---
title: "5 novembre 2020 · Travaux immobiliers, Taux réduit de TVA · Tribunal de première instance de Hasselt"
description: "Travaux immobiliers, Taux réduit de TVA, Amende, Question de principe, taux de la TVA. Tribunal de première instance de Hasselt (Belgique), 5 novembre 2020."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/travaux-immobiliers-taux-reduit-tva-tribunal-hasselt-2020-11-05-44a7"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Travaux immobiliers, Taux réduit de TVA, Amende

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Hasselt

**Date**

5 novembre 2020

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

**Sens lu par le SPF**

mixte

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

117 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance du Limbourg, Division Hasselt du 05.11.2020

WF 711-15-19/023902

\[Jugement mixte\]

*Taxe sur la valeur ajoutée – Travaux immobiliers – Taux réduit de TVA – Amende – Question de principe*

## Dispositions légales

Article 1er et rubrique XXXVIII du tableau A de l’annexe à l’arrêté royal n° 20 du 20 juillet 1970

## Résumé

## 1) Les faits et les antécédents de procédure

La discussion concerne l’application du taux réduit de TVA de 6 pourcents pour le placement en extérieur de portes, de barrières et de clôtures. La partie adverse avait émis diverses factures dans lesquelles le taux réduit de TVA avait été appliqué.

Suite à un contrôle fiscal, un relevé de régularisation a été rédigé relatif à un certain nombre de factures pour lesquelles l’administration considérait que le taux réduit de TVA ne pouvait pas être d’application. L’assujettie avait donné un accord partiel concernant ce relevé.

Par après un procès-verbal avait été rédigé et, sur la base de ce procès-verbal, une contrainte avait été délivrée, visée et rendue exécutoire.

La partie adverse a ensuite déposé une requête fiscale contradictoire au greffe du tribunal de première instance du Limbourg, division Hasselt. Le juge a déclaré la demande recevable et partiellement fondée.

## 2) Le jugement du tribunal de première instance

*\* Le taux de TVA applicable*

Le tribunal estime que le contribuable n'a pas démontré que les portes, barrières et clôtures en question se rapportent à une habitation proprement dite. Pour sa défense, la partie adverse se limite à une affirmation de portée générale.

Le tribunal juge qu'une clôture fixée à une extrémité du mur de l'habitation ne se rapporte pas à l'habitation proprement dite. Les clôtures en question sont placées à côté de la maison et ne touchent la maison que dans une mesure très limitée. Elles ne font donc pas partie intégrante de l’habitation proprement dite. Selon le tribunal, elles ne servent qu'à clore une partie de la parcelle de terrain concernée. Le taux réduit de TVA n’est dès lors pas applicable.

*\* L’amende*

Selon le juge, l’amende dans ce cas concret n’est pas proportionnelle à la gravité et à la nature de l’infraction. Il considère qu'il est plausible qu'il n'ait pas été tout à fait clair pour la partie adverse d’estimer si une clôture concernait réellement ou pas l’habitation et qu'un malentendu soit survenu à cet égard.

En outre, le tribunal tient compte dans son jugement du fait que dans la décision n° E.T. 80.398 l'administration a indiqué que les portails ou les clôtures insérés dans des certains types bien déterminés de murets sont considérés comme faisant partie de l’habitation. Le juge tient également compte du fait que cela concerne souvent des clôtures qui étaient fixées à une extrémité du mur d'une habitation et que cela concerne également la question de principe de savoir si ces clôtures se rapportaient ou non à l'habitation proprement dite.

En conséquence le tribunal juge qu'il est disproportionné d'infliger une amende dans ces circonstances.

## Remarque

L’Etat belge et la partie adverse ont acquiescé au jugement

**Texte du jugement**

***Le jugement est publié uniquement dans la langue originale***

### Corps de la décision

**Rechtbank van eerste aanleg LIMBURG, Afdeling Hasselt, sectie burgerlijk, 11A-kamer, 05/11/2020**

Eindvonnis

Rol: 19/629/A

INZAKE:

**J.H. BVBA**, met zetel te ..., ondernemingsnummer 0459.395.463 - eiseres - Tijdens de zitting vertegenwoordigd door Mr. ..., advocaat te ...

