---
title: "29 septembre 2011 · Preuve, mesure de contrôle · Tribunal de première instance de Hasselt"
description: "Preuve, mesure de contrôle, disposition pénale, amende administrative, poursuite. Tribunal de première instance de Hasselt (Belgique), 29 septembre 2011."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-mesure-controle-disposition-penale-tribunal-hasselt-2011-09-29-9a7f"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Preuve, mesure de contrôle, disposition pénale, amende administrative, poursuite · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Hasselt

**Date**

29 septembre 2011

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

88 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Hasselt du 29.09.2011

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER A, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :**

**Inzake AR nr. 10/679/A**

**C. J.**, fruithandelaar, wonende te …, …, met als ondernemingsnummer …, en geregistreerd als BTW-plichtige onder het nummer BE ….

**eiser,**

vertegenwoordigd door mr. **E.** loco mr. **S. S.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN**, in de persoon van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

**ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN**, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW­Ontvangkantoor Hasselt II, waarvan de kantoren gevestigd te 3500 Hasselt, Voorstraat 43 bus 47.

**verweerder,**

vertegenwoordigd door zijn gevolmachtigde de heer **O. E.**, eerstaanwezend inspecteur-diensthoofd bij het Controlecentrum Tongeren­Genk.

**VOLGT HET VONNIS** **:**

Gelet op :

\- het verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 16.03.2010 waarbij eiser **C.** verzet heeft aangetekend tegen het dwangbevel uitgevaardigd door **D. S.**, wnd. e.a. inspecteur van het tweede ontvangkantoor van de BTW te Hasselt op 16.12.2009, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **E. J.**, gewestelijk directer van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Hasselt op 17.12.2009;

\- de conclusies, syntheseconclusies, tweede syntheseconclusies en stukken van verweerders;

\- de conclusies, syntheseconclusies en stukken van eiser.

---

## I. FEITEN EN VOORGAANDEN

Eiser is ingevolge de door hem uitgeoefende beroepsactiviteit van detailhandel in fruit en groenten met een beperkt aanbod andere levensmiddelen, geregistreerd als BTW­belastingplichtige (BTW-nummer …) en zodoende onderworpen aan de BTW-wetgeving en aan de ter uitvoering daarvan genomen besluiten.

Op 17.11.2009 en 07.12.2009 heeft de heer **P. V.**, e.a. verificateur, ter beschikking gesteld van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit, bij eiser een BTW-controle doorgevoerd over de jaren 2006 en 2007.

Van deze werkzaamheden stelde de controleambtenaar het proces-verbaal van 11.12.2009 op (zie stuk 1 bundel administratie).

Bij de controle op 17.11.2009 werd aan eiser gevraagd om, overeenkomstig [art. 61, § 1 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-61), voor de beroepswerkzaamheden uitgeoefend tijdens de periode van 01.01.2006 tot 31.12.2007 alle inkomende en uitgaande facturen, factuurboeken, dagontvangstenboek, inventarisboek alsmede alle comptabiliteitsboeken en bescheiden voor te leggen waarvan het houden, opmaken, ontvangen, uitreiken, bewaren en het voorleggen zijn voorgeschreven.

Bij de controle op 17.12.2009 ging de controleambtenaar, na zich kenbaar te hebben gemaakt, over tot aankoop en afrekening van twee winkelproducten. Tevens verzocht hij eiser hem op grond van [art. 63 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-63) vrije toegang te verlenen tot de ruimten waarin de activiteit werd uitgeoefend teneinde een onderzoek te verrichten naar de werking en gegevensverstrekking van de in de handelszaak aanwezige kassa's en weegschalen, naar de wijze waarop de bedrijfsontvangsten werden geregistreerd door deze kassa's en vervolgens boekhoudkundig verwerkt door de belastingplichtige.

De controleambtenaar stelde onder meer vast dat :

\- geen kasboek werd bijgehouden;

\- geen dubbels van de kassarollen werden bijgehouden;

\- de door eiser opgemaakte inventaris geen enkel detail verstrekte omtrent de aard en de hoeveelheid van de goederen in voorraad noch omtrent de waarderingswijze ervan;

\- facturen waren opgesteld die niet voldeden aan alle voorwaarden bepaald in [art. 5, § 1 van het KB nr.1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-c6ca) van 29.12.1992;

\- facturen werden opgesteld aan de hand van weegbonnen waarop de vermelding "voldaan per kas" werd aangebracht terwijl er geen enkele link bestaat tussen de weegbon en de kassa;

\- geen verantwoordingsstukken werden bijgehouden voor de dagelijks in te schrijven dagontvangsten : de ontvangsten werden door eiser bepaald via de dagelijkse kasontvangsten van de twee kassa's. Of hierin bedragen begrepen waren die per kas betaald waren doch achteraf nog gefactureerd werden, of leveringen aan huis ook werden ingebracht in de kassa en gefactureerd aan de klant, kon niet worden nagegaan.

