---
title: "6 décembre 2010 · Preuve, mesure de contrôle · Tribunal de première instance de Gand"
description: "Preuve, mesure de contrôle. Tribunal de première instance de Gand (Belgique), 6 décembre 2010."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-mesure-controle-tribunal-gand-2010-12-06-928b"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Preuve, mesure de contrôle · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Gand

**Date**

6 décembre 2010

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

110 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 06.12.2010

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE FISCALE KAMER OPENBARE TERECHTZITTING VAN 6 DECEMBER 2010

Rolnummer : **07/1889/A**

In de zaak van :

BVBA **A. & S.**, met zetel te …, … - … en met ondernemingsnummer …,

EISERES, voor wie optreedt mr. **A. V.**, advocaat met kantoor te …, …,

Tegen :

**BELGISCHE STAAT**, FOD Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, BTW, in de persoon van de Gewestelijke Directeur van de BTW-Directie Gent, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 9050 Gent, Zuiderpoort, Gasten Crommenlaan 6/601,

VERWEERDER, voor wie optreedt mr. **E. V. A.**, advocaat met kantoor te …, …,

Vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. DE RECHTSPLEGING

De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 8 november 2010 waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad werd genomen. Het dossier van rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het gedinginleidend verzoekschrift op tegenspraak van 23 mei 2007, de conclusies van de partijen en het stukkenbundel van de verweerder.

## 2. DE VORDERING

Eiseres verhaalt zich tegen de bij proces-verbaal van respectievelijk 20 en 28 november 2006 lastens haar vastgestelde inbreuk in toepassing waarvan een administratieve geldboete werd opgelegd ten bedrage van … EUR, conform het betalingsbericht van 15 januari en 5 maart 2007.

Het door eiseres bij aangetekende brief van 1 december 2006 ingestelde bezwaar tegen de opgelegde boete werd bij administratieve beslissing van 23 maart 2007 afgewezen als ontvankelijk doch ongegrond.

Eiseres vordert de rechtbank in hoofdorde deze administratieve boete te vernietigen, nu deze niet op wettelijke wijze zou zijn vastgesteld.

In eerste subsidiaire orde vordert zij de rechtbank de vermeende inbreuk ongegrond te verklaren en de beslissing van 23 maart 2007 te vernietigen, dienvolgens te stellen voor recht dat er geen wettelijke reden voorhanden is om de administratieve boete op te leggen.

In tweede subsidiaire orde vordert eiseres de integrale kwijtschelding van de boete, minstens het herleiden hiervan tot een redelijk bedrag wegens onevenredigheid en het feit dat het evenmin opportuun was de boete lastens haar te weerhouden.

Tot slot vordert zij de veroordeling van verweerder tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding begroot op … EUR. Voor zover nodig wordt eveneens de terugbetaling gevorderd van de ten onrechte betaalde bedragen, verhogingen en nalatigheidsinteresten met inbegrip van de daarop verschuldigde moratoriuminteresten, evenals de terugbetaling van de ten onrechte aan eiseres aangerekende en door haar betaalde vervolgingskosten.

## 3. DE RELEVANTE FEITEN EN HET GESCHIL

Op 18 november 2006 boden vier afgevaardigde controleurs van verweerder zich in het door eiseres uitgebate kapsalon aan voor het uitvoeren van een controle.

Bij toepassing van artikel 61, § 1 W.BTW werd eiseres om de voorlegging verzocht van het dagontvangstenboek. Ook de voorlegging van alle andere boeken, facturen en stukken zoals bepaald in artikel 60 W.BTW werd gevraagd.

Eiseres deelde mee dat het dagontvangstenboek digitaal werd bijgehouden om vervolgens losbladig te worden overgenomen op een zogenaamde dagstaat. Een dergelijke dagstaat werd aan de controleurs voorgelegd, evenals het afsprakenboek en het verkoopdagboek met financiële kasverrichtingen. Eiseres signaleerde de controleurs tevens dat aan elke klant een kasticket wordt overhandigd en ook hiervan de nodige stukken ter beschikking waren.

Het losbladig, genummerd kasboek bevond zich op het ogenblik van de controle evenwel op het kantoor van de accountant van eiseres.

