---
title: "4 mars 2003 · Remboursement de la taxe, disposition pénale · Tribunal de première instance"
description: "Remboursement de la taxe, disposition pénale, amende administrative, poursuite. Tribunal de première instance (Belgique), 4 mars 2003."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/remboursement-taxe-disposition-penale-amende-tribunal-kortrijk-2003-03-04-1512"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Remboursement de la taxe, disposition pénale, amende administrative, poursuite · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Date**

4 mars 2003

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

199 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Courtrai du 04.03.2003

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN HET ARRONDISSEMENT KORTRIJK, PROVINCIE WEST-VLAANDEREN, TWEEDE KAMER FISCAAL MET EEN RECHTER, RECHTSPREKEND IN BURGERLIJKE ZAKEN.**

## In de zaak nr. 98/56/A

, landbouwer,

\- wonende te …, …

\- ingeschreven in het handelsregister te onder nummer ….

EISER,

\- vertegenwoordigd door en pleitend meester **A. K.** loco **S. S.**, beiden advocaat te …, …,

tegen :

**DE BELGISCHE STAAT**,

\- Ministerie van Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen,

\- in de persoon van de Rekenplichtige van het tweede Btw-ontvangkantoor te Kortrijk, wiens kantoor gevestigd is te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31,

VERWEERDER,

\- vertegenwoordigd door en pleitend meester **F. W.**, advocaat te …, … (ref.: …),

I. Procedurele antecedenten.

Bij vonnis van 4 maart 2002 heropende de Rechtbank ambtshalve de debatten en verzocht de partijen een standpunt in te nemen omtrent de volgende vragen : Zijn de artikelen [77](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) en [82](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-82) Btw-wetboek wel in staat om het probleem op te lossen ? Zijn de gemeenrechtelijke bepalingen inzake onverschuldigde betaling en de verjaringstermijn van gemeen recht inzake deze onverschuldigde betaling niet beter aangepast ? Zijn er nog andere fiscale bepalingen die beter aangepast zouden zijn en zouden primeren ?

De zaak werd daartoe gesteld op de zitting van 6 mei 2002.

Op de zitting van 6 mei 2002 werd de zaak in voortzetting gesteld op de zitting van 17 juni 2002.

Op de zitting van 17 juni 2002 verschenen Mr. **A. K.** loco Mr. **S. S.** voor de eiser **F. D.** en Mr. **F. W.** voor de verweerder de Belgische Staat.

Zij zetten de zaak uiteen.

De debatten werden gesloten.

De zaak werd in beraad genomen.

Tijdens het beraad werd de rechter voor wie de zaak behandeld werd, benoemd tot raadsheer.

Bij vonnis van 16 september 2002 heropende de Rechtbank ambtshalve de debatten opdat de zaak opnieuw behandeld zou kunnen worden voor en in beraad genomen worden door de rechter die thans deze kamer voorzit.

De zaak werd daartoe gesteld op de zitting van 4 november 2002.

Op de zitting van 4 november 2002 verschenen Mr. **A. K.** loco Mr. **S. S.** voor de eiser en Mr. **F. W.** voor de verweerder de Belgische Staat.

Zij zetten de zaak opnieuw uiteen.

De debatten werden opnieuw gesloten.

De zaak werd opnieuw in beraad genomen.

De stukken werden ingezien.

II. Standpunten van de partijen.

A.

1\. De argumentatie die ontwikkelt in zijn verzetsakte, kan weergegeven worden als volgt :

De BTW die geheven wordt van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed, wordt tot het beloop van het passend bedrag teruggegeven wanneer de belasting het bedrag te boven gaat dat wettelijk verschuldigd is (art. 77, § 1, 1° W.BTW). Hiermee wordt onder meer bedoeld het geval waarin de belastingplichtige een onjuist belastingtarief heeft toegepast (Btw-Handleiding, nr. 524).

De vordering tot teruggaaf ontstaat op het tijdstip waarop de oorzaak van de teruggaaf zich voordoet of, zoals in casu, wanneer de rechthebbende een belastingplichtige is die gehouden is periodieke aangiften te doen, bij het verstrijken van de termijn bepaald voor het indienen van de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de oorzaak van de teruggaaf zich heeft voorgedaan ([art. 3 K.B. nr. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art3)).

