---
title: "Régime particulier · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers, 25 mars 2011"
description: "Régime particulier. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 25 mars 2011."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/regime-particulier-tribunal-anvers-2011-03-25-a233"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Régime particulier · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

25 mars 2011

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

44 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 25.03.2011

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op vijfentwintig maart tweeduizend en elf in openbare zitting van de eerste F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, waar zetelden :**

**P. W.**, rechter,

**N. V.**, griffier,

Inzake AR nr. **09/5520/A**

**BVBA A. E. P.**, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **H. V.** in eigen naam en loco meester **F. S.** en loco meester **J. B.**, advocaten, kantoorhoudende te …, …,

**de BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de heer ontvanger-rekenplichtige van het derde BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **M. V.** loco meester **R. L.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier van de rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 28 augustus 2009,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 16 oktober 2009,

\- de conclusies en stukken van partijen.

Gelet op de wet van 15juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van ministers nummer 974/98 van 3 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 25 februari 2011.

---

De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/4805, uitgevaardigd op 30 juli 2009 en uitvoerbaar verklaard op 3 augustus 2009, nietig te verklaren, de terugbetaling te bevelen van alle bedragen die wederrechtelijk op grond van dit dwangbevel werden geïnd, met inbegrip van de verschuldigde intresten, prejudiciële vragen te stellen aan het Europees Hof van Justitie, en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

## Beoordeling

Eiseres is doorverkoper van tweedehandse voertuigen en heeft hiervoor vrijwillig gekozen voor de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge.

Indien de toepassing van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge een negatieve marge tot resultaat heeft, doet dat krachtens artikel 58, § 4, 11° W.BTW geen recht op terugbetaling van de belasting ontstaan.

Krachtens artikel 58, § 4, 13° W.BTW bepaalt de Koning de andere regelen en toepassingsmodaliteiten van de door deze paragraaf ingestelde regeling, hetgeen hij deed bij KB nr. 53 van 23 december 1994 met betrekking tot de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten.

Krachtens artikel 3 van voornoemd KB nr. 53 stellen de belastingplichtige wederverkopers, zoals eiseres, onder de door of vanwege de Minister van Financiën gestelde voorwaarden, de maatstaf van heffing voor leveringen van goederen die onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge vast voor elk aangiftetijdvak.

Aangezien de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge wordt vastgesteld voor elk aangiftetijdvak, gebeurt er aldus in het aangiftetijdvak zelf compensatie tussen de negatieve en positieve winstmarges; verder mag, krachtens voornoemd artikel 3 van voornoemd KB nr. 53, een eventuele negatieve winstmarge van een. aangiftetijdvak in de loop van een kalenderjaar naar het volgende aangiftetijdvak worden overgedragen en kan daar opnieuw worden gecompenseerd met een positieve winstmarge, doch indien de totale winstmarge met betrekking tot het laatste aangiftetijdvak van het jaar een negatieve marge is, doet dit krachtens voornoemd artikel 3 van voornoemd KB nr. 53 geen recht op overdracht van die marge naar een volgend jaar ontstaan.

De vaststelling van de winstmarge per aangiftetijdvak houdt voor de belastingplichtige wettelijk nogal wat administratieve en boekhoudkundige verplichtingen in, die noodzakelijk zijn om de controle door de administratie op de correcte toepassing hiervan mogelijk te maken.

Teneinde belastingplichtige wederverkopers die, gezien de aard van hun economische activiteit of omwille van de organisatie van hun boekhouding, moeilijkheden zouden ondervinden om de maatstaf van heffing per aangiftetijdvak vast te stellen ingevolge voornoemde administratieve en boekhoudkundige verplichtingen, aanvaardt de administratie ingevolge een aanschrijving van 2 januari 1995, in het bijzonder nr. 83, voorlaatste en laatste lid, dat deze belastingplichtige wederverkopers de maatstaf berekenen per levering, voor ieder goed afzonderlijk beschouwd.

Deze administratieve toegeving en administratieve en boekhoudkundige vereenvoudiging houdt in dat de belastingplichtige die hiervoor opteert, zoals eiseres, afziet van de mogelijkheid tot overdracht van een negatieve marge vaneen levering naar een positieve marge van een andere levering; overeenkomstig artikel 58, § 4, 11° W.BTW doet deze negatieve marge evenmin recht op terugbetaling van de belasting ontstaan.

Niettegenstaande in voornoemd KB nr. 53 de mogelijkheid niet is voorzien om de winstmarge per levering vast te stellen en niettegenstaande de rechtbank niet gebonden is door een aanschrijving die strijdig is met de wet, heeft eiseres te dezen geheel vrijwillig geopteerd voor de vaststelling van de winstmarge per levering waardoor zij ingevolge de administratieve toegeving minder administratieve en boekhoudkundige verplichtingen heeft.

Eiseres ·had de mogelijkheid om haar boekhouding zodanig te organiseren dat zij wettelijk voldeed aan voornoemde administratieve en boekhoudkundige verplichtingen zodat zij alsdan de winstmarge per aangiftetijdvak kon vaststellen en kon genieten van de compensatie tussen de negatieve en positieve winstmarges, doch heeft dat niet gedaan en dient dan ook de gevolgen te dragen van haar vrije keuze.

Aangezien voornoemde administratieve en boekhoudkundige verplichtingen noodzakelijk zijn om de controle door de administratie mogelijk te maken voor de correcte vaststelling van de winstmarge per aangiftetijdvak en aangezien eiseres geheel vrijwillig geopteerd heeft voor de administratieve toegeving van voornoemde aanschrijving en voor de administratieve en boekhoudkundige vereenvoudiging, heeft zij zelf geheel vrijwillig afgezien van de compensatie tussen de negatieve en positieve winstmarges en heeft zij overeenkomstig artikel 58, § 4, 11° W.BTW geen recht op terugbetaling van de belasting voor een negatieve marge van een levering.

Het gaat vanzelfsprekend niet op dat eiseres ingevolge de administratieve toegeving wettelijk niet voldoet aan haar administratieve en boekhoudkundige verplichtingen en toch zou genieten van de compensatie tussen de negatieve en positieve winstmarges.

Nu eiseres geheel vrijwillig heeft geopteerd voor de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge én voor de administratieve toegeving van voornoemde aanschrijving en aldus voor de administratieve en boekhoudkundige vereenvoudiging en zij wist, minstens moest weten wat de gevolgen waren van haar vrije keuzes, heeft dit tot gevolg dat zij hiervan alle gevolgen dient te dragen en dat er geen sprake is van enige schending van het gelijkheidsbeginsel en/of van het vertrouwensbeginsel en/of van het evenredigheidsbeginsel en/of van het neutraliteitsbeginsel; in die omstandigheden is er evenmin enige reden om een prejudiciële vraag te stellen aan het Europees Hof van Justitie.

Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft, hebben beide partijen zich op de terechtzitting van 25 februari 2011 akkoord verklaard met een bedrag van 1.100,00 EUR, waarvan de rechtbank akte kan verlenen.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

rechtdoende op **tegenspraak**,

alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op 1.100,00 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank vereffend op 1.100,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.

**N. V.** **P. W.**
