---
title: "17 février 2009 · Remboursement de la taxe, poursuite · Tribunal de première instance de Gand"
description: "Remboursement de la taxe, poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor. Tribunal de première instance de Gand (Belgique), 17 février 2009."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/remboursement-taxe-poursuite-instance-droits-tribunal-gand-2009-02-17-4d33"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Remboursement de la taxe, poursuite, instance · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Gand

**Date**

17 février 2009

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

72 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 17.02.2009

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE FISCALE KAMER, OPENBARE TERECHTZETTING VAN 17 FEBRUARI 2009

Rolnummer **AR 05/1952/A**

In de zaak van :

BVBA **F. L.**, met zetel te …, … en met ondernemingsnummer …

EISERES, die niet verschijnt, noch iemand voor haar

tegen :

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel. Wetstraat 12-14. op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger van het kantoor Aalst. Administratie der Belastingen over de Toegevoegde Waarde. Registratie en Domeinen, met burelen te 9300 Aalst, Graanmarkt 1

en voor zoveel als nodig de Gewestelijke Directeur der Administratie van de Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit, Controlecentrum Dendermonde, met kantoren te 9200 Dendermonde. Sint­Rochusstraat 63

VERWEERDER. hebbende als raad Mter **E. V. A.**, advocaat te …, …

Vonnist de rechtbank als volgt :

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie de dato 24 mei 2005.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door verweerder neergelegde stukken.

Eiseres is niet verschenen noch iemand voor haar.

Verweerder werd gehoord in zijn middelen in de openbare terechtzitting van 20 januari 2009 en vorderde vonnis als op tegenspraak lastens eiseres.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

2.1. Eisieres is ingeschreven als BTW-belastingplichtig onder het BTW-registratienummer BE … voor haar activiteit van accountant. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Door **B. F.**, e.a. verificateur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen ter beschikking gesteld van de Administratie van de Ondernemings-·en inkomstenfiscaliteit verbonden aan het controlecentrum te Dendermonde, werd op 19 augustus 2003 een toezicht uitgeoefend over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode van 1 januari 2001 tot 31 december 2002.

Door **B. F.**, voornoemd. werd op 25 oktober 2004 een proces­verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.

Op 30 november 2004 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ontvanger van de BTW, overeenkomstig artikel 85 §1 W.BTW een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 2 december 2004 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **L. V. M.** eerstaanwezend inspecteur a.i. van de BTW­controle te Dendermonde 2 daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur van de Administratie van de 81W, registratie en domeinen te Gent. en op 17 maart 2005 betekend aan eiseres door het ambt van gerechtsdeurwaarder Hendrik Van Damme met standplaats te Zele.

Bij verzoekschrift de dato 24 mei 2005 werd door eiseres verzet aangetekend tegen voormeld dwangbevel.

2.2. Eiseres vraagt dat de vordering ontvankelijk en gegrond verklaard wordt dat het bestreden dwangbevel vernietigd wordt, dat subsidiair de opgelegde belastingverhoging substantieel verminderd wordt tot een redelijk niveau. dat verweerder veroordeeld wordt tot de gedingkosten en dat het vonnis uitvoerbaar verklaard wordt bij voorraad.

2.3. Verweerder vraagt dat het verzoek van eiseres ontvankelijk doch ongegrond verklaard wordt en dat eiseres tot de gedingkosten veroordeeld wordt.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering zouden kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond

#### 3.2.1. nopens artikel 77 §1, 2° tot 7° W.BTW

a. Eiseres heeft op 28 september 2001 en op 30 november 2001 creditnota's opgemaakt met betrekking tot haar cliënt CV **L. F.** en co. Consultants ter annulering van factuur B …, factuur B … beiden de dato 1 april 1998 en van factuur B … de dato 1 juli 1998 (stuk 3 - verweerder).

Op grond van deze stukken heeft eiseres de teruggaaf van BTW uitgeoefend ten bedrage van € … in de aangifte van het derde en vierde kwartaal 2001 (stuk 8 - verweerder).

Verweerder stelt dat **L. F.** namens de medecontractant van eiseres betwist voormelde creditnota's ontvangen te hebben dat eiseres nalaat de reden tot annulering van voormelde facturen te vermelden en eiseres geen adequaat bewijs levert van het feit dat de omzet van de oorspronkelijke facturen werd opgenomen in de respectievelijke BTW-facturen werd opgenomen in de respectievelijke BTW-aangiften en dat de BTW vermeld op deze facturen werd voldaan aan de schatkist, van het feit dat een verbeterd stuk werd uitgereikt aan haar medecontractant voorzien van de vermeldingen "BTW terug te storen aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in aftrek werd gebracht", zodat de terugvordering van de door eiseres uitgeoefende teruggaaf niet naar recht verantwoord is. Eiseres stelt dat zij weldegelijk voldaan heeft aan [artikel 4 §1, 3° KB nr. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art4) daar de verbeterde stukken op 28 september 2001 en 30 november 2001 opgemaakt en overhandigd werden aan een bediende die destijds de boekhouding van de CV **L. F.** en co. Consultants voerde en dat de loutere bewering van **L. F.** hieraan geen afbreuk doet. Verder stelt eiseres dat de afwezigheid van de vermelding: "BTW terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in aftrek werd gebracht" op de creditnota's, het recht op teruggaaf in hoofde van eiseres niet in de weg staat.