**tegen:**

**DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën**, met ondernemingsnummer 0252.796.351, in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de adviseur-generaal centrumdirecteur van het KMO Centrum Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43, postbus 106. - verweerder - Tijdens de zitting vertegenwoordigd door zijn gevolmachtigde mevrouw X, financieel deskundige bij een fiscaal bestuur, verbonden aan de afdeling expertise van het KMO-Centrum Hasselt.

## 1. PROCEDURE

De zaak werd ingeleid via een verzoekschrift op tegenspraak in fiscale zaken neergelegd op 5 april 2019, met daarbij een afschrift het dwangbevel betekend op 7 december 2018.

Met toepassing van artikel 747 Gerechtelijk Wetboek werden conclusietermijnen bepaald en een pleitdatum vastgelegd.

Beide partijen hebben conclusies neergelegd.

Verweerder heeft een bundel met overtuigingsstukken neergelegd.

De zaak werd behandeld op de openbare zitting van 8 oktober 2020 waarop de advocaat van eiseres en de gevolmachtigde van verweerder hebben gepleit.

De Wet van 15 juni 1935 inzake het gebruik van talen in gerechtszaken - in het bijzonder de artikelen 2, 30 tot en met 37 en 41- werd nageleefd.

## ll. SAMENVATTING VAN DE FEITEN

Eiseres J.H. plaatst (buiten)schrijnwerk, onder meer poorten en hekken. Eiseres stelde diverse facturen op waarin het verlaagd btw-tarief van 6% werd toegepast.

Na een onderzoek was de fiscale administratie van oordeel dat voor een aantal facturen het tarief van 21% had moeten worden toegepast. Er werd een correctieopgave opgesteld, maar eiseres ging daar niet (volledig) mee akkoord.

De administratie stelde een proces-verbaal van regularisatie op en vervolgens het bestreden dwangbevel. Er werd daarbij ook een boete opgelegd.

## III. DE VORDERINGEN

Eiseres J.H. vraagt om:

\- haar fiscaal verhaal ontvankelijk en gegrond te verklaren;

\- dienvolgens te zeggen voor recht dat de belasting, de geldboete en de interest, welke werd opgenomen als "verschuldigd aan de Belgische staat", in het Proces -verbaal, opgemaakt te Hasselt op 3 december 2018, en welk Proces -verbaal aangehecht werd aan het dwangbevel, niet verschuldigd is door eiseres;

\- derhalve te zeggen voor recht dat het dwangbevel inzake BTW met als Artikelnummer 500/2049/29145, hetwelk uitgevaardigd werd door de Adviseur invordering - Ontvanger a.i. op 4 december 2018, en geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd door de adviseur -gedelegeerd ambtenaar, Koen Schurgers te Hasselt op 6 december 2018 geen basis kunnen vormen voor invordering van welkdanige belasting dan ook;

\- de terugbetaling van de op grond van de aldus ontheven aanslagen betaalde of ingehouden bedragen, vermeerderd met de moratoriumintresten op grond van [artikel 91, §3 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91), te bevelen;

\- minstens, in de meest ondergeschikte orde, en slechts voor zover de rechtbank van oordeel zou zijn dat de bewuste handelingen onderworpen zijn aan het tarief van 21%, de opgelegde belastingverhoging te matigen, minstens deze voorwaardelijk te verklaren, in die zin dat de belastingverhoging niet verschuldigd is indien binnen de twee jaar na het tussen te komen vonnis eiseres geen enkele nieuwe inbreuk pleegt op de wetgeving en reglementen in verband met de belasting over de toegevoegde waarde, in verband met het toe te passen tarief;

\- de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, te leggen ten laste van de Belgische Staat.

Verweerder de Belgische staat vraagt om:

het verzoekschrift ontvankelijk maar ongegrond te verklaren;

\- de vordering van eiseres af te wijzen;

\- eiseres te veroordelen tot de bedragen opgenomen in het dwangbevel 500/2049/29145;

\- eiseres tot de kosten te veroordelen.

## IV. BEOORDELING DOOR DE RECHTBANK

### *A.* *Ontvankelijkheid*

De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt niet betwist.

