---
title: "Taux réduit, Immeuble · Tribunal de première instance de Hasselt, 30 avril 2015"
description: "Taux réduit, Immeuble, Démolition et reconstruction par des personnes différentes. Tribunal de première instance de Hasselt (Belgique), 30 avril 2015."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-reduit-immeuble-demolition-reconstruction-tribunal-hasselt-2015-04-30-b151"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Taux réduit, Immeuble

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Hasselt

**Date**

30 avril 2015

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

**Sens lu par le SPF**

favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

106 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance du Limbourg – Division Hasselt dd. 30/04/2015 (AR 17/117/A)

*Taux – Taux réduit – Immeuble – Démolition et reconstruction par des personnes différentes – Charge de la preuve*

## Dispositions légales

[Article 37 du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-37)

Article 1 er *quater* et tableau A, rubrique XXXVII, de l’annexe à l’arrêté royal n° 20 fixant les taux de la taxe sur la valeur ajoutée et déterminant la répartition des biens et des services selon ces taux.

## Résumé

Du premier janvier 2009 au 31 décembre 2010, le taux réduit de 6% était d’application pour des travaux immobiliers ayant pour objet la démolition et la reconstruction conjointes d’un bâtiment d’habitation, pour autant que la demande de permis d’urbanisme concernant ces travaux ait été introduite avant le 1 er avril 2010.

Il ressort du texte des dispositions légales concernées que le maître d’ouvrage devait exécuter ou faire exécuter tant la démolition que la reconstruction. En l’espèce, au moment de la démolition, un des requérants n’était pas encore propriétaire de l’immeuble litigieux. Le tribunal peut seulement déduire des pièces produites que la précédente propriétaire avait demandé aux requérants de procéder aux travaux de démolition. La précédente propriétaire doit donc être considérée comme le maître d’ouvrage des travaux de démolition.

***La décision est publiée uniquement dans la langue originale***

**Texte intégral**

### Corps de la décision

## Rechtbank van eerste aanleg Limburg - Afdeling Hasselt

**dd. 30/04/2015**

**(14/177/A)**

INZAKE

D. D., en B. K., samen wonende te … .

\- eisers-

Ter zitting vertegenwoordigd door mr. N.C. loco mr. R.J., advocaat te …

tegen:

DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN, in de persoon van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12. ALGEMENE ADMINISTRATIE VAN DE FISCALITEIT-BTW, in de persoon van de Gewestelijk Directeur van de BTW-Directie te Hasselt, met kantoren gevestigd te 3500 Hasselt, Voorstraat 43 bus 40

\- verweerder -

Ter zitting vertegenwoordigd door zijn gevolmachtigde mevrouw mevrouw M.M., adviseur-directeur a.i. bij een fiscaal bestuur bij de gewestelijke directie van de BTW te Hasselt.

VOLGT HET VONNIS:

## I. PROCEDURE

De zaak werd ingeleid via een verzoekschrift op tegenspraak in fiscale zaken neergelegd op 23 januari 2014, met daarbij een afschrift van het dwangbevel van 13 december 2013.

Met toepassing van art. 747 Gerechtelijk Wetboek werden conclusietermijnen bepaald en een pleitdatum vastgelegd.

Beide partijen hebben conclusies neergelegd op de griffie. Beide partijen hebben een bundel met overtuigingsstukken neergelegd.

De zaak werd behandeld op de openbare zitting van 2 april 2015 waarop de advocaat eisers en de gevolmachtigde van verweerder hebben gepleit.

## II. SAMENVATTING VAN DE FEITEN

In een ontvangstbewijs van 27 augustus 2008 bevestigde de gemeente K. dat J. N. een bouwaanvraag had ingediend voor de afbraak van een woning gelegen aan de …(bij het kadaster gekend als perceel …). Op 26 september 2008 werd de stedenbouwkundige vergunning voor de afbraak overgemaakt aan J. N.

