---
title: "23 octobre 2007 · Régime particulier, petite entreprise · Tribunal de première instance de Bruxelles"
description: "Régime particulier, petite entreprise. Tribunal de première instance de Bruxelles (Belgique), 23 octobre 2007."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/regime-particulier-petite-entreprise-tribunal-bruxelles-2007-10-23-a5ac"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Régime particulier, petite entreprise · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruxelles

**Date**

23 octobre 2007

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

76 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruxelles du 23.10.2007

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL - 35ste Kamer**

**A.R. 2003/1179/A**

In zake van :

De heer **P. V. B.**, wonende te …, …, ingeschreven in het register der ondernemingen onder het nummer …,

Eisende partij,

Vertegenwoordigd door Mr. **S. L.** loco Mr. **T. R.**, advocaat te …, … (ref. : 2002/2427TR),

tegen :

**De BELGISCHE STAAT**, Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, Sector BTW, op vervolging en benaarstiging van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Halle, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1500 Halle, Zuster Bernardastraat 32, Verwerende partij,

Vertegenwoordigd door Mr. **F. S.**, advocaat te …, … (ref. : /),

In deze zaak, in beraad genomen op 25 september 2007, spreekt de rechtbank het

navolgend vonnis uit :

Gelet op :

• de gedinginleidende dagvaarding dd. 23 januari 2003,

• de beschikking tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 750 § 2 van het Gerechtelijk Wetboek van 13 februari 2006,

• de conclusie van verweerster, neergelegd ter griffie op 13 mei 2003,

• de conclusie van eiser, neergelegd ter griffie op 7 november 2005.

Nadat de raadslieden van partijen gehoord werden in openbare zittingen de bundels met de stavingstukken van partijen neergelegd werden, werd de zaak in beraad genomen.

---

## 1. FEITEN

Eiser is onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde en als belastingplichtige geregistreerd onder het nummer … met als activiteit 'detailhandel, onderhoud en herstelling van tweedehands voertuigen'.

In de loop van de maand september 2001 heeft de BTW-administratie een controle uitgevoerd van de boekhouding van eiser voor de jaren 1998 en 1999.

De gedane vaststellingen werden opgenomen in een proces-verbaal van 9 december 2002. Blijkens de aan het proces-verbaal gevoegde berekeningsnota zou eiser € … aan belasting verschuldigd zijn, verhoogd met een geldboete ten belope van € … en de interesten.

Op 16 december 2002 werd voor voormelde bedragen een dwangbevel uitgevaardigd, dat op 19 december 2002 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard. Het dwangbevel werd op 23 december 2002 aan eiser betekend.

Op 23 januari 2003 heeft eiser tegen dit dwangbevel verzet aangetekend.

## 2. VOORWERP VAN DE VORDERINGEN

De vordering strekt ertoe :

*1.* *'De eis ontvankelijk en gegrond te( horen) verklaren,*

*2.* *Bijgevolg, de dwangsom nietig te (horen) verklaren welke opgelegd werd op datum van 16/1212002, en ten uitvoer werd gelegd op datum van 19/12/2002,*

*3.* *Bijgevolg verbod op te (horen) leggen aan verweerster om de betwiste sommen met betrekking tot de dwangsom te innen, en verbod op te (horen) leggen tot gedwongen uitvoering van deze laatste op welke manier dan ook, dit op straffe van schadevergoeding en bijhorende interesten,*

*4.* *Verweerder te horen veroordelen tot terugbetaling aan (eiser) van alle sommen welke door (eiser) zouden zijn betaald geweest in uitvoering van de betwiste dwangsom, alsook verweerster te horen veroordelen tot de nalatigheidinteresten* aan wettelijke rentevoet, en de gerechtelijke interesten (...).

Verweerster concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.

## 3. BEOORDELING

**3.1.** Overeenkomstig [artikel 58, § 4 van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-58) (hierna: WBTW) geldt een bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge die door belastingplichtige wederverkopers wordt gerealiseerd op de door hen verrichte levering van gebruikte goederen.

Om van deze bijzondere regeling te kunnen genieten geldt als voorwaarde dat de kwestieuze gebruikte goederen binnen de Gemeenschap aan de belastingplichtige wederverkoper zijn geleverd,

■ hetzij door een niet-belastingplichtige,

■ het zij door een andere belastingplichtige, doch slechts op voorwaarde dat het gaat om een op grond van de artikelen [44, § 2, 13°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) of [56, § 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-56) WBTW vrijgestelde levering, of wanneer de levering onderworpen is geweest aan de belasting overeenkomstig deze bijzondere regeling.

