---
title: "Trésor, exonération · Cour d&#x27;appel de Gand, 13 janvier 2004"
description: "Trésor, exonération, exportation, opération intracommunautaire, paiement de l'impôt, champ d'application. Cour d'appel de Gand (Belgique), 13 janvier 2004."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/tresor-exoneration-exportation-operation-intracommunautaire-cour-appel-gand-2004-01-13-8d1e"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Trésor, exonération, exportation, opération intracommunautaire, paiement de l'impôt · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Gand

**Date**

13 janvier 2004

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

Le texte de ce document est en néerlandais.

## Texte

74 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Gand du 13.01.2004

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Hof van beroep te Gent, 5****e** **kamer - terechtzitting van 13-01-2004**

Nr. **2000/AR/2192**

in de zaak van :

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Wetstraat 14 te 1000 Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger van het Tweede BTW-Ontvangkantoor te Kortrijk, met kantoor te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31 en van de Hoofdcontroleur van het BTW-Controlekantoor te Ingelmunster, met kantoor te 8770 Ingelmunster, Wetstraat 60,

**appellant,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **M. D.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**O. NV**, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Kortrijk, onder het nummer …,

**geïntimeerde,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **T. R.**, advocaat te …, … en door mr. **V. M. J.-P.**, advocaat te …, …,

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 17 november 2000 werd door de appellant tijdig en regelmatig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, tweede kamer, op 4 september 2000 waarbij het verzet van de geïntimeerde tegen het op 28 april 1994 uitgevaardigd dwangbevel door de ontvanger van het tweede BTW-ontvangkantoor te Kortrijk, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 3 mei 1994 en ter kennis gebracht op 5 mei 1994 toelaatbaar en gegrond werd verklaard. Dienvolgens werd het dwangbevel nietig verklaard en gezegd voor recht dat de boete niet verschuldigd was. Bovendien werd de appellant veroordeeld tot terugbetaling aan de geïntimeerde van de som die eventueel werd ingehouden op het bedrag van de terug te betalen BTW, in betaling van de bij het bestreden dwangbevel ten onrechte geëiste boete, vermeerderd met de moratoriumintresten als voorzien in artikel 91, § 4 BTW-Wet alsmede tot de gerechtskosten.

Het hoger beroep van de appellant strekt er toe het bestreden vonnis teniet te doen en opnieuw wijzende de oorspronkelijke vordering af te wijzen als onontvankelijk, minstens ongegrond.

De geïntimeerde vordert de bevestiging van het bestreden vonnis.

## Feitelijke gegevens

De NV **O.** was wegens haar geregelde activiteit van fabrikant van tapijten als BTW-belastngplichtige geregistreerd.

Op basis van elementen van een onderzoek van de Engelse Administratie van Douane en Accijnzen, dit ingevolge een vraag tot internationale uitwisseling van gegevens, in verband met frauduleuze praktijken werd vastgesteld dat er in de periode januari 1987 tot september 1989 een systeem van onder facturatie bestond in verband met leveringen/verkopen van de geïntimeerde aan bepaalde Engelse klanten.

Op basis van verklaringen, in beslag genomen documenten, resultaten van controles bij de Engelse klanten en gegevens uit het gerechtsdossier werd op 11 april 1994 een proces­verbaal opgesteld. De onder facturatie kwam hierop neer dat de werkelijk te betalen prijs voor de geleverde goederen niet vermeld werd op de verkoopfacturen.

Daar deze onder facturatie betrekking had op goederen die geëxporteerd werden en de nodige uitvoerbewijzen werden overgelegd is er overeenkomstig. de bepalingen van artikel 39, § 1 W.BTW geen BTW verschuldigd. Volgens de diensten van de appellant vormde deze onder facturatie echter een overtreding van de [art. 50, § 1, 3°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-50) en [52](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-52) BTW-Wetboek en van art. 2, 5° KB nr. 1 van 23 juli 1969.

Art. 50, § 1, 2° en 3° legde de belastingplichtigen op een factuur uit te reiken van de door hen verrichte leveringen van goederen en voor de door hen verstrekte diensten en iedere maand aangifte te doen van de al of niet belastbare handelingen die tijdens de vorige maand in de uitoefening van de beroepswerkzaamheid werden verricht en van alle gegevens die nodig zijn voor het berekenen van de verschuldigde belasting en van de toe te passen aftrek.

Art. 52 BTW-Wet regelt de inhoud van de door belastingplichtigen uit te reiken facturen.

