---
title: "Remboursement de la taxe · Cour d&#x27;appel de Bruxelles, 14 septembre 2006"
description: "Remboursement de la taxe. Cour d'appel de Bruxelles (Belgique), 14 septembre 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/remboursement-taxe-cour-appel-bruxelles-2006-09-14-2dd9"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Remboursement de la taxe · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Bruxelles

**Date**

14 septembre 2006

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

94 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Bruxelles du 14.09.2006

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**HOF van BEROEP te BRUSSEL, Zesde fiscale kamer – Openbare terechtzitting van 14-09-2006**

Nr. van de zaak : **2000/AR/2380**

IN ZAKE VAN :

**BV D. L.**, met maatschappelijke zetel te NL- …, …; voorheen de BV **N. D.**, met maatschappelijke zetel te NL-…, …,

**appellante,**

vertegenwoordigd door Meester **L. G.**, advocaat, (…, …)

**tegen :**

**1.** **DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de heer minister van Financiën, administratie der douanen en accijnzen, vertegenwoordigd door de heer Rekenplichtige van het douanekantoor te Brussel, Picardstraat 1/3 te 1210 Brussel,

**eerste geïntimeerde,**

vertegenwoordigd door Meester **N. D.**, advocaat, (…, …).

**2.** **DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, administratie der BTW, Registratie en Domeinen., vertegenwoordigd door de Directeur-generaal en heer Rekenplichtige van het centraal kantoor voor de buitenlandse belastingplichtigen, met burelen te 1000 Brussel, Jozef Stevensstraat 7, .

**R. 2006/6378** **EINDARREST - gegrond**

**tweede geïntimeerde,**

vertegenwoordigd door Meester **F. S.**, advocaat, (…, …)

---

Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit :

## De processtukken

Het verzoekschrift in hoger beroep werd neergelegd ter griffie op 13 september 2000.

Het hoger beroep is gericht tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel d.d. 30 juni 2000, waarvan geen akte van betekening wordt voorgelegd.

De oorspronkelijke vordering was door de BV **N.** (thans **D.**) gericht tegen de Belgische Staat - administratie der Douanen, met een eis in gedwongen tussenkomst van de Belgische Staat - administratie der BTW.

Zij strekte ertoe deze twee administraties, solidair of de ene bij gebreke aan de andere, te horen veroordelen om aan de BV **N.** een som van … F terug te betalen, verhoogd met de moratoire intresten vanaf de betaling op 23 november 1992 van dit bedrag aan de administratie der Douanen.

Het geschil had ook betrekking op de kwijtschelding van … F nalatigheidsintresten, maar in hoger beroep stelt de raadsman van de BTW-administratie dat dit bedrag niet meer verschuldigd is (zie het zittingsblad).

De eerste rechter heeft de vordering van de BV **N.** onontvankelijk verklaard.

In hoger beroep vraagt appellante - de BV **N.** (thans **D.**) - dat het hof haar oorspronkelijke vordering ontvankelijk en gegrond zou verklaren.

## Voorwerp van het geschil

Appellante beweert dat zij ten onrechte verplicht werd … F aan de administratie der Douanen te betalen, en dat deze administratie of de administratie der BTW, solidair of de ene bij gebreke aan de andere, haar dit bedrag verhoogd met de :intresten, moet terugbetalen.

Deze stelling wordt door de Belgische Staat betwist.

## De feiten

1\. Appellante heeft, in hoedanigheid van aangever-expediteur, op 2 en 7 maart 1990 en op 11 juni 1990, drie T2 documenten uitgegeven, m.b.t. het communautair vervoer van computeronderdelen van Nederland naar de zetel van de NV **L.** te …, ….

Zij liet die drie T2 documenten - voor een totaal bedrag van … F aan BTW - op het douanekantoor van Amsterdam geldig maken, met de aanduiding dat het douanekantoor van Brussel het douanekantoor van bestemming was.

2\. T2 documenten moeten binnen de vijftien dagen van hun uitgifte door de aangever op het douanekantoor van bestemming worden aangezuiverd.

