---
title: "Preuve, mesure de contrôle · Cour d&#x27;appel d&#x27;Anvers, 9 septembre 2003"
description: "Preuve, mesure de contrôle. Cour d'appel d'Anvers (Belgique), 9 septembre 2003."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-mesure-controle-cour-appel-anvers-2003-09-0df2"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Preuve, mesure de contrôle · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Anvers

**Date**

9 septembre 2003

## Parcours procédural

2 étapes · 1 an 4 mois

1. [Décision attaquée Tribunal de première instance d'Anvers 22.04.2002](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-anvers-2002-04-22-b361)
2. Décision affichée Cour d'appel d'Anvers 09.09.2003

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

64 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 09.09.2003

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft het volgende arrest uitgesproken :**

Zitting van **9/9/2003**

Inzake : **2002/AR/1255**

**BVBA T.**, H.R. te Antwerpen nr. …, met maatschappelijke zetel te …, …, en geïdentificeerd voor BTW-doeleinden onder het nummer …;

**appellante,**

tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 22 april 2002;

vertegenwoordigd door Meester **D. v. B.**, advocaat te …, …;

**DE BELGISCHE STAAT**, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk directeur der BTW, Registratie en Domeinen., in de persoon van de Rekenplichtige van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, van wie de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen. ltaliëlei 4, bus 4;

**geïntimeerde,**

vertegenwoordigd door Meester **D. V.** loco Meester **R L.**, advocaat te …, …;

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste Aanleg van Antwerpen van 22 april 2002, waarvan geen betekening voorligt, alsmede het verzoekschrift in hoger beroep neergelegd ter griffie van dit Hof op 22 mei 2002, waarbij naar vorm en termijn regelmatig hoger beroep wordt ingesteld, het hoger beroep van appellante strekt ertoe het bestreden vonnis te horen te niet doen en opnieuw recht doende de oorspronkelijke vordering van appellante ontvankelijk en gegrond te horen verklaren, het dwangbevel uitgevaardigd op 28 april 1998 door de heer e.a. Inspecteur **O.** van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen op 29 april 1998 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur van de Administratie van de BTW, Registratie en domeinen te vernietigen, en terugbetaling te bevelen van de ten onrechte door appellante reeds betaalde bedragen en/of de ten onrechte ten laste van appellante ingehouden bedragen.

Voor zover in het bestreden vonnis werd beslist dat het dwangbevel enkel dient te worden vernietigd in de mate waarin de verhoging van de geldboete met 50 % van appellante wordt nagevorderd, strekt het hoger beroep ertoe het bestreden vonnis te vernietigen in de mate waarin aan appellante toch een geldboete zou worden opgelegd.

De eerste rechter heeft de vordering in verzet tegen het dwangbevel toelaatbaar en als volgt gegrond verklaard.

Het dwangbevel werd vernietigd in de mate dat een met 50 % verhoogde geldboete van appellante wordt nagevorderd.

Geïntimeerde werd veroordeeld tot de integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden en toegerekend werden op de in het dwangbevel vermeld met 50 % verhoogde geldboete, vermeerderd met de moratoire intresten overeenkomstig [art. 91 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91).

Op 8 november 1995 werden tijdens een controle van het vervoer over de weg bepaalde vaststellingen gedaan welke werden opgenomen in een proces-verbaal van dezelfde datum. Uit die vaststellingen is volgens geïntimeerde gebleken dat appellante niet alle stukken bewaarde waartoe zij overeenkomstig art 60, 2 de W.BTW gehouden is.

Aan appellante werd bij een ter post aangetekend bericht van 19 november 1996 kennis gegeven van het voornemen van de Administratie om een ambtshalve aanslag op te leggen. Appellante deelde haar niet akkoord met de voorgenomen ambtshalve aanslag mede bij per post aangetekende brief van 4 december 1996.

Op 12 februari 1998 werd overgegaan tot de vestiging van een ambtshalve aanslag waarbij voor een periode vanaf 1 januari 1993 tot en met 31 oktober 1995 een omzetverhoging werd opgelegd aan appellante, berekend op grond van de gegevens opgenomen in het proces-verbaal van 8 november 1995 enerzijds en anderzijds op grond van een berekend percentage van een vermoedelijke niet aangegeven omzet.

Een dwangbevel werd dan uitgevaardigd op 28 april 1998, uitvoerbaar verklaard op 29 april 1998 en aangetekend ter kennis gebracht van appellante op 11 mei 1998.

