---
title: "8 avril 2002 · Preuve, mesure de contrôle · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers"
description: "Preuve, mesure de contrôle. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 8 avril 2002."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-mesure-controle-tribunal-anvers-2002-04-08-77ed"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Preuve, mesure de contrôle · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

8 avril 2002

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

68 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 08.04.2002

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op acht april tweeduizend en twee in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

In zake : AR nr. **97/3084/A**

**BVBA G. C.**, ingeschreven in het handelsregister te … onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

## EISENDE PARTIJ OP HOOFDEIS

## VER\\VERENDE PARTIJ OP TEGENEIS

verschijnende bij meester **D. D.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**1. DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door zijn Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te Brussel, in persoon van de Ontvanger van het tweede BTW-ontvangkantoor van en te Antwerpen, wiens kantoor gevestigd is te Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

## EERSTE VERWERENDE PARTIJ OP HOOFDEIS

verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**2. NV A.**, ingeschreven in het handelsregister te … onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te·…, ….

## TWEEDE VERWERENDE PARTIJ OP HOOFDEIS

## EISENDE PARTIJ OP TEGENEIS

verschijnende bij meester **I. V. O.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **H. V.** te … op 16 mei 1997,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 6 februari 2002,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 11 maart 2002.

---

## Feiten en voorgaande

Een ambtenaar van de BTW-controle Antwerpen 15 nam kennis van de BTW-listings van huidig tweede verweerster op hoofdeis over de jaren 1992, 1993 en 1994 (overtuigingsstukken 5, 6 en 7 eerste verweerder op hoofdeis), en stelde op 5 februari 1996 (overtuigingsstuk 2 eerste verweerder op hoofdeis) een vraag om inlichtingen aan laatstgenoemde met verzoek tot voorlegging van kopies van haar in de jaren 1992, 1993 en 1994 aan huidig eiseres op hoofdeis gerichte facturen, verzoek waaraan werd voldaan.

Deze facturen bleken omzetbedragen te behelzen van 395.613 BEF (1992), 149.555 BEF (1993) en 21.790 BEF (1994).

Dezelfde ambtenaar had zich op 2 februari 1996 ter controle aangeboden bij huidig eiser, op hoofdeis, en had vastgesteld dat aldaar inschrijving was gedaan van inkomende facturen, uitgaande van tweede verweerster op hoofdeis, ten belope van 24.522 BEF (1992) 28.764 BEF (1993) en 13.550 BEF (1994).

Hij maakte een proces-verbaal op van zijn vaststellingen, en hij kwam tot de mathematische gevolgtrekking dat in hoofde van eiseres op hoofdeis geen aangifte in de BTW aftrefbaar was voor het vastgestelde verschil, zodat op dat verschil BTW werd berekend ten bedrage van in totaal 129.926 BEF hoofdsom, waarbovenop ingevolge KB nr. 41 inzake BTW een herleide boete van 10 % kwam, naast ook nog wettelijke intrest.

De ontvanger, huidig eerste verweerder op hoofdeis, vaardigde bij blijvende onenigheid op 16 april 1997 een dwangbevel ter invordering uit (uitvoerbaar verklaard 16 april 1997 ref. Reg.127/1931), dat op 17 april 1997 aangetekend werd verstuurd aan eiseres op hoofdeis, die daaropvolgend met exploot van 16 mei 1997 in verzet liet dagvaarden.

Met hetzelfde exploot werd huidig tweede verweerster op hoofdeis gedagvaard tot schadevergoeding onder motivering dat eiseres op hoofdeis door de 'handelwijze (van tweede verweerster op hoofdeis) ten onrechte wordt aangesproken in betaling van voornoemde bedragen'.

Begin 1999 heeft eiseres op hoofdeis ook strafklacht met burgerlijke partijstelling gedaan tegen huidig tweede verweerster op hoofdeis (toen nog een BVBA) en tegen haar zaakvoerder, zulks onder aanvoering van valsheid in geschriften.

Eiseres op hoofdeis verzocht in het kader van de strafklacht, onder artikel 61quinquies van het Wetboek van Strafvordering, om een bijkomend onderzoek, wat werd toegestaan door de onderzoeksrechter die een deskundig onderzoek beval (stuk 8 eiseres op hoofdeis maar waarop eiseres op hoofdeis de daartoe bepaalde dekkingswaarborgsom niet voldeed.

De raadkamer stelde uiteindelijk bij beschikking van 28 maart 2001 buiten vervolging (stuk 7 van tweede verweerster op hoofdeis).

## Onderzoek en beoordeling

Verweerders op hoofdeis werpen geen onontvankelijkheid op, en de rechtbank ondertekende geen van ambtswege aan te voeren oorzaak van ontoelaatbaarheid van de vordering.