b. Krachtens artikel 77 §1 W.BTW wordt de betasting die geheven werd van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed tot beloop van het passend bedrag teruggegeven wanneer een van de oorzaken tot teruggaaf als vermeld in 1° tot 7° van voornoemde paragraaf zich voordoet.

Krachtens [artikel 1 van het KB nr. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art1) wordt de teruggaaf ingesteld bij de artikelen 77 §·1 en 1bis en 77bis W.BTW naargelang het geval verleend aan degene die de belasting aan de Staat heeft voldaan of aan degene die in het bezit is van een invoerdocument dat hem als geadresseerde aanwijst en dat de betaling van de belasting vaststelt.

Hij die voor de voldoening van de belasting gehouden is een aangifte in te dienen, wordt geacht de belasting aan de Staat te hebben voldaan wanneer hij ze heeft opgenomen in het bedrag van de verschuldigde belasting ingeschreven in de aangifte en hij de belasting heeft voldaan die die aangifte vaststelt.

Om zijn recht op teruggaaf te kunnen uitoefenen moeten krachtens [artikel 4 K.B. nr. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art4) de dato 29 december 1969 volgende formaliteiten worden nageleefd : 1 : een verbeterd stuk moet worden opgemaakt met vermelding van het voor teruggaaf in aanmerking komende bedrag 2) dit stuk moet ingeschreven worden in het daartoe bestemd register 3) in de gevallen bedoeld in artikel 79 W.BTW moet van het verbeterd stuk een kopie aan de medecontractant worden afgeleverd met de vermelding "BTW terug te storen aan de Staat in de mate dat ze oorspronkelijk in aftrek werd gebracht" 4) in geval van teruggaaf van de belasting betaald terzake van een intracommunautaire verwerving van goederen of terzake van een dienst of een levering van goederen waarvoor de belasting door de medecontractant is verschuldigd, moet men de BTW aan de Staat terugstorten in de mate waarin hij ze oorspronkelijk in aftrek heeft gebracht.

Die terugstorting vindt plaats via de aangifte welke moet worden ingediend met betrekking tot de periode waarin de teruggave wordt bekomen.

De teruggaaf van BTW, intresten en boeten kan niet geldig worden verkregen indien de voorwaarden bepaald in de wet en het KB niet werden nageleefd. Met andere woorden de te vervullen formaliteiten en de wijze van teruggaaf zijn voorgeschreven op straffe van verval ([artikel 13 KB nr. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art13)).

c. De redenering van eiseres dat de loutere bewering van **L. F.** geen afbreuk doet aan het feit dat zij de verbeterde stukken heeft overhandigd aan de bediende die destijds de boekhouding van de C.V. **L. F.** en co. Consultants voerde en dat zij niet kan instaan voor de foutieve verwerking van deze creditnota's bij de e.v. **L. F.** en co. Consultants kan niet gevolgd worden.

Uit de stukken van het administratief dossier meer bepaald uit de balans de dato 31 december 2000 (stuk 10 - verweerder) blijkt dat de boekhouding van de C.V. **L. F.** en co. Consultants gevoerd werd door eiseres.

Bovendien blijkt uit de balans van eiseres zelf de dato 31 december 2000 dat het saldo van de klant e.v. **L. F.** en co. Consultants … BEF bedraagt daar waar in de boekhouding van de e.v. **L. F.** en co. Consultants … BEF opgenomen wordt als openstaand saldo van de leverancier BVBA **F. L.** (stuk 11 - verweerder).

Beide boekhoudingen worden gevoerd door het informaticasysteem van eiseres (verantwoordelijke voor de boekhouding: BVBA **F. L.**).

De houding die verweerder aangenomen heeft tegenover de C.V. **L. F.** en co. Consultants met betrekking tot de kwestieuze creditnota's is terzake niet relevant.

Verweerder heeft in casu terecht beslist dat de teruggave door eiseres niet geldig kan worden verkregen daar zij niet bewijst dat zij de formaliteiten vastgelegd in het KB nr. 4 §1, 3° van 29 december 1969 en meer bepaald de aflevering van een kopie van de verbeterde stukken aan de rnedecontractant heeft nageleefd, formaliteiten voorgeschreven op straffe van verval.