De vordering tot teruggaaf van de BTW verjaart door verloop van 5 jaar te rekenen van de dag waarop deze vordering is ontstaan (art. 82 W.BTW).

De uitoefening van het recht op teruggaaf door een belastingplichtige die periodieke aangiften verricht, kan geschieden in één van de aangiften die ingediend worden binnen de 5 jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de vordering tot teruggaaf is ontstaan ([art. 5, §2 K.B. nr. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art5)).

Het is pas op het (latere) tijdstip waarop met zekerheid door de rechtbank en Btw-Administratie zelf aanvaard is geworden dat het op de levering van kalkmeststoffen toepasselijke Btw-tarief 6% diende te zijn - dit wil zeggen na het vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 9 december 1991, het arrest van de Raad van State van 3 juni 1992 en het arrest van het Arbitragehof van 7 januari 1993 - dat met zekerheid gesteld kon worden dat het bedrag van de door aan zijn afnemers aangerekende BTW het bedrag te boven ging van …de belasting die wettelijk verschuldigd is in de zin van artikel 77, § 1, 1° W.BTW.

Om deze reden kan de oorzaak van de vordering tot teruggave in hoofde van … dan ook enkel ontstaan zijn op dat tijdstip (dit wil zeggen ten vroegste op 9 december 1991, datum van het vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, waartegen de Btw-Administratie zich nog in beroep heeft verzet) en dus niet op het tijdstip van het uitreiken van de facturen aan zijn afnemers.

De uitoefening van het recht op teruggave door … in de kwartaalaangifte van het derde kwartaal van 1993 geschiedde derhalve binnen de daartoe nuttig gestelde termijnen bepaald in de artikelen 82 W.BTW en 5, §2 K.B. nr. 4, aangezien de vordering tot teruggave uitgevoerd werd binnen de termijn van 5 jaar na het ontstaan ervan.

2\. De bijkomende argumentatie in de conclusies van … kan samengevat worden als volgt :

a. Indien de Rechtbank de door de Administratie aangehouden stelling zou bijtreden, dan moet zij deze redenering consistent doortrekken en moet zij noodzakelijkerwijze vaststellen dat … gerechtigd is tot een gedeeltelijke teruggave van het bedrag van … BEF dat door hem spontaan geregulariseerd werd (aangegeven in vak 61 van de derde kwartaalaangifte van 1993).

Volgens de redenering van de Administratie moet dan immers ook aanvaard worden dat de vordering van de Staat op de regularisatie van de voorbelasting minstens gedeeltelijk verjaard was.

In de (ondenkbare) hypothese dat de Rechtbank de vordering van … ongegrond zou verklaren, moet ook de in de kwartaalaangifte van de derde kwartaal 1993 uitgevoerde regularisatie van de voorheen in aftrek gebrachte voorbelasting (code 61) in het voordeel van … worden herzien.

b. De toepassing van de administratieve redenering leidt tot een schending van het neutraliteitsbeginsel dat aan de basis ligt van de toepassing van het Btw-stelsel en zoals vastgelegd in de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie te Luxemburg.

c. De Belgische Staat is niet gerechtigd om … een Btw-boete (ad … BEF) op te leggen.

….betwist dat hij een inbreuk gemaakt heeft op artikel 70, §1 bis W.BTW.

d. Gelet op de principiële aard van de betwisting, verzoekt … de Rechtbank om de boete volledig kwijt te schelden.

e. Vermits de opgelegde administratieve boete een strafsanctie is in de zin van artikel 6 E.V.R. M., heeft de rechter de bevoegdheid om zich uit te spreken over de opportuniteit van de opgelegde boete en deze te verminderen.

3\. Het antwoord van … op de vragen gesteld in het tussenvonnis van 4 maart 2002 kan samengevat worden als volgt :

a. Lex specialis derogat generalibus.

… is van oordeel dat hij in voorliggend geval toepassing kan maken van de bijzondere regeling bepaald in artikel 77, §1, 1° W.BTW.

b. Indien de Rechtbank evenwel van oordeel zou zijn dat in casu de artikelen 77 en 82 W.BTW niet van toepassing zouden zijn - omdat de toepassingsvoorwaarden ervan niet vervuld zijn -, is … van oordeel dat zijn vordering niet verjaard is.