De controleambtenaar stelde vast dat niet alle geboekte bedrijfsontvangsten m.b.t. het jaar2006 waren aangegeven door eiser en dat de verschuldigde BTW hiervoor evenmin was doorgestort. De controleambtenaar baseerde zich hiervoor op het dagontvangstenboek waaruit bleek dat iedere maand de hierin opgenomen ontvangsten werden verminderd met een aantal factuurbedragen wegens zogenaamd dubbelgebruik. De controleambtenaar stelde vast dat dit dubbelgebruik niet kon nagegaan of gecontroleerd worden.

De controleverrichtingen en hun resultaten werden opgenomen in een proces-verbaal van 11.12.2009 waarbij werd vastgesteld dat-eiser een bedrag van 3.956,17 euro BTW verschuldigd is met betrekking tot de te weinig aangegeven omzet 2006 evenals de hiernavolgende boete verschuldigd is ingevolge het niet tijdig betalen van de belasting: een geldboete op grond van [art. 70, § 1 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) t.b.v. 790,00 euro (zie stuk 1, bundel verweerder).

Op 16.12.2009 werd er tegen eiser een dwangbevel uitgevaardigd, gesteund op het proces-verbaal van 11.12.2009. Het dwangbevel werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur op 17.12.2009 (zie stuk 2, bundel verweerder).

Middels voornoemd dwangbevel vorderde de administratie de betaling van :

1\. als belasting over toegevoegde waarde : 3.956,17 euro;

2\. als geldboete : 790,00 euro;

3\. bedragen te vermeerderen met de intresten van 0,80 % per maand vertraging te rekenen over de verschuldigde BTW vanaf 21.12.2009 te vermeerderen met 1.106,00 euro reeds vervallen intresten, meer de moratoire intresten over de nog verschuldigde geldboete vanaf de eerste kennisgeving of betekening van het dwangbevel in toepassing van art. 91, § 4 W.BTW;

4\. de vervolgingskosten.

Het voormelde verzoekschrift op tegenspraak tegen dit dwangbevel maakte de huidige vordering aanhangig.

## II. BEOORDELING

### 1. Ontvankelijkheid

Er worden door verweerders geen middelen van ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

### 2. Ten gronde

1\. Eiser roept vooreerst in dat verweerder niet het bewijs levert van het bestaan van een BTW-schuld, hoger dan aangegeven.

Gelet op het feit dat eiser overging tot invordering van een BTW-schuld die hoger is dan aangegeven door eiser, ligt de bewijslast van het bestaan van die belastingschuld bij verweerder.

Verweerder verwijst te dien einde terecht naar de vaststellingen opgenomen in het proces-verbaal van 11.12.2009 (zie stuk 1 bundel administratie).

Krachtens art. 59, § 1 W.BTW kunnen overtredingen van de bepalingen van dit wetboek of van de ter uitvoering ervan gegeven regelen, feiten die de verschuldigdheid van de belasting of de geldboete aantonen, feiten die ertoe bijdragen de verschuldigdheid van de belasting of van een geldboete aan te tonen door de administratie worden bewezen volgens de regelen en door alle middelen van het gemene recht, getuigen en vermoedens inbegrepen, doch uitgezonderd de eed, en daarenboven door de processen-verbaal.

Bijgevolg kunnen de processen-verbaal feiten bewijzen die ertoe bijdragen de verschuldigdheid van de belasting of van een geldboete aan te tonen en in dat geval vormen zij de basis waarop de vermoedens zijn gesteund dat eisers niet al hun belastbare handelingen hebben aangegeven voor de heffing van de BTW en de verschuldigde BTW.

Krachtens art. 59, § 1 W.BTW leveren enkel de vaststellingen van de ambtenaren in de processen-verbaal het bewijs op zolang het tegendeel niet is bewezen, terwijl de gevolgtrekkingen uit deze vaststellingen deze bijzondere bewijskracht niet hebben (zie Cass., 13 juni 1978, *Arr. Cass.*, 1978, I, 1204; Cass., 7 juni 1983, *R.W.*, 1983-84, 1342; Cass., 14 december 1988, *Pas.*, 1989, I, 419).

