---
title: "Relevé à la TVA des opérations intracommunautaires · Cour d&#x27;appel de Gand, 8 mai 2018"
description: "Relevé à la TVA des opérations intracommunautaires, Sanction administrative, Amende fiscale non proportionnelle. Cour d'appel de Gand (Belgique), 8 mai 2018."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/taxe-valeur-ajoutee-releve-tva-cour-appel-gand-2018-05-08-6235"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Relevé à la TVA des opérations intracommunautaires, Sanction administrative

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Gand

**Date**

8 mai 2018

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

**Sens lu par le SPF**

défavorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

68 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d’appel de Gand du 08.05.2018

WF 708-15-16/007396

\[Défavorable à l’Etat Belge\]

*Taxe sur la valeur ajoutée- Relevé à la TVA des opérations intracommunautaires – Sanction administrative – Amende fiscale non proportionnelle*

## Dispositions légales

[Article 70, § 4, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70)

Arrêté royal n° 44 du 9 juillet 2012 fixant le montant des amendes fiscales non proportionnelles en matière de TVA

[Article 5 de l’arrêté royal n° 50](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-50-decembre-releve-operations-intracommunautaires-remplace-7672#ar50-art5) du 9 décembre 2009 relatif au relevé à la TVA des opérations intracommunautaires

Article 6 de la CEDH

## Résumé

1) Les faits de la cause et les antécédents de la procédure

L’activité de l’assujetti consiste en l’exécution de travaux électriques dans des immeubles. Cet assujetti n’avait pas déposé le relevé des opérations intracommunautaires relatif au quatrième trimestre de l’année 2014. L’administration lui a infligé une amende fiscale non proportionnelle pour non-dépôt sur la base de l’[article 70, § 4, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) et de l’annexe à l’arrêté royal n° 44 du 9 juillet 2012, section I, IV, 2, A.

La contrainte, notifiée à l’assujetti le 4 novembre 2015, a été contestée devant le tribunal de première instance. L’assujetti demandait à titre principal la nullité de la contrainte et la nullité de la décision de tenir un compte spécial. À titre subsidiaire, l’assujetti demandait la réduction de l’amende fiscale.

C’est seulement durant la procédure judiciaire que l’assujetti a procédé au dépôt du relevé de ses opérations intracommunautaires relatif au quatrième trimestre de l’année 2014.

Le juge siégeant en première instance a répondu favorablement à la demande de l’assujetti formulée à titre subsidiaire et a réduit l’amende fiscale en retenant les circonstances atténuantes.

2) La décision d’appel

L’administration a déposé un recours en appel contre le jugement rendu en première instance et a demandé la confirmation de l’intégralité de l’amende fiscale infligée. L’assujetti a déposé un appel incident afin d’obtenir la nullité de la contrainte et la nullité de la décision de tenir un compte spécial.

Le juge d’appel qualifie l’amende fiscale infligée de sanction ayant un caractère pénal au sens de l’article 6.1 de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales.

La cour rappelle que le juge doit alors vérifier si la sanction n’est pas disproportionnée à l’infraction et peut examiner si l’administration pouvait raisonnablement infliger une amende fiscale d’une telle importance. Conformément à la jurisprudence de la Cour de cassation, le juge peut ainsi tenir compte spécialement de la gravité de l’infraction, du taux des sanctions déjà infligées et de la manière dont il a été statué dans des affaires similaires, mais il doit tenir compte à cet égard de la mesure dans laquelle l’administration elle-même était liée par rapport à la sanction. La cour rappelle que ce droit de contrôle n’implique pas un jugement d’opportunité.

L’assujetti allègue qu’il était de bonne foi, qu’il n’a pas commis l’infraction de manière intentionnelle et rejette la responsabilité de l’infraction sur son ancien comptable qui selon lui était négligent.

Le juge d’appel n’accepte pas les allégations de l’assujetti. Il constate que l’assujetti a été très négligent dans l’exécution de ses obligations fiscales et il considère qu’il s’agit d’une infraction grave à l’encontre de ses obligations en matière de TVA. Il n’est pas prouvé que la faute fût imputable à son ancien comptable, ce que d’ailleurs ce dernier conteste.