Overeenkomstig artikel 1376 B.W. moet hij die bij vergissing of met zijn weten iets ontvangen heeft dat hem niet verschuldigd was, dit teruggeven aan degene van wie hij het ontvangen heeft zonder dat het verschuldigd was.

Terzake bepaalde het toenmalige artikel 2262 B.W. dat alle rechtsvorderingen, zowel zakelijke als persoonlijke, verjaren door verloop van 30 jaren.

Aangezien de vordering van … tot teruggaaf van hetgeen hij destijds onverschuldigd heeft betaald, werd ingesteld binnen deze termijn van 30 jaar, moet zijn aanspraak tot terugbetaling ingewilligd worden.

B. De Belgische Staat.

1\. Het belangrijkste argument van de Belgische Staat kan samengevat worden als volgt :

De belasting die voldaan werd en die blijkt uit de aangiften voor de periode van 1 januari 1985 tot 30 juni 1988, kan vatbaar zijn voor een teruggaaf gedurende een periode van 5 jaar te rekenen vanaf de datum van de wettelijke termijn voor de indiening van de aangiften, in casu op 20 juli 1988.

De teruggaaf van de BTW opgenomen in de aangiften in deze periode verjaart dus op 20 juli 1993.

Het verzoek tot teruggaaf werd opgenomen in de aangifte van het derde kwartaal 1993 met indieningsdatum uiterlijk op 20 oktober 1993.

Gezien er geen wettelijke stuiting of opschorting was van deze verjaringstermijn, is het verzoek tot teruggaaf vervallen (artikelen 82 en 83 W.BTW).

2\. De Belgische Staat ontwikkelt nog volgend bijkomend argument :

Om zijn vordering tot teruggave te kunnen uitoefenen, moet de belastingplichtige een creditnota opstellen met de vermelding van het voor teruggaaf vatbaar bedrag (K.B. nr. 4, art. 4, §1, 1°).

Een exemplaar van deze creditnota moet bezorgd worden aan de klant met de vermelding "BTW terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in aftrek werd gebracht (K.B. nr. 4, art. 4, § 1, 3°)".

Het is niet duidelijk of … aan deze verplichting voldaan heeft noch of de gecrediteerde BTW terugbetaald werd aan de medecontractanten-landbouwers.

3\. In verband met de opgelegde boete argumenteert de Belgische Staat als volgt :

In een cassatiearrest van 25 mei 1999 wordt nader gepreciseerd wanneer een administratieve sanctie inzake belastingen als een strafsanctie in de zin van artikel 6 E.V.R.M. en artikel 14 van het B.U.P.O. beschouwd moet worden.

Er moet voldaan zijn aan 5 voorwaarden. De boete moet onder meer zeer zwaar zijn.

In casu is het zeer de vraag of een boete van 10 % a/s zeer zwaar beschouwd kan worden.

Het Hof van Justitie heeft in een arrest van 21 september 1989 erop gewezen dat de Lidstaten er moeten over waken dat de sancties op de niet-naleving van de verplichtingen met betrekking tot de BTW proportioneel en afschrikkend zijn.

Het is derhalve niet opportuun dat de rechter stelselmatig zou afwijken van het wettelijk boetebarema van het K.B. nr. 41 indien de belastingplichtige hierom verzoekt in de loop van een geding met de Btw-administratie.

4\. Het antwoord van de Belgische Staat op de vragen gesteld in het tussenvonnis van 4 maart 2002 kan samengevat worden als volgt :

Op het vlak van de verjaring van de vordering tot teruggaaf van de belasting is het Burgerlijk Wetboek van toepassing voor zover de fiscale wetgeving geen bijzondere regels heeft bepaald.

De verjaring inzake BTW wordt evenwel geregeld door de artikelen [81](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81) tot en met [83](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-83) van het Btw-wetboek, waarin ook een specifieke reglementering opgenomen is met betrekking tot de vorderingen tot teruggaaf.

De theorie van de onverschuldigde betaling zoals bedoeld In artikel 1235, eerste lid B.W., is hier niet toepasselijk.

Artikel 1376 B.W. is hier evenmin toepasselijk.

III. Beoordeling.

A. Toepasselijke rechtsregels.

Het geschil moet beslecht worden met behulp van de rechtsregels van het fiscaal recht.

