---
title: "17 janvier 2006 · Remboursement de la taxe · Tribunal de première instance de Bruges"
description: "Remboursement de la taxe. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 17 janvier 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/remboursement-taxe-tribunal-bruges-2006-01-17-28b4"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Remboursement de la taxe · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

17 janvier 2006

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

97 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 17.01.2006

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## De BESLAGRECHTER in de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, heeft de hiernavolgende beschikking verleend :

**In de zaak 02/3739/A**

**V. G.**, handelaar, ingeschreven in het handelsregister te … onder nummer …, BTW nr. …, gedomicileerd te …, …

**Eiser**

Voor wie is opgetreden als raadsman meester **L. G.**, advocaat te ….

**tegen**

**1.** **BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de met de invordering belaste ambtenaar van het BTW-ONTVANGKANTOOR ROESELARE, te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30

**2.** **BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de met de invordering belaste ambtenaar van het BTW-ONTVANGKANTOOR TORHOUT II te 8820 Torhout, Burg 28

Verweerders

Voor wie is opgetreden als raadsman meester **L. D. S.**, advocaat te …

## En in de zaak 02/3740/A

**V. G.**, handelaar, ingeschreven in het handelsregister te … onder nummer …, BTW nr. …, gedomicileerd te …, …

**Eiser**

Voor wie is opgetreden als raadsman meester **L. G.**, advocaat te ….

**tegen**

**1.** **BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de met de invordering belaste ambtenaar van het BTW-ONTVANGKANTOOR ROESELARE, te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30

**2.** **BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de met de invordering belaste ambtenaar van het BTW-ONTVANGKANTOOR TORHOUT II te 8820 Torhout, Burg 28

**Verweerders**

Voor wie is opgetreden als raadsman meester **L. D. S.**, advocaat te …

## En in de zaak 04/2926/A

**V. G.**, handelaar, ingeschreven in het handelsregister te … onder nummer …, BTW nr. …, gedomicileerd te …, …

**Eiser**

Voor wie is opgetreden als raadsman meester **L. G.**, advocaat te ….

**tegen**

**BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de met de invordering belaste ambtenaar van het BTW-ONTVANGKANTOOR ROESELARE, te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30, die woonst heeft gekozen op het BTW KANTOOR BRUGGE te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4

**Verweerder**

Voor wie is opgetreden als raadsman meester **L. D. S.**, advocaat te …

---

## I. PROCEDURE

Het inleidend exploot DAGVAARDING TOT OPHEFFING BESLAG in de zaak 02/3739/A is regelmatig betekend op 17 december 2002.

Het inleidend exploot DAGVAARDING TOT OPHEFFING BESLAG in de zaak 02/3740/A is regelmatig betekend op 17 december 2002.

Het inleidend exploot DAGVAARDING TOT OPHEFFING BESLAG in de zaak 04/2926/A is regelmatig betekend op 28 september 2004

Kennis werd genomen van de drie dossiers van de rechtspleging en van de voor de verweerder(s) overgelegde stukkenbundels.

De procespartijen werden gehoord vertegenwoordigd door hun raadslieden in hun middelen en conclusies in openbare terechtzitting van 11 oktober 2005.

Toepassing werd gemaakt van de artikels 2 en volgende van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal in gerechtszaken.

## II. BEKNOPTE UITEENZETTING VAN DE ZAKEN :

Eiser richt zich in de eerste zaak 02/3739/A tegen een inhouding dd. 17 september 2002 lastens hem op verzoek van verweerder sub.1 in handen van verweerder sub.2.

Hij vordert formeel om de inhouding van het aanvaarde BTW tegoed van EUR … die zou gelden als bewarend beslag onder derden in handen van de derde beslagene op te heffen en te lichten, te zeggen voor recht dat er geen wettelijke grond bestaat om de inhouding/het beslag te doen en de gedane inhouding/het gelegde beslag als nietig en ongeldig te bestempelen want in strijd met het communautaire evenredigheidsbeginsel, de Grondwet en de Belgische Wetten, en het KB nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggave, zoals gewijzigd in het algemeen en meer bepaald art. 8/1, § 3, 4e lid van het KB nr. 4 uitdrukkelijk niet van toepassing te verklaren als in strijd met de genoemde wetten, en eerste verweerder te veroordelen om binnen de 24 uur na tussen te komen bevelschrift opheffing te verlenen van de onrechtmatige gedane inhouding, en te veroordeling tot onmiddellijke betaling van het ingehouden bedrag meer wettelijke BTW rente van 9,6 % vanaf 27 september 2002.