De rechtbank bemerkt geen gronden van onontvankelijkheid die zij zelf moet opwerpen. De vordering is ontvankelijk.

### *B.* *Grond van de zaak*

1\. Het verlaagd tarief

[Artikel 1 van het Koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-juillet-fixant-taux-taxe-valeur-b38e#ar20-art1) van 20 juli 1970 (tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven) bepaalt:

*Het normale tarief van de belasting over de toegevoegde waarde voor goederen en diensten bedoeld in het Wetboek bedraagt 21 pct.*

*In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven tegen het verlaagd tarief van:*

*a)* *6 pct. voor de goederen en diensten opgenomen in tabel A van de bijlage bij dit besluit. Dit verlaagd tarief mag evenwel niet toegepast worden als de diensten bedoeld in tabel A bijkomstig deel uitmaken van een complexe overeenkomst die hoofdzakelijk andere diensten tot voorwerp heeft;*

*(...)*

Tabel A bij dit KB bepaalt de goederen en diensten die onderworpen zijn aan het tarief van 6 procent. Onder meer "Renovatie en herstel van privéwoningen" valt onder dit tarief (punt XXXVIII van bijlage A).

Uit paragraaf 1 van punt XXXVIII volgt dat het verlaagd tarief meer bepaald van toepassing op "werk in onroerende staat" en de andere handelingen bedoeld in paragraaf 3, met uitsluiting van de materialen die een beduidend deel vertegenwoordigen van de verstrekte dienst, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld die nader worden vermeld in paragraaf 1.

Volgens paragraaf 3 van punt XXXVIII worden beoogd:

*1 °* *het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed; 2° prestaties die erin bestaan een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt;*

*3 °* *iedere handeling, ook indien niet beoogd in de bepaling onder 2° die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw :*

*a)* *van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel of aan de radiatoren;*

*b)* *van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van al de vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool;*

*c)* *van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen;*

*dj van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestel/en, van alarmtoestel/en tegen diefstal en van een huistelefoon;*

*e)* *van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust;*

*f)* *van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst;*

*4°* *iedere handeling, ook indien niet beoogd in de bepaling onder 2°, die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbekleding of -bedekking als de plaatsing ervan in een gebouw ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte;*

*5°* *het aanhechten, het plaatsen, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, van goederen bedoeld in de bepaling onder 3° en 4°;*

*6°* *de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van de hierboven bedoelde handelingen.*

In paragraaf 4 van punt XXXVIII wordt bepaald dat het verlaagd tarief in geen geval van toepassing is op (onderlijning door de rechtbank):

*1 °* *werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen, die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;*

*2°* *werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen, die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties;*

*3 °* *het gedeelte van de prijs met betrekking tot de levering van verwarmingsketels in appartementsgebouwen alsook op de levering van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van liftinstallaties.*

In beslissing Btw nr. E.T.80.398 van 1 oktober 1996 wordt gesteld:

Verlaagde tarieven - Toegangswegen - Muurtjes - Afsluitingen - Buitenterrassen - Parkings

De administratie aanvaardt voor de toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6 pct. met betrekking tot werk in onroerende staat op grond van de tijdelijke bepaling van [artikel 1ter van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1ter-bca1) inzake BTW-tarieven of op grond van één van de rubrieken nr. XXXI, XXXII en XXXIII van tabel A, van de bijlage bij dit koninklijk besluit nr. 20, dat toegangswegen, muurtjes en buitenterrassen beschouwd worden als deel uitmakend van de woning.

Aangezien deze begrippen blijkbaar op uiteenlopende wijzen worden geïnterpreteerd dient voortaan rekening te worden gehouden met de volgende verduidelijkingen.

(...)

Plaatsen van afsluitingen, met inbegrip van toegangspoorten, zijn expliciet uitgesloten van de toepassing van het verlaagde BTW-tarief van 6 pct. Muurtjes evenwel die grenzen aan de woning en die geen eigenlijke scheiding of afbakening van de eigendom vormen, kunnen wel aangemerkt worden als deel uitmakend van de woning, evenals hekkens of poortjes die in dergelijke muurtjes zijn ingewerkt.

(...)