Met gerechtsdeurwaardersexploot van 28 mei 1998, betekend aan geïntimeerde door gerechtsdeurwaarder **M. B.** te Antwerpen, tekende appellante verzet aan tegen voormeld dwangbevel.

## Betreffende de nietigheid van de ambtelijke aanslag

Appellante houdt in hoger beroep nog steeds voor dat de voorgeschreven mededeling van het bedrag en de verantwoording van de ambtshalve aanslag niet voldoet aan de wettelijke vereisten van art. 66 W.BTW [art. 1 van het KB. Nr. 9](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-9-taxation-office-matiere-taxe-valeur-9e6e#ar9-art1) van 12 maart 1970, zoals gewijzigd bij K.B. van 29 december 1992 en als dusdanig aangetast is door nietigheid.

De administratie deelt vooraf bij aangetekende brief aan de belastingplichtige het bedrag en de verantwoording mede van de BTW die zij voornemens is te heffen. (art 67, al. 2 W.BTW). Die kennisgeving van aanslag moet ondertekend zijn. De belastingplichtige kan zijn opmerkingen doen kennen.

[Art. 1 van het Koninklijk Besluit nr. 9](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-9-taxation-office-matiere-taxe-valeur-9e6e#ar9-art1) van 12 maart 1970 (gewijzigd bij art. 1 van het K.B. van 29 december 1992, met ingang van 1 januari 1993) met betrekking tot de ambtelijke aanslag inzake belasting over de toegevoegde waarde preciseert de vorm en de inhoud van de mededeling die de administratie aan de belastingplichtige richt, en bepaalt dat laatstgenoemde over een termijn van een maand beschikt om schriftelijk zijn opmerkingen te doen gelden.

Art. 1 bepaalt : "Alvorens de in [art. 66](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-66) van het Wetboek bedoelde ambtelijke aanslag op te leggen, stelt de administratie de schuldenaar van de belasting bij ter post aangetekende brief in kennis van de feiten die de aanslag rechtvaardigen, het tijdvak waarop hij betrekking heeft, het vermoedelijk bedrag van de beoogde handelingen, het bedrag van de ter zake van die handelingen opeisbare belasting, de wijze waarop die belasting werd berekend en het bedrag van de verbeurde geldboeten. De schuldenaar van de belasting beschik tover een termijn van een maand om schriftelijk zijn opmerkingen te doen kennen."

[Art. 1 van het KB nr. 9](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-9-taxation-office-matiere-taxe-valeur-9e6e#ar9-art1) van 12 maart 1970 is een wettelijke bepaling die de administratie de verplichting oplegt om het bedrag van de verbeurde geldboeten kenbaar te maken in het aangetekend schrijven.

De administratie heeft in casu een notificatie verricht in uitvoering van art. 67 W.BTW bij aangetekend schrijven van 19 november 1996.

Dit schrijven bevat geen enkele vermelding omtrent het bedrag van de verbeurde geldboeten. In de ambtshalve aanslag van 12 februari 1998 wordt een administratieve geldboete opgelegd van … BF.

De eerste rechter is van oordeel dat de notificatie wel degelijk behept is met een nietigheid, gelet op het openbaar karakter van de fiscale wetgeving, doch dat deze nietigheid enkel betrekking heeft op het element dat in casu niet werd vermeld in de notificatie, namelijk de geldboete.

De belastingwet is van openbare orde; hieruit vloeit voort dat de belastingwet strikt moet worden geïnterpreteerd.

De meeste procedureregels moeten streng worden nageleefd op straffe van nietigheid van de procedure die de niet-nageleefde of nietige formaliteit volgt.

TIBERGHIEN, Handboek voor fiscaal recht, 2000, p 70.

In een arrest van 28 december 1984 hanteert het Hof van Cassatie de strikte interpretatie met betrekking tot [art. 1 van het KB nr. 9](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-9-taxation-office-matiere-taxe-valeur-9e6e#ar9-art1) van 1 maart 1970, ter uitvoering van art. 67 W.BTW met betrekking tot de termijn voor de aanslag.

> "Overwegende dat [art. 1 van het KB nr. 9](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-9-taxation-office-matiere-taxe-valeur-9e6e#ar9-art1) van 12 maart 1970 met betrekking tot de ambtshalve aanslag inzake BTW de vorm en de inhoud preciseert van de mededeling die de administratie aan de belastingplichtige richt en bepaalt dat laatstbedoelde over een termijn van een maand beschikt om schriftelijk zijn opmerkingen te doen kennen;
>
> Dat een ambtelijke aanslag die is gevestigd vooraleer de vorenbedoelde termijn van een maand was verstreken, nietig is; dat daaraan niet afdoet dat de belastingplichtige reeds .schriftelijke opmerkingen had gemaakt voordat de aanslag werd opgelegd."

