---
title: "12 septembre 2005 · Preuve, mesure de contrôle · Tribunal de première instance de Bruges"
description: "Preuve, mesure de contrôle. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 12 septembre 2005."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-mesure-controle-tribunal-bruges-2005-09-12-d6d1"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Preuve, mesure de contrôle · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

12 septembre 2005

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

60 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 12.09.2005

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak **04/2632/A** Rep.nr. 2005/11519

de BVBA **A.**, met zetel te … (…), … (ondernemingsnr. …),

**eiseres,**

voor wie optreedt Meester **H. V. D.**, advocaat met kantoor te …, …,

**tegen :**

**De FOD FINANCIËN**, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de e.a. Inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Oostende, met kantoren gevestigd te 8400 Oostende, Vrijhavenstraat 1,

**verweerder,**

voor wie optreedt Meester **L. D. S.**, advocaat te ….

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het proces-verbaal van vrijwillige verschijning de dato 3 september 2004.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 20 juni 2005.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**2.1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW­registratienummer …, ingevolge haar activiteit van boekhoudkantoor. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Door **E. B.**, e.a. inspecteur bij de administratie van de BTW, en **F. D.**, inspecteur bij de administratie van de directe belastingen, werd in september 2001 een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode van 1 oktober 1996 t.e.m. 31 maart 2000 en inzake de directe belastingen over de periode van 1 oktober 1997 t.e.m. 31 maart 2000.

Tijdens het onderzoek werd onder meer vastgesteld dat eiseres inzake BTW voor de jaren 1997, 1998, 1999 en 2000, met uitzondering van het tweede en derde kwartaal 1999, nihil-aangiften had ingediend, terwijl er voor deze 4 jaren in de aangifte voor de directe belastingen wel een omzet werd aangegeven.

Over de vastgestelde overtredingen werd door de heer **E B.** voornoemd, op 30 november 2001, een proces-verbaal-opgemaakt (zie stuk 4 verweerder).

Ten gevolge van dit proces-verbaal werd van eiseres een bedrag gevorderd van … EUR BTW en … EUR geldboete.

Aangezien eiseres de verschuldigde bedragen niet betaalde, werd op 6 december 2001 een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 13 december 2001 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **R. D.**, waarnemend gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge.

Op 17 december 2001 werd het dwangbevel bij aangetekend schrijven aan eiseres ter kennis gebracht.

**2.2.** Eiseres vraagt dat de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens het bestreden dwangbevel nietig wordt verklaard en dat zij dienvolgens gerechtigd is op compensatie van de aftrekbare BTW voor een totaal bedrag van … EUR. Tenslotte vraagt zij nog dat verweerder wordt veroordeeld tot de gedingkosten, in haar hoofde begroot op de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding te bedrage van … EUR.

**2.3.** Verweerder vordert dat de vordering ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond

#### 3.2.1. nopens de omzet

Uit het proces-verbaal van 30 november 2001 blijkt dat eiseres via haar zaakvoerder, over de jaren 1997 tot 2000, telkens nihil-aangiften (met uitzondering van het tweede en derde kwartaal 1999) heeft ingediend niettegenstaande er wel degelijk een omzet werd gerealiseerd.

Verweerder heeft dan ook met reden, op grond van de artikelen 59, § 1 en 64, § 1 W.BTW, voor de voormelde jaren de met de BTW belastbare output berekend op basis van de voorhanden zijnde balansrekeningen en de fiscale aangiften bij de administratie der directe belastingen.

#### 3.2.2. nopens het recht op aftrek

Aangezien er geen regelmatige aankoopfacturen werden voorgelegd kon er geen gebruik worden gemaakt van het recht op aftrek.

#### 3.2.3. nopens de voordelen in natura

Samen met verweerder stelt de rechtbank vast dat eiseres voor de periode van 1 oktober 1996 tot 30 september 1998 de voordelen voor het gebruik van een personenwagen en voor het gebruik van elektriciteit en telefoon heeft opgenomen in haar fiscale aangiften en in haar balansrekeningen. Verder heeft ze voor de periode van 1 oktober 1998 tot 30 maart 2000 inzake de directe belastingen op 27 november 2000 een akkoord ondertekend voor het verstrekken van elektriciteit en telefoon voor privé-gebruik.

Eiseres is hierdoor gebonden aangezien zij niet aantoont dat er een dwaling is geweest in feite of in rechte of dat het akkoord berustte op morele dwang of op een gebrek in de toestemming.

#### 3.2.4. nopens de boete

Boetes van 20 % en van 5 % op de verschuldigde BTW-bedragen hebben een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (*Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22/99*).

Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

Concreet is de rechtbank in elk geval van oordeel dat een administratieve boete gepast is. Uit de voorliggende stukken blijkt immers dat eiseres, als bedrijfsrevisor, jarenlang bewust foutieve BTW-aangiften heeft ingediend.

Er moet tevens mee rekening worden gehouden dat de boete een ontradend effect moet hebben.

Rekening houdend met deze elementen en met de zwaarwichtigheid van de feiten acht de rechtbank de opgelegde boetes in gepaste verhouding tot de vastgestelde feiten.

### 3.3. nopens de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1 ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de fiscale vordering ontvankelijk en ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op … EUR geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **twaalf september tweeduizend en vijf**.

Aanwezig zijn :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter

**L. N.**, e.a. adjunct-griffier

**N. L.** **N. H.**