En ce qui concerne le non-respect de l’obligation fiscale, il n’y a pas lieu de se demander si l’assujetti était ou non de bonne foi. La sanction doit être considérée comme proportionnelle. À cet égard, si au vu de l’état actuel de la législation il aurait été possible d’accorder à la sanction infligée la grâce du sursis, la cour se doit, sur la base des considérations susmentionnées, de constater qu’un tel sursis ne peut être accordé en l’espèce et que le caractère dissuasif de la sanction n’est pas trop fort.

**Texte de l’arrêt**

***L’arrêt est publié uniquement dans la langue originale***

### Corps de la décision

**Arrest van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer d.d. 08.05.2018**

Rol: 2017/AR/597

In de zaak van:

**BELGISCHE STAAT/FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN**, Minister van Financiën, met kabinet te 1002 BRUSSEL, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door het KMO Centrum Brugge Expertise 2, met burelen te 8400 OOSTENDE, Vrijhavenstraat 1, appellant, hebbende als raadsman mr. D. S. L., advocaat te …, …

tegen

## M. J., arbeider, wonende te …, …, ingeschreven met KBO-nummer …, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. V. N., advocaat te …, …

wijst het hof het volgend arrest:

1\. Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, op 25.01.2016, bestreed de geïntimeerde:

•het dwangbevel (RCIV nr. …) op zijn naam, uitgevaardigd door **J. G.**, adviseur Invordering - ontvanger, te Veurne op 28.10.2015, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de adviseur-generaal - gewestelijke directeur te Brugge;

•de bijzondere rekening opgesteld door de bevoegde ambtenaar van de Controle BTW te Veurne, met kantoren te 8620 Nieuwpoort, Juul Filliaertweg 41, in dato van 20.10.20115 aan de geïntimeerde ter kennis gebracht per aangetekend schrijven.

Meer bepaald betwistte de geïntimeerde de boete van … EUR hem opgelegd om reden dat de BTW-opgave van de intracommunautaire handelingen met betrekking tot het vierde kwartaal van 2014 niet werd ingediend.

Voor de eerste rechter vorderde de geïntimeerde dat de voormelde beslissingen zouden worden vernietigd, en de boete van … EUR, omdat de BTW-opgave van de intracommunautaire handelingen met betrekking tot het vierde kwartaal van 2014 nog niet werd ingediend, niet verschuldigd is. In ondergeschikte orde vorderde de geïntimeerde dat de geldboete minstens zou worden herleid.

Bij vonnis van 21.12.2016 van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank, vierde kamer, werd de vordering van de geïntimeerde ontvankelijk verklaard en in die mate gegrond dat voor recht werd gezegd dat het bestreden dwangbevel ongegrond is voor het gedeelte van de administratieve boete dat een bedrag van … EUR overtreft. De appellant werd veroordeeld tot de gedingkosten.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Gent op 28.3.2017 heeft de appellant hoger beroep ingesteld tegen het voormeld vonnis.

Het blijkt niet dat dit vonnis werd betekend of dat de appellant er in zou hebben berust (in zover mogelijk).

Het hoger beroep is tijdig en regelmatig.

Het hoger beroep strekt ertoe het bestreden vonnis te horen vernietigen en de betwiste boete te bevestigen.

De geïntimeerde van zijn kant heeft incidenteel beroep ingesteld en streeft de toewijzing van zijn oorspronkelijke vordering na.

2\. De geïntimeerde liet na zijn BTW-aangifte voor intracommunautaire handelingen voor het vierde kwartaal 2014 in te dienen binnen de door de wet gestelde termijnen, meer bepaald uiterlijk 20.1.2015 ([artikel 5 KB nr. 50](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-50-decembre-releve-operations-intracommunautaires-remplace-7672#ar50-art5) dd. 9.12.2009 met betrekking tot de BTW-opgave van de intracommunautaire handelingen).

