indertijd BTW-aangiftes ingediend waaruit aan de Staat verschuldigde bedragen naar voren kwamen.

Hij heeft aldus BTW ontvangen van zijn klanten in de betrokken periodes (delen van 1995, 1996 en 1997), maar hij heeft deze BTW toen niet doorgestort.

Ingevolge zijn aangiftes werden bijzondere rekeningen geopend, gevolgd door dwangbevelen (stukken 1, 2 en 3 verweerder) waartegen hij geen betwisting heeft gevoerd.

Hij heeft een verzoek tot vrijstelling van intrest ingediend dat op 6 mei 2002 ter gewestelijke directie invordering toekwam (niet voorgelegd aan de rechtbank) en waarop met brief van 16 juli 2002 (stuk 4 eiser) positief werd geantwoord.

Hij heeft nadien een verzoek tot kwijtschelding van boetes ingediend (stuk 5 eiser) met rappel, (stuk 7 eiser).

Het verzoek was gebaseerd op het Regentbesluit van 18 maart 1831.

Met beslissing van 1 juni 2004 werd het verzoek afgewezen, onder meer met verwijzing naar reeds eerder geschiede proportionering der boetes in toepassing van Koninklijke Besluiten 41 en 44 inzake BTW.

Op 6 augustus 2004 werd rechtsvordering gesteld middels verzoekschrift waaraan afschrift van vermelde beslissing is gehecht.

Toelaatbaarheid van de vordering staat niet in betwisting, ook niet zo nodig ambtshalve aan te voeren.

Eiser voert behartenswaardige omstandigheden aan ter ondersteuning van zijn verzoek, en die worden door verweerder niet tegengesproken, maar verweerder stelt dat 'loutere billijkheid' te dezen geen criterium mag vormen.

Waar de rechtbank volle rechtsmacht heeft (gesanctioneerd in EHRM 4 maart 2004, o.m. TFR 2004/60, verwijzend naar de rechtspraak van het Belgische Arbitrage hof), blijft het gelden dat loutere billijkheid geen vrijstellingscriterium kan vannen (hierover o.m. Cass.21 januari 2005, C020572N).

Zulks geldt ongeacht of de beoordeling geschiedt met de fiscale wet als uitgangspunt, dan wel in uitvoering van het beoordelingsrecht dat door het Regentbesluit van 1831 wordt geopend.

Een en ander noopt tot ongegrondverklaring van voorliggende vordering.

### Dispositif

**0M DIE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiser tot de kosten, deze aan elke zijde begroot in conclusie, en door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op 178,48 EUR bij wijze van rechtsplegingvergoeding.

**N. D.** **L. B.**
