---
title: "Remboursement de la taxe · Cour d&#x27;appel d&#x27;Anvers, 11 septembre 2002"
description: "Remboursement de la taxe. Cour d'appel d'Anvers (Belgique), 11 septembre 2002."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/remboursement-taxe-cour-appel-anvers-2002-09-11-321d"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Remboursement de la taxe · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Anvers

**Date**

11 septembre 2002

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

80 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 11.09.2002

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, TWEEDE KAMER recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest uitgesproken :**

**Inzake : 1999/AR/1987**

1\. …, wonende te …, …

2\. …, wonende te , …, appellanten, beiden in persoon aanwezig, tegen het vonnis gewezen op 14 april1999 door de 9° kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, beiden bijgestaan door Meester **T. P.**, advocaat te …, …

**TEGEN**

1\. …, zonder beroep, weduwe van wonende te …, …

2\. …, manager, wonende te …, …

3\. …, zelfstandige, wonende te …, …

4\. …, bediende, wonende te …, …

5\. …, zelfstandige, wonende te …, …

allen in hun hoedanigheid van erfgenamen van wijlen …

**geïntimeerden,**

allen vertegenwoordigd door Meester **C. K.** loco Meester **H. B.**, advocaat te …, …

6\. **de BELGISCHE STAAT****,** Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3530 Houthalen-Helchteren, Vredelaan 31

**geïntimeerde,**

vertegenwoordigd door Meester **P. B.** loco Meester **P. V. d. S.**, advocaat te …, …

---

Gelet op de door de wet vereiste processtukken, in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder het bestreden vonnis, waarvan geen akte van betekening voorligt en waartegen tijdig en geldig naar vorm hoger beroep werd ingesteld bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van dit Hof op 6 juli 1999.

Gelet op de akte waarbij geïntimeerden sub 1 tot en met 5 het geding namens wijlen …, hervatten, neergelegd ter griffie van dit Hof op 18 december 2001;

## Voorwerp van de vorderingen

I.De vordering van de rechtsvoorganger van geïntimeerden sub 1 tot en met 5, ingesteld bij exploot d.d. 16 juni 1995, strekte ertoe appellanten te horen veroordelen tot betaling van … EUR (… BEF), meer de gerechtelijke interesten. In de loop van de procedure voor de eerste rechter heeft de rechtsvoorganger van geïntimeerden sub 1 tot en met 5 zijn vordering uitgebreid tot … EUR (… BEF).

II.De vordering van appellanten en van de rechtsvoorganger van geïntimeerden sub 1 tot en met 5, ingesteld bij exploot d.d. 28 maart 1996, strekt ertoe te horen zeggen vor recht dat geïntimeerde sub 6 niet gerechtigd was enig bijkomende BTW-bedrag te vorderen betreffende de door de rechtsvoorganger van geïntimeerden sub 1 tot en met 5 aan de woning van appellanten uitgevoerde werken en deze te horen veroordelen om een bedrag van … EUR (… BEF), nadien uitgebreid tot … EUR (… BEF) meer interesten sedert datum van betaling en de gerechtelijke interesten, terug te betalen aan geïntimeerden sub 1 tot en met 5.

Bij tussenvonnis d.d. 15 oktober 1997 heeft de eerste rechter een plaatsbezoek bevolen. Bij het bestreden vonnis werd de vordering van appellanten en van geïntimeerden sub 1 tot en met 5 ten aanzien van geïntimeerde sub 6 ongegrond verklaard. De uitgebreide vordering van geïntimeerde sub 1 tot en met 5 ten aanzien van appellanten werd ingewilligd. Appellanten werden tot de gerechtskosten veroordeeld.

Appellanten streven de vernietiging na van het bestreden vonnis. Zij concluderen tot de gegrondheid van hun vordering ten aanzien van geïntimeerde sub 6 en ondergeschikt tot de ongegrondheid van de vordering van geïntimeerden sub 1 tot en met 5. ln uiterst ondergeschikte orde dringen zij aan vast te stellen welke werken als omvorming kunnen worden beschouwd en welke niet teneinde gedifferentieerd te oordelen voor welke werken bijkomende BTW en/of boetes verschuldigd zijn.