Nu er specifieke rechtsregels voorhanden zijn in het fiscaal recht, zijn deze regels en niet de gemeenrechtelijke regels - van toepassing op de huidige zaak.

B. Is de vordering tot teruggaaf verjaard ?

De vordering tot teruggaaf van … is niet verjaard.

De opmaak van de facturen in de periode van 1 januari 1985 tot en met 30 juni 1988 vormt niet de oorzaak van de teruggaaf en het recht op teruggaaf is niet vervallen op 20 juli 1993.

De kwestie van de verjaring van de vordering tot teruggaaf moet in huidig geval beslecht worden aan de hand van [artikel 14 van het K.B. nr. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art14) van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde.

Artikel 14 van dit K.B. bepaalt onder meer: "De in [artikel 90](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-90) van het Wetboek bedoelde vordering tot teruggaaf moet worden ingesteld binnen 5 jaar te rekenen ... vanaf de datum van de kennisgeving bij de ter post aangetekende brief van de beslissing waarbij de bij de administratie ingediende aanvraag om teruggaaf wordt verworpen ... ".

De administratie gaf bij aangetekende brief van 8 oktober 1996 aan … kennis van haar beslissing dat zijn aanvraag om teruggaaf verworpen werd (zie stuk 5 …).

De vordering tot teruggaaf is in huidig geval pas ontstaan op 8 oktober 1996.

De verjaring van de vordering tot teruggaaf is derhalve pas beginnen te lopen op 8 oktober 1996.

C. De terugbetaling van de BTW door **F. D.** aan zijn klanten.

Of … de teveel aangerekende BTW aan zijn klanten effectief terugbetaald heeft, is in het huidig geschil niet relevant.

Het komt aan de administratie toe om hierop controle uit te oefenen.

De Rechtbank merkt evenwel op dat de verificateur in zijn proces-verbaal van 19 december 1996 genoteerd heeft dat … de teveel betaalde BTW terugbetaald heeft aan zijn afnemers (zie stuk 1 Belgische Staat).

D. De gegrondheid van het verzet.

De administratie betwist het recht op teruggaaf op zich van het bedrag van … BEF door … niet (zie onder meer de brief van de administratie van 8 oktober 1996 en het proces-verbaal van 19 december 1996).

De vordering tot teruggaaf is niet verjaard.

Het verzet is derhalve gegrond.

Het dwangbevel van 2 december 1997 wordt vernietigd.

De BTW voor een bedrag van … BEF, thans … euro, de geldboete van … BEF, thans … euro en de interesten zijn niet verschuldigd.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende op tegenspraak.

Gelet op de artikelen 3, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Verklaart het verzet ontvankelijk en gegrond.

Vernietigt het dwangbevel uitgevaardigd op 2 en uitvoerbaar verklaard op 3 december 1997.

Zegt voor recht dat de BTW voor een bedrag van … BEF, thans … euro, de geldboete van … BEF, thans … euro en de interesten niet verschuldigd zijn.

Veroordeelt de Belgische Staat tot de kosten, aan de zijde van … vereffend op … euro kosten dagvaarding en … euro rechtsplegingsvergoeding.

Verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal.

Aldus gevonnist en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Kortrijk, in de openbare terechtzitting op **ZEVENTIEN MAART TWEEDUIZEND EN DRIE**.

Aanwezig : **C. V.**, alleenzetelend rechter,

**G. H.**, griffier-Hoofd van dienst,

**G. H.** **C. V.**

### Décision jointe par le SPF

**DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN HET ARRONDISSEMENT KORTRIJK,**

**PROVINCIE WEST-VLAANDEREN; "TWEEDE KAMER MET EEN RECHTER,**

## RECHTSPREKEND IN BURGERLIJKE ZAKEN

## In de zaak A.R. nr. 98/56/A

… **F.**, landbouwer,

\- wonende te …

\- ingeschreven in het handelsregister te … onder nummer …

EISER;

\- vertegenwoordigd door Meester **S. S.**, advocaat te …, …;

tegen :

**DE BELGISCHE STAAT**,

\- Ministerie van Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen;

\- in de persoon van de rekenplichtige van het tweede Btw-ontvangkantoor te Kortrijk, wiens kantoor gevestigd is te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat, 31;

VERWEERDER;

\- vertegenwoordigd door Meester **F. W.**, advocaat te …, …;

De respectieve raadslieden van partijen hebben de bundels neergelegd ter zitting van 7 januari 2002.

