---
title: "Tribunal de première instance d&#x27;Anvers, 6 mai 2005"
description: "Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 6 mai 2005."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2005-05-06-37e5"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Tribunal de première instance d'Anvers, 6 mai 2005 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

6 mai 2005

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

81 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 06.05.2005

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zes mei tweeduizend en vijf in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

**In zake : A.R.Nr. 04/6036/A**

**L. C. G. J.**, inrichter, geboren te Anderlecht op …, wonende te …, ….

## EISENDE PARTIJ OP HOOFDVORDERING

## VERWERENDE PARTIJ OP TEGENVORDERING

\- persoonlijk verschijnend en bijgestaan door meester **J. P.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT,**

Administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijke Directeur der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

## VERWERENDE PARTIJ OP HOOFDVORDERING

## EISENDE PARTIJ OP TEGENVORDERING

\- verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerecht: deurwaarder **D. C.** in vervanging van gerechtsdeurwaarder **G. C.** te … op 8 oktober 2004,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 199 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 8 april 2005.

---

De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/65-2004, uitgevaardigd op 18 maart 2004 en uitvoerbaar verklaard op 26 maart 2004, te vernietigen en verweerder op hoofdvordering te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op 21 oktober 2004, heeft verweerder op hoofdvordering een tegenvordering gesteld die ertoe strekt eiser op hoofdvordering te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding, ex aequ et bono begroot op … EUR.

## Relevante feiten

Volgens een Duitse executoriale titel van 11 december 1997 was eiser op hoofdvordering aan de bevoegde Duitse invorderingsdienst de hierna vermelde bedragen verschuldigd, namelijk :

\- BTW : … DEM (… BEF)

\- intresten : … DEM (… BEF).

De Duitse autoriteit diende bij de bevoegde Belgische autoriteit ·een verzoek tot invordering in en bij dit verzoek was voornoemde Duitse executoriale titel gevoegd.

Op 8 mei 1998 werd door de bevoegde Belgische autoriteit een proces-verbaal opgemaakt dat in essentie de inhoud heeft opgenomen van voornoemde Duitse executoriale titel.

Op 19 juni 1998 heeft de bevoegde Belgische autoriteit, op verzoek van eiser op hoofdvordering, hem een afbetalingsplan toegestaan van … BEF per maand vanaf juli 199 na een eerste storting van … BEF.

Op 12 oktober 2000 berichtte de bevoegde Belgische autoriteit aan eiser op hoofdvordering dat zijn laatste betaling dateerde van 8 oktober 1999 en dat hij nog een bedrag van … BEF verschuldigd was; eiser op hoofdvordering werd aangemaand het afbetalingsplan onmiddellijk te hervatten.

Bij aangetekende brief van 18 september 2002 heeft de bevoegde Belgische autoriteit het afbetalingsplan ingetrokken en werd eiser op hoofdvordering verzocht het saldo ten bedrage van … EUR (… BEF) voor 15 oktober 2002 te betalen.

In november 2002 betaalde eiser op hoofdvordering nog een bedrag van … EUR (… BEF).

Op 9 december 2003 heeft de bevoegde Belgische autoriteit eiser op hoofdvordering nogmaals aangemaand het afbetalingsplan te hervatten.

Op 18 maart 2004 werd het bestreden dwangbevel uitgevaardigd waaruit blijkt dat eis op hoofdvordering verschuldigd was :

\- BTW : … DEM (… BEF)

\- intresten : … DEM (… BEF),

hetzij in totaal … DEM (… EUR); verder blijkt uit het dwangbevel dat eis op hoofdvordering betalingen heeft overgemaakt voor een bedrag van … EUR, he geen werd toegerekend op de verschuldigde intresten voor een bedrag van … EUR ( op de verschuldigde BTW voor een bedrag van … EUR zodat nog een bedrag van … EUR verschuldigd blijft uit hoofde van BTW, te verhogen met de moratoire intrest aan 7 % per jaar vanaf de kennisgeving van dit dwangbevel.

Op 4 augustus 2004 werd het bestreden dwangbevel betekend aan eiser op hoofdvordering, waaraan voornoemd proces-verbaal van 8 mei 1998 en voornoemde Duitse executoriale titel van 11 december 1997 gehecht werden.

## Beoordeling

## Betreffende de bevoegdheid van de Belgische rechtbank

Volgens eiser op hoofdvordering is het dwangbevel nietig omdat de taalwetgeving zou geschonden zijn.

Bijgevolg heeft deze betwisting betrekking op de uitvoeringsmaatregelen die in Belg zijn getroffen zodat, krachtens artikel 16, § 2 van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen in de Europese Economische Gemeenschap, de zaak terecht voor de bevoegde Belgische instantie werd gebracht overeenkomstig de Belgische wetgeving.

De Belgische rechtbank is dienaangaande dan ook bevoegd.

## Betreffende de ontvankelijkheid van de vordering

In het inleidend exploot had eiser op hoofdvordering gevorderd "het vonnis waartegen verzet teniet te doen en opnieuw beslissende, de oorspronkelijke vordering door oorspronkelijk eisende partij(en) ingesteld als ongegrond te horen verklaren."

Volgens verweerder op hoofdvordering is de vordering onontvankelijk omdat er geen vonnis is waartegen eiser op hoofdvordering verzet heeft aangetekend zodat hij geen belang en geen hoedanigheid heeft om tegen een niet bestaand vonnis verzet aan te tekenen.