Om die reden werd bij proces-verbaal van 20 november 2006 een inbreuk vastgesteld op de bepalingen van artikel 60 en 61 W.BTW en het Koninklijk Besluit. nr. 1 van 29 december 1992 (niet-voorlegging van het dagboek van ontvangsten).

Dit proces-verbaal werd op 28 november 2006 aan eiseres toegezonden, met de melding dat de overeenkomstige boete werd bepaald op … EUR.

Eiseres diende tegen deze boete een bezwaarschrift in op 1 december 2006.

Verweerder gaf geen gevolg aan de grieven van eiseres en verzond op 15 januari 2007 een eerste betalingsbericht.

Bij aangetekende brief van 22 januari 2007 wees eiseres de administratie op het ingediende bezwaar en verzocht zij de bevoegde ambtenaren om in afwachting van een beslissing geen invorderingsdaden te stellen.

Een tweede betalingsbericht volgde op 5 maart 2007.

Bij administratieve beslissing van 23 maart 2007 werden de grieven van eiseres, hoewel ontvankelijk, afgewezen als ongegrond.

Op 23 mei 2007 heeft eiseres vervolgens huidig inleidend verzoekschrift ingediend waarbij het geschil aan de rechtbank werd voorgelegd.

## 4. BEOORDELING

*4.1. Met betrekking tot de ontvankelijkheid*

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de vordering van eiseres ontvankelijk.

*4.2. Met betrekking tot de grond van de zaak*

Voor wat de vermeende inbreuk betreft op de plicht om zijn hoedanigheid bekend te maken

4.2.1. Eiseres vestigt de aandacht op de wettelijke bepalingen die de controlerende ambtenaar ertoe verplichten zich te legitimeren en zijn aanstellingsbewijs voor te leggen.

Bij de uitvoering van de controle zou slechts één van de controleurs zijn bewijs van aanstelling hebben getoond. De accountant van eiseres zou dit na lezing van het proces-verbaal van 20 november 2006 ook onmiddellijk hebben aangekaart.

Eiseres besluit dat het onderzoek ter plaatse om die reden onregelmatig moet worden bevonden en de vaststellingen uit het proces-verbaal derhalve nietig zijn.

4.2.2. Verweerder citeert van zijn kant het artikel 59, § 1 W.BTW luidens hetwelk de processen-verbaal van haar ambtenaren geacht worden waarachtig te zijn, tot bewijs van het tegendeel.

Verweerder meent dat deze vaststellingen in casu voldoende gewichtig en nauwkeurig zijn. De loutere bewering van eiseres dat één en ander.-niet met de waarheid strookt, zou deze niet kunnen ontkrachten.

Voor zover nodig betwist verweerder in elk geval formeel dat drie van de vier aanwezige controleurs verzuimd zouden hebben hun aanstellingsbewijs te tonen. Tevens merkt hij op dat nergens uit blijkt dat eiseres tijdens het plaatsbezoek expliciet om de voorlegging van het aanstellingsbewijs zou hebben gevraagd.

4.2.3. De rechtbank leest in het proces-verbaal van 20 november 2006 het volgende :

*“Na onze naam en hoedanigheid kenbaar te hebben gemaakt door het vertonen van ons aanstellingsbewijs, werden wij te woord gestaan door Mevr.* ***D. L.****, die verklaarde te handelen als zaakvoerster''* (stuk ll. 1 verweerder).

Terecht wijst verweerder op de bepaling van artikel 59, § 1 W.BTW, luidens dewelke de inhoud van het proces-verbaal geldt tot bewijs van het tegendeel.

De rechtbank stelt vast dat eiseres de eenzijdige bewering dat slechts één van de vier controleurs zijn aanstellingsbewijs heeft voorgelegd, niet met concrete, objectieve elementen kan onderbouwen.

De loutere gezegdes van de belastingplichtige kunnen evident niet volstaan als tegenbewijs om de inhoud van hef proces-verbaal onderuit te halen.

Gezien de expliciete vermelding in het proces-verbaal dat elke aanwezige controleur zich naar behoren heeft gelegitimeerd, moet de controle geacht worden regelmatig te zijn verlopen.

Het proces-verbaal kan op deze grondslag dan ook niet nietig worden verklaard.