Uit [artikel 1 van het KB nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-juillet-fixant-taux-taxe-valeur-b38e#ar20-art1) blijkt dat 21 procent het normale tarief van de btw is. Het tarief van 6 procent is een uitzondering. Het is dan ook aan de belastingplichtige om aan te tonen dat voldaan is aan de voorwaarden van het tarief van 6 procent.

In punt XXXVIII §4 van bijlage A wordt uitdrukkelijk bepaald dat het verlaagd tarief niet van toepassing is op werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen, "die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning", zoals onder meer het oprichten van afsluitingen.

Afsluitingen worden dus uitdrukkelijk vermeld als een van de gevallen van onroerende handelingen "die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning". Afsluitingen hebben dus in principe per definitie geen betrekking op de eigenlijke woning. Afsluitingen (zoals poorten en hekken) zijn dus in principe automatisch uitgesloten het verlaagd tarief van 6%.

Het is enkel wanneer is aangetoond dat de betrokken afsluiting (poorten/hekken) wegens hun specifieke kenmerken toch kunnen worden beschouwd als zijnde "betrekking hebbend op de eigenlijke woning", dat het verlaagd tarief wel van toepassing is. De rechtbank van is oordeel dat dit het geval is wanneer blijkt dat de betrokken afsluiting geïntegreerd is in de eigenlijke woning.

Het is aan de belastingplichtige om aan te tonen dat de betrokken hekken/poorten waar hier om gaat "betrekking hebben op de eigenlijke woning". Indien dat niet is aangetoond, dan geldt de uitzondering niet en is met toepassing van de algemene regel het tarief van 21% van toepassing.

De bewijslast ligt dus bij eiseres. Eiseres legt zelf geen foto's voor van de concrete poorten/hekken waar het hier om gaat en bespreekt deze ook niet in detail. Eiseres beperkt zich tot een stelling in het algemeen. De rechtbank kan dan ook enkel voortgaan op de foto's en gegevens in het administratief dossier.

De rechtbank is van oordeel dat een afsluiting (zoals een poort of hek} die aan één uiteinde aan de muur van de woning is vastgehecht, geen "betrekking heeft op de eigenlijke woning". De betrokken afsluitingen zijn immers geplaatst naast de woning en zij raken de woning maar zeer beperkt. Zij maken dus geen geïntegreerd deel uit van de eigenlijke woning. Zij dienen louter als afsluiting van een deel van het betrokken perceel.

Van geen van de afsluitingen/poorten/hekken waar het in dit dossier om gaat, blijkt dat ze een geïntegreerd deel uitmaken van de woning.

Er blijkt evenmin dat een van de betrokken afsluitingen valt onder het geval dat volgens beslissing Btw nr. E.T.80.398 van 1 oktober 1996 wel aanvaard wordt door de administratie, namelijk "muurtjes die grenzen aan de woning en die geen eigenlijke scheiding of afbakening van de eigendom vormen" en hekken of poortjes die in dergelijke muurtjes zijn ingewerkt.

De vordering van eiseres is op dit punt dus ongegrond.

2\. De geldboete

De in [artikel 70 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) bedoelde fiscale geldboeten hebben tot doel de inbreuken begaan door alle belastingplichtigen te voorkomen en te bestraffen, zonder enig onderscheid. Zij hebben dus een repressief karakter en zijn strafrechtelijk in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (vergelijk GwH 15 mei 2008, 79/2008; GwH 21 februari 2013, 13/2013; GwH 3 april 2014, nr. 61/2014 en GwH 20 februari 2020, nr. 32/2020).

De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM, moet de wettigheid van die sanctie onderzoeken. Hij mag in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen. Dit toetsingsrecht moet in bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk. Hij mag dus onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een sanctie met de betrokken omvang.