Krachtens art. 2, 5° van het KB nr. 1 van 23 juli 1969 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde genomen ter uitvoering van de [art. 17](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-17), [22](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-22), [50](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-50) en [52](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-52) van het BTW-Wetboek dient de in [art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-1c1a) van dit besluit bedoelde factuur de prijs en de andere elementen van de maatstaf van heffing te vermelden.

Voormelde overtredingen worden overeenkomstig art. 70, § 4 BTW-Wet gesanctioneerd met een geldboete van duizend tot tienduizend frank per overtreding. Door de bevoegde BBI­inspecteur werd de boete bepaald op … BEF (thans … EUR) per overtreding hetzij een totale fiscale geldboete van … BEF (thans … EUR) wegens niet correcte vermelding van de prijs op 11 verkoopfacturen m.b.t. uitgevoerde goederen in 1989.

Wegens niet betaling van het verschuldigd bedrag werd na opmaken van een proces-verbaal een dwangbevel uitgevaardigd, dat uitvoerbaar werd verklaard en geviseerd zoals hiervoor vermeld en dat uiteindelijk ter kennis werd gebracht van de geïntimeerde op 5 mei 1994. Het is tegen dit dwangbevel dat door de geïntimeerde verzet werd aangetekend.

De eerste rechter verklaarde dit verzet gegrond omdat de Europese verordening 79/1070/EEG niet toelaat deze buitenlandse inlichtingen te gebruiken voor "het louter heffen van BTW-boeten die dan nog onder geen enkel beding noodzakelijk zijn voor de vaststelling, heffing of controle op BTW vlak in België, gelet op het feit dat het in casu om exportverrichtingen gaat die in België vrijgesteld zijn van BTW."

In zijn beroepsakte zet de appellant uiteen dat hij daar niet mee akkoord kan gaan omdat werd voorbijgegaan aan de bewoordingen van de Richtlijnen 77/799 en 79/1070 EEG waarbij bepaald wordt dat de bevoegde autoriteiten van de Lidstaten elkaar overeenkomstig deze richtlijn inlichtingen verstrekken die van nut kunnen zijn voor een juiste bepaling van de belastingschuld op het gebied van de belastingen naar het inkomen en het vermogen alsmede op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde.

De appellant verwijst naar artikel 7 van deze richtlijn en leidt daaruit af dat de reglementering ter zake wel toelaat dat buitenlandse inlichtingen aangewend worden om louter een administratieve sanctie op te leggen.

Verder wordt aangevoerd dat alhoewel deze export­verrichtingen in België vrijgesteld zijn van BTW de overtredingen van artikel 50, § 1, 2° en 3°, artikel 52 BTW­Wet en van artikel 2, 5° van het KB nr. 1 van 23 juli 1969 sanctioneer baar zijn met een geldboete. Bovendien stelt de Belgische Staat dat de onder facturatie van de geleverde goederen wel degelijk gevolgen had op het Belgische fiscale vlak met name een aanzienlijke niet-aangegeven omzet in de BTW-aangiften.

De geïntimeerde daarentegen voert aan dat de inlichtingen op een onwettige manier werden verkregen omdat de overeenkomst inzake vestigingsbijstand tussen de respectievelijke douaneadministraties ondertekend te Rome op 7 september 1967 niet werd nageleefd evenmin als de Richtlijnen van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de Lidstaten op het gebied van de directe belastingen (77/799 EEG) en van de belasting over de toegevoegde waarde (79/1070 EEG).

Ten gronde zet de geïntimeerde uiteen dat het proces-verbaal van 11 april 1994 geen bewijswaarde heeft en gesteund is op gegevens die geenszins zekere en vaststaand zijn.

## Beoordeling

1\. Voorafgaandelijk dient onderzocht of de appellant gerechtigd was inlichtingen van de Engelse douane te gebruiken en of deze inlichtingen op een regelmatige wijze werden verkregen daar inlichtingen die uit het buitenland werden bekomen met schending van multilaterale regelingen inzake vestigingsbijstand geen geldig bewijs kunnen vormen voor Belgische belastingdoeleinden.

2\. Dienaangaande laat de geïntimeerde gelden dat krachtens art.1.1. van de overeenkomst van 7 september 1967 de Staten elkaar wederzijds bijstand verlenen door tussenkomst van hun douaneadministraties, ter verzekering van de juiste heffing van douanerechten en andere wegens in- of uitvoer geheven belastingen, en ter voorkoming, opsporing en bestrijding van strafbare feiten op het vlak van de douanewetten, zodat de vraag rijst of de Bijzondere Belastinginspectie bevoegd is om inlichtingen te vragen aan de Britse douaneautoriteiten terwijl bovendien niet kan worden nagegaan in het kader van welke controleopdracht de inlichtingen worden gevraagd.