Voor wat het vermeend onwettelijk karakter van de administratieve boete betreft

4.2.4. Eiseres stelt dat de bijzondere bewijskracht van het proces-verbaal enkel geldt voor de persoonlijke vaststellingen van de verbalisanten, zonder dat men hieruit mag besluiten dat zij ook een bewijs opleveren van de gegrondheid van de eis.

Enkel het feit dat op de zetel van de vennootschap geen papieren·dagontvzangstenboek kon worden voorgelegd, is een dergelijke vaststelling, aldus eiseres.

Wat de vermeende inbreuk zelf betreft, benadrukt eiseres dat de verbalisanten de mogelijkheid werd geboden om het dagontvangstenboek digitaal na te kijken op de computer, maar zij hier niet op ingegaan zijn. Ook het aanbod om het papieren dagontvangstenboek bij de boekhouder, die slechts 3 km verderop zou wonen, in te kijken, werd volgens eiseres afgeslagen. Eiseres was naar eigen zeggen zelfs bereid om een kopie van de bestanden op floppy-disk mee te geven, een aanbod dat evenmin werd aanvaard.

Eiseres wijst er voor de goede orde op dat belastingplichtigen die journalen van hun financiële bewerkingen bijhouden niet eens verplicht zijn om een afzonderlijk boek van dagontvangsten bij te houden. Tevens wijst zij op de relatief recent ingevoerde mogelijkheid om de gegevens digitaal te bewaren (art. 60-61 W.BTW), evenals het recent KB van 31 januari 2007 dat belastingplichtigen voortaan ook uitdrukkelijk de toelating geeft om het dagboek van ontvangsten op elektronische wijze bij te houden. Ook het KB van 25 januari 2005 wordt in deze context door eiseres aangehaald.

Hoewel de feiten dateren van voor het KB van 31 januari 2007, meent eiseres dat reeds uit de BTW-commentaar 53/77 bleek dat de administratie in de praktijk de digitale boekhouding niet bekritiseert, zolang deze alle gegevens bevat en aan dezelfde normen beantwoordt als de papieren boekhouding.

Eiseres maakt zich sterk dat er meer dan voldoende gegevens voorhanden waren om de juistheid van haar boeken te controleren. Daartoe wijst zij achtereenvolgens op :

\- het afsprakenboek;

\- de gepersonaliseerde kasticketten die digitaal worden verwerkt in de elektronische kassa;

\- het digitaal dagboek van ontvangsten, overgenomen in een dagstaat (met vermelding van het ontvangen bedrag en de BTW) met genummerde bladen, waarvan één exemplaar ter verduidelijking aan de controleurs werd voorgelegd;

\- het verkoopdagboek met de financiële kasverrichtingen.

Eiseres vestigt tot slot nog de aandacht op het doel van de geldboete, met name het garanderen van de controleerbaarheid van de boekhouding. Gelet op de beschikbare gegevens zou men eiseres moeilijk kunnen verwijten dat zij inert, onzorgvuldig of van slechte wil was. Verweerder zou overigens evenmin betwisten dat er aan de zijde van eiseres nooit problemen zijn geweest in verband met het niet of laattijdig doorstorten van BTW.

4.2.5. Met verwijzing naar de wettelijke bepalingen ter zake herhaalt verweerder dat aan de zijde van eiseres de verplichting bestond om op de zetel van haar vennootschap een papieren dagboek van ontvangsten bij te houden. Dit dagboek mag niet op losse bladen worden bijgehouden en moet dagelijks worden ingevuld.

Aan de voorwaarden voor de toepassing van de administratieve beslissing nr. E.T 103.018 inzake de bewaring van kasticketten is naar het oordeel van verweerder niet voldaan, bij·gebrek aan voorafgaande schriftelijke kennisgeving door eiseres dat zij hiervan gebruik wenste te maken. Op deze grondslag zou eiseres dan ook niet kunnen worden vrijgesteld van de verplichting tot het bijhouden van een dagboek van ontvangsten.

Het KB van 31 januari 2007 zou eiseres al evenmin kunnen baten nu dit op het ogenblik van de controle nog niet van toepassing was.

Nu het om een gezamenlijke controle ging, zou controleur **F. G.** niet bij machte zijn geweest om zich naar het kantoor van de accountant van eiseres te begeven.