Gelet op wat voorafgaat dient niet verder te worden ingegaan op de overige argumenten van partijen aangaande dit middel.

#### 3.2.2. nopens de boete

a. Eiseres stelt subsidiair dat de door verweerder opgelegde geldboete van 200 % over de BTW dient vernietigd te worden of tot nihil herleid.

b. Boetes van 200% op de verschuldigde BTW-bedragen en voor een bedrag van € … hebben een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt. (Grondwettelijk Hof, 24 februari 1999, Rolnr. 1279, arrest nr. 22/99). Dit kan alleen begrepen worden in die zin dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot d feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich mee dat de rechtbank de belastingplichtige om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

c. In casu stelt de rechtbank vooreerst vast dat het terzake geredigeerde proces­ verbaal de dato 25 oktober 2004 zowel in feite als in rechte motiveert waarom de BTW-administratie meent dat er bedrieglijk opzet in hoofde van eiseres aanwezig is en dat toepassing gemaakt wordt van [artikel 1 laatste alinea van het K.B. nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art1) van 30 januari 1987. Desaangaande vermeldt het kwestieuze proces-verbaal immers onder meer: "... Ingeval de inbreuken begaan werden met het oogmerk de belasting te ontduiken worden de wettelijke boeten niet verminderd ([art. 1, laatste alinea van het KB nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art1) van 30 januari 1987). (...) Gelet op de familiebanden tussen **L. D.** en **F.**, welke broers zijn, de diverse samenwerkingsverbanden tussen diverse vennootschappen waar ofwel de Heer **L. F.** ofwel **D.** rechtstreeks of onrechtstreeks bestuurders zijn en het feit dat de hoofdwerkzaamheid van de vennootschap erin bestaat boekhoudingen te verzorgen en fiscale adviezen te verstrekken kan niet anders dan besloten worden dat de voormelde overtreding begaan werd met de bedoeling de belasting te ontduiken(... )".

Noch het KB nr. 41 noch de wet Cerexhe werden door verweerder geschonden.

Concreet is de rechtbank van oordeel dat een administratieve boete gepast is. Uit het proces-verbaal de dato 25 oktober 2004 blijkt immers dat eiseres zich een fictief BTW-krediet gecreëerd heeft. De kwestieuze onregelmatigheden zijn onmiskenbaar gepleegd met het oogmerk de Schatkist te benadelen. Zij zijn uitermate ernstig en brengen het algemeen belang schade toe. Er moet tevens meer rekening worden gehouden dat de boete een ontraderd effect moet hebben.

Een boete van 200 % acht de rechtbank evenwel buiten verhouding tot de feiten en het onderzoekswerk dat erdoor aan verweerder werd berokkend. Aan de hand van de feiten die in dat verband staan acht de rechtbank een boete van 20 % op het verschuldigde BTW gepast. De opgelegde administratieve boete wordt derhalve verminderd tot € …. Van het gedeelte van de boete dat de 20 % overtreft, is de vordering gegrond. De intrest is verschuldigd overeenkomstig artikel 91 §4 W.BTW.

### 3.3. nopens de kosten

Eiseres wordt voor de eigenlijke betwisting in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1° lid Gerechtelijk Wetboek moet zij de gerechtskosten dragen. Verweerder begroot de gerechtskosten op het basisbedrag der rechtsplegingsvergoeding ad € … gelet op het feit dat de waarde der vordering zich situeert tussen € … en € ….

### 3.4. nopens de uitvoerbaarheid bij voorraad

Ingevolge artikel 377 WIB 1992 en artikel 92 bis W.BTW kan een vonnis in fiscale zaken niet uitvoerbaar verklaard worden bij voorraad. Dit werd bevestigd door het Hof van Beroep te Gent in haar arrest van 2 maart 2004 nr. 2002/AR/2691 inzake NV **D.**.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en rechtdoende als op tegenspraak lastens eiseres.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de fiscale vordering van eiseres ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.

Zegt dienvolgens voor recht dat het bestreden dwangbevel dat door verweerder ten nadele van eiseres op 30 november 2004 werd uitgevaardigd ongegrond is voor het gedeelte van de administratieve boete dat een bedrag van € … overtreft.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op € … rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de **zesde fiscale kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op dinsdag **zeventien februari tweeduizend en negen,** waar aanwezig waren :

\- mevrouw **A. H.**, alleenrechtsprekend rechter. voorzitter van deze kamer.

\- mevrouw **G. L.**, griffier.

**G. L.** **A. H.**

## Textes cités

4

[AR no 41 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958) 2 occurrences

[AR no 4 art. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) 2 occurrences

[AR no 4 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) 1 occurrence

[AR no 4 art. 13](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) 1 occurrence