De geïntimeerde zet verder uiteen dat de BBI de inlichtingen heeft aangevraagd en verkregen in het kader van een onderzoek inzake directe belastingen dit terwijl zij in die hoedanigheid niet de bevoegdheid had een beroep te doen op de Overeenkomst inzake Wederzijdse Bijstand tussen douaneadministraties en dat zij nadien deze inlichtingen ter beschikking heeft gesteld van de BTW-administratie.

De geïntimeerde kan in haar zienswijze niet worden bijgetreden. Op grond van artikel 87 van de wet van 8 augustus 1980 hebben de ambtenaren van de bijzondere belastinginspectie alle bevoegdheden die door de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake belastingen, rechten en taksen verleend worden aan de fiscale administraties en hun ambtenaren. Uit de parlementaire voorbereiding van deze tekst blijkt dat de ambtenaren van de BBI alle machten hebben die de verschillende belastingwetten toekennen aan de administratie van de BTW, de directe belastingen en de douane- en accijnzen. Het onderzoeksrecht van de betrokken ambtenaar strekt zich uit over het gehele domein van de fiscaliteit en is niet beperkt tot het domein van de Administratie waarvan hij of zij afkomstig is.

Er is geen betwisting dat het verzoek tot internationale inlichtingen uitging van de directeur-generaal van de Bijzondere Belastinginspectie die ingevolge art. 87 van de wet van 8 augustus 1980 geacht wordt een onderzoeksrecht te hebben over het gehele domein van de fiscaliteit. Een ambtenaar van de BBI heeft derhalve alle bevoegdheden die een ambtenaar van de douane en accijnzen heeft.

Vooralsnog is niet aangetoond dat de vraag tot inlichtingen naar de overtredingen van de douanewetgeving enkel een voorwendsel was om inlichtingen in te winnen inzake overtredingen van het WIB of de BTW. Machtsafwending wordt niet aangetoond. De vraag tot inlichtingen van de Belgische douaneadministratie paste volledig in het onderzoek van de Engelse douanediensten.

De appellant was derhalve in principe gerechtigd krachtens art. 93terdecies BTW-Wet deze inlichtingen aan te wenden met het oog op de juiste toepassing van de BTW-Wet.

3\. Nochtans oordeelde de eerste rechter met verwijzing naar de Richtlijn 77/799 EEG dat de bedoelde reglementering de appellant niet toelaat om buitenlandse inlichtingen te vorderen en te gebruiken voor het louter heffen van BTW­boeten op louter geschonden vormvereisten die nog onder geen enkel beding noodzakelijk zijn voor de vaststelling, heffing of controle op de BTW in België gezien het om exportverrichtingen gaat in België vrijgesteld van BTW.

Met de appellant kan worden aangenomen dat de richtlijn 79/1070/EEG waarbij de richtlijn 77/799/EEG werd gewijzigd van groot belang is voor de controle op de naleving van de BTW-reglementering in al de Lidstaten van de Europese Unie.

Art. 1 van de aangepaste verordening luidt als volgt :

> *"De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten verstrekken elkaar overeenkomstig deze richtlijn alle inlichtingen die van nut kunnen zijn voor de* *juiste vaststelling van de belastingschuld* *(eigen onderlijning) op het gebied van de belastingen naar het inkomen en het vermogen, alsmede op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde".*

Art. 7 van de verordening 77/799/EEG regelt verder de wijze van gebruik van de uitgewisselde inlichtingen in EEG-verband :

*"Geheimhouding*

*1.* *Alle inlichtingen waarover een Lid-Staat uit hoofde van deze richtlijn beschikt worden in deze Lid-Staat geheim gehouden op dezelfde wij ze als geschiedt met de gegevens welke deze Lid-Staat verkrijgt uit hoofde van de eigen nationale wetgeving.*

*Deze inlichtingen mogen in elk geval :*

\- *alleen aan die personen ter kennis worden gebracht die bij de vaststelling van de belastingschuld of bij de administratieve controle in verband met de vaststelling van de belastingschuld rechtstreeks zijn betrokken;*

\- *daarenboven alleen in gerechtelijke procedures of procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belastingschuld uitsluitend aan die personen ter kennis worden gebracht die rechtstreeks bij deze procedures zijn betrokken; (…)*

\- *uitsluitend worden gebruikt voor fiscale doeleinden of voor gerechtelijke procedures of procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belastingschuld.*

*2. (…)”*

Voormelde bepaling houdt in dat de Belgische fiscus zich strikt dient te houden aan het gebruik van buitenlandse inlichtingen zoals voorzien in art. 7 van de Richtlijn t.t.z. gebruik voor de vaststelling van de belastingschuld, gebruik bij administratieve controles en bij gerechtelijke procedures en procedures die enkel aanleiding kunnen geven tot administratieve sancties en die verband houden met de vaststelling van of de controle op de belastingschuld.