In een notariële akte van 24 november 2008 schonk J. N. volgende onroerende goederen aan haar kleinzoon, eiser D. D.:

> *"1) Een perceel grond gelegen "…", gekend onder sectie ..*, *nummer … met een oppervlakte tweeduizend vierendertig (2.034) vierkante meter.*
>
> *2) een woonhuis op en met grond, oorspronkelijk gelegen ter plaatste "…", gekend onder sectie ..* *nummer … met een oppervlakte van tweehonderd eenenveertig (241) vierkante meter, thans afgebroken met de goedkeuring van het College van Burgemeester en Schepenen volgens stedenbouwkundige vergunning van één september tweeduizend en acht."*

Op 16 maart 2009 kende de gemeente Kortessem aan eisers een stedenbouwkundige vergunning toe voor het bouwen van een vrijstaande woning op het adres … met kadastrale omschrijving afdeling .., sectie … nummer ….

Op 24 maart 2009 stelden eisers een verklaring "BTW-tarief van 6% voor afbraak en heropbouw" op om te kunnen genieten van het tarief van 6%. Op 24 mei 2011 dienden eisers een aangifte in conform [artikel 64 §4 Wetboek van de BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-64) (W.BTW).

Op 11 juli 2013 liet de BTW-administratie aan eisers weten dat er ten onrechte toepassing was gemaakt van het verlaagd tarief van 6% en werd een voorstel tot correctieopgave gedaan. Eisers lieten gemotiveerd weten hier niet mee akkoord te gaan.

De BTW-administratie stelde op 28 oktober 2013 een proces-verbaalop. Het dwangbevel … werd uitgevaardigd op 13 december 2013, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 16 december 2013 en aangetekend aan eiser verzonden op 18 december 2013.

Het dwangbevel vermeldt een bedrag van 14.741,14 euro aan BTW en een proportionele geldboete van 1.470,00 euro. Eisers stortten het verschuldigde bedrag van 16.211,14 euro op 16 december 2013 op de rekening van het BTW-ontvangkantoor en legden op 23 januari 2014 hun verzoekschrift neer.

## III. DE VORDERINGEN

Eisers vragen

In hoofdorde om het dwangbevel nietig te verklaren en te zeggen voor recht dat de in het dwangbevel opgenomen bedragen ten titel van BTW en boete niet verschuldigd zijn, de terugbetaling te bevelen van alle sommen die op de aldus vernietigde dwangbevel werden geïnd, vermeerderd met moratoriumintresten als voorzien in artikel 91 W.BTW en de kosten ten laste te leggen van verweerder.

Ondergeschikt de toekenning van een eventuele rechtsplegingsvergoeding in hoofde van verweerder af te wijzen.

Verweerder vraagt om het door eisers ingediende verzoekschrift ontvankelijk maar ongegrond te verklaren, eisers in hun eisen af te wijzen, hen te veroordelen tot betaling van de door de administratie gevorderde bedragen en om nog geen uitspraak te doen over de rechtsplegingsvergoeding in afwachting van het antwoord van het Grondwettelijk Hof op prejudiciële vragen die in andere zaken zijn gesteld.

## IV. BEOORDELING DOOR DE RECHTBANK

### A. Ontvankelijkheid

De ontvankelijkheid van de vordering eisers wordt niet betwist. De rechtbank bemerkt geen gronden van onontvankelijkheid die zij zelf moet opwerpen. De vordering is ontvankelijk.

### B. Grond van de zaak

Het normale tarief van de BTW bedraagt 21 %. Dit volgt uit artikel 1 van het Koninklijk Besluit van nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.

Werken in onroerende staat, ook met betrekking tot de oprichting van een gebouw, vallen in principe onder dit tarief.

Het is aan eisers om aan te tonen dat zij recht hebben op een verlaagd tarief dat afwijkt van het normale tarief.

[Artikel 1quater van het KB nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3) bepaalt:

*Vanaf* 1 *januari 2009 tot en met* 31 *december 2010 is het voordeel van het verlaagd tarief van zes percent voor het werk in onroerende staat en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI,* § 3, 3° *tot* 6°, *van tabel A van de bijlage bij dit besluit, die tot voorwerp hebben de afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning, onderworpen aan de in rubriek XXXVII van dezelfde tabel A opgenomen voorwaarden, met uitzondering van de bepaling onder 2° en voor zover de aanvraag voor de stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot bedoelde werken wordt ingediend bij de bevoegde overheid vóór* 1 *april 2010.*

De de in rubriek XXXVII van tabel A opgenomen voorwaarden bepalen:

(...)

*Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan het vervullen van de navolgende voorwaarden:*

1° *de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering van de werken, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk als privé-woning wordt gebruikt;*

(...)

4° *de bouwheer moet:*

*a)* *vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig de artikelen* [22, § 1 en 22bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-22) *van het Wetboek, bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde van het ambtsgebied waarin het gebouw is gelegen een verklaring indienen. Deze verklaring dient te vermelden dat het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten bedoeld is* om *hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning te worden gebruikt en dient vergezeld te zijn van een afschrift van:*

\- *de bouwvergunning;*

*-* *het (de) aannemingscontract(en).*

*b)* *aan de dienstverrichter een afschrift van de verklaring bedoeld onder a) overhandigen.*

*5°* *het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig de artikelen* [22, § 1 en 22bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-22) *van het Wetboek, moet zich voordoen uiterlijk op* 31 *december van het jaar van de eerste ingebruikneming van het gebouw;*

*6°* *de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van het afschrift bedoeld onder punt 4°, b), hiervoor, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast de verklaring van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.*

(...)

Verweerder stelt dat eisers niet in aanmerking komen voor het verlaagd tarief van 6% omdat de afbraak en de heropbouw niet is gebeurd door dezelfde persoon. Verweerder wijst er op dat de afbraakvergunning op naam van Joanna NULENS werd afgeleverd terwijl de vergunning voor de bouw van de nieuwe woning op naam van eisers staat en dat het pand was afgebroken op het moment van de schenking aan eiser.

Eisers stellen dat er wel voldaan is aan alle voorwaarden en verwijzen naar volgende parlementaire vraag en het antwoord van de Minister van Financiën:

*DO2008200908988*

*Vraag nr. 507 van de heer volksvertegenwoordiger Dirk Van der Moelen van* 04 *juni 2009 (N.) aan de Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen:*

*Voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van* 6% *op grond van rubriek XXXVII, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, inzake btw-tarieven, ten aanzien van werk in onroerende staat is inzonderheid vereist dat de onroerende handelingen de afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning tot voorwerp hebben. Het relanceplan heeft de toepassing van voormeld tarief van* 6% *in 2009 uitgebreid tot het volledig Belgisch grondgebied onder dezelfde voorwaarden als die welke voor de toepassing van dat tarief reeds gelden sedert* 1*januari 2007 voor de afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw van woningen in bepaalde steden.*

*Kan iemand het* 6% *btw tarief genieten bij afbraak en heropbouw van een woning indien aan alle voorwaarden is voldaan, zonder dat de slopings- en bouwvergunning op zijn of haar naam staat? Dit is bijvoorbeeld het geval indien men een bestaand afbraakpand met bouwen slopingsvergunning koopt van een derde maar het pand zelf afbreekt en heropbouwt.*

*Antwoord van de Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele*

*Hervormingen van 10 juli 2009:*

*Krachtens* [artikel 1quater van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3) *van 20 juli 1970 inzake btw-tarieven en rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij dit koninklijk besluit nr. 20 kan de afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een privéwoning, onder bepaalde voorwaarden, inderdaad het verlaagd btw-tarief van* 6 % *genieten.*

*Enkel de bouwheer, zijnde diegene die het gebouw zelf afbreekt en heropricht of dit laat doen, kan zich op voornoemde bepalingen beroepen. In de regel is deze bouwheer ook diegene aan wie de vergunning inzake afbraak en oprichting wordt verleend en voor wie de plans werden getekend. Het kan evenwel gebeuren dat deze vergunning verleend wordt aan een andere persoon dan diegene die bouwheer is in de zin van hetgeen voorafgaat, bijvoorbeeld zoals het geachte Lid stelt in geval van een aankoop van een derde van een bestaand afbraakpand met afbraak- en bouwvergunning. Het spreekt vanzelf dat dit op zich geen beletsel vormt voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van* 6 % *voor de afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een privéwoning, voor zover deze werken gebeuren door de aankoper van het voornoemd afbraakpand zelf of voor diens rekening.*