Eiseres op hoofdeis stelt dat zij tot drankenafname gebonden is aan een brouwerij (had stuk 4) wat haar verbiedt om bij derden - waaronder bij tweede verweerder op hoofde af te nemen.

Dat is alvast niet zo voor de niet uitdrukkelijk in dat brouwerijcontract opgesomde drank zoals sterke drank, en evenmin voor andere producten, zoals voor acide en voor niet-dranken, zoals wafels, worstjes, chips en dies meer, waarvan blijkt dat ze ten dele het voorwerp vormen van de hogerop vermelde facturatie door tweede verweerster.

Partijen hebben uiteengezet dat de handelsvestiging van tweede verweerster op hoofdeis, op zeer korte afstand is gevestigd van de handelszaak van eiseres op hoofdeis, wat wordt bevestigd door hun respectieve adressen (enkele huisnummers verschil), en dat de handelsvestiging van tweede verweerster op hoofdeis ook een 'drive-in' (inrijruimte voor meeneemaankoop) omvat.

Het proces-verbaal van de BTW (overtuigingsstuk 1 van eerste verweerder op hoofdeis) stelde een becijferde discrepantie vast tussen de door tweede verweerster op hoofdeis aan eiseres op hoofdeis gerichte uitgaande facturen en de bij eiseres op hoofdeis aangetroffen van tweede verweerster op hoofdeis uitgaande inkomende facturen.

De rechtbank stelt vast dat de louter mathematische constatatie van het bestaan zelf van de hogerop vermelde discrepantie niet louter en op zichzelf tegelijk aantoont bij wie van beide partijen de oncorrectheid is gelegen, en dat de opname van zulke constatatie in de tekst van een proces-verbaal daar evenmin iets aan toevoegt aan bewijskracht.

Het enkele gegeven van de discrepantie toont met name op zich niet aan dat eiseres op hoofdeis zou zijn overgegaan tot verdoezeling van inkomende facturen, noch dat tweede verweerster op hoofdeis facturen zou hebben uitgeschreven ten name van een niet-afnemer voor de goederen die het voorwerp van zijn facturatie vormen.

De verbalisant heeft zich klaarblijkelijk weinig moeite getroost om verder te gaan, en om nadere elementen te verzamelen die in de ene of de andere richting konden wijzen.

Op dit bepaalde punt heeft het proces-verbaal daarom niet de wettelijke bewijskracht van [artikel 59, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-59), maar vormt het voor de rechtbank slechts de aanzet ter beoordeling van het geheel van de haar voorgelegde gegevens om na te gaan of de bij de belastingdienst berustende bewijslast effectief is ingevuld door middel van feitelijke vermoedens.

Hoewel de verbalisant in zijn proces-verbaal niet weergeeft op welke precieze soorten en hoeveelheden goederen de door eiseres op hoofdeis ter aangifte aangewende facturen betrekking hadden, moeten deze door eiseres op hoofdeis wel aangewende factuurtotalen noodzakelijkerwijze bedragsmatig corresponderen met de bij haar berustende uitgaven de facturen van tweede verweerster op hoofdeis.

Zowel voor 1992 als voor 1994 (voor 1993 werd niets aangegeven) blijkt echter het door eiseres op hoofdeis aangewende inkoopbedrag (exclusief BTW) niet toe te wijzen te zijn aan welbepaalde en precieze factuurtotalen van de door eiseres op hoofdeis aangewende bij haar berustende, van tweede verweerster op hoofdeis uitgaande facturen.

Een groot deel van de in de uitgaande facturatie van tweede verweerster op hoofdeis voorkomende producten behelst verder voor de jaren 1992 en 1993 een zekere regelmaat van normaal niet voor private consumptie bestemde goederen van hetzelfde type, met name welbepaalde bieren in vaten, en ook terugnames van vaten (later droogde, in de loop van 1994, de handelsrelatie tussen eiseres op hoofdeis en tweede verweerster op hoofdeis klaarblijkelijk geleidelijk uit).

Hoewel het proces-verbaal zich beperkte tot een tegenover elkaar stellen van de gegevens die werden aangetroffen bij eiseres op hoofdeis en de bij tweede verweerster op hoofdeis opgevraagde gegevens, blijkt uit het hogerop nader verrichte nazicht van de diverse door de partijen voorgelegde stukken dat de BTW-aangiftes van eiseres op hoofdeis voor de betrokken jaren niet te verantwoorden waren vanuit de door haarzelf tot het verlichten van die BTW-aangiftes aangewende documenten, en blijkt het van daaruit dat de goederen die het voorwerp vormen van de gehele uitgaande facturatie van tweede verweerster op hoofdeis, in het hogerop uiteengezette kader redelijkerwijze toe te wijzen zijn als geleverd aar eiseres op hoofdeis. Een en ander vormt in zijn geheel een voldoende feitelijk vermoeden.

