---
title: "3 décembre 2008 · Remboursement de la taxe · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers"
description: "Remboursement de la taxe. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 3 décembre 2008."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/remboursement-taxe-tribunal-anvers-2008-12-03-6996"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Remboursement de la taxe · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

3 décembre 2008

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

55 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 03.12.2008

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op drie december tweeduizend en acht in openbare zitting van de 2F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, rechter, voorzitter van de kamer,

**P. W.**, rechter

**N. V.**, rechter

**N. D.**, griffier.

In zake : **AR nr. 07/1117/A**

**NV K. B.**, (voorheen **I. B.**), ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, ingeschreven in het RPR te … onder het nummer …, met zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **S. G.** loco meester **F. V.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de heer ontvanger-rekenplichtige van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4 .

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, o.m. :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 19 februari 2007,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 3 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 5 november 2008.

---

De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/210-2006, uitgevaardigd op 12 december 2006 en uitvoerbaar verklaard op 15 december 2006, te vernietigen/van nul en generlei waarde te verklaren, teruggave te bevelen van de bedragen die door eiseres ten onrechte· zouden zijn betaald en/of ten onrechte lastens haar zouden zijn ingehouden, vermeerderd met de wettelijke en de gerechtelijke intresten vanaf de datum van betaling of inhouding en de kosten van het geding.

## Beoordeling

Betreffende de kredietnota aan de NV **H.-N. N.**

Op 29 november 1999 werd tussen eiseres en de NV **H.-N. N.** een overeenkomst gesloten met betrekking tot een informatiseringproject voor bepaalde havenactiviteiten van de NV **H.-N. N.**.

Eiseres heeft de NV **H.-N. N.** hiervoor gefactureerd voor een totaalbedrag van 405.595,48 EUR, inclusief BTW, hetgeen ook betaald werd.

Bij tegensprekelijk vonnis van 31 januari 2003 heeft de rechtbank van koophandel te Antwerpen voornoemde overeenkomst ontbonden lastens huidige eiseres wegens contractuele wanprestatie en heeft zij huidige eiseres veroordeeld tot terugbetaling van alle betaalde facturen ten bedrage van 333.537,05 EUR (volgens voornoemde rechtbank bedroeg de som van alle betaalde factuurbedragen immers slechts 333.537,05 EUR in plaats van 405.595,48 EUR), alsook tot betaling van een schadevergoeding ten bedrage 44.700,00 EUR; de tegenvordering van huidige eiseres tot veroordeling van de NV **H.-N. N.** voor betaling van :

\- 23.283,68 EUR uit hoofde van effectief geleverde, doch niet gefactureerde prestaties,

\- 523.283,80 EUR uit hoofde van gederfde winsten/onderhoudspenningen,

\- 50.000,00 EUR uit hoofde van de aantasting van haar goede reputatie en goede naam, werd ongegrond verklaard.

Tegen voornoemd vonnis werd door beide partijen hoger beroep ingesteld.

Tijdens de beroepsprocedure werd op 15 mei 2003 tussen beide partijen een overeenkomst van dading gesloten waarbij partijen overeenkwamen hun wederzijdse aanspraken definitief en onherroepelijk te regelen onder dien verstande dat huidige eiseres tot slot van alle rekening aan de NV **H.-N. N.** een bedrag zal betalen van 202.798,00 EUR, hetgeen ook betaald werd.

Huidige eiseres heeft hiervoor een kredietnota opgesteld voor een bedrag van 167.601,65 EUR + 35.196,35 EUR BTW, zijnde in totaal 202.798,00 EUR; op de kredietnota werd als omschrijving vermeld : "volgens overeenkomst van dading d.d. 15/05/2003 ...".

Bij tegensprekelijk arrest van 2 januari 2004 heeft het Hof van Beroep te Antwerpen – op verzoek van partijen - deze zaak doorgehaald.

Volgens eiseres heeft zij recht op teruggaaf van de op de kredietnota vermelde BTW ten bedrage van 35.196,35 EUR op grond van artikel 77, § 1, 5° W.BTW, minstens op grond van artikel 77, § 1, 2° W.BTW en/of artikel 77, § 1, 7° W.BTW.

Niettegenstaande de rechtbank van koophandel te Antwerpen voornoemde overeenkomst had ontbonden, werd hierop teruggekomen door het hoger beroep en door de overeenkomst van dading waarbij partijen overeenkwamen hun wederzijdse aanspraken definitief en onherroepelijk te regelen tot slot van alle rekening.

Noch uit deze overeenkomst van dading, noch uit de kredietnota, noch uit enig ander objectief element kan worden afgeleid dat :

\- partijen voornoemde overeenkomst met betrekking tot het informatiseringproject minnelijk hebben ontbonden zodat er op basis van artikel 77, § 1, 5° W.BTW dan ook geen rechtsgrond is tot teruggaaf van BTW;

\- een prijsvermindering werd toegestaan gezien de aard van de bij de bij de dading overeengekomen som onbekend blijft zodat erop basis van artikel 77, § 1, 2° W.BTW evenmin rechtsgrond is tot teruggaaf van BTW.

Aangezien de facturen van eiseres volledig werden betaald door de NV **H.-N. N.**, is er geen sprake van dat de schuldvordering van de prijs geheel of ten dele verloren is gegaan zodat er ook op basis van artikel 77, § 1, 7° W.BTW geen rechtsgrond is tot teruggaaf van BTW.

Bijgevolg faalt eiseres, die zich beroept op haar recht op teruggaaf van BTW ten bedrage van 35.196,35 EUR, in haar bewijslast.

Betreffende de kredietnota aan de BVBA **L.**.

Eiseres heeft een kredietnota opgesteld voor een bedrag van 15.789,35 EUR met vermelding "conform afspraak met de heer **B. D.**" + 3.315,77 EUR BTW, zijnde in totaal 19.105,12 EUR.

Volgens eiseres heeft zij recht op teruggaaf van de op de kredietnota vermelde BTW ten bedrage van 3.315,77 EUR op grond van artikel 77 §1, 2° W.BTW.

Noch uit de brief van 16 januari 2003 (stuk 26 van eiseres), noch uit de kredietnota, noch uit enig ander objectief element kan worden afgeleid dat een prijsvermindering werd toegestaan zodat eiseres in haar bewijslast faalt en er op basis van artikel 77 § 1, 2° W.BTW dan ook geen rechtsgrond is tot teruggaaf van BTW.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Na erover beraadslaagd te hebben,

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond eh wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op hedendoor verweerder begroot op en door de rechtbank vereffend op 1.200,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.

**N. D.** **N. V.** **P. W.** **L. B.**
