---
title: "Preuve, mesure de contrôle · Cour d&#x27;appel de Bruxelles, 25 septembre 2003"
description: "Preuve, mesure de contrôle. Cour d'appel de Bruxelles (Belgique), 25 septembre 2003."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-mesure-controle-cour-appel-bruxelles-2003-09-25-50e6"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Preuve, mesure de contrôle · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Bruxelles

**Date**

25 septembre 2003

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

67 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Bruxelles du 25.09.2003

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**HOF van BEROEP te BRUSSEL, Zesde fiscale kamer, Openbare terechtzitting van 25-09-2003**

Nr. van de zaak : **1989/AR/588**

INZAKE VAN :

**DE BELGISCHE STAAT**, in de persoon van de Heer Minister van de Federale Overheidsdienst Financiën, wiens kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door·de Rekenplichtige van de Federale Overheidsdienst Financiën, met kantoor te 3001 Leuven, Philipsite 3A, bus 1,

**appellant,**

vertegenwoordigd door Meester **F. S.**, advocaat (…, …).

**tegen :**

…, wonende te …, …

**geïntimeerde,**

vertegenwoordigd door Meester **H.** loco **J. H.**, advocaat, (…, …).

Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit :

## De Processtukken

Een verzoekschrift strekkend tot hoger beroep werd neergelegd ter griffie op 10 februari 1989.

Het hoger beroep is gericht tegen de beslissing van de rechtbank van eerste aanleg van Leuven op tegenspraak geveld op 19.12.1988.

**R. 2003/5681** **EINDARREST - Hervormd**

Er wordt door de partijen geen akte van betekening neergelegd.

Het hoger beroep is ontvankelijk.

## Het voorwerp van het geschil voor de eerste rechter en diens beslissing

De eerste rechter heeft het verzet tegen het dwangbevel uitgevaardigd op 01.04.1985 door de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor Leuven en op 04.04.1985 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de hoofdcontroleur van de BTW te Leuven, eerste gebied - daartoe gemachtigd door de gewestelijke directeur van de BTW, registratie en domeinen te Mechelen - en op 09.04.1985 aan eiser op verzet betekend bij exploot van gerechtsdeurwaarder **A. D.** te Leuven, ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard, de tenuitvoerlegging van het dwangbevel beperkt tot de BTW ten bedrage van … Fr. en de daarop vervallen intrest van 1 % per maand vanaf 21 januari 1982; hij heeft het dwangbevel voor het meergevorderde tenietgedaan en geïntimeerde veroordeeld tot de kosten.

## Het hoger beroep

Het hoger beroep strekt ertoe de bestreden beslissing gedeeltelijk te hervormen in de mate dat de eerste rechte, uitspraak heeft gedaan over de opportuniteit en het bedrag van de boete.

Geïntimeerde heeft incidenteel hoger beroep aangetekend erop gericht het dwangbevel integraal te horen vernietigen en te horen bevestigen dat geïntimeerde de in dit dwangbevel vermelde bedragen in BTW, boetes en intresten niet verschuldigd is.

## De feiten

In de brief van 31 augustus 1982 verwijst de hoofdcontroleur **V.** van de BTW naar het in bijlage opgestelde ontwerp van proces-verbaal ten gevolge van een controle.

In dit proces-verbaal worden de vaststellingen verwerkt gedaan door deze ambtenaar naar aanleiding van een controle uitgevoerd bij geïntimeerde op 25 augustus 1982.

Er wordt ondermeer gewezen op een omzetverhoging voor 1980 omdat bij nazicht van de boeken bleek dat er voor … Fr aankopen niet werden opgenomen in de boeken van geïntimeerde die vertegenwoordigd werd door de stock van de PVBA **D.**. Hierop werd de normale brutowinstmarge toegepast van 49 % en op de aldus bekomen theoretische verkoopwaarde van … werd de BTW van 16 % toegepast.

Dit onderdeel van het ontwerp van proces-verbaal werd betwist omdat de PVBA **D.** haar verkoopactiviteiten zou gestaakt hebben op 31.12.1978 zodat het bijgevolg gedemodeerde kleding zou betreffen waarvan de verkoopprijs geen … bedroeg maar … Fr.