Het staat vast dat de vordering, zoals gesteld in het inleidend exploot, een materiële vergissing is, hetgeen eiser op hoofdvordering trouwens heeft rechtgezet bij zijn conclusie neergelegd ter griffie op 27 januari 2005, waarbij de vernietiging van het bestreden dwangbevel werd gevorderd.

De vordering is dienaangaande aldus ontvankelijk.

## Betreffende de schending van de taalwetgeving

Volgens eiser op hoofdvordering is het bestreden dwangbevel nietig omdat integraal de uitmakend van dit dwangbevel zich drie bladzijden bevinden welke werden opgesteld het Duits (onvertaald).

Krachtens artikel 13 van voornoemde wet van 20 juli 1979 wordt de door de Duitse autoriteit overgelegde titel in voorkomend geval, zo spoedig mogelijk bekrachtigd, erkend aangevuld of vervangen door een titel die in België uitvoerbaar is en kan het bekrachtigde erkennen, aanvullen of vervangen niet worden geweigerd wanneer voor de Staat, waar de Duitse autoriteit is gevestigd, de titel in behoorlijke vorm is opgesteld.

Te dezen heeft de bevoegde Belgische autoriteit de Duitse executoriale titel vervangt door voornoemd proces-verbaal van 8 mei 1998 en door voornoemd dwangbevel, uitgevaardigd op 18 maart 2004 en uitvoerbaar verklaard op 26 maart 2004, zijnde een titel die in België uitvoerbaar is.

Het dwangbevel werd samen met het proces-verbaal betekend aan eiser en vormt in Belg de uitvoerbare titel; het staat vast dat het dwangbevel en het proces-verbaal volledig in h Nederlands werden opgesteld.

Geen enkele wettelijke bepaling verplicht de bevoegde Belgische autoriteit om de Duit: executoriale titel te voegen bij de Belgische uitvoerbare titel.

Bijgevolg maakt de in bijlage toegevoegde Duitse executoriale titel geen substantieel bestanddeel van de Belgische uitvoerbare titel uit en was dit slechts bijgevoegd ter voorlichting van eiser op hoofdvordering.

De Duitse executoriale titel diende dan ook niet te worden vertaald en de taalwetgeving werd aldus niet geschonden.

## Betreffende de verjaring van de Duitse BTW

Deze betwisting heeft geen betrekking op de uitvoeringsmaatregelen die in België zijn getroffen zodat artikel 16, § 2 van voornoemde wet van 20 juli 1979 aldus niet van toepassing is.

Krachtens artikel 16, § 1 van voornoemde wet van 20 juli 1979 wordt de zaak, indien gedurende de invorderingsprocedure, de schuldvordering of de in lidstaat waar de vragende autoriteit is gevestigd afgegeven executoriale titel, door een belanghebbende word, betwist, door deze voor de bevoegde instantie van de lidstaat gebracht, waar deze autoriteit is gevestigd, overeenkomstig de in deze lidstaat geldende rechtsregels.

Bijgevolg dient de betwisting betreffende de verjaring van de Duitse BTW dan ook vo bevoegde instantie van de lidstaat gebracht te worden, waar de vragende autoriteit is gevestigd, zijnde in Duitsland, zodat de Belgische rechtbank dienaangaande niet bevoegd.

## Betreffende de toerekening van de reeds uitgevoerde betalingen

Krachtens artikel 12 van voornoemde wet van 20 juli 1979 gaat de aangezochte autorite zijnde de Belgische autoriteit, over tot de door de vragende autoriteit, zijnde de Duitse autoriteit, gevraagde invorderingen alsof het ging om schuldvorderingen die in België zijn ontstaan.

Bijgevolg werden de uitgevoerde betalingen, krachtens [artikel 19 van het KB nr. 24](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-24-decembre-paiement-taxe-valeur-ajoutee-6f3f#ar24-art19) van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de BTW, terecht eerst op de verschuldigde intresten toegerekend en dan pas op de verschuldigde Duitse BTW.

## Betreffende de vordering tot het betalen van een schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding

Een tergend en roekeloos geding onderstelt een bewust misbruik van het geding of en werkelijk onverschoonbare lichtzinnigheid bij het gebruik ervan hetgeen te dezen geen zins bewezen is zodat deze tegenvordering dan ook ongegrond is.

## Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad

Door partijen worden er geen redenen voorgebracht die nopen tot de uitvoerbaar verklaring bij voorraad van huidig vonnis.

### Dispositif

## OM DIE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de hoofdvordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Verklaart de tegenvordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiser en verweerder ieder tot de helft van de kosten van het geding tot op heden door :

\- eiser begroot op … EUR kosten van de beslagprocedure, op … EUR rechtsplegingsvergoeding hoofdvordering en op … EUR rechtsplegingsvergoeding tegenvordering en door de rechtbank ambtshalve slechts vereffend op de helft van … EUR rechtsplegingsvergoeding,

\- verweerder begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve slechts vereffend op de helft van … EUR rechtsplegingsvergoeding.

**N. D.** **P. W.**

## Textes cités

1

[AR no 24 art. 19](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-24-decembre-paiement-taxe-valeur-ajoutee-6f3f) 1 occurrence