De procedure van aanslag van ambtswege is dus behept met een nietigheid, die zich uitstrekt over de volledige aanslag en niet enkel over de verbeurde boete.

Het op basis van deze ambtshalve aanslag uitgevaardigd dwangbevel is door nietigheid behept en dient te worden vernietigd.

De administratie beroept zich ten onrechte op de regel "pas de nullité sans texte'', aangezien uit het openbare orde karakter van de fiscale wet voortvloeit dat de inbreuken op deze wetgeving nietig zijn.

In tegenstelling tot de belastingverhoging in de directe belastingen, voorziet het KB nr. 9 wel degelijk de elementen die verplichtend aan de belastingplichtige dienen te worden meegedeeld.

Elke onregelmatigheid in de procedure leidt tot de nietigheid van de ambtshalve aanslag. De nietigheid van de aanslag brengt noodzakelijkerwijs de nietigheid mee van het dwangbevel dat op die aanslag gesteund is.

Een dwangbevel houdende een nietige ambtshalve aanslag is in het geheel nietig en niet slechts met betrekking tot de opgelegde geldboeten,

Gelet op de nietigheid van de gevoerde procedure, dienen de andere middelen niet verder onderzocht te worden.

Het hoger beroep van appellante is gegrond en het bestreden vonnis dient te worden tenietgedaan.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**HET HOF**,

Recht doende op **tegenspraak**;

Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935,

Verklaart het hoger beroep van appellante ontvankelijk, en gegrond;

Doet het bestreden vonnis teniet en verklaart de oorspronkelijke vordering van appellante ontvankelijk en gegrond.

Vernietigt het dwangbevel met refertenummer Reg. …, uitgevaardigd op 28 april 1998 door de heer **D. O.**, e.a. Inspecteur a.i. van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen op 29 april 1998 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer **J. V.**, Gewestelijk Directeur van de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen.

Beveelt dienvolgens de terugbetaling van de ten onrechte door appellante reeds betaalde bedragen en/of de ten onrechte ten laste van appellante ingehouden bedragen.

Verwijst geïntimeerde in de gedingkosten aan de zijde van appellante begroot op :

\- rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg : … EUR;

\- rechtsplegingsvergoeding hoger beroep : … EUR;

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het **HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN** van **NEGEN SEPTEMBER TWEEDUIZENDENDRIE**,

waar aanwezig waren :

**D. W.**, Raadsheer wd. Voorzitter;

**M. D.** en **S. B.**, Raadsheren;

**A. v. L.**, Griffier.

**A.V. L.** **S. B.** **M. D.** **D. W.**

## Textes cités

3

[AR no 9 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-9-taxation-office-matiere-taxe-valeur-9e6e) 5 occurrences

[CTVA art. 66](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-66) 1 occurrence

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-cour-appel-gand-2003-10-14-2758) 2 dispositions communes

[Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-anvers-2002-04-22-b361) 2 dispositions communes

[Procès-verbal, prescription, délai de prescription de sept ans](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taxe-valeur-ajoutee-proces-verbal-tribunal-gand-2019-02-20-ef63) 2 dispositions communes

[Location, Location d’un moyen de transport](https://juriel.be/fr/jurisprudence/location-moyen-transport-localisation-prestation-cour-appel-bruxelles-2021-05-19-0215) 1 dispositions communes

[Faillite d'un cocontractant, Droit à la restitution](https://juriel.be/fr/jurisprudence/faillite-cocontractant-droit-restitution-perte-cassation-bruxelles-2024-06-20-053d) 1 dispositions communes

[Taux réduit, Fourniture de nourriture et boissons](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-reduit-fourniture-nourriture-boissons-cour-appel-liege-2021-02-19-0689) 1 dispositions communes

[TVA -Impôt des personnes physiques -Article 4bis du Code d'instruction criminelle -Action](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tva-impot-personnes-physiques-article-cour-appel-anvers-2025-04-24-09f5) 1 dispositions communes

[Compte spécial, Paiement tardif, Amendes proportionnelles, amende fiscale proportionnelle](https://juriel.be/fr/jurisprudence/compte-special-paiement-tardif-amendes-tribunal-gand-2026-02-26-0be6) 1 dispositions communes