Eiser richt zich in de tweede zaak 02/3740/A tegen een inhouding dd. 28 juni 2002 lastens hem op verzoek van verweerder sub. 1 in handen van verweerder sub.2.

Hij vordert formeel om de inhouding van het aanvaarde BTW tegoed van € … die zou gelden als bewarend beslag onder derden in handen van de derde beslagene op te heffen en te lichten, te zeggen voor recht dat er geen wettelijke grond bestaat om de inhouding/het beslag te doen en de gedane inhouding/het gelegde beslag als nietig en ongeldig te bestempelen want in strijd met het communautaire evenredigheidsbeginsel, de Grondwet en de Belgische Wetten, en het KB nr .4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggave, zoals gewijzigd in het algemeen en meer bepaald art. 8/1, § 3, 4e lid ven het KB nr. 4 uitdrukkelijk niet van toepassing te verklaren als in strijd met de genoemde wetten, en eerste verweerder te veroordelen om binnen de 24 uur na tussen te komen bevelschrift opheffing te verlenen van de onrechtmatige gedane inhouding, en te veroordeling tot onmiddellijke betaling van het ingehouden bedrag meer wettelijke BTW rente van 9,6 % vanaf 28 juni 2002.

Eiser richt lastens hem zich in de op verzoek derde zaak tegen een inhouding dd. 28 mei 2004 van verweerder sub. 1 in handen van verweerder sub.2.

Hij vordert formeel om de inhouding van het aanvaarde BTW tegoed van € … die zou gelden als bewarend beslag onder derden in handen van de derde beslagene op te heffen en te lichten, te zeggen voor recht dat er geen wettelijke grond bestaat om de inhouding/het beslag te doen en de gedane inhouding/het gelegde beslag als nietig en ongeldig te bestempelen want in strijd met het communautaire evenredigheidsbeginsel, de Grondwet en de Belgische Wetten en het KB nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggave, zoals gewijzigd in het algemeen en meer bepaald art.8/1, § 3, 4e lid van het KB nr. 4 uitdrukkelijk niet van toepassing te verklaren als in strijd met de genoemde wetten, en meer in het bijzonder met het nieuwe art. 76 wetboek van de artikelen 1395-1396 1413 - 1415 en 1445 Ger.W ..alsook met het Europees evenredigheidsbeginsel en eerste verweerder te veroordelen om binnen de 24 uur na tussen te komen bevelschrift opheffing te verlenen van de onrechtmatige gedane inhouding, en te veroordeling tot onmiddellijke betaling van het ingehouden bedrag meer wettelijke BTW rente van 9,6% vanaf 28 juni 2002.

## III. BEOORDELlNG :

### A. DE BESTREDEN INHOUDINGEN :

Eiser legt geen stukken voor.

Verweerders leggen in hun bundel vooreerst de in de zaak 02/3739/A bestreden akte van inhouding voor dd. 7 september 2002 op verzoek van verweerder sub.1 in handen van verweerder sub.2, lastens de beslagene huidige eiser.

De wettelijk grondslag van deze inhouding die geldt als bewarend beslag onder derde, is de toepassing van art. 8, 1° par. 3, 4e lid KB nr. 4 van 29 december 1969 en de oorzaak van de inhouding betreft de gehoudenheid ten aanzien van het BTW-ontvangkantoor voor € … betreffende de schuld nr. 299/0602.57335 die het voorwerp uitmaakt van een betwisting, nl. verzet bedoeld door [art. 89 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-89) tegen een dwangbevel uitgevaardigd door BTW-Ontvangkantoor Roeselare op 23 augustus 1999 voor BTW € … meer boeten € …, intresten en kosten. En de schuld vloeit vooruit een PV opgesteld op 7 april 1999 door genoemde inspecteur van de Bijzondere Belastinginspectie Brugge 3

Dit werd aangezegd aan huidige eiser bij aangetekende brief van 27 september 2002.