Zij hebben niet meer gepleit.

De besluiten en stukken werden ingezien.

Bij dagvaarding betekend op 7 januari 1998 heeft eiser verzet aangetekend tegen het dwangbevel op 2 december 1997 uitgevaardigd door **F. V.**, waarnemend ontvanger van het tweede Btw-ontvangkantoor te Kortrijk en op 3 december 1997 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **P. V.** (hoofdcontroleur) e.a. inspecteur van de IIde Btw-controle te leper, Arsenaalstraat 4 A, 8900 Ieper daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Brugge.

Een voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden dwangbevel werd bij aangetekend schrijven van 3 december 1997 in toepassing van [artikel 85 § 1 Btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-85) ter kennis gebracht van huidige eiser in verzet.

Het bestreden dwangbevel achtte initieel door de belastingplichtige verschuldigd :

1 aan BTW : … BEF (thans … euro);

2° aan geldboete ingevolge [artikel 70 § 1 bis van het Btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) : … BEF (thans … euro);

3° krachtens [artikel 91 § 1 Btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91), een intrest van 0,80 pct per maand, van rechtswege verschuldigd over de niet tijdig betaalde BTW, te rekenen vanaf 21 oktober 1993.

Het Centrum voor Informatieverwerking te Brussel heeft op grond van [artikel 8/1 § 3 van het K.B. nr. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-article-86c6) van 29 december 1969, gewijzigd door artikel 8 van het K.B. dd 29 december 1992 en door artikel 7 van het K.B. van 14 april 1993, het tegoed volgens de Btw-rekening-courant respectievelijk op 31 oktober 1996 en 30 april 1997 overgemaakt ten belope van … BEF (thans … euro).

Die betalingen werden toegerekend :

\- op de verschuldigde intresten voor een bedrag van … BEF (thans … euro);

\- op de verschuldigde geldboeten voor een bedrag van … BEF (thans … euro);

\- op de verschuldigde BTW voor een bedrag van … BEF (thans … euro),

zodat het bestreden dwangbevel uiteindelijk nog vordert :

1° aan BTW : … BEF (thans … euro);

2° aan geldboete krachtens [artikel 70 § 1 bis Btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) : … BEF (thans … euro),

of samen … BEF (thans … euro),

meer :

a) de intrest van 0,80 pct per maand vertraging te rekenen over de verschuldigde BTW vanaf 21 mei 1997;

b) de moratoire intrest over de nog verschuldigde geldboeten die loopt vanaf de kennisgeving van dit dwangbevel ingevolge [artikel 91 § 4 Btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91);

c) de vervolgingskosten.

Eiser vordert :

\- zijn verzet ontvankelijk en gegrond te verklaren;

\- het dwangbevel te vernietigen en te zeggen voor recht dat de bedragen erin vermeld ten titel van BTW, geldboeten en intresten niet verschuldigd zijn met veroordeling van de Belgische Staat tot de kosten met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.

Bij vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal of hoger beroep en met uitsluiting van het kantonnement.

## Feiten en antecedenten

Eiser in verzet, …, werd als landbouwer, loonwerker en kleinhandelaar is mest- en sproeistoffen ingeschreven onder het Btw-nummer BE …

Hij was als Btw-plichtige ertoe gehouden ieder kwartaal Btw-aangiftes in te dienen.

… heeft in de periode lopende van 1985 tot en met 1992 kalkmeststoffen (magnesiumkalk) aangekocht bij de BVBA **A.** en de BVBA M. en deze producten vervolgens doorverkocht aan zijn klanten.