De rechtbank is van oordeel dat uit de tekst van de betrokken bepalingen blijkt dat de bouwheer zowel de afbraak als de heroprichting moet (laten) uitvoeren. In rubriek XXXVII van tabel A onder nummer 4° verwijst naar de verklaring van de bouwheer die moet vermelden" ... *dat het gebouw dat* ***hij*** *laat afbreken en heroprichten bedoeld is* om (...)”*.* Dit wordt ook bevestigd in het hierboven geciteerde antwoord van de Minister van Financiën: *"Enkel de bouwheer, zijnde diegene die het gebouw* ***zelf afbreekt en heropricht*** **of** ***dit laat doen****"* (onderlijning telkens door de rechtbank).

De afbraak van een gebouw met het oog op de overdracht van het perceel als bouwgrond en de daaropvolgende oprichting van een woning voor rekening van de koper van het bouwrijpe perceel, komt dus in principe niet aanmerking voor het verlaagd tarief.

Het feit dat de vergunning *tot* afbraak en de vergunning *tot* heropbouw niet op naam van dezelfde persoon staat, verhindert op zich echter niet dat er toepassing wordt gemaakt van het verlaagd tarief. Dit blijkt uit het hierboven geciteerde antwoord van de Minister van Financiën.

Uit dat antwoordt blijkt echter ook dat het in ieder geval dezelfde persoon moet zijn die de afbraak en de heropbouw uitvoert. Het antwoord verwijst naar het geval waarin de koper van een bestaand pand samen met de aankoop ook een bestaande afbraakvergunning overneemt. In dat geval is het verlaagd tarief nog steeds van toepassing op de afbraak en de heropbouw voor zover deze werken (dus de afraak en de heropbouw) gebeuren door of voor de rekening de koper van het bestaand afbraakpand (en dus niet de koper van een stuk grond waarop een pand stond dat al is afgebroken).

Uit het antwoord op de parlementaire vraag volgt dus dat wanneer er reeds een afbraakvergunning bestaat op naam van de verkoper, de koper het af te breken pand koopt en hij het pand vervolgens met gebruik van afbraakvergunning afbreekt en dan heropbouwt, het verlaagd tarief van toepassing is. Dat de afbraakvergunning op naam staat van de vorige eigenaar, is in dat geval geen probleem.

Dit is niet het geval waarin eisers zich bevinden. Uit de notariële schenkingsakte blijkt immers dat het betrokken pand al was afgebroken toen de akte werd verleden. Eiser D. is via de schenking dus geen eigenaar geworden van een af te breken pand, wel van een stuk bouwgrond waarop tevoren een pand stond dat op het moment van de schenking al was afgebroken.

Eisers stellen dat zij in feite niet alleen de heropbouw, maar ook de afbraak voor hun rekening hebben genomen. Eisers verwijzen naar het volgende:

\- J.N. bevestigt schriftelijk dat zij eiser D. gevraagd heeft om haar ouderlijke woning af te breken en dat hij hiervoor alles gedaan heeft, zowel financieel als administratief als de afbraak zelf;

\- de architect bevestigt dat ,

o de gesprekken met eisers voor het bouwen van de nieuwe woning al waren gestart in mei 2008;

o hij eiser heeft bijgestaan bij het aanvraagdossier voor de afbraak, dat de afbraakvergunning werd aangevraagd door Joanna NULENS om tijd te winnen en te kunnen beginnen met bouwen in voorjaar 2009;

o dat de aanvraag tot afbraak werd ingediend door eiser en dat eiser instond voor de coördinatie en uitvoering van de afbraakwerken;

\- eiser stond vermeld als contactpersoon in het dossier van de gemeente over de afbraakvergunning.