De rechter mag hierbij in het bijzonder rekening houden met de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld. Maar hij moet hierbij in acht nemen in welke mate het bestuur zelf gebonden was in verband met de sanctie. Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen (vergelijk Cass. 13 februari 2009, F.06.0109.N.; Cass. 15 oktober 2010, [F.09.0081.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sanctions-administratives-caractere-repressif-legalite-cassation-bruxelles-2010-10-15-7748); Cass. 12 november 2010, [F.09.0146.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sanctions-administratives-caractere-repressif-legalite-cassation-bruxelles-2010-11-12-ea38); Cass. 8 april 2011, [F.10.0033.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amendes-fiscales-controle-pleine-juridiction-cassation-bruxelles-2011-04-08-231c); Cass. 15 maart 2012, [F.11.0012.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sanctions-administratives-ayant-caractere-repressif-cassation-bruxelles-2012-03-15-daf4) en Cass. 17 mei 2013, [F.11.0155.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sanctions-administratives-ayant-caractere-repressif-cassation-bruxelles-2013-05-17-8091)).

De rechtbank is van oordeel dat een boete in dit concrete geval onevenredig is met de aard en ernst van de inbreuk. Het is immers aannemelijk dat het voor de belastingplichtige niet helemaal duidelijk was wanneer een afsluiting al dan niet betrekking had op een eigenlijke woning en dat er hierover een misverstand is ontstaan, zeker nu beslissing Btw nr. E.T.80.398 stelt dat hekkens of poortjes in bepaalde muurtjes door de administratie beschouwd worden als deel uitmakend van de woning. Het gaat bovendien vaak over afsluitingen die aan één uiteinde aan de muur van een woning werden vastgemaakt en de eerder principiële vraag of deze afsluitingen al dan niet betrekking hadden op een eigenlijke woning.

De rechtbank is van oordeel dat het in die omstandigheden onevenredig is om een boete op te leggen.

De vordering van eiseres is op dit punt wel gegrond.

## V. KOSTEN VAN DE PROCEDURE

Eiseres werd voor het merendeel in het ongelijk gesteld en moet de kosten van de procedure betalen.

### Dispositif

## BESLISSING

De rechtbank beslist in eerste aanleg en op tegenspraak.

De rechtbank verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk maar slechts deels gegrond. De rechtbank stelt vast dat eiseres de opgelegde belastingverhoging niet verschuldigd is.

De rechtbank verklaart de vordering van eiseres voor het overige ongegrond.

De rechtbank veroordeelt eiseres tot betaling van de kosten van de procedure, door de rechtbank voor verweerder vereffend op nul euro.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de 11A-kamer, in het gerechtshof te Hasselt, op 5 NOVEMBER 2020 alwaar zetelden:

De heer R. MOMMEYER. alleenzetelend rechter, Mevrouw G. BRUSSELAERS, griffier.

## Textes cités

4

[AR no 20 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-juillet-fixant-taux-taxe-valeur-b38e) 2 occurrences

[AR no 20 art. 1ter](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1ter-bca1) 1 occurrence

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 1 occurrence

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[TVA -Impôt des personnes physiques -Article 4bis du Code d'instruction criminelle -Action](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tva-impot-personnes-physiques-article-cour-appel-anvers-2025-04-24-09f5) 2 dispositions communes

[Carrousel TVA, Participation, Refus de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/carrousel-tva-participation-refus-deduction-cour-appel-bruxelles-2020-09-10-0c67) 2 dispositions communes

[Taux réduit, Immeubles neufs, Travaux immobiliers, Travaux de construction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-reduit-immeubles-neufs-travaux-tribunal-bruxelles-2023-05-31-0d52) 2 dispositions communes

[Reconstitution du chiffres d’affaires, Preuve par présomptions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffres-affaires-preuve-presomptions-cour-appel-bruxelles-2023-02-0e22) 2 dispositions communes

[Droit de déduction, Révision, Participation à une unité TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-revision-participation-unite-tribunal-hasselt-2026-03-11-110c) 2 dispositions communes

[Registre de perception et recouvrement, Titre exécutoire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/registre-perception-recouvrement-titre-executoire-cour-appel-gand-2024-03-12-1183) 2 dispositions communes

[Finalité, Lieu d'établissement, Principe de neutralité](https://juriel.be/fr/jurisprudence/finalite-lieu-etablissement-principe-neutralite-cour-appel-bruxelles-2026-05-13-12b2) 2 dispositions communes

[Assujettissement, Exercice d’une activité économique, Déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujettissement-exercice-activite-economique-deduction-tribunal-bruxelles-2021-09-03-130a) 2 dispositions communes
