---
title: "24 mai 2004 · Régime particulier, petite entreprise · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers"
description: "Régime particulier, petite entreprise, preuve, mesure de contrôle, disposition pénale. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 24 mai 2004."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/regime-particulier-petite-entreprise-preuve-tribunal-anvers-2004-05-24-b008"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Régime particulier, petite entreprise, preuve, mesure de contrôle · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

24 mai 2004

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

59 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 24.05.2004

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vierentwintig mei tweeduizend en vier in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

In zake : AR nr. **02/1306/A**

\[...\]

bediende, wonende te …, …

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **A. V. R.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Administratie der belastingen over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, Wetstraat 12. op vervolging en benaarstiging van de gewestelijke directeur der belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor Antwerpen 3, met kantoren gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **D. V.** loco meester **R. L.**, advocaat. kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **M. B.** te … op 1 maart 2002,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 31 juli 2003,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 26 april 2004.

---

## Gegevens en voorgaande

Eiseres was tot 31 december 1999 BTW-belastingplichtige voor groothandel in producten van textiel en kledingnijverheid, kledingstoffen en beroepskledij, zulks als kwartaalaangever.

Zij kreeg in september 2000 controle voor de periode 1 januari 1997 tot en met 31 december 1999, en op 14 december 2001 werd op haar naam een proces-verbaal opgemaakt ter zake 1° herziening van geschiede aftrek op bedrijfsmiddelen 2° niet opname van intracommunautaire verwerving van goederen en 3° daaraan verbonden meeromzet.

Zulks leidde tot berekening van verschuldigde rechten en herleide boeten krachtens [artikel 70, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) en Tabel G, eerste afdeling rubrieken IV en V van de Bijlage bij KB nr. 41 inzake BTW (5 % resp. 20 %).

Op 14 december 2001 werd het proces-verbaal gehecht aan een dwangbevel van die datum dat op die dag uitvoerbaar werd verklaard, en waarvan aan eiseres kennis werd gegeven op 17 december 2001. Rechten, herleide boetes, intrest en kosten werden fiscaal gevorderd.

Met exploot van 1 maart 2002 heeft eiseres laten dagvaarden in betwisting van vermelde fiscale vordering.

## Onderzoek en beoordeling

Er loopt geen betwisting ter zake de toelaatbaarheid van de vordering in rechte, ook niet zo nodig ambtshalve door de rechtbank aan te voeren.

De betwisting ten gronde loopt over de weerhouden intracommunautaire verwervingen, hun omzet en de aftrek van voorbelasting op deze meeromzet.

Deze zijn in het proces-verbaal weerhouden op basis van documenten die uitgaan van twee Deense en twee Nederlandse leveranciers, door eiseres niet in de boekhouding verwerkt.

Waar eiseres in eerste instantie het feit van de intracommunautaire verwervingen betwistte, houdt zij nu nog staande dat ze de verwervingen deed voor eigen gebruik en van haar familie.

Het is niet ernstig in betwisting dat eiseres bij drie van de vier buitenlandse leveranciers reeds klant was ter zake intracommunautaire verwervingen, dat deze leveranciers alles factureerden op haar handelsbenaming **O.**, dat het gaat om niet geringe hoeveelheden voor sommen van bij narekening gemiddeld 500,00 EUR per maand, en dat het gaat om goederen van zelfde aard en soort als degene die zij wel in haar boekhouding heeft verwerkt.

Uit deze vaststellingen blijkt naar genoegen van recht dat eiseres wel degelijk deze aankopen heeft verricht voor beroepsdoeleinden, zonder ze als intracommunautaire verwervingen in haar boekhouding op te nemen.

De fiscale vordering ter zake de niet aangifte van de intracommunautaire verwervingen is dan ook terecht.

Hierop heeft de belastingdienst terecht het wettelijk vermoeden van [artikel 64, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-64) toegepast, met name dat wordt vermoed dat eiseres deze inkomende goederen heeft omgezet onder met BTW belastbare omstandigheden.

Discussie loopt over de vraag hoeveel winstmarge eiseres daarbij nam.

In baar boekhouding werden bij de controle geen aankoopboek, geen verkoopdagboek en geen inventaris aangetroffen (aldus het hogerop vermelde PV).

Voor het jaar 1997 is de belastingdienst voortgegaan op de winstmarge 76 % van de bijlage bij de aangifte van eiseres zelf in de personenbelasting.

Een en ander heeft de waarde van een feitelijk vermoeden voor de toepassing van de BTW.