Geïntimeerden sub 1 tot en met 5 streven ingevolge incidenteel beroep - conclusie neergelegd ter griffie van dit Hof op 10 december 1999 - na dat het bestreden vonnis zou worden gewijzigd en dat geïntimeerde sub 6 zou worden veroordeeld om aan hen een bedrag van … EUR (… BEF), meer verwijlinteresten vanaf de data van betaling en de gerechtelijke interesten, terug te betalen. In ondergeschikte orde vorderen zij de bevestiging van het bestreden vonnis.

Geïntimeerde sub 6 concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep en de bevestiging van het bestreden vonnis.

## In feite

De rechtsvoorganger van geïntimeerden sub 1 tot en met 5 - aannemer - heeft in de loop van 1991 -1992 voor rekening van appellanten aan hun woning te …, …, werken uitgevoerd. Appellanten betaalden op de werken 6 % BTW omdat zij een attest ondertekenden dat de woning reeds effectief in gebruik was sedert ten minste twintig jaar en dat na de uitvoering van de werken deze effectief als privé-woning zou worden gebruikt. Op 14 maart 1995 heeft de administratie in het kader van een controle dit BTW tarief niet aanvaard (17%) omdat de voorwaarden voor het gunstig tarief niet waren vervuld. Er werd bijkomende BTW - … EUR (… BEF) en een geldboete - … EUR (… BEF) - bij de aannemer aangerekend. Tegen deze aanslag heeft de aannemer op 3 april 1993 bezwaar aangetekend. Dit werd verworpen.

Geïntimeerden sub 1 tot en met 5 vorderen het aan de BTW­administratie betaalde bedrag en boetes terug.

## In rechte

## Standpunt van geïntimeerden sub 1 tot en met 5

Op de betreffende bouwwerken kon wel het verlaagd BTW-tarief van 6 % worden toegepast. Het vereiste attest dat het gaat om een woning die meér dan 20 jaar in gebruik is en dat na de uitvoering het gebouw effectief en uitsluitend voor privé-woning zal worden gebruikt, werd afgeleverd. Het gaat bovendien wel degelijk om een verbouwing. Hun rechtsvoorganger heeft aan geïntimeerde sub 6 onverschuldigd betaald.

De aannemingsprijs is in de overeenkomst tussen partijen exclusief BTW bepaald. Appellanten zijn de BTW verschuldigd ongeacht het tarief.

Appellanten hebben door het attest in te vullen aanspraak gemaakt op het verlaagd BTW-tarief. Het feit dat achteraf de administratie dit BTW-tarief niet heeft aanvaard, is geen fout van de aannemer. Het is de bouwheer die opdracht geeft tot de uitvoering van de werken.

Ten tijde dat de arbitrage met appellanten is gesloten had niemand kennis van het BTW-probleem.

## Standpunt van appellanten

Het verlaagde BTW-tarief van 6 % is wel van toepassing. Ook vergrotingen van een gebouw door toevoeging van nieuwe vertrekken vallen onder het gunstige 6 %-tarief (ministeriële omzendbrief d.d. 22 augustus 1986). De vergroting van een bestaand gebouw, zoals te dezen, valt onder toepassing van het verlaagde BTW-tarief. Het verschil tussen de thans bebouwde oppervlakte en de oppervlakte vóór de verbouwing is volstrekt irrelevant. Alle bouwwerkzaamheden werden verricht in functie van de bestaande woning van appellanten : het oorspronkelijk gebouw en het omgevormde gedeelte zijn met elkaar verbonden; dit laatste kan niet afzonderlijk worden vervreemd en is slechts toegankelijk via het oorspronkelijk gebouw. Het is geen nieuw gebouw.

De aannemer is verantwoordelijk voor de opgave en de aanrekening van het juiste BTW-tarief. Hij alleen is BTW-plichtig. Hij had als professioneel moeten nagaan of hij voor de door hem uitgevoerde werken het gunstige 6 %-tarief mocht aanrekenen. Appellanten kunnen als leken niet weten wat met verbouwingen wordt bedoeld. De rechtsvoorganger van geïntimeerden sub 1 tot en met 5 heeft een fout begaan in oorzakelijk verband met de schade, erin bestaande dat achterstallige BTW en boetes worden gevorderd. Had hij van in het begin het juiste BTW-tarief aangerekend dan hadden appellanten de betrokken werken niet laten uitvoeren.