Op het moment van de afbraak was J.N. echter nog steeds eigenaar van het betrokken onroerend goed. De afbraak kan dus enkel maar zijn gebeurd met haar toestemming. Uit de stukken waar eisers naar verwijzen, kan de rechtbank enkel afleiden dat J.N. eiser gevraagd heeft om te zorgen voor de afbraak en dat eiser namens J.N. gezorgd heeft voor de afbraak. Het is dus uiteindelijk J.N. die de afbraakwerken heeft laten uitvoeren. J.N. moet dus als bouwheer van de afbraak worden beschouwd.

Bovendien stelt de rechtbank vast dat de aanvaardingsbonnen waar eisers naar verwijzen (stuk 5 van eisers) nergens de naam van eisers vermelden. Er worden ook geen facturen of betalingsbewijzen voorgelegd waaruit blijkt dat eisers de kosten verbonden aan de afbraak (of van materiaal dat daarbij werd gebruikt) hebben betaald.

Eisers tonen dus niet aan dat zij als bouwheer van de afbraakwerken moeten worden beschouwd. Eisers bewijzen niet dat de voorwaarden voor het lager tarief zijn voldaan.

De vordering van eisers is ongegrond.

## V. KOSTEN VAN DE PROCEDURE

Eisers werden in het ongelijk gesteld en moeten de kosten van de procedure betalen.

De rechtbank is niet verplicht om te wachten op antwoorden van het Grondwettelijk Hof op prejudiciële vragen gesteld in andere zaken.

Verweerder werd bovendien niet in het ongelijk gesteld, zodat hij hoe dan ook niet tot een rechtsplegingsvergoeding kan worden veroordeeld. Hij heeft zelf geen beroep gedaan op een advocaat, zodat hij hoe dan ook geen recht heeft op een rechtsplegingsvergoeding.

De rechtbank acht het daarom niet nodig om de uitspraak over de rechtsplegingsvergoeding aan te houden.

---

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik

in gerechtszaken werden nageleefd.

Rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt -AR 14/177/A- p.9

### Dispositif

## UITSPRAAK:

De rechtbank beslist in eerste aanleg en op tegenspraak.

De rechtbank verklaart de vordering van eisers ontvankelijk en maar ongegrond.

De rechtbank veroordeelt eisers tot betaling van de kosten van de procedure, voorverweerder berekend op nul euro.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de 11C kamer, op het gerechtshof te Hasselt op **30.04.2015,** alwaar zetelden:

De heer R. M., rechter, enige rechter, en

De heer L. P.,griffier.

## Textes cités

4

[AR no 20 art. 1quater](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3) 2 occurrences

[CTVA art. 22](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-22) 2 occurrences

[CTVA art. 37](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-37) 2 occurrences

[CTVA art. 64](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-64) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 3 dispositions communes

[Taux réduit, Rénovation d’une maison d’habitation ou nouvelle construction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-reduit-renovation-maison-habitation-cour-appel-gand-2020-02-04-9bb3) 3 dispositions communes

[Bâtiment neuf, Travaux immobiliers, Travaux de construction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/batiment-neuf-travaux-immobiliers-construction-tribunal-hasselt-2016-02-18-b247) 3 dispositions communes

[Rénovation, nouvelle construction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/renovation-nouvelle-construction-taux-reduit-cour-appel-mons-2026-06-05-0589) 2 dispositions communes

[Travaux immobiliers, Transformations et agrandissements, Taux applicables, Tolérance administrative](https://juriel.be/fr/jurisprudence/travaux-immobiliers-transformations-agrandissements-taux-tribunal-liege-2023-10-24-2254) 2 dispositions communes

[Travaux immobiliers, Conditions d’application du taux réduit](https://juriel.be/fr/jurisprudence/travaux-immobiliers-conditions-application-taux-tribunal-2025-01-06-4f9f) 2 dispositions communes

[Échange intracommunautaire, amende TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/echange-intracommunautaire-amende-tva-tribunal-bruxelles-2025-11-14-8277) 2 dispositions communes

[Travaux immobiliers, Taux réduit de TVA, Immeuble neuf, Amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/travaux-immobiliers-taux-reduit-tva-cassation-all-2022-10-21-95a3) 2 dispositions communes