Als stuk 4 ligt een verklaring van derde beslagene voor uitgaande van verweerder sub.2 dd. 2 oktober 2002 voor een bedrag van € … creditsaldo BTW.

Verweerders leggen in hun bundel ook de in de zaak 02/3740/A bestreden akte van inhouding voor dd. 28 juni 2002 op verzoek van verweerder sub.1 in handen van verweerder sub.2, lastens de beslagene huidige eiser.

De wettelijk grondslag van deze inhouding die geldt als bewarend beslag onder derde, is de toepassing van art. 8, 1° par. 3, 4e lid KB nr.4 van 29 december 1969 en de oorzaak van de inhouding betreft de gehoudenheid ten aanzien van het BTW ontvangkantoor voor € … betreffende de schuld nr. 299/0602.S7335 die het voorwerp uitmaakt van een betwisting, nl. verzet bedoeld door [art. 89 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-89) tegen een dwangbevel uitgevaardigd door BTW-Ontvangkantoor Roeselare op 23 augustus 1999 voor BTW € … meer boeten € …, intresten en kosten. En de schuld vloeit vooruit een PV opgesteld op 7 april 1999 door genoemde inspecteur van de Bijzondere Belastinginspectie Brugge 3.

Dit werd aangezegd aan huidige eiser bij aangetekende brief van 28 juni 2002.

Als stuk 4 ligt een verklaring van derde beslagene voor uitgaande van verweerder sub.2 dd. 9 juli 2002 voor een bedrag van EUR … credit - saldo BTW.

Verweerders leggen ten slotte in hun bundel ook de in de zaak 04/2926/A bestreden akte van inhouding voor dd. 28 mei 2005 op verzoek van verweerder sub.1 in handen van verweerder sub.2, lastens de beslagene huidige eiser.

De wettelijk grondslag van deze inhouding die geldt als bewarend beslag onder derde, is de toepassing van art. 8, 1° par.3, 4e lid KB nr.4 van 29 december 1969 en de oorzaak van de inhouding betreft de gehoudenheid ten aanzien van het BTW-ontvangkantoor voor € … betreffende de schuld nr. 299/0602.57335 die het voorwerp uitmaakt van een betwisting, nl. verzet bedoeld door [art. 89 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-89) tegen een dwangbevel uitgevaardigd door BTW-Ontvangkantoor Roeselare op 23 augustus 1999 voor BTW € … meer boeten € …, intresten en kosten. En de schuld vloeit vooruit een PV opgesteld op 7 april 1999 door genoemde inspecteur van de Bijzondere Belastinginspectie Brugge 3

Dit werd aangezegd aan huidige eiser bij aangetekende brief van 28 mei 2004.

Als stuk 4 ligt een verklaring van derde beslagene voor uitgaande van verweerder sub.2 dd. 1 juni 2004 voor een bedrag van EUR … creditsaldo BTW.

### B. OMTRENT HET VERZOEK TOT SAMENVOEGING :

Verweerders vragen in conclusie neergelegd op 1 september 2005 de samenvoeging.

De drie inhoudingen betreffen dezelfde voorgehouden schuld en beogen bewarend beslag daarvoor.

De argumenten van de verzetten bevatten dezelfde elementen, de laatste geëvolueerd.

De drie voormelde zaken kunnen worden samengevoegd voor behandeling.

### C. OMTRENT DE ARGUMENTEN VAN EISER :

Eiser stelt in de drie zaken dat de inhoudingen onterecht zouden zijn omdat het arrest van het Hof van Justitie van 18 december 1997 stelde dat het artikel 8.1, § 3 van het KB nr.4 moest voldoen aan het evenredigheidsprincipe, waarna eiseres vijf genummerde overwegingen uit dit arrest citeert.