De niet-aanbieding van de goederen op het aangewezen Belgische douanekantoor moet als een invoer zonder aangifte aangemerkt worden, die de Belgische BTW opeisbaar maakt.

De drie T2 documenten werden terzake slechts op 5 februari 1992 aangezuiverd, dank zij een spontane aangifte van de geadresseerde **L.** bij de administratie der Douanen te Brucargo 1.

3\. De Staat stelt dat deze spontane regularisatie plaats vond in die zin *"dat* *na overleg met het betrokken BTW-controlekantoor**, de ter zake van invoer verschuldigde BTW die normaliter in speciën had moeten worden betaald aan de administratie der douanen, in de periodieke BTW-aangifte van* ***L.*** *met betrekking tot de handelingen van februari 1992, opgenomen. werd"* 2 (woorden door het hof onderlijnd).

4\. Op 13 april 1992 werd **L.** failliet verklaard.

5\. Op 16 juni ,1992 schreef de administratie der Douanen de volgende brief aan appellante

*"Betreft : … aangifte ten verbruik :* ***L.*** *in faling;* *BTW nog niet betaald !*

*"Uit het onderzoek is gebleken dat de goederen (…) (in 1990) rechtstreeks afgeleverd werden door een vervoerder bij de bestemmeling, zonder vooraf aangeboden geweest te zijn op het douanekantoor van bestemming. Dit feit maakt een overtreding uit op Verordening EEG nr. 222/77.*

*"Ik wens U attent te maken op het feit dat de naam en het adres van de vervoerder ons onbekend is gebleven.'*

*"Het onderzoek naar de verantwoordelijken om tot een minnelijke schikking over te gaan, kan niet worden voortgezet.*

*"Om mij toe te laten de zaak te beëindigen, gelieve mij de naam en het volledig adres van de vervoerder mede te delen binnen de 14 dagen"* 3 (woorden door het hof onderlijnd).

Op 20 oktober 1992 werd appellante door de administratie der Douanen in gebreke gesteld het bedrag van … F te betalen.

6\. Op 23 november 1992 was appellante, die borg stond voor de goede afloop der operaties, verplicht dit bedrag te betalen, op straffe haar officiële erkenning als aangever-expediteur te verliezen.

7\. Op 21 december 1992 heeft appellante bij de administratie der BTW een verzoekschrift ingediend ten einde teruggaaf te bekomen van kwestieus bedrag; deze administratie is luidens art. 14, 2 de lid KB nr. 4 uitsluitend bevoegd om BTW op invoer terug te geven.

8\. Op 2 februari 1995 werd dit verzoek door het Centraal Bestuur van de BTW verworpen, om reden dat kwestieus bedrag *“in principe voor teruggaaf vatbaar is, op grond van* [*art. 77, § 1bis van het BTW-Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77)*"* maar *"overeenkomstig* [*art. 1 KB nr. 4*](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art1) *BTW wordt de ter zake van invoer betaalde BTW teruggegeven aan degene die in het bezit is van een invoerdocument, dat hem als geadresseerde aanwijst en dat de betaling van de belasting vaststelt. In het gestelde geval is de rechthebbende op teruggaaf de NV* ***L.*** *et niet* ***N.*** *(appellante)"* 4.

De eerste" rechter heeft hetzelfde beslist, en de vordering van **N.** bijgevolg onontvankelijk beschouwd.

## Discussie

1\. De Belgische Staat en de eerste rechter verklaren dat de door appellante betaalde som van … F door de administratie teruggeven moet worden, maar weigeren dit bedrag aan appellante terug te betalen om de enige reden dat [artikel 1 van het KB nr. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art1), dat in uitvoering van [artikel 77, § 1bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) van het Wetboek der BTW genomen werd, voorziet dat de terugbetaling moet geschieden aan degene die in het bezit is van een invoerdocument, dat hem als geadresseerde aanwijst, te weten : **L.** ter zake 5.