Te dezen werden de inlichtingen opgevraagd op 2 december 1992. De inlichtingen van de Britse douane werden gebruikt bij het opstellen van het PV van 11 april 1994. Derhalve moet onderzocht of het opleggen van boeten wegens niet naleven van de vormvoorschriften op de facturen als een controle inzake de vaststelling van de belastingschuld kan worden beschouwd. Immers zoals artikel 1 uitdrukkelijk voorschrijft beoogt de uitwisseling van inlichtingen in de eerste plaats de juiste vaststelling van de belastingschuld.

De vaststelling van de belastingschuld betreft de vaststelling van de belastbare feiten. Als belastbaar feit wordt beschouwd het feit waardoor voldaan wordt aan de wettelijke voorwaarden vereist voor het verschuldigd worden van de belasting. De belasting wordt geacht verschuldigd te zijn wanneer de schatkist krachtens de wet de belasting kan vorderen.

De bekomen inlichtingen uit Engeland hebben bevestigd dat de litigieuze transacties exportverrichtingen waren waarvoor er in België vrijstelling van belasting is ingevolge art. 39 BTW-Wet. Op grond van deze bepaling is er vrijstelling van belastingschuld.

Terecht werd door de eerste rechter gesteld dat art. 7 van de richtlijn 77/779/EEG niet toelaat de buitenlandse inlichtingen te gebruiken voor het opleggen van boeten die niets te maken hebben met de vaststelling van de belastingschuld, noch met de controle ervan, nu de werkelijkheid van deze exportverrichtingen nooit werd betwist.

4\. In de gegeven omstandigheden heeft de eerste rechter terecht het verzet van de geïntimeerde toelaatbaar en ontvankelijk verklaard daar te dezen de in het buitenland bekomen inlichtingen met schending van de EG-verordeningen 77/779/EEG en 79/1070/EEG werden bekomen en derhalve voor het heffen van de BTW-boeten hier in België geen geldig bewijs kunnen vormen.

Het hoger beroep is derhalve ongegrond.

### Dispositif

**OP DEZE GRONDEN,**

**HET HOF,**

recht doende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Verklaart het hoger beroep toelaatbaar doch ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis in al zijn beschikkingen.

Veroordeelt de appellant in de kosten van het hoger beroep begroot op … EUR rechtsplegingvergoeding hoger beroep in hoofde van beide partijen.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **vijfde kamer**, op **DERTIEN JANUARI TWEEDUIZEND EN VIER**.

Aanwezig :

Mevrouw **N. v. I.**, Voorzitter,

De heren **A. D. M.** en **G. T.**, Raadsheren;

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **G. T.** **A. D. M.** **N. v. I.**

## Textes cités

6

[CTVA art. 50](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-50) 2 occurrences

[CTVA art. 52](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-52) 2 occurrences

[AR no 1 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-1c1a) 1 occurrence

[CTVA art. 17](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-17) 1 occurrence

[CTVA art. 22](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-22) 1 occurrence

directive 77/779 art. 7 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Paiement de l'impôt, exonération, exportation, opération intracommunautaire, disposition pénale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/paiement-impot-exoneration-exportation-operation-tribunal-kortrijk-2000-09-04-856f) 5 dispositions communes

[Entreprise de vente en gros;facturation;amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/entreprise-vente-gros-facturation-amende-cour-appel-anvers-2005-02-08-1079) 4 dispositions communes

[Droit à déduction, Frais généraux, Prestations de sous-traitants](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-frais-generaux-prestations-tribunal-bruxelles-2023-09-29-4ad4) 3 dispositions communes

[Échange intracommunautaire, amende TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/echange-intracommunautaire-amende-tva-tribunal-bruxelles-2025-11-14-8277) 3 dispositions communes

[Facture fictive](https://juriel.be/fr/jurisprudence/facture-fictive-droit-deduction-tva-tribunal-bruxelles-2026-06-05-97ca) 3 dispositions communes

[Droit à déduction, Preuve de l’existence d’une activité économique](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-preuve-existence-activite-tribunal-bruxelles-2025-09-26-fc1b) 3 dispositions communes

[Exercice du droit à la déduction, Preuve, Amendes fiscales](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exercice-droit-deduction-preuve-amendes-cour-appel-liege-2016-09-12-1f20) 3 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-factures-management-fees-tribunal-bruxelles-2023-09-29-7fe9) 3 dispositions communes
