---
title: "7 mai 2008 · Preuve, mesure de contrôle · Tribunal de première instance de Bruges"
description: "Preuve, mesure de contrôle, poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 7 mai 2008."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-mesure-controle-poursuite-instance-tribunal-bruges-2008-05-07-75fd"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Preuve, mesure de contrôle, poursuite, instance · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

7 mai 2008

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

63 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 07.05.2008

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak : **07/2681/A**

de BVBA **I.**, (Ondernemingsnr. …), met zetel te …, …,

**eiseres**

voor wie is opgetreden Meester **T. G.** (advocaat ·te …) loco Meester **F. V. B.**, advocaat met kantoor te …., …, ·

**TEGEN**

**De F.O.D. FINANCIËN**, Sector BTW, in de persoon van de Ontvanger van het 1e BTW-Ontvangkantoor KORTRIJK, met kantoren gevestigd te 8500 KORTRIJK, Hoveniersstraat 31,

**verweerder**

voor wie is opgetreden Meester **F. H.** (balie Kortrijk) loco Meester **F. W.**, advocaat met kantoor te …, …,

## 1. Rechtspleging

Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie de dato 17 september 2007.

De Rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 9 april 2009.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## ll. Bijzonderste gegevens van de zaak

**2.1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer …, ingevolge de door haar aangevatte activiteit van privé­club. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 18 maart 2007 werden door drie ambtenaren verbonden aan de administratie van de ondernemingen en inkomstenfiscaliteit (A.O.I.F.), Inspectie van de plaatselijke opsporingen te Kortrijk, inspectie Kortrijk en sectie leper, in het kader van een protocolactie in het bijzijn van politieagenten van de politiezone VLAS en van inspecteurs van de sociale inspectie, en controle uitgevoerd op de uitbatingszetel van eiseres, in verband met de toepassing van de wetgeving inzake BTW en inzake Directe Belastingen.

Ze vroegen de voorlegging van het ontvangstenboek en van de verantwoordingsstukken.

Op 26 maart 2007 werd proces-verbaal van vaststelling opgemaakt van de weigering en van de legde verbeurde administratieve geldboeten.

Aan de hand daarvan werd door **L. B.**, hoofd van het bevoegde 2° BTW-controlekantoor te Kortrijk, het bedrag der administratieve geldboete bepaald op € … in het proces-verbaal de dato 5 april 2007.

Wegens niet betaling van de boete werd op 13 augustus 2007, conform artikel 85, §§1 en 3 W.BTW een dwangbevel betekend met exploot.

Op 29 augustus 2007 werd uitvoerend beslag gelegd op twee voertuigen.

Op 17 september .2007 werd een fiscaal verzoekschrift met verzet tegen het dwangbevel ter griffie neergelegd.

**2.2.** Eiseres vraagt dat het verzet ontvankelijk en gegrond verklaard wordt en dienvolgens het dwangbevel geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 7 augustus 2007 vernietigd wordt.

**2.3.** Verweerder vraagt dat het verzet tegen het dwangbevel ongegrond verklaard wordt en eiseres veroordeeld wordt tot betaling der rechtsplegingsvergoeding.

## III. Beoordeling

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kan leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond

**3.2.1.** Eiseres stelt niet gehouden te zijn tot betaling der opgelegde geldboeten omwille van het feit dat zij een privé-club uitbaat waar strikte regels gelden met betrekking tot de personen die er toegelaten worden zodat de inspecteurs van verweerder zich onrechtmatig toegang tot de lokalen waar eiseres haar privé-club uitbaat, verschaft hebben. Verder stelt eiseres dat eiseres niet de bedoeling had haar medewerking te weigeren.

**3.2.2.** Artikel 63 W.BTW bepaalt onder meer dat : "Eenieder die een economische activiteit uitoefent, moet aan de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde te controleren en in het bezit zijn van hun aanstellingsbewijs, op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang verlenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend teneinde hen in staat te stellen : 1° de boeken en stukken te onderzoeken die zich aldaar bevinden; ... met hetzelfde doel mogen die ambtenaren eveneens op elk tijdstip, zonder voorafgaande verwittiging, vrij binnentreden in alle gebouwen, werkplaatsen, inrichtingen, lokalen of handelingen verricht of vermoedelijk worden verricht…”.