Voor de jaren 1998 en 1999 heeft de belastingdienst de bruto-winstmarge 52 % van het BTW-forfait voor 'kleinhandelaars in diverse textiel- en lederwaren' gehanteerd.

Het blijkt dat eiseres in november 1998 is gestart met uitverkoop.

Voor deze laatste jaren werpt eiseres niet alleen deze uitverkoop op, maar ook dat het BTW-forfait geen wettelijk bewijsmiddel vormt zoals wel forfaits inzake inkomstenbelastingen.

Het gegeven dat de forfaitaire regeling van·[artikel 56 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-56) niet bepaaldelijk voorkomt onder de wettelijk bepaalde bewijsmiddelen inzake BTW, belet geenszins dat de belastingdienst in hoofde van eiseres de winstmarge van het BTW-forfait toepaste als norm ter bepaling van te dezen de gemiddelde winstmarge op de met toepassing van [artikel 64, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-64) berekende omzet, nu eiseres het niet via haar boekhouding mogelijk maakte de concrete winstmarges vast te stellen, ook al werd zij in realiteit belast met toepassing van de normale BTW-regeling.

Eiseres kan daarom niet worden bijgetreden in haar stelling dat haar de forfaitaire regeling zelf van [artikel 56 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-56) werd opgedrongen.

Bij dit alles blijkt uit geen tastbaar gegeven dat eiseres bij de uitverkoop vanaf november 1998 andere verkoopprijzen hanteerde dan tevoren.

Ter zake het door eiseres in ondergeschikte orde nagestreefde recht op aftrek van de op de intracommunautaire verwervingen geheven BTW, betwist verweerder dit recht niet op zich, maar wel de mogelijkheid van uitoefening ervan, bij gebrek aan voorlegging van de facturen door eiseres.

Deze stelling gaat evenwel in tegen de door de EG-wetgeving voorgeschreven neutraliteit van de BTW, ook al heeft eiseres van haar kant aanvankelijk de BTW-heffing op de door haar niet aangegeven intracommunautaire verwervingen gehinderd, waarvoor zij op afzonderlijke wijze werd gesanctioneerd via de toegepaste wettelijke BTW-boete, nu er in het volgende stadium - door toedoen van de rechtzetting na de controle - BTW wordt geheven op de in haren hoofde wettelijk vermoede verdere omzet van dezelfde goederen.

### Dispositif

**OM DIE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar en ten dele gegrond,

Staat op de in het dwangbevel van 14 december 2001 uitgedrukte fiscale vordering aftrek van voorbelasting toe in dezelfde mate als de op de intracommunautaire verwervingen geheven BTW, en beveelt de herberekening van in het vermelde dwangbevel gestelde fiscale vordering in die zin,

Veroordeelt elke partij tot de helft van de kosten, deze aan elke zijde begroot in conclusie, en door de rechtbank in hun geheel vereffend op 171,05 EUR in hoofde van elke partij bij wijze van geactualiseerde rechtsplegingsvergoeding,

Wijst eiseres af van het door haar meer gevorderde en anders gevorderde.

**N. D.** **L. B.**

## Textes cités

3

[CTVA art. 56](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-56) 2 occurrences

[CTVA art. 64](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-64) 2 occurrences

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Disposition pénale, amende administrative, preuve, mesure de contrôle, poursuite](https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-preuve-cour-appel-anvers-2007-06-16-17fd) 3 dispositions communes

[Reconstitution du chiffres d’affaires, Preuve par présomptions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffres-affaires-preuve-presomptions-cour-appel-bruxelles-2023-02-0e22) 2 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 2 dispositions communes

[Chiffre d'affaires non déclaré, Présomption légale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/chiffre-affaires-non-declare-presomption-tribunal-anvers-2025-10-13-32f4) 2 dispositions communes

[Achats au noir, Présomptions légales et de fait](https://juriel.be/fr/jurisprudence/achats-noir-presomptions-legales-fait-tribunal-anvers-2024-11-04-49c5) 2 dispositions communes

[Siège d'une activité économique, compétence pénale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/siege-activite-economique-competence-penale-cour-appel-gand-2024-01-09-4bee) 2 dispositions communes

[Chiffre d'affaires non déclaré, Consultation du dossier judiciaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/chiffre-affaires-non-declare-consultation-tribunal-gand-2024-03-13-4c82) 2 dispositions communes

[Demande de remboursement, Principe de neutralité](https://juriel.be/fr/jurisprudence/demande-remboursement-principe-neutralite-competence-tribunal-gand-2025-01-14-4e7e) 2 dispositions communes