De gevolgtrekkingen uit deze vaststellingen mogen echter met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met inbegrip van getuigen en vermoedens, maar met uitsluiting van de eed, bewezen worden en zijn dan ook aan de beoordeling van de rechtbank onderworpen.

Uit het proces-verbaal van 15.12.2009 blijkt dat :

\- er concrete vaststellingen werden verricht op 07.12.2009 in de winkel van eiser :

\- de·controle-ambtenaar heeft een pot honing gekocht ter waarde van 4,30 euro en het kassaticket aan het proces-verbaal gehecht;

\- de controleambtenaar heeft een pakje snoep gekocht ter waarde van 5,96 euro en het kassaticket aan het proces-verbaal gehecht;

\- er 2 computerkassa's aanwezig zijn die slechts over één enkele kasrol beschikken, waardoor het bij een verkoop geproduceerde ticket slechts in één exemplaar wordt afgedrukt en dat vervolgens wordt overhandigd aan de klant, zodat er geen dubbels van aan de klanten overhandigde tickets worden bewaard;

\- de kassa's beschikken niet over een intern geheugen dat toelaat de gedane bewerkingen terug op te roepen;

\- na sluiting van de winkel wordt er een Z-totaal afgedrukt dat de datum vermeldt maar waar geen enkel ander detail van de contante ontvangsten vermeld;

\- de 2 Z-totalen worden dan samengeteld per dag en het bekomen totaal wordt iedere dag ingeschreven in het dagboek voor ontvangsten;

\- de belastingplichtige maakt gebruikt van vier weegschalen die bons produceren die het volgende vermelden : datum, dag en uur, aard van de goederen, gewicht, de prijs incl. BTW;

\- tevens werden er vaststellingen verricht i.v.m. de voorgelegde boekhouding van de jaren 2006 en 2007 :

\- de inventaris "stock 2006" verstrekt geen enkel detail omtrent de aard en de hoeveelheid van de goederen in voorraad, noch omtrent de waarderingswijze ervan, hetgeen tot gevolg heeft dat er geen controle mogelijk is over de goederenstroom;

\- de belastingplichtige heeft geen kasboek gehouden waarin zijn contante inkomende en uitgaande verrichtingen hadden moeten geboekt overeenkomstig de boekhoudwetgeving.

Aan de hand van verwijzing naar art. 60, § 1 W.BTW en art. 14, § 2, 3° en [art. 15, § 2, 2° van het KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-15-0267) van 29.12.1992 inzake BTW, stelt de controleambtenaar dat de belastingplichtige deze regels niet heeft nageleefd met gevolg dat daardoor de controleerbaarheid van de boekhouding van eiser werd verhinderd.

Uit de verschillende in het proces-verbaal van 15.12.2009 aangehaalde elementen, blijkt duidelijk dat de boekhouding van eiser niet controleerbaar is.

Eiser kan bij dit alles niet verwijzen naar de boekhoudwetgeving die hem geen verplichting oplegt tot het bewaren van het detail van de dagontvangsten, niet alleen gelet op deze wettelijke verplichtingen inzake BTW, maar a fortiori ook gelet op het gegeven dat hij hoe dan ook de controleerbaarheid van zijn boekhouding wezenlijk blijkt te hebben belet (vgl. Cass., 19 april 1990, *R.W.*, 1990-91, 341 : *"zelfs wanneer de door eiseres gehouden boeken die waren welke in de wetten inzake boekhouding en BTW zijn voorgeschreven"*; HUYSMANS, S., De bewijskracht van de boekhouding in het belastingrecht, *A.F.T.*, 2000, 75 e.v.)

Het feit dat eiser naderhand via zijn raadsman een door haar geselecteerde verantwoording van zijn dagontvangsten naar voren heeft geschoven, illustreert dat hij slechts, onder voorlegging van wat hij éénzijdig meent te moeten prijsgeven, het kader van de controleerbaarheid van zijn omzet en boekhouding naar eigen goeddunken tracht te verengen (zie vergelijking dagontvangsten- facturen juni/juli 2006 en leveringsbonnen m.b.t. factuur nr. 0600461 van 31.07.2006 : stukken 1 en 2, bundel eiser).