Op 23 november 1983 heeft de controleur geïntimeerde voorgesteld om de brutowinstmarge te verlagen tot 20 %. Aan geïntimeerde werd gevraagd de relatie tussen hem en de PVBA **D.** te verduidelijken; Er werd hem eveneens een factuur voor de overname van de stock gevraagd. Ook werd om het bewijs van de betaling van de overgenomen stock verzocht.

Geïntimeerde heeft daarop op maart 1984 geantwoord dat de verkoop van de stock … Fr. zou opgebracht hebben maar dat die reeds in de dagontvangsten vervat zijn. Op de vragen antwoordt hij dat gezien de nauwe band tussen hem en de PVBA **D.** waarvan hij vennoot was, terwijl hij een eenmanskledingzaak uitbaatte te Leuven er geen factuur werd opgesteld betreffende de overname van de stock. Hij verduidelijkt dat de stock verouderd was omdat de PVBA **D.** haar activiteiten had gestaakt op 31.12.1978 terwijl de overname slechts plaats gevonden heeft in 1980.

Op 14 november 1984 stelt zijn boekhouder daarentegen dat de stock werd overgenomen in 1978 om te worden verkocht in 1980.

In het ontwerp proces-verbaal meegedeeld op 28 januari 1985 werd de BTW berekend op de niet aangegeven omzet gelijk aan de kostprijs van de overgenomen stock of … Fr. waarop een BTW werd vastgesteld van 16 % of … Fr.

In zijn antwoord van 16 februari l 982 verklaart geïntimeerde zich niet akkoord omdat de aankopen dagtekenend van 1977 en 1978 **werden overgedragen in boekjaar 1980** zodat de stock werd verkocht aan zeer lage prijzen gelet op de veroudering.

De definitieve versie van het proces-verbaal van 28 maart 1985 betekend samen met het dwangbevel bepaalt de verschuldigde BTW op … Fr. op 16 % op … Fr. of de aankoopwaarde van de verdwenen stock.

In het dwangbevel wordt daarenboven een boete gevorderd van … Fr. alsmede de intresten op de BTW vanaf 21 januari 1982 en op de boete vanaf 09 april 1985.

Tijdens het geding wordt een overnamecontract gedagtekend op 31.12.1978 voorgelegd waarbij de geïntimeerde ondermeer de stock van de PVBA **D.** overneemt. In deze overeenkomst wordt verwezen naar een bijlage A die echter niet wordt meegedeeld.

## De discussie

Wat de ontvankelijkheid betreft volstaat het vast te stellen dat geïntimeerde heeft voorgehouden dat de stock pas werd overgelaten in de loop van 1980.

Bij gebreke aan enige factuur en aan enige aan appellant tegenstelbaar stuk kan hij de juiste datum van de stock evenmin als de juiste datum van de verkoop van de goederen en de prijs waartegen zij verkocht werden voorleggen.

Hij roept dan ook tevergeefs de verjaring in, die hij bij gebreke aan enig tegenstelbaar stuk niet kan bewijzen.

---

De ioze beweringen van geïntimeerde over de sterk verminderde verkoopprijs van de goederen zijn niet van aard om de zeer redelijke verkoopprijs van de goederen aan inkoopprijs zoals die werd bepaald in het proces-verbaal te ontzenuwen. De daarop ontdoken BTW van 16 % is verschuldigd zoals de eerste rechter terecht heeft beslist. Geïntimeerde wordt immers geacht, tot bewijs van het tegendeel, luidens [artikel 64, § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-64) de door hem verkregen goederen geleverd te hebben onder de voorwaarden dat de belasting opeisbaar wordt. De verkoopprijs bepalen aan de inkoopprijs van de goederen door de PVBA **D.** is uiterst redelijk.

Nogal vermetel stelt geïntimeerde dat zijn boekhouding bewijskrachtig is om in eenzelfde adem toe te geven dat hij geen factuur van de overname van de stock heeft opgesteld enerzijds en dat de verkopen in de duidelijk niet te individualiseren en dus niet te controleren dagontvangsten vervat zitten, anderzijds.

Het is thans algemeen aanvaard dat de BTW-boete van 200 % een strafsanctie is waarop de rechter volle rechtsmacht uitoefent.