Geïntimeerden sub 1 tot en met 5 kunnen geen beroep doen op een contractueel vorderingsrecht. In het kader van een arbitrageprocedure werd reeds beslist dat appellanten een bedrag van … EUR (… BEF) inclusief 6 % BTW moeten betalen.

Er moet alleszins een onderscheid worden gemaakt tussen werken die wel en werken die niet als een verbouwing in aanmerking komen.

## Standpunt van geïntimeerde sub 6

Op 25 april 1995 heeft de rechtsvoorganger van geïntimeerden sub 1 tot en met 5 erkend het bedrag van … EUR (… BEF) EURO aan rechten verschuldigd te zijn.

Niet alle vergrotingen zijn omvormingen die van het verlaagd 6 %­tarief kunnen genieten. Volgens een [aanschrijving 6/1986](https://juriel.be/fr/circulaires/6-1986-f342) zijn niet alle vergrotingen als omvorming van een gebouw te beschouwen. De oppervlakte van het oude gedeelte moet ten aanzien van het nieuwe gedeelte betekenisvol zijn. Te dezen is uit het door de eerste rechter bevolen plaatsbezoek gebleken dat het oude gedeelte niet meer betekenisvol is ten aanzien van het nieuwe gedeelte. De bebouwde oppervlakte bedraagt na de uitvoering van de werken 424 m2 terwijl de bebouwde oppervlakte van het oude gedeelte afgerond 113 m2 bedraagt.

De terugvordering kan maar geschieden in de gevallen in het BTW-wetboek bepaald ([art. 75](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-75) en [77, § 1, 1°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) BTW-wetboek).

## Beoordeling

Het K.B. nr. 20 van 20 juli 1970 stelt de tarieven vast van de belasting over de toegevoegde waarde en de indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven. Het verlaagd BTW-tarief van 17 % naar 6 % - voor onroerende handelingen is in zijn vernieuwde vorm van toepassing sinds 1 augustus 1986, datum waarop bovengenoemd K.B. werd gewijzigd.

Het toepassingsgebied van het verlaagd tarief is beperkt tot bepaalde onroerende handelingen en tot bepaalde woningen.

Het is niet in betwisting dat de voorwaarden m.b.t. het gebouw zijn vervuld. Inderdaad blijkt dat het gebouw na de uitvoering van de werken uitsluitend als privé-woning wordt gebruikt. Bovendien is de privé-woning minstens 20 jaar vóór het eerste tijdstip van verschuldigdheid van de BTW op de werken die overeenkomstig het aannemingscontract werden uitgevoerd in gebruik genomen. Het argument van appellanten dat zij het attest in verband met de ouderdom van de woning en de bestemming van het gebouw correct hebben ingevuld is zonder verder belang. Overigens . is voor de toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6 % ook vereist dat het geen nieuwbouw betreft.

Er blijft dus nog te onderzoeken of het te dezen gaat om bouwen dan wel om omvormen of verbouwen. Dit onderscheid is van essentieel belang vermits enkel bij verbouwing kan worden genoten van het BTW-tarief van 6 %.

Appellanten doen terecht gelden dat ook een vergroting als een verbouwing in aanmerking kan komen. Evenwel kan het bestaan van verbouwing slechts worden aangenomen van zodra de renovatiewerken steunen op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw (aanschrijving nr. 1986/006). Uit het plaatsbezoek is gebleken dat de stallingen werden afgebroken en nieuwe funderingen werden gemaakt. Ook de garage werd op volledig nieuwe fundamenten opgericht. Dergelijke verbouwing kan niet worden beschouwd als een omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of onderhoud, zoals bepaald in de tabel A rubriek XXXI, § 1, 1°van de bijlage bij het KB nr. 20 inzake BTW-tarieven. Op grond van het voorgaande werd terecht het verlaagd tarief van 6 % BTW niet van toepassing geacht. De werken hebben, mede gelet op de omvang van de bebouwde oppervlakte na de uitvoering van de werken, in verhouding tot de bebouwde oppervlakte van het oude gedeelte, in feite bijgedragen tot het oprichten van een nieuw gebouw.