Eiser komt er toe dat door art. 8.1, § 3 van het KB nr.4 aan de beslagrechter de bevoegdheid zouden ontnemen om na te gaan of de voorwaarden van, een geldig bewarend beslag nl. vaststaande zekere en opeisbare schuldvordering (begrepen art.1415 Ger.W.) en spoedeisendheid (begrepen art. 1413 Ger.W.) zijn vervuld, en dat de opheffing niet zou kunnen worden bevolen zolang de door het proces verbaal bedoeld in het 6e lid van voormeld artikel van voormeld KB geleverde bewijzen niet zijn weerlegt of nog zo lang de administratie de gegevens niet heeft bekomen, overeenkomstig de procedure van de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering inzake uitwisseling van inlichtingen tussen lidstaten of nog zo lang een opsporingsonderzoek van het Parket of gerechtelijk onderzoek van de Onderzoeksrechter loopt.

Volgens eiser zou deze rechtbank, die hij de naam "hoeder van het beslagrecht" toedicht, zou derhalve door dit KB "nog enkel kunnen toekijken".

Eiser beroept zich op het arrest van het Arbitragehof van 7 juli 1998 dat zou hebben geoordeeld dat [art. 76 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-76) de artikels 10 en 11 ven de Grondwet schendt en hij maakt de verbinding met hetgeen het Hof van Justitie heeft gesteld en citeert daaruit.

Tevens citeert hij uit een vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel van 22 januari 1999 dat volgens hem de correcte toepassing zou hebben gemaakt van de rechtspraak van het Hof van Justitie en van het Arbitragehof.

Hij komt er uiteindelijk toe te stellen dat het aangewende art. 1, § 3 4° KB dat stelt dat "wordt ingehouden" en het feit dat het spoedeisend karakter niet moet worden aangetoond, uiteindelijk een automatisme voorziet voor inhouding, dat de beslagrechter niet zou kunnen opheffen bij gebrek aan bewijs van tegendeel tegenover de processen verbaal of onderzoek, zodat een controle uitgesloten zou worden.

Verweerders stelden in gemeenschappelijke conclusies in de twee oudste zaken neergelegd op 6 maart 2003 dat eigenlijk onnodige kosten waren gemaakt (voor exploot van dagvaarding aan de derde beslagene) daar artikeI 8, 1° § 3 10e alinea waarvan de tekst als bij lage van de inhouding was betekend, duidelijk stelt dat de belastingplichtige verzet kan doen tegen de inhouding door toepassing te maken van artikel 1420 Ger.W. door de beslaglegger te dagvaarden, en ook dat niet afzonderlijk voor beide inhoudingen diende te worden gedagvaard vermits het verzet tegen de oudste inhouding gelijktijdig met het verzet tegen de jongste inhouding werd in gesteld.

Verweerder stelt ten gronde ten aanzien van de verzetten dat "supra", begrepen in het proces verbaal van 7 april 1999 door de bijzondere belastinginspectie Brugge 3 dat voorligt in de zaak 02/3740/A als stuk 5, zou zijn vastgesteld dat huidige eiser zich schuldig zou hebben gemaakt aan fraude door minstens voor 80.000 liter diesel als goedkopere huisbrandstof te factureren en hij dit toegaf bij betrapping op heterdaad.

Verweerder legt de berekening van de hoofdsom BTW uit en wijst op de verdere wettelijke boete.

In een conclusie neergelegd op 15 december 2004 specifiek in de jongste zaak herhaalt verweerder beslaglegger opnieuw onder verwijzing naar de inhoud van het PV van 7 april 1999 naar de vaststellingen op 26 september 1995 toen eiser op heterdaad werd betrapt door de Douanediensten toen zijn chauffeur in opdracht diesel laadde uit te tank waarin alleen huisbrandolie kon gepompt worden, en dit onttrok aan zijn belastingentrepot en zonder de wettelijk verplichte herkenningsmiddelen als "huisbrandolie" geleverd en gefactureerd werd aan de genoemde firma's.

Er ligt inderdaad een verzoekschrift op tegenspraak houdende verzet tegen ten uitvoerlegging van een dwangbevel art.1385 decies Ger.W. neergelegd op 27 oktober 1999 voor, gericht aan de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, waarin eiser de BTW-heffing blijkt te betwisten, verwijzend naar het vonnis van de correctionele rechtbank 14e kamer te Brugge van 26 april 1999 waarin de dagvaarding van de administratie nietig werd beschouwd en verder stelt hij dat zijn rechten zijn geschonden om uiteindelijk het dwangbevel van 23 augustus 1999 geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 10 september 1999 te betwisten.