De ambtenaren waren aldus krachtens voormeld artikel van het W.BTW gemachtigd om de club van eiseres te betreden en dit zonder voorafgaande verwittiging.

Het feit dat de club een privé-club betreft doet hieraan geen afbreuk. Het BTW-wetboek bevat geen voorbehouden voor bepaalde categorieën van belastingplichtigen.

De door eiseres gemaakte vergelijking met business-seats van een voetbalclub die niet onder het toepassingsgebied van de Wet Vergunningsrecht Sterke Drank vallen mocht de toegang ertoe beperkt worden tot een strikte groep is niet terzake dienend. Eenieder die een economische activiteit uitoefent, moet de ambtenaren· van de BTW op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging vrije toegang verlenen tot de ruimten van de activiteit wordt uitgeoefend *(P. Wille, H. Peeters, F. Borger, Handboek BTW ed. lntersentia Rechtswetenschappen 1998 p. 344)*.

**3.2.3.** Het terzake geredigeerde proces-verbaal van vaststelling toont aan dat de ambtenaren van verweerder voorlegging gevraagd hebben van het dagontvangstenboek en van de ontvangstbewijzen (stuk 1 - verweerder).

Tevens blijkt uit de vaststellingen van de ambtenaren van verweerder zoals geacteerd in het proces-verbaal van 26 maart 2007, dat de zaakvoerder van eiseres, **M. O.** elke medewerking aan het onderzoek formeel geweigerd heeft (stuk 1- verweerder).

Deze vermeldingen in het proces-verbaal gelden tot bewijs van het tegendeel. Eiseres levert het tegenbewijs niet.

Het feit dat het computerbestand eveneens gegevens bevatten van de leden van eiseres rechtvaardigt de weigering van de zaakvoerder van eiseres tot medewerking aan het onderzoek niet. De ambtenaren van verweerder verzochten niet om overlegging van de ledenlijst van eiseres doch wel uitdrukkelijk om voorlegging van het dagontvangstenboek en van de ontvangstbewijzen (stuk 1 - verweerder), wat door eiseres geweigerd is geworden.

Het feit dat de documenten bij haar boekhouder konden ingekeken worden is irrelevant.

Elke medewerking aan het onderzoek werd door de zaakvoerder van eiseres geweigerd wat strijdig is met de terzake vingerende BTW-wetgeving, die eveneens op eiseres van toepassing is zoals ze opgenomen werd in het betwiste dwangbevel.

**3.2.4.** De door verweerder opgelegde boeten voor een bedrag van € … in totaal hebben een repressief karakter;

Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen.

Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (*Arbitragehof 24 februari 1999 rolnr. 1279, arrest nr. 22/99*). Dit kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de .rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

Concreet is de rechtbank in elk geval van oordeel dat een administratieve boete gepast is. Uit het proces-verbaal de dato 26 maart 2007 blijkt immers dat de zaakvoerder van eiseres formeel elke medewerking met de ambtenaren van verweerder geweigerd heeft.

Er is in casu geen enkele reden voorhanden om te overwegen dat de door verweerder opgelegde herleide boeten van € … per overtreding of in totaal € … niet in verhouding staan tot de verweten feiten.

De vordering van eiseres is niet gegrond.

### 3.3. nopens de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1° lid van het Gerechtelijk Wetboek moet zij de gerechtskosten dragen. Verweerder verzoekt om toepassing van het basisbedrag der rechtsplegingsvergoeding zijnde € …, gelet op het feit dat de waarde van het geschil € … bedraagt, waarmee eiseres instemt.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**De Rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gerechtskosten aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op € … rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **woensdag zeven mei tweeduizend en acht**.

Aanwezig zijn :

**H. A.**, alleenrechtsprekend rechter;

**L. N.**, griffier.

**N. L.** **A. H.**