2\. Het lijkt aangewezen, om een goed begrip der zaken te hebben, hieronder de tekst weer te geven van de door de Staat en de eerste rechter ingeroepen beschikkingen :

> "[artikel 77, § 1bis, 1° van het Wetboek van de BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) luidt als volgt : *"de belasting die ter zake van de invoer werd geheven, wordt tot beloop van het passende bedrag teruggegeven in de gevallen als bedoeld in (art. 77) § 1, 1°”*;

door [artikel 77, § 1, 1° van het Wetboek van de BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) wordt bepaald dat *"de belasting die geheven werd van leveringen en van diensten wordt tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer ze het bedrag te boven gaat dat wettelijk verschuldigd is”*;

door artikel 1 van het KB-BTW nr. 4 wordt voorzien dat *"de teruggaaf ingesteld bij* [*artikel 77, § 1*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) *en* [*77, § 1bis*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) *van het Wetboek van de BTW wordt naar gelang van het geval verleend aan degene die de belasting aan de Staat heeft voldaan, of aan degene die in het bezit is van een invoerdocument dat hem als geadresseerde aanwijst en dat de betaling van de belasting vaststelt"*,

3\. Inzake belastingen op de toegevoegde waarde kan, bij een invoer of een levering van goederen of diensten, een welbepaalde toegevoegde waarde slechts éénmaal door de belasting getroffen worden, omdat men slechts éénmaal met deze bewuste toevoeging van waarde van kwestieuze goederen en diensten te maken heeft.

Al de bedragen die na de betaling van deze BTW aan de staat betaald worden; kunnen dus geen BTW meer zijn omdat de toegevoegde waarde reeds voordien door de belasting getroffen werd.

M.a.w. kan éénzelfde toevoeging van waarde niet door twee opeenvolgende belastingen op de toegevoegde waarde aangeslagen worden.

4\. Ter zake werd de BTW op de kwestieuze invoeren van computeronderdelen in maart 1992 geheven, wanneer **L.** - na overleg met het betrokken BTW controlekantoor - de belasting in haar periodieke BTW aangifte met betrekking tot de handelingen van februari 1992 opgenomen heeft 6.

Het geschil dat aan het hof voorgelegd wordt heeft geen betrekking tot de terugbetaling van de aldus in maart 1992 geheven BTW.

De artikelen [77, § 1bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) van het Wetboek van de BTW en 1 van het KB nr. 4 zijn dus vreemd aan het geschil dat thans beslecht dient te worden.

5\. Appellante werd in november 1992, te weten acht maand na de betaling van de BTW in maart 1992, verplicht het bedrag van … F aan de Staat te betalen.

Om de hierboven (nr. 3) uitgelegde redenen, *kan* dit bedrag geen BTW zijn.

6\. Het in november 1992 betaald bedrag maakt bijgevolg een onverschuldigde betaling uit, waarvan de terugbetaling door de Staat niet door het Wetboek van de BTW geregeld is, omdat men niet met een BTW te maken heeft, maar wel door het gemeen recht (art.1235, 1376 en 1378 van het Bugerlijk Wetboek).

Volgens het gemeen recht (art.1376 van het Burgerlijk Wetboek) moet het bedrag terugbetaald worden aan de persoon die de onverschuldigde betaling uitgevoerd heeft, te weten appellante in deze zaak.

Indien degene, die de onverschuldigde betaling ontvangen heeft, van kwade trouw is, is hij ook de intresten verschuldigd vanaf de dag van de betaling (art. 1378 van het Burgerlijk Wetboek). Terzake is de Staat van kwade trouw omdat hij eind 1992 de betaling geëist heeft van een bedrag, dat hij als BTW kwalificeerde, terwijl hij moest weten dat het geen BTW kon uitmaken omdat deze belasting over de toegevoegde waarde hem reeds in maart 1992 betaald was. De Staat is de burgerlijke intresten verschuldigd vanaf 23 november 1992.