Het proces-verbaal heeft verder dan wel wettelijke bewijskracht voor wat betreft de erin vastgestelde bedragen, winstpercentages (deze laatste worden trouwens niet op zichzelf aangevochten), het toegepaste BTW-tarief, de berekende BTW.

De toegepaste verminderde BTW-boete van 10 % wordt niet op zichzelf aangevochten, en komt ten overvloede zeer gematigd over.

De hoofdeis van eiseres op hoofdeis met betrekking tot de fiscale vordering van eerste verweerder op hoofdeis is daarom ongegrond.

De hoofdeis van eiseres op hoofdeis gericht op het bekomen van schadevergoeding (150.000 BEF in toenmalige munt) van tweede verweerster op hoofdeis werd geformuleerd in de inleidende dagvaarding maar komt niet meer voor in de synthesebesluiten van eiseres op hoofdeis.

De door tweede verweerster op hoofdeis in besluiten ten aanzien van eiseres op hoofdeis gestelde tegeneis, in eerste besluiten begroot op 50.000 BEF in toenmalige munt, en later in tweede besluiten verhoogd tot 150.000 BEF in toenmalige munt, wordt door eerstgenoemde gemotiveerd vanuit de last die voor haar werd veroorzaakt door zowel, in het begin, de administratieve rompslomp, als naderhand, de tegen haar gedane maar zonder gevolg gebleken strafklacht.

Het stond eiseres op hoofdeis vrij om op de fiscale vordering naar eigen discretie elk wettig verweer aan te wenden, met inbegrip van het formuleren van een strafklacht.

De wijze echter waarop eiseres op hoofdeis oordeelde niet consequent te moeten zijn in de opvolging van haar strafklacht, met name door naderhand geen gevolg te knopen aan de door haar in het kader van de strafklacht uitdrukkelijk gevraagde (stuk 7 eiseres op hoofdeis) en aan de haar daarop uitdrukkelijk geboden mogelijkheid (steeds stuk 7 eiseres op hoofdeis) tot deskundig onderzoek, vormt een kennelijk foutieve handelwijze die voor tweede verweerster op hoofdeis een schade heeft veroorzaakt die bestaat in het nutteloos inschakelen van mensen en middelen in de periode gaande van de klacht tot aan de uiteindelijke buitenvervolgingstelling.

De rechtbank begroot deze schade bij gebrek aan concrete elementen ter begroting van het werkelijke bedrag, billijkerwijze op 750 EUR, vergoedende intrest inbegrepen, ten dage van huidig vonnis.

### Dispositif

**0M DIE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige middelen verwerpend.

Verklaart de hoofdeis toelaatbaar doch ongegrond.

Verklaart de tegeneis toelaatbaar en ten dele gegrond, veroordeelt BVBA **G. C.** tot betaling aan NV (voorheen BVBA) **A.**, de som van zevenhonderd vijftig euro (750 EUR), meer de gerechtelijke intrest vanaf heden.

Veroordeelt BVBA **G. C.** tot de kosten van het geding, deze door elke gedingpartij begroot in conclusie, doch door de rechtbank ambtshalve vereffend op 163,61 EUR in hoofde van eerste verweerder op hoofdeis en op eveneens 163,61 EUR in hoofde van tweede verweerster op hoofdeis, in hoofde van deze laatste wat betreft de hoofd- en tegeneis samen.

Wijst NV **A.** af van het meergevorderde.

**N. D.** **L. B.**

## Textes cités

1

[CTVA art. 59](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-59) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Droit de déduction, Bien immobilier, Usage privé](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-bien-immobilier-usage-cour-appel-gand-2026-04-28-0a2d) 1 dispositions communes

[Sous-traitance, amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sous-traitance-amende-tribunal-bruxelles-2026-07-17-0a85) 1 dispositions communes

[Reconstitution de chiffre d’affaires, Cafetiers, Notification d’indices de fraude](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffre-affaires-cafetiers-notification-cour-appel-liege-2019-06-21-0c58) 1 dispositions communes

[Reconstitution du chiffres d’affaires, Preuve par présomptions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffres-affaires-preuve-presomptions-cour-appel-bruxelles-2023-02-0e22) 1 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 1 dispositions communes

[Majoration du chiffre d’affaires, Arbitraire, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/majoration-chiffre-affaires-arbitraire-charge-cour-appel-anvers-2022-04-26-171e) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Motivation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-motivation-tva-amont-cassation-bruxelles-2025-10-23-1e16) 1 dispositions communes

[Secteur Horeca, Système de caisse enregistreuse, Non détention](https://juriel.be/fr/jurisprudence/secteur-horeca-systeme-caisse-enregistreuse-tribunal-namur-2020-12-10-2dfc) 1 dispositions communes