4.2.6. Opdat een boekhouding bewijskrachtig zou zijn, is vereist dat zij controleerbaar is. Deze controleerbaarheid impliceert dat de belastingplichtige in de boekhouding voldoende elementen inbouwt waarmee hij een kritische buitenstaander (de controleur) ervan kan overtuigen dat zijn boekhouding waarheidsgetrouw is zonder dat die buitenstaander verplicht moet worden de belastingplichtige op zijn woord te geloven (Gent 15 januari 2008, TFR 2008 (samenvatting) afl. 343, 613 en http:tfrnet.larcier.be (23 juni 2008).

Cruciaal is bijgevolg dat de boekhouding aan de nodige waarborgen inzake betrouwbaarheid voldoet, zoals treffend werd verwoord in het door verweerder zelf bij conclusie weergegeven antwoord op de parlementaire vraag nr. 851 :

*"(,,,) Mijn administratie is voorstander om inzake boekhouding moderne technieken te gebruiken, op voorwaarde dat de gebruikte technologie voldoende waarborgen kan bieden inzake de integriteit van de geboekte gegevens"* (blz. 10 syntheseconclusie verweerder).

Dit blijkt ook de teneur van de door eiseres geciteerde BTW-commentaar nr. 53/77 (cf. blz. 8-9 syntheseconclusie eiseres).

Het bijhouden van de boekhouding in papieren versie moet dan ook vooral gezien worden als de vertolking van de bekommernis dat de boekhouding een betrouwbaar en controleerbaar karakter zou hebben.

Uit de lezing van de artikelen 60 en 61 W.BTW volgt ten andere dat de wetgever zich op zich niet verzet tegen het bijhouden van de boeken door middel van een geïnformatiseerd systeem, met dien verstande dat de ambtenaren het recht hebben zich de hierop geplaatste gegevens op een leesbare en verstaanbare manier ter inzage te doen voorleggen (cf. artikel 61, § 1 W.BTW). Een papieren afdruk moet dus in beginsel voorhanden zijn als de controlerende ambtenaar daar om verzoekt.

Het wordt door verweerder als dusdanig niet betwist dat eiseres bij de uitvoering van de controle over een financieel dagboek, aankoopdagboek en verkoopdagboek beschikte op de zetel van de vennootschap, weliswaar eveneens in digitale vorm bijgehouden. Daartoe kan verwezen worden naar de stukken 3, 4 en 5 van eiseres. Eiseres beschikte tevens over een papieren dagstaat van ontvangsten, door één van de controleurs afgetekend, en een ·eveneens op papier bijgehouden afsprakenboek (stukken 1-2 eiseres). Tot slot wordt aan de zijde van verweerder evenmin betwist dat het systeem van kasticketten aan de controleurs werd toegelicht en door eiseres werd aangeboden het papieren dagboek van ontvangsten bij de accountant op te halen. De controleur werd tevens inzage geboden van de digitale versie van het dagboek van ontvangsten, wat zij eveneens hebben afgeslagen.

Bij nazicht van deze stukken oordeelt de rechtbank dat deze alle waarborgen bieden inzake integriteit en controleerbaarheid. De verbalisanten beschikten op basis hiervan over meer dan voldoende gegevens om zich een correct en waarheidsgetrouw beeld te kunnen vormen van de financiële situatie van eiseres en het voldoen van haar fiscale verplichtingen.

De digitale versie van het dagboek van ontvangsten, geraadpleegd in combinatie met de overige stukken (waarvan een deel wel in papieren versie ter beschikking lag) stemt overeen met een bewijskrachtige boekhouding, zoals bedoeld in de artikelen 60 en 61 W.BTW.

Het doel van de wetgeving werd in dit geval dan ook ruimschoots bereikt.

Daarbij dient te worden onderstreept dat eiseres aanbood het papieren dagboek alsnog op te halen en zij tevens voorstelde een integrale kopie van de digitale versie aan de verbalisanten mee te geven.