Rekening houdend met de concrete vaststellingen van de controleambtenaar dat de boekhouding oncontroleerbaar was, werd er terecht over gegaan tot de aanpassing van de aangegeven omzet. Bij het berekenen van de omzet had de belastingplichtige het bedrag van de in het dagboek vermelde ontvangsten incl. BTW, verminderd met de in het proces-verbaal vermelde ontvangsten incl. BTW die werden vermeld op diverse uitgaande facturen en waarvan de belastingplichtige beweerde dat ze contact zouden zijn betaald. De controleambtenaar stelde terecht vast dat de belastingplichtige op geen enkele wijze aantoonde dat de bedoelde gefactureerde ontvangsten effectief begrepen zijn in de in het dagboek vermelde ontvangsten. De omzet werd zodoende berekend door de in het dagboek vermelde ontvangsten incl. BTW te verhogen met de gefactureerde ontvangsten incl. BTW.

Het feit dat op de facturen "voldaan per kas" vermeld werd, doet aan hoger vernoemde vaststellingen geen afbreuk.

De rechtbank stelt vast dat er geen elementen in het dossier aanwezig zijn om te stellen dat de administratie de gehanteerde wijze van boekhouden in het verleden heeft aanvaard.

De vordering van eiser is dan ook ongegrond.

2\. Verder verzoekt eiser tot kwijtschelding van de opgelegde geldboete wegens zijn goede trouw.

Verweerder wijst er terecht op dat de in art. 70 W.BTW opgelegde administratieve boeten van rechtswege worden opgelopen door het loutere feit van de overtreding, ongeacht of er goede of kwade trouw aanwezig was.

De rechtbank stelt vast dat de boete werd opgelegd overeenkomstig de wettelijke bepalingen en aansluit met de feitelijke gegevens van de zaak.

Deze grief is derhalve ongegrond.

---

Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21 04 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (BS 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008 (zie art. 13 en 14).

De vordering is in geld waardeerbaar.

---

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

---

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,** rechtdoende op **tegenspraak**,

Verklaart de vordering van eiser ontvankelijk doch ongegrond,

Veroordeelt eiser tot de kosten van het geding en begroot deze in hoofde van verweerder op 0,00 euro rechtsplegingsvergoeding bij gebreke aan vertegenwoordiging door een advocaat.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de **elfde kamer A**, op het gerechtshof te Hasselt op **29.09.2011**, alwaar aanwezig waren :

Mevrouw **M. C.**, enige rechter, en

De heer **L. P.**, griffier.

**L. P.** **M. C.**

## Textes cités

5

[AR no 1 art. 15](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-15-0267) 1 occurrence

[AR no 1 art. 5](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-c6ca) 1 occurrence

[CTVA art. 61](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-61) 1 occurrence

[CTVA art. 63](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-63) 1 occurrence

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Moyens de preuve et mesures de contrôle](https://juriel.be/fr/jurisprudence/moyens-preuve-mesures-controle-presentation-cour-appel-gand-2013-10-15-7e58) 4 dispositions communes

[Carrousel TVA, Participation, Refus de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/carrousel-tva-participation-refus-deduction-cour-appel-bruxelles-2020-09-10-0c67) 3 dispositions communes

[Séquestre, fraude au domicile, visite domiciliaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sequestre-fraude-domicile-visite-domiciliaire-tribunal-gand-2024-10-02-1508) 3 dispositions communes

[Chiffre d'affaires non déclaré, délai de prescription prolongé, Visite](https://juriel.be/fr/jurisprudence/chiffre-affaires-non-declare-delai-cour-appel-anvers-2025-06-24-3862) 3 dispositions communes

[Chiffre d’affaires non déclaré, déclaration, chiffre d'affaires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/chiffre-affaires-non-declare-declaration-cour-appel-gand-2024-02-13-38e9) 3 dispositions communes

[Inspection à domicile, Fraude au domicile, visite](https://juriel.be/fr/jurisprudence/inspection-domicile-fraude-visite-cour-appel-gand-2025-02-04-3b64) 3 dispositions communes

[Scission artificielle des opérations, amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/scission-artificielle-operations-abus-taux-cour-appel-gand-2024-10-15-4ac3) 3 dispositions communes

[Indices de fraude, Relevé de régularisation, Procès-verbal](https://juriel.be/fr/jurisprudence/indices-fraude-releve-regularisation-proces-tribunal-nivelles-2024-01-08-9601) 3 dispositions communes