Om die reden werd hem een niet-proportionele fiscale geldboete van … EUR opgelegd in toepassing van [artikel 70 § 4 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) en de bijlage bij het KB nr. 44 dd. 9.7.2012 (tot *vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde),* afdeling 1, IV, 2, A *(niet indienen van de opgave van de intracommunautaire handelingen bedoeld in* [*artikel 53sexies, § 1*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-53sexies)*, van het Wetboek en lijst van de intracommunautaire leveringen van nieuwe vervoermiddelen bedoeld in* [*artikel 53sexies, § 21*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-53sexies) *van het Wetboek).*

Uiteindelijk blijkt de geïntimeerde pas zijn opgave voor het vierde kwartaal 2014 te hebben ingediend op 28.1.2016 (zie het stuk 3 van de appellant), d.i. nà uitvaardiging (28.10.2015) en betekening (4.11.2015) van het bestreden dwangbevel, en zelfs na indiening van het fiscaal verhaal voor de eerste rechter (25.1.2016) (zie de stukken gevoegd bij het inleidend fiscaal verzoekschrift). Dit kan in redelijkheid maar uit te leggen zijn door verregaande nalatigheid van de geïntimeerde, die reeds met de toezending van het proces-verbaal (houdende vaststelling van de inbreuk en oplegging van de geldboete) op 20.10.2015 (zie het stuk 1 van de appellant) op de hoogte werd gebracht van de bestraffing van zijn inbreuk.

De appellant heeft correct toepassing gemaakt van de voormelde wettelijke bepalingen.

De opgelegde administratieve geldboete strekt ertoe de begane inbreuk te bestraffen en het begaan van toekomstige inbreuken tegen te gaan, en is te beschouwen als een sanctie in de zin van artikel 6 EVRM.

De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM (zoals de thans in betwisting zijnde administratieve boete), mag de wettigheid van die sanctie onderzoeken en mag in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van de internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen. Dit toetsingsrecht moet in het bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat de rechter mag onderzoeken of de administratie naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang. De rechter mag hierbij in het bijzonder acht slaan op de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld, maar moet hierbij in acht nemen in welke mate de administratie zelf gebonden was in verband met de sanctie. Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere· redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen (vergelijk onder meer met [Cass. 15.3.2012](https://juriel.be/fr/jurisprudence/revenu-cadastral-materiel-outillage-cassation-bruxelles-2012-03-15-26e8), Pas. 2012, nr. 171 p. 597; [Cass. 12.12.2014](https://juriel.be/fr/jurisprudence/moyens-preuve-proces-verbal-defaut-cassation-bruxelles-2014-12-a0f8), Pas. 2014, nr. 786 p. 2897; Cass. 18.1.2018, rolnr. F.16.0160.N, vindplaats http://jure.juridat.just.fgov.be).

De geïntimeerde voert aan dat hij te goeder trouw was, geen misdrijf opzettelijk beging, het zijn accountant was die nalatig was.

Er dient vastgesteld te worden dat de geïntimeerde uiterst nalatig is geweest in de uitvoering van zijn fiscale verplichtingen (wat ook controle door de bevoegde diensten zeer moeilijk maakt). Dit is een ernstige inbreuk op de verplichtingen voortvloeiend uit de BTW-wetgeving.

Dat het niet indienen van de besproken aangifte gevolg zou zijn van nalatigheid van zijn vroegere accountant (voor wie de geïntimeerde aansprakelijk blijft als mandataris) is alles behalve aangetoond. Zo moet worden opgemerkt dat de accountant in kwestie uitdrukkelijk zijn aansprakelijkheid betwist (zie het stuk 4 van de geïntimeerde) en benadrukt dat hij de nodige gegevens niet kreeg van de geïntimeerde, die zelf de boekhouding deed, terwijl de accountant enkel gelast was met de indiening van de aangifte. De administratie wijst er ook op dat het de geïntimeerde was die de BTW-aangiften indiende via zijn mailadres voor de periode derde kwartaal 2014 tot derde kwartaal 2015, maar niet de intracommunautaire opgave (wat door de geïntimeerde niet wordt betwist).

De verplichting om de intracommunautaire BTW-aangifte (en de erop staande sanctie) in te dienen staat los van de vraag of de geïntimeerde te goeder trouw was of niet.

De ernstige inbreuk van de geïntimeerde rechtvaardigt de opgelegde sanctie, die zeker niet als onevenredig met de inbreuk of als onredelijk kan aangemerkt worden. Integendeel is de opgelegde boete van … EUR uitermate geschikt om deze ernstige inbreuk te bestraffen, en de geïntimeerde ertoe aan te zetten zijn fiscale verplichtingen nauwgezet na te komen in de toekomst en meer bepaald zijn BTW-aangiften in te dienen (ook tijdig), zoals elke BTW-plichtige dit moet doen.