Appellante vraagt terecht de kapitalisatie van de intresten op grond van artikel 1154 van het Burgerlijk Wetboek, in zijn op 29 oktober 2004 neergelegde besluiten.

### Dispositif

**0M DEZE REDENEN,**

**HET HOF**, rechtsprekend na **tegenspraak**;

Gelet op art 24 van de wet van 15 juni 1995 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond.

Veroordeelt de Belgische Staat aan appellante de som van … € (… F) terug te betalen, verhoogd met de burgerlijke intresten vanaf 23 november 1992 tot op de datum van de terugbetaling.

Zegt voor recht dat gelet op de gerechtelijke aanmaning bevat in de besluiten van 29 oktober 2004 en gelet op de bepalingen van artikel 1154 van het Burgerlijk Wetboek, de vervallen intresten op de hoofdsom vanaf 29 oktober 2004 op hun beurt - via capitalisatie intresten opbrengen.

Veroordeelt de Belgische Staat tot de kosten, begroot in graad van beroep op … EUR voor appellante en op … EUR voor geïntimeerden.

Aldus gevonnist door :

**K. V. H.**, voorzitter,

**B. d. C.**, plaatsvervangend raadsheer,

**N. B.**, plaatsvervangend raadsheer,

magistraat en plaatsvervangende magistraten van de zesde fiscale kamer van het hof van beroep te Brussel die aan de beraadslaging hebben deelgenomen overeenkomstig art. 778 van het Gerechtelijk Wetboek,

en, gezien de wettelijke verhindering van mevrouw **N. B.**, plaatsvervangend raadsheer, uitgesproken in openbare terechtzitting van dezelfde kamer op **14-09-2006**.

overeenkomstig de beschikking van de heer Eerste Voorzitter van **14-09-2006** en dit bij toepassing van art 779 van het Gerechtelijk Wetboek,

waar aanwezig waren :

**K V. H.**, voorzitter,

**P. V.**, raadsheer,

**B. d. C.**, plaatsvervangend raadsheer,

**C. d. N.**, griffier.

**C. D. N.** **B. d. C.** **P. V.** **K. V. H.**

\_\_\_\_\_\_\_\_

1 stukken 1 tot 3 van het dossier van appellante.

2 besluiten van de administratie der BTW blz 3, lid 1.

3 stuk 1 van het dossier van de administratie der Douanen.

4 stuk 4 van het dossier van appellante.

5 zie nr. 8 van de uiteenzetting der feiten.

6 nr. 3 van de uitvoering der feiten.

## Textes cités

2

[CTVA art. 77](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) 7 occurrences

[AR no 4 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) 2 occurrences

## Décisions similaires

8

[Restitution de la taxe suite à l'émission de notes de crédit](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-namur-2022-09-22-02ac) 1 dispositions communes

[Faillite d'un cocontractant, Droit à la restitution](https://juriel.be/fr/jurisprudence/faillite-cocontractant-droit-restitution-perte-cassation-bruxelles-2024-06-20-053d) 1 dispositions communes

[Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/prescription-tribunal-bruxelles-2026-03-04-10c6) 1 dispositions communes

[Séquestre, fraude au domicile, visite domiciliaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sequestre-fraude-domicile-visite-domiciliaire-tribunal-gand-2024-10-02-1508) 1 dispositions communes

[Délai de dépôt d’une réclamation, Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/delai-depot-reclamation-droit-deduction-cour-appel-anvers-2023-03-23-2039) 1 dispositions communes

[Déclaration de régularisation, Activité d'ostéopathe, Exonération de TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/declaration-regularisation-activite-osteopathe-exoneration-tribunal-bruxelles-2025-10-06-2068) 1 dispositions communes

[Créance, Restitution, Prescription, Faillite](https://juriel.be/fr/jurisprudence/art-77-tva-creance-restitution-cassation-bruxelles-2024-06-20-23a9) 1 dispositions communes

[Association chargée de mission, théorie de l’émanation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/association-chargee-mission-theorie-emanation-cour-appel-anvers-2024-10-11-3663) 1 dispositions communes