Artikel 58, § 4, 12° bepaalt uitdrukkelijk dat indien de voorwaarden en de modaliteiten die voor de toepassing van deze bijzondere regeling niet zijn nageleefd, de levering geacht wordt te zijn verricht onder de normale regeling.

Deze voorwaarden en modaliteiten worden deels bepaald in het Koninklijk besluit nr. 53 *'met betrekking tot de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten'*, deels in de Aanschrijving nummer 2 van 2 januari 1995 (www.fisconet.be / Belasting over de toegevoegde waarde / circulaires).

Deze aanschrijving - waarvan de inhoud op grond van artikel 10 van het Koninklijk besluit nummer 2 bindend is - bepaalt onder meer :

*'68. Bij de aankoop bij een niet-belastingplichtige (…), moet de belastingplichtige wederverkoper een aankoopborderel uitreiken, met vermelding van :*

*1°* *de datum van de aankoop en het nummer waaronder deze is ingeschreven in het aankoopregister van de belastingplichtige wederverkoper;*

*2°* *de naam of de maatschappelijke benaming en het adres van de bij de handeling betrokken partijen;*

*3°* *…;*

*4°* *…;*

*5°* *…*

*69.* *Het aankoopborderel moet worden opgemaakt in twee exemplaren, moet worden getekend door de contracterende partijen, en dient eveneens de hoedanigheid van de ondertekenaars te vermelden. Eén exemplaar van het aankoopborderel wordt overhandigd aan de verkoper op het tijdstip van de levering. Het andere exemplaar wordt door de belastingplichtige wederverkoper bewaard.”*

Bovendien moet de belastingplichtige wederverkoper kunnen aantonen dat diegene die hem het voertuig heeft verkocht, zelf geen enkel recht op aftrek, vrijstelling of teruggaaf van de belasting heeft kunnen uitoefenen. Daartoe kan de belastingplichtige wederverkoper onder meer een door zijn leverancier op het ogenblik van de levering ondertekend attest voorleggen waarin hij zulks uitdrukkelijk verklaart (67/2°, 71 en 72 van de aanschrijving).

**3.2.** Het tussen partijen gerezen geschil heeft betrekking op vijf leveringen.

**3.2.1.** De eerste levering betreft een door eiser aangekochte VW Passat. Eiser verwijst naar een door hemzelf en een partij **M.** ondertekende verkoopovereenkomst. In een afzonderlijk attest opgesteld op naam van **L. M.** wordt verklaard dat deze laatste geen recht heeft laten gelden op aftrek, vrijstelling of teruggaaf van de belasting.

De handtekening die op beide documenten voorkomt, verschilt nochtans van de handtekening die voorkomt op de kwitantie uitgeschreven na betaling van de aankoopsom. Uit het antwoord op een vraag om inlichtingen die door de administratie gericht werd aan de heer **G. G.** - wiens naam vermeld staat op een eerste, weliswaar niet ondertekende, factuur met betrekking tot de voertuig ,- blijkt dat deze wel degelijk de verkoper was van het voertuig, en dus niet de heer **M.**. De handtekening vermeld op het antwoordformulier is nagenoeg identiek aan de deze op de kwitantie.

Nu van de heer **G.** een attest ontbreekt waarin hij verklaart geen recht te hebben laten gelden op aftrek, vrijstelling of teruggaaf van de belasting, is is niet aangetoond dat de voorwaarden en de modaliteiten van de bijzondere regeling vervuld zijn.

**3.2.2.** Het tweede voertuig - een Renault 19 Cabriolet - zou aangekocht zijn bij de heer **S. T.**. Er werd weliswaar een factuur opgesteld, doch deze vermeldt geen verklaring van de verkoper. De handtekening die erop vermeld staat is niet identificeerbaar. Het afzonderlijke attest met verklaring van de verkoper dat hij niet gerechtigd was op aftrek, vrijstelling of teruggaaf van de belasting, is niet ondertekend.

Derhalve moet ook deze levering overeenkomstig [artikel 58, § 4, 12° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-58) geacht worden onder de gewone regeling te vallen.