In zoverre het in de huidige stand van de wetgeving al mogelijk zou zijn om voor de opgelegde sanctie de gunst van uitstel te verlenen moet het hof op grond van de hogere overwegingen aannemen dat een dergelijk uitstel hier niet op zijn plaats is, nu dit de aanmoedigende functie van de sanctie te sterk zou aantasten.

### Dispositif

## OP DEZE GRONDEN

**HET HOF,** rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Ontvangt het hoofdberoep en het incidenteel beroep;

Verklaart het hoofdberoep gegrond en het incidenteel beroep ongegrond;

Doet het bestreden vonnis teniet, behalve in zoverre dit de oorspronkelijke vordering van de geïntimeerde ontvankelijk verklaart;

Opnieuw wijzende,

Verklaart de oorspronkelijke vordering van de geïntimeerde ongegrond;

Veroordeelt de geïntimeerde tot de kosten van de beide aanleggen, en begroot deze kosten in hun geheel als volgt (binnen de perken van de kostenopgaven van de partijen):

•aan de zijde van de appellant: op … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep;

•aan de zijde van de geïntimeerde: op … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep;

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent,

VIJFDE KAMER, zitting houdende in fiscale zaken, van 8 mei 2018.

Aanwezig:

Ondertekenngen

## Textes cités

3

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 4 occurrences

[AR no 50 art. 5](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-50-decembre-releve-operations-intracommunautaires-remplace-7672) 3 occurrences

[CTVA art. 53sexies](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-53sexies) 2 occurrences

## Doctrine administrative

1

[Fiches de commentaire administratif 1](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taxe-valeur-ajoutee-releve-tva-cour-appel-gand-2018-05-08-6235/documents?type=commentaire)

« … possible d’accorder à la sanction infligée la grâce du sursis, la cour se doit, sur la base des considérations susmentionnées, de constater qu’un tel sursis ne peut être accordé en l’espèce et que le caractère dissuasif de la sanction n’est pas trop fort ( Arrêt de la Cour d’appel de Gand du 08.05.2018 ). 8. Le relevé à la TVA des opérations intracommunautaires (parties 1 et 2) à déposer par les exploitants agricoles visés à l'article 57 du Code de la TVA Par application de l'article 57, § 7, du Code de la TVA, et en vertu des article 5, § 2 (pour la … »

[Règlement du paiement de la taxe (30.06.2021)](https://juriel.be/fr/commentaire-tva/reglement-paiement-taxe-a315) Commentaire administratif 05.05.2022

[Voir le document](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taxe-valeur-ajoutee-releve-tva-cour-appel-gand-2018-05-08-6235/documents)

## Décisions similaires

8

[Amendes non proportionnelles](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amendes-non-proportionnelles-pouvoir-juge-tribunal-2023-01-18-2485) 3 dispositions communes

[Absence de déclaration, Enquête bancaire, Reconstitution du chiffre d’affaires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/absence-declaration-enquete-bancaire-reconstitution-tribunal-gand-2022-06-23-5e19) 2 dispositions communes

[Cotisation à l'IPP, administration de l'inspection spéciale des impôts](https://juriel.be/fr/jurisprudence/isi-cotisation-ipp-administration-inspection-tribunal-namur-2017-02-15-d007) 2 dispositions communes

[Immobilier, Syndicat, Taux de TVA, Transfert de charge](https://juriel.be/fr/jurisprudence/immobilier-syndicat-taux-tva-transfert-tribunal-bruges-2025-06-16-0226) 1 dispositions communes

[Restitution de la taxe suite à l'émission de notes de crédit](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-namur-2022-09-22-02ac) 1 dispositions communes

[Redevable, Responsabilité solidaire, Report de paiement, Cocontractant](https://juriel.be/fr/jurisprudence/redevable-responsabilite-solidaire-report-paiement-cour-appel-anvers-2022-02-15-073c) 1 dispositions communes

[Inspection spéciale des impôts (ISI), Secteur de l'Horeca](https://juriel.be/fr/jurisprudence/inspection-speciale-impots-isi-secteur-cour-appel-bruxelles-2026-01-13-07d9) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-chiffre-tribunal-bruxelles-2025-04-23-0903) 1 dispositions communes