Bij brief gedagtekend op 4 juni 1993 wordt eiser in verzet, aangeschreven door de BVBA **A.** in de volgende bewoordingen :

> *" We moeten vaststellen dat we in het verleden bij de verkoop van magnesiumkalk ten onrechte het Btw-tarief van 19 % hebben gehanteerd. Het toepasselijk tarief had 6 % moeten zijn.*
>
> *Bijgevolg wordt U gecrediteerd voor het verschil tussen 19 '% en 6 % (= 13 %) waar­ voor wij U een kredietnota plus een cheque toezenden.*
>
> *Deze terugbetaling moet U toelaten de door U oorspronkelijk uitgevoerde aftrek van voorbelasting recht te zetten en het teveel in aftrek gebrachte aan de Belgische Staat terug te storten.*
>
> *Hierna kan U op uw beurt teruggave vragen van de BTW die U in het verleden teveel aangerekend hebt aan uw klanten, BTW die U dan aan de boeren kan terugbetalen.*
>
> *De verbeterende stukken dienen ingeschreven in een teruggaafregister... ".*

Gelijkaardige kredietnota's werden door … ontvangen van de BVBA **M.** en …

Dat het Btw-tarief op kalkmeststoffen ook slechts 6 % mag zijn hebben de leveranciers van eiser in verzet, …, slechts kunnen bekomen na een uitputtende strijd in rechte :

1° Bij vonnis van 9 december 1991 in de zaak A.R. 35.455 van de BVBA **A.** tegen de Belgische Staat zegde de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, onder meer gesteund op een gerechtelijk deskundigenonderzoek, voor recht dat het product Magkal een meststof is, onderworpen aan hot Btw-tarief van 6 % ... ;

de Btw-administratie. tekende evenwel beroep aan;

2° Bij arrest van 7 januari 1993 sprak het Arbitragehof zich uit over de vordering tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 55 van de wet van 28 juli 1992, houdende fiscale en financiële bepalingen, ingesteld door de BVBA **A.** en de BVBA **M. B.**.

Het arbitragehof achtte hat middel dat de schending van de artikelen 6 en 6bis van de grondwet aanvoert, gegrond en zegde voor recht dat de bestreden bepaling evenwel slechts een discriminatie behelst voor zover daarbij een hoger tarief voor meststoffen op basis van secundaire elementen wordt opgelegd dan voor meststoffen in het algemeen.

De vernietiging moet dan ook in die mate worden beperkt.

Dienvolgens vernietigde het Arbitragehof, voor zover daarbij voor meststoffen op basis van secundaire elementen een hoger Btw-tarief wordt opgelegd dan het tarief dat geldt voor meststoffen in het algemeen, te weten 6 %, artikel 55 van de wet van 28 juli 1992 houdende fiscale en financiële bepalingen, in zoverre door dat artikel bekrachtigd wordt de rubriek II van tabel B zoals bepaald bij artikel 3 van het K.B. van 17 maart 1992 tot wijziging van het K.B. nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de BTW en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven en het K.B. van 10 november 1980 tot invoering van een speciale taks op luxe-producten.

3° Bij arrest van de Raad van State nr.43.500 van 28 juni 1993 in de zaken A.46.519/X-462 en A.46.842/X-602 met als verzoekende partijen de BVBA **A.** en de BVBA **M. B.** en als verwerende partij de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, werd vernietigd, voor zover daarbij voor meststoffen op basis van secundaire elementen een hoger Btw-tarief wordt opgelegd dan het tarief dat geldt voor meststoffen in het algemeen, te weten 6 %, rubriek B zoals bepaald bij artikel 3 van het K.B. van 17 maart 1992 tot wijziging van het K.B. nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de BTW en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven en het K.B. van 10 november 1980 tot invoering van een speciale taks op luxeproducten.

De ganse discussie tussen partijen spitst zich in eerste orde toe op de verjaring.

De opvattingen van partijen hebben de rechtbank tot dusver nog niet overtuigd.

A. De rechtbank vraagt zich af of de artikelen [77](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) en [82](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-82) Btw-wetboek wel terdege in staat zijn om het probleem dat zich in casu stelt op te lossen.

Zijn de artikelen wel de meest aangepaste of geschikte in kwestie ?

[Artikel 77 Btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) is bedoeld voor alle gevallen waarin vergissingen zijn begaan bij het factureren of bij het opmaken van de aangifte die door de belastingplichtige of de niet-belastingplichtige moet worden ingediend.

Er moet evenwel opgemerkt worden dat door eiser in verzet en zijn leveranciers geen vergissingen werden begaan toen er werd gefactureerd en/of de aangiftes werden opgemaakt.

Zij pasten het correcte wettelijk tarief toe, zoals het gold toentertijde.

