---
title: "Taxe syr la valeur ajoutée, poursuite · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers, 10 novembre 2006"
description: "Taxe syr la valeur ajoutée, poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 10 novembre 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/taxe-syr-valeur-ajoutee-poursuite-tribunal-anvers-2006-11-10-ae1c"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Taxe syr la valeur ajoutée, poursuite, instance · Taxe syr la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

10 novembre 2006

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

73 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 10.11.2006

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op tien november tweeduizend en zes, in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, enig rechter,

**N. D.**, griffier.

**In zake : AR nr. 04/200/A**

**NV P.**, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, met BTW-nummer BE …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **K. H.** loco meester **H. D.**, advocaat, kantoorhoudende te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Administratie der BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van de Federale Overheidsdienst Financiën, in de persoon van de Rekenplichtige van het derde BTW-ontvangkantoor, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **A. T.** loco meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 9 januari 2004,

\- de conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 9 augustus 2004,

\- de aanvullende conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 31 augustus 2005,

\- de conclusie van eisende partij neergelegd ter griffie op 20 september 2005,

\- de tweede aanvullende conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 20 december 2005,

\- de aanvullende en samenvattende conclusie van eisende partij neergelegd ter griffie op 24 maart 2006,

\- de akkoordconclusie van partijen neergelegd ter griffie op 18 september 2006.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 27 oktober 2006.

---

De vordering strekt ertoe te zeggen voorrecht dat eiseres de in het dwangbevel, uitgevaardigd op 5 december 2003 en uitvoerbaar verklaard op 8 december 2003, gevorderde sommen niet verschuldigd is, zowel wat de BTW als wat de boeten, intresten en kosten betreft, in de mate deze meer bedragen dan 3.513,53 EUR aan BTW, 350,00 EUR aan geldboete en de intresten op deze bedragen aan BTW en geldboete, dienvolgens de uitvoering van het dwangbevel te verbieden in de mate hierin meer gevorderd wordt dan de hiervoor vermelde bedragen aan BTW, geldboete en intresten, de teruggave te bevelen van alle bedragen waarop bij gerechtsdeurwaardersexploot van 16 november 2005 bewarend beslag onder derden gelegd is in de mate deze meer bedragen dan 3.513,53 EUR aan BTW en 350,00 EUR boete, de teruggave te bevelen van deze bedragen, te vermeerderen met de moratoire intresten overeenkomstig artikel 91, § 3 W.BTW en de kosten van het geding.

## Beoordeling

Partijen verzoeken akte te verlenen van de overeenkomst die zij gesloten hebben ter oplossing van het geschil en waarvoor zij op 18 september 2006 akkoordconclusies hebben neergelegd.

De rechtbank kan akte verlenen van deze overeenkomst.

### Dispositif

**OM DIE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verleent akte aan de partijen van de overeenkomst die zij gesloten hebben.

Verklaart de vordering ontvankelijk en als volgt gegrond.

Zegt voor recht dat voornoemde BTW-schuld herleid wordt tot 14.154,87 EUR BTW en 1.410,00 EUR geldboete overeenkomstig artikel 70, W.BTW.

Zegt voor recht dat de overeenkomstig artikel 91, § 1 W.BTW verschuldigde intresten over het bedrag aan BTW verschuldigd zijn vanaf 21 januari 2002 en dat moratoire intresten verschuldigd zijn over het bedrag aan verschuldigde geldboeten vanaf de kennisgeving van het dwangbevel.

Beveelt de teruggave van alle ten onrechte betaalde of ingehouden bedragen.

Zegt voor recht dat elke partij zijn eigen kosten draagt en afziet van de toekenning van rechtsplegingsvergoeding.

Wijst het meer en/of anders gevorderde af.

**N. D.** **P. W.**

Vrij van expeditie recht volgens art. 280, 1° en art 162, 4° W.R.R.

## AKKOORDCONCLUSIE

**INZAKE :**

**De NV P.**, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met ondernemingsnummer … en met BTW-nummer BE …

**Eiseres**

Meester **H. D.**

**TEGEN :**

**De BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12,

1) op vervolging en benaarstiging van de gewestelijk directeur van de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Antwerpen

2) in de persoon van de rekenplichtige van het Derde BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, met kantoren te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4

Verweerder

Meester **A. V. L. D. J.**

### Décision jointe par le SPF

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE ANTWERPEN**

**Kamer 1 F – AR : 04/200/A**

Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 6 januari 2004;

Gelet op de conclusies, aanvullende en tweede aanvullende conclusies voor verweerder;

gelet op de conclusie voor eiseres d.d. 14 september 2005 en de aanvullende en samenvattende conclusie voor eiseres d.d. 24 maart 2006;

Over het bedrag aan verschuldigde geldboeten zijn moratoire interesten verschuldigd vanaf de kennisgeving van het dwangbevel.

Beide partijen dragen elk hun eigen kosten en zien af van de toekenning van rechtsplegingsvergoeding.

**OM DEZE REDENEN,**

**BEHAGE HET AAN DE RECHTBANK,**

akte te verlenen van het akkoord tussen partijen;

derhalve de vordering van eiseres ontvankelijk en als volgt gegrond te verklaren :

voor recht te zeggen dat ingevolge het akkoord tussen partijen de BTW-schuld, gekend onder het RCIV-nummer …, herleid wordt tot 14.154,87 EUR BTW en 1.410 EUR geldboete overeenkomstig art. 70 W.BTW;

voor recht te zeggen dat de overeenkomstig art. 91, § 1 W.BTW verschuldigde interesten over het bedrag aan BTW, verschuldigd zijn vanaf 21 januari 2002 en dat moratoire interesten verschuldigd zijn over het bedrag aan verschuldigde geldboeten vanaf de kennisgeving van het dwangbevel;

de teruggave te bevelen van alle ten onrechte betaalde of ingehouden bedragen;

voor recht te zeggen dat elke partij zijn eigen kosten draagt en afziet van de toekenning van rechtsplegingsvergoeding.

ANTWERPEN, 28 AUGUSTUS 2006

Voor eiseres Voor verweerder

Haar raadsman Zijn raadsman

**H. D.** **A. V. L. D. J.**