Het afslaan van beide voorstellen door de verbalisanten, resulterend in het ongenuanceerd besluit dat het dagboek niet werd voorgelegd, getuigt van een te rigide ingesteldheid die niet aangepast is aan de huidige tijdsgeest en noch door de wetgever, noch door de administratie zelf werd bedoeld (blijkens de eigen commentaren). Het moet worden betreurd dat de verbalisanten zich niet eens de moeite hebben getroost het digitaal dagboek van ontvangsten in te kijken, waarna zij alsnog konden oordelen of het, gelet op de overige beschikbare gegevens, wel noodzakelijk was dat ook de papieren versie werd bijgebracht.

Door het digitaal dagboek van ontvangsten aan te bieden, in combinatie met de overige beschikbare stukken en het aanbod de papieren versie alsnog op te halen, heeft eiseres aan haar wettelijke verplichtingen ter zake voldaan.

Bijgevolg moet worden besloten dat de vastgestelde inbreuk niet gegrond is, zodat geen boete kon worden opgelegd.

De vordering van eiseres wordt aldus gegrond bevonden.

4.2.7. Voor zover eiseres tevens de vernietiging van de administratieve beslissing van 23 maart 2007 vordert, dient opgemerkt dat in het nieuwe fiscale recht enkel de bestreden aanslag, of in dit geval de boete, aan de rechtbank wordt voorgelegd.

De eventuele nietigheid van de administratieve beslissing heeft immers geen invloed op de rechtsgeldigheid van de boete.

Weliswaar kan de belastingplichtige belang hebben bij de vernietiging van deze beslissing.

In casu toont eiseres niet aan welk concreet, persoonlijk belang zij heeft bij de vernietiging van de administratieve beslissing.

Bij gebrek aan belang is de vordering tot vernietiging van de beslissing van 23 maart 2007 dan ook onontvankelijk krachtens artikel 17 Ger.Wb.

Voor wat betreft de kosten van het geding

4.2.8. Verweerder dient, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten te worden verwezen (art. 1017, eerste lid Gerechtelijk Wetboek).

De vordering is in dit geval in geld waardeerbaar. Het bedrag van deze vordering ligt, gelet op de omvang van de bestreden aanslagen en de vordering van eiseres tot vernietiging hiervan, in de schijf van 250,01 tot 750,00 EUR. Het toepasselijke basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding bedraagt bijgevolg … EUR.

Er zijn naar het oordeel van de rechtbank geen redenen voorhanden· die een afwijking van het basisbedrag verantwoorden. Hoewel de toepasselijke wetgeving vrij uitgebreid van aard is, kan niet worden gesteld dat deze dermate complex is dat zij de toekenning van het maximumbedrag verantwoordt. Evenmin kan worden geoordeeld dat verweerder zich kennelijk onredelijk heeft opgesteld. Verweerder heeft, zoals elke procespartij, het recht zijn standpunt te verdedigen. Het feit op zich dat deze visie ongegrond wordt bevonden impliceert nog niet dat de grenzen van de redelijkheid op manifeste wijze werden overschreden.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Recht doende op tegenspraak.

Melding makende van het feit dat de bepalingen van artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.

Verklaart de vordering van eiseres onontvankelijk, doch enkel voor wat betreft het onderdeel strekkende tot de vernietiging van de administratieve beslissing van 23 maart 2007.

Verklaart de vordering van eiseres voor het overige ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond.

Zegt voor recht dat door eiseres ter gelegenheid van de controle op 18 november 2006 geen inbreuk werd begaan op de bepalingen van de artikelen 60 en 61 W.BTW iuncto het KB nr. 1 van 29 december 1992.

Zegt dienvolgens tevens voor recht dat de bij proces-verbaal van 28 november 2006 ten laste van eiseres opgelegde boete van … EUR niet verschuldigd is.

Veroordeelt verweerder dienvolgens tot terugbetaling ·van alle op grond van bovenvermelde inbreuk betaalde bedragen, verhogingen, nalatigheidsinteresten en vervolgingskosten.

Veroordeelt verweerder tevens tot dè kosten van het geding.

Begroot deze kosten als volgt :

\- aan de zijde van eiseres : de basisrechtsplegingsvergoeding : … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de **zesde fiscale kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op **zes december tweeduizend en tien**, waar aanwezig waren :

\- mevrouw A. D. C., rechter, voorzitter van deze kamer,

\- mevrouw G. L., griffier.

**G. L.** **A. D. C.**