Dit wettelijk tarief werd evenwel in 1993 tenietgedaan in zoverre het de 6 % (BTW) overtrof en dit ingevolge de vernietigingsarresten van én het Arbitragehof én de Raad van State voormeld.

Nietigverklaren werkt retroactief en wil normalerwijze zeggen dat er vanaf de nietigverklaring mag worden gehandeld alsof het hoger Btw-tarief nooit zou hebben bestaan, in zoverre mogelijk, en er geen andere wetsbepalingen of regelgeving bestaan die zulks verhinderen.

Eiser in verzet spreekt op blz 6 § 2 van zijn besluiten, neergelegd ter griffie op 21 augustus 2000, over onverschuldigde betaling.

De rechtbank vraagt zich af of de gemeenrechtelijke bepalingen inzake onverschuldigde betaling (facturaties, aanrekeningen - cfr. artikel 1235 B.W., artikel 1376 e.v. B.W,) en de verjaringstermijn van gemeen recht Inzake deze onverschuldigde betaling (10 jaar ?) niet beter aangepast zijn ter zake.

Of zijn er nog andere fiscale bepalingen die beter aangepast zouden zijn en in casu zouden primeren ?

Partijen gelieven hierover hun standpunt te geven.

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Gelet op de artikelen 2, 34, 36, 37 en 41 van de taalwet van 15 juni 1935.

Wijzende op tegenspraak.

Alvorens in enige mate recht te doen, beveelt ambtshalve de heropening van de debatten (artikel 774 Ger.W.), opdat partijen eerst zouden besluiten over hetgeen de rechtbank onder punt A aan vragen en opmerkingen heeft gesteld.

Stelt de zaak daartoe op de terechtzitting van **MAANDAG 6 MEI 2002** te 10,45 uur van de tweede kamer (fiscaal), zetelend in het gerechtsgebouw te 8500 Kortrijk, Bgm. Nolfstraat, 10 A, Zaal 102 tweede verdieping vooraan.

Kosten aangehouden.

Aldus gevonnist en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Kortrijk in openbare terechtzitting op **VIER MAART TWEEDUIZEND EN TWEE**.

Aanwezig: **M. B.**, alleenzetelend rechter;

**G. H.**, griffier-hoofd van dienst.

**G. H.** **M. B.**

## Textes cités

12

[CTVA art. 77](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) 3 occurrences

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 2 occurrences

[CTVA art. 82](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-82) 2 occurrences

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 2 occurrences

[AR no 4 art. 14](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) 1 occurrence

[AR no 4 art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) 1 occurrence

[AR no 4 art. 5](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) 1 occurrence

[AR no 4 art. 8/1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-article-86c6) 1 occurrence

[CTVA art. 81](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81) 1 occurrence

[CTVA art. 83](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-83) 1 occurrence

[CTVA art. 85](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-85) 1 occurrence

[CTVA art. 90](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-90) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Remboursement de la taxe, disposition pénale, amende administrative, poursuite](https://juriel.be/fr/jurisprudence/remboursement-taxe-disposition-penale-amende-tribunal-kortrijk-2003-03-17-4a93) 9 dispositions communes

[Validité de la contrainte, Motivation adéquate](https://juriel.be/fr/jurisprudence/validite-contrainte-motivation-adequate-reference-cour-appel-liege-2022-09-14-234b) 5 dispositions communes

[Déclaration d’accord, renonciation à l’action, Prescription, Intérêts de retard](https://juriel.be/fr/jurisprudence/declaration-accord-renonciation-action-prescription-cour-appel-2026-01-27-c906) 5 dispositions communes

[Redevable de la créance fiscale, Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/redevable-creance-fiscale-prescription-operation-cour-appel-anvers-2024-03-05-e9b2) 5 dispositions communes

[Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-cour-appel-gand-2003-10-14-2758) 5 dispositions communes

[Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance](https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-poursuite-cour-appel-gand-2008-11-18-a051) 5 dispositions communes

[Procès-verbal, Force probante d’un procès-verbal, Présomptions de fait](https://juriel.be/fr/jurisprudence/proces-verbal-force-probante-presomptions-cour-appel-gand-2016-11-29-a3c0) 5 dispositions communes

[Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance](https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-poursuite-cour-appel-gand-2002-10-01-c343) 5 dispositions communes