Dit houdt enkel in dat de rechter dezelfde bevoegdheden heeft als de administratie nopens de wettelijkheid en de opportuniteit van de toe te meten straf.

De wetgever beschikt immers over verschillende mogelijkheden om de boete aan te passen aan de ernst van de inbreuk. Hij kan dit zelf bepalen in de wet, in een Koninklijk besluit genomen ter uitvoering van deze wet of hij kan de appreciatie overlaten aan de administratie en dus aan de rechter.

Inzake BTW-boetes beschikt de administratie over de mogelijkheid om de boete aan te passen omdat zij zelf in de regel voorstelt de boete te verminderen tot 20 % indien de belastingplichtige ingaat op de in het proces-verbaal voorgestelde wijziging en zij deze soms zelfs volledig kwijtscheldt.

Dit neemt niet weg dat de boete bepaald werd gelet op de door de administratie voorgehouden fraude.

Deze fraude blijkt voldoende uit de afwezigheid van enige factuur voor de overname van de stock, de volledig ondoorzichtige boekhouding, die niet toelaat na te gaan aan welke prijs de aldus overgenomen stock werd verkocht en de houding van geïntimeerde, die in de mate van .rijn mogelijkheden verwarring poogt te scheppen over de overname en de verkoop van deze stock.

Het bedrag van de boete werd dan ook terecht bepaald overeenkomstig de wil van de wetgever op 200 % van het vrijwillig ontdoken recht.

De intresten zijn verschuldigd zoals zij werden gevorderd in het dwangbevel overeenkomstig [art. 91, §§ 1 en 4 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91).

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**HET HOF,** rechtsprekend na **tegenspraak**,

Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoofdberoep en het incidenteel beroep ontvankelijk en alleen het hoofdberoep van de Belgische Staat gegrond.

Doet de bestreden beslissing teniet.

Verklaart de oorspronkelijke vordering van geïntimeerde ontvankelijk maar ongegrond.

Veroordeelt geïntimeerde tot de kosten van beide aanleggen, begroot in graad van hoger beroep op € … voor appellant en op € … voor geïntimeerde.

Aldus gewezen en uitgesproken in. openbare terechtzitting van de **zesde fiscale kamer** van het hof van beroep te Brussel, op **25.09.2003**.

alwaar aanwezig waren en zitting namen :

**K. V. H.**, voorzitter,

**Y. D. R.**, raadsheer,

**M. R.**, raadsheer,

**C. D. N.**, griffier.

**C. D. N.** **M. R.** **Y. D. R.** **K. V. H.**

## Textes cités

2

[CTVA art. 64](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-64) 1 occurrence

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Reconstitution du chiffres d’affaires, Preuve par présomptions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffres-affaires-preuve-presomptions-cour-appel-bruxelles-2023-02-0e22) 2 dispositions communes

[Siège d'une activité économique, compétence pénale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/siege-activite-economique-competence-penale-cour-appel-gand-2024-01-09-4bee) 2 dispositions communes

[Demande de remboursement, Principe de neutralité](https://juriel.be/fr/jurisprudence/demande-remboursement-principe-neutralite-competence-tribunal-gand-2025-01-14-4e7e) 2 dispositions communes

[Exploitation de parcs d'attractions et de parcs à thème](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exploitation-parcs-attractions-theme-prestations-tribunal-bruges-2025-11-17-6172) 2 dispositions communes

[Dette de TVA, Autoliquidation, Grande-Bretagne, report de paiement](https://juriel.be/fr/jurisprudence/dette-tva-autoliquidation-grande-bretagne-tribunal-2026-01-05-631b) 2 dispositions communes

[Notification d’indices de fraude, Achats non comptabilisés](https://juriel.be/fr/jurisprudence/notification-indices-fraude-achats-non-tribunal-namur-2020-04-02-7968) 2 dispositions communes

[Intracommunautair goederenverkeer, fraude, calcul du chiffre d’affaires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/intracommunautair-goederenverkeer-fraude-calcul-chiffre-cour-appel-gand-2025-12-02-7f70) 2 dispositions communes

[Valeur probante, preuve, procès-verbal](https://juriel.be/fr/jurisprudence/valeur-probante-pv-preuve-proces-tribunal-gand-2021-03-22-81cf) 2 dispositions communes