In de conclusie voor deze rechtbank inde jongste zaak 04/2926/A neergelegd op 15 december 2004, verklaart eiser in de voorlaatste alinea dat hij de 80.000 liter toegaf en er de facto een niet betwiste schuld bestaat van € … in hoofdsom.

Verweerder stelt daar in conclusie neergelegd op 1 september 2005 dat de ambtelijke aanslag een lagere hoeveelheid brandstof belastte, en dat zijn vordering mede omwille van de ingeroepen beslissingen zeker zijn, vast staan en opeisbaar.

Deze rechtbank moet met verweerder (sub. 1) beslaglegger inderdaad worden vastgesteld dat het totaal van de inhoudingen berekend op (… + … + … =) € … het bedrag niet overstijgen dat eiser erkent verschuldigd te zijn.

En eiser heeft inderdaad nergens gesteld dat hij dit betaald heeft of andere zekerheid daarvoor heeft gesteld.

Overigens is het inderdaad zo dat de twee oudste inhoudingen door verloop van de tijd als bewarende maatregel zouden zijn vervallen

Ten slotte roept verweerder (sub. 1) in dat reeds overstapt wordt naar uitvoerende maatregelen ingevolge arrest van 3 maart 2004 van het Hof van Beroep te Antwerpen.

Om al deze redenen zijnde drie opeenvolgende verzetten ONGEGROND

### D. GEDINGKOSTEN

Eiser stelde in elke zaak een vordering in veroordeling tot de kosten, en verweerder (sub. 1) vorderde telkens een rechtsplegingsvergoeding.

Bij ongegrond verklaren van de drie vorderingen na samenvoeging van de zaken dient eiser te worden veroordeeld in één rechtsplegingvergoeding van € … zoals gevorderd.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN

Wij, **D. H.**, rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, Beslagrechter, bijgestaan door **K. D.**, griffier.

Alle strijdige en meeromvattende besluiten verwerpend als niet dienend, overbodig of ongegrond.

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Voegen de drie zaken 02/3739/A, 02/3740/A en 04/2726/A samen

Verklaren de vorderingen ontvankelijk ten aanzien van verweerder (sub. 1) maar wijzen ze af als ONGEGROND.

Veroordelen eiser in de kosten van het geding, aan de zijde van verweerder (sub. 1) begroot op één (geïndexeerde) rechtsplegingsvergoeding van € ….

Wijzen de meer gevorderde gedingkosten af als ONGEGROND

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge op **zeventien januari tweeduizend en zes**.

**K. D.** **D. H.**

## Textes cités

2

[CTVA art. 89](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-89) 3 occurrences

[CTVA art. 76](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-76) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Nullité de la contrainte](https://juriel.be/fr/jurisprudence/nullite-contrainte-caractere-ordre-public-cour-appel-anvers-2021-10-15-7803) 2 dispositions communes

[Restitution, Retenue des crédits de TVA, Saisie-arrêt conservatoire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/restitution-retenue-credits-tva-saisie-cour-constitutionnelle-bruxelles-2013-01-17-4-2013) 2 dispositions communes

[Cantonnement, Demande d'exclusion, Juge d'appel](https://juriel.be/fr/jurisprudence/cantonnement-demande-exclusion-juge-appel-cassation-bruxelles-2005-03-17-0d37) 2 dispositions communes

[Droit à déduction de l’impôt, remboursement de la taxe](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-remboursement-taxe-tribunal-gand-2001-06-12-90ed) 2 dispositions communes

[Recouvrement, Contrainte, Dette certaine et liquide](https://juriel.be/fr/jurisprudence/recouvrement-contrainte-dette-certaine-liquide-cassation-bruxelles-2006-03-09-952a) 2 dispositions communes

[Crédit de TVA, Retenue](https://juriel.be/fr/jurisprudence/credit-tva-retenue-pouvoir-appreciation-cassation-bruxelles-2003-01-03-a51f) 2 dispositions communes

[Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/prescription-tribunal-bruxelles-2026-03-04-10c6) 1 dispositions communes

[Délai de dépôt d’une réclamation, Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/delai-depot-reclamation-droit-deduction-cour-appel-anvers-2023-03-23-2039) 1 dispositions communes