Nu de grondvoorwaarden voor de toepassing van het verlaagde BTW-tarief niet cumulatief zijn vervuld, is er geen reden om een opsplitsing te maken.

Appellanten zijn contractueel gehouden tot de betaling van de BTW. Volgens de bepalingen van het aannemingscontract zijn de toe te passen taksen niet in de aannemingssom begrepen en komen zij ten laste van de eigenaar (punt 3). De omstandigheid dat in de scheidsrechtelijke beslissing bij de afrekening geen rekening werd gehouden met een BTW-tarief van 6 % doet daaraan geen afbreuk. Op dat ogenblik was nog niet geweten dat de administratie een ander BTW-tarief zou toepassen.

De rechtsvoorganger van geïntimeerden sub 1 tot en met 5 draagt geen enkele aansprakelijkheid. Hij heeft aan appellanten een attest gevraagd op basis waarvan hij de verschuldigde BTW heeft bepaald. Het antwoord op de vraag of het gaat om een verbouwing dan wel om nieuwbouw houdt een appreciatie van feitelijke gegevens in. Hoe dan ook werd voor de beweerdelijk door de rechtsvoorganger van geïntimeerden sub 1 tot en met 5 begane contractuele fout door appellanten geen tegenvordering tot het bekomen van schadevergoeding ingesteld.

Om bovenvermelde redenen en deze van de eerste rechter, waarnaar het Hof, voor zover als nodig, verwijst, dient het bestreden vonnis te worden-bevestigd.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN

**HET HOF,**

Rechtdoende op tegenspraak;

Gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935;

Verleent akte aan geïntimeerden sub 1 tot en met 5 van hun gedinghervatting namens wijlen;

Ontvangt het hoger beroep en het incidenteel beroep;

Verklaart beide ongegrond;

Bevestigt het bestreden vonnis met dien verstande dat de in Belgische FRANK uitgedrukte bedragen waartoe appellanten gehouden zijn dienen te worden gelezen als volgt :

\- … EUR (… BEF)

\- … EUR (… BEF)

\- … EUR (… BEF)

\- … EUR (… BEF)

\- … EUR (… BEF)

\- … EUR (… BEF).

Veroordeelt appellanten tot de kosten van het hoger beroep, deze aan de zijde van geïntimeerden sub. 1 t/m 5 begroot volgens opgave in conclusie op … EUR rechtsplegingsvergoeding en aan de zijde van geïntimeerde sub. 6 begroot op … EUR (… BEF) rechtsplegingsvergoeding;

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van **ELF SEPTEMBER TWEEDUIZEND EN TWEE**.

waar aanwezig waren :

**L V.** Voorzitter

**M. B.** Raadsheer

**R. V. L.** Raadsheer

**M. G.** Griffier

**M. G.** **R. V. L.**

**M. B.** **L. V. G.**

## Textes cités

2

[CTVA art. 75](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-75) 1 occurrence

[CTVA art. 77](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Restitution de la taxe suite à l'émission de notes de crédit](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-namur-2022-09-22-02ac) 2 dispositions communes

[Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/prescription-tribunal-bruxelles-2026-03-04-10c6) 2 dispositions communes

[Déclaration de régularisation, Activité d'ostéopathe, Exonération de TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/declaration-regularisation-activite-osteopathe-exoneration-tribunal-bruxelles-2025-10-06-2068) 2 dispositions communes

[Scission artificielle des opérations, amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/scission-artificielle-operations-abus-taux-cour-appel-gand-2024-10-15-4ac3) 2 dispositions communes

[Construction artificielle, copie de fichiers informatiques, fraude, preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/construction-artificielle-copie-fichiers-informatiques-tribunal-gand-2022-03-14-5275) 2 dispositions communes

[Location, Contrôle, Régularisation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/location-controle-regularisation-tribunal-bruxelles-2026-03-04-64ac) 2 dispositions communes

[Droit à déduction, Travaux de rénovation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-travaux-renovation-taux-cour-appel-anvers-2023-09-26-6c5f) 2 dispositions communes

[Droit à restitution, Paiement indu](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-restitution-paiement-indu-prescription-cour-appel-anvers-2021-03-30-7167) 2 dispositions communes