**3.2.3.** De derde levering waarvoor eiser meent toepassing te kunnen maken van de bijzondere regeling, betreft een VW Golf, die hem zou zijn verkocht door de heer **O. M.** voor de prijs van … BEF.

De overeenkomst is slechts door één partij ondertekend en draagt geen datum. De handtekening is duidelijk verschillend van deze die vermeld staat op het attest. Ingevolge een vraag om inlichtingen van de administratie, antwoordde de heer **M.** dat hij het voertuig nooit heeft verkocht aan eiser, doch wel aan een Garage **D.**. De verkoopprijs bedroeg tussen … en … BEF.

Bijgevolg is niet aangetoond dat eiser het voertuig heeft gekocht van één van de in artikel 58, § 4, 2 ° WBTW genoemde verkopers, zodat de belasting verschuldigd is onder het gewone regime.

**3.2.4.** Nagenoeg dezelfde opmerkingen gelden bij de beweerde aankoop van een voertuig VW Golf van de heer **S. P.**. De verkoopovereenkomst blijkt wel degelijk ondertekend te zijn door de heer **P.**, doch de naam van de koper staat niet vermeld. Op 17 januari 2002 heeft de heer **P.** aan de administratie geantwoord dat hij het voertuig nooit aan eiser heeft verkocht, doch integendeel het voertuig heeft afgestaan aan een garage Ford Motor te Champion in ruil voor een BMW. Hij verklaarde nooit geld te hebben ontvangen voor dit voertuig. Overeenkomstig [artikel 58, § 4, 2° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-58) heeft de administratie terecht het gewone regime toegepast.

**3.2.5.** Het laatste voertuig - een VW Passat - zou eiser gekocht hebben bij de heer **M. K.**. De overeenkomst bevat de identiteit van de koper niet en is evenmin gedagtekend. In antwoord op een vraag om inlichtingen heeft de verkoper verklaard zijn voertuig verkocht te hebben aan een garage **P.** en dus niet aan eiser.

Bijgevolg geldt ook hier dat niet is aangetoond dat eiser het voertuig heeft gekocht van één van de in [artikel 58, § 4, 2° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-58) genoemde verkopers, zodat de belasting verschuldigd is onder het gewone regime.

De vordering is in haar geheel ongegrond.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,

Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,

Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond,

Veroordeelt eiser tot betaling van de gedingkosten, begroot op € … dagvaardingskosten en € … rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van eisende partij en op € … rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van verweerster.

Verwijst eiser tot de eigen gedingkosten, begroot op € … rechtsplegingsvergoeding en € … aanvullende rechtsplegingvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 35ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 23 oktober 2007.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer **P. H.** rechter

Mevrouw **I. D.** griffier

**I.D.** **P. H.**

## Textes cités

3

[CTVA art. 58](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-58) 4 occurrences

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 1 occurrence

[CTVA art. 56](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-56) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Système de caisse enregistreuse, Horeca, Obligations](https://juriel.be/fr/jurisprudence/systeme-caisse-enregistreuse-horeca-obligations-conseil-etat-all-2017-03-16-f1d9) 2 dispositions communes

[Location, Location d’un moyen de transport](https://juriel.be/fr/jurisprudence/location-moyen-transport-localisation-prestation-cour-appel-bruxelles-2021-05-19-0215) 1 dispositions communes

[Exemption, Droit à déduction, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exemption-droit-deduction-location-immobiliere-cour-appel-liege-2020-10-07-0940) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Délai préfix, Forclusion, Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-delai-prefix-forclusion-tribunal-liege-2022-04-25-0b11) 1 dispositions communes

[Suspension de l’exécution de la circulaire 2020/C/73 du 26 mai 2020 adoptée](https://juriel.be/fr/jurisprudence/suspension-execution-mai-adoptee-administrateur-conseil-etat-bruxelles-2020-12-04-0c2a) 1 dispositions communes

[Droit de déduction, Révision, Participation à une unité TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-revision-participation-unite-tribunal-hasselt-2026-03-11-110c) 1 dispositions communes

[Déduction, Exemption, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-exemption-location-immobiliere-cession-tribunal-liege-2020-10-08-1597) 1 dispositions communes

[Assujetti, Location de brève durée de locaux, contribuable](https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujetti-location-breve-duree-locaux-tribunal-bruxelles-2020-12-15-169e) 1 dispositions communes
