---
title: "Présomption, Comptabilité · Tribunal de première instance de Bruges, 7 février 2000"
description: "Présomption, Comptabilité. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 7 février 2000."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/presomption-comptabilite-tribunal-bruges-2000-02-07-5bcc"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Présomption, Comptabilité

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

7 février 2000

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

52 paragraphes

### Corps de la décision

**Jugement du Tribunal de Première Instance de Bruges dd. 07.02.2000**

*TVA - Présomption -* *Comptabilité*

La débition d'une taxe ou d'une amende peut être démontrée par l'Administration de la TVA au moyen de présomptions de l'homme. Les présomptions sont des conséquences que la loi ou le magistrat tire d'un fait connu à un fait inconnu. Dans cette affaire, l'Administration de la TVA fait appel à une série d'éléments de fait qui, formant un ensemble de présomptions graves, précises et concordantes, constituent la preuve de livraisons en noir.Etant donné qu'il est démontré que l'acheteur n'a pas inscrit tous ses achats dans son journal des entrées, la comptabilité ne donne pas une image fidèle de la réalité et perd donc sa force probante. Sur la base des présomptions énumérées dans son jugement, le tribunal estime que l'Administration dispose effectivement de présomptions graves, précises et concordantes. La créance établie par l'administration de la TVA est donc correcte et peut être maintenue.

**Vierde kamer**

Alleenrechtsprekend rechter: *Dhr. N. Haemers*

Gedelegeerd adjunct-griffier: *Mevr. N. Lhoëst*

Partij: Hilderwin BVBA t. De Belgische Staat

Rolnr.: 96/3373/A

1

RECHTSPLEGING

Gelet op de inleidende dagvaarding houdende verzet dd. 14 november 1996.

Gelet op het tussenvonnis dd. 26 april 1999 van de vijfde kamer van deze rechtbank.

Gelet op de verwijzing van deze zaak dd. 22 november 1999, in toepassing van artikel 90 van het gerechtelijk wetboek, naar de vierde kamer van deze rechtbank.

De rechtbank nam opnieuw kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden opnieuw gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 10 januari 2000.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

2

BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

De rechtbank verwijst hiervoor naar de uiteenzetting in haar tussenvonnis dd. 26 april 1999.

3

BEOORDELING

1

nopens de bewijskracht van de boekhouding

In het proces-verbaal van 16 oktober 1996 (stuk 1 verweerster) werden een aantal tekortkomingen in de boekhouding van eiseres aangetoond. Zo werd een negatief kassaldo vastgesteld op 2 januari 1991 en werden er stortingen van gelden van de rekening kas naar de rekening generale maatschappij vastgesteld die qua data niet overeenstemden.

Uit nazicht van het manueel bijgehouden kasboek (stukken 8 tot 12 verweerster)blijkt duidelijk dat het boek geen getrouwe weergave is van de werkelijkheid.

De boekhouding van eiseres is dan ook integraal te verwerpen, nu zij niet als een coherent geheel waaruit de betrouwbaarheid en bewijskracht volgt, kan beschouwd worden.

2

nopens het bewijs ten gronde

\- De verschuldigdheid van de BTW of van een geldboete kan door verweerster aangetoond worden via het bewijs door feitelijke vermoedens ([art. 59 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-59).).

Overeenkomstig art. 1349 B.W. zijn vermoedens gevolgtrekkingen die de wet of de rechter afleidt uit een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit.

Het is de rechter die soeverein oordeelt of het feit waarop hij zich steunt, al dan niet bekend is en hij kan een feitelijk vermoeden afleiden uit een geheel van gegevens, ook al geven die gegevens, elk afzonderlijk genomen, geen voldoende zekerheid.

In de rechtspraak wordt algemeen aanvaard dat gegevens uit geschriften en verklaringen uitgaande van derden een geheel van vermoedens kunnen vormen die gewichtig, bepaald en met elkaar overeenstemmen en bijgevolg voldoen aan de bewijsvoering door feitelijke vermoedens zoals bepaald in art. 1353 B.W..

Door verweerster wordt in casu beroep gedaan op een reeks van feitelijke gegevens die een geheel van bepaalde, gewichtige en met elkaar overeenstemmende vermoedens moeten vormen ten bewijze van de zwarte leveringen.

Bij de beoordeling van deze feitelijke gegevens dient gesteld dat deze samen in overweging moeten genomen worden teneinde te kunnen oordelen of er al dan niet sprake is van een geheel van bepaalde, gewichtige en met elkaar overeenstemmende vermoedens.

\- Uit de thans in de debatten gebrachte lijst LINK (stuk 23 verweerster) blijkt dat de volgorde van de nummers van de officiële facturen per dag overeenstemming vertoont met de volgorde van de nummers van de facturen particulier en zelfs met de volgorde van de klantennummers waaronder het klantennummer van eiseres.

Niet alleen de opeenvolging van de nummers van de officiële facturen en de facturen particulier doch ook de volgorde van de leveringen aan de verschillende klanten, ingevolge vaste klantenrondes, zijn een belangrijke aanwijzing die toelaten een factuur particulier aan een welbepaalde klant toe te schrijven.

\- Verder tonen de voorliggende facturen op naam van eiseres en de onmiddellijk erop volgende facturen gericht aan eiseres onder de benaming "particulier" over het jaar 1991 en 1992 een duidelijke overeenstemming aan qua aankoopdata, aard van aangekochte goederen, hoeveelheid van aangekochte goederen, volgorde van vermelding van de goederen op de factuur en handelskorting.

\- In het proces-verbaal dd. 5 april 1996 (stuk 21 verweerster) hebben de bestuurder en de voormalig afgevaardigde beheerder van de N.V. Alrob verklaard dat niet alle leveringen aan belastingplichtigen effectief "op naam van deze afnemers" werden gefactureerd.

\- In voormeld proces-verbaal heeft de voormalig afgevaardigde beheerder tevens verklaard dat de facturatie gebeurde aan de hand van een bestelbon, opgesteld door de reiziger, die van de klant verneemt wat en hoeveel er mag worden gefactureerd "op naam". Het restant van de levering wordt gefactureerd als verkoop "particulieren" en wordt contant ontvangen. Hij verklaarde eveneens dat voormelde bestelbons niet worden bewaard.

\- Van de 273 gecontroleerde afnemers van de N.V. Alrob die bij de fraude betrokken zijn werden er door 256 minnelijke overeenkomsten gesloten.

Volgens verweerster zijn er slechts 17, waaronder eiseres, die de link tussen de officiële facturen en de facturen "particulier" betwisten. Bovendien heeft één van de afnemers niet alleen een minnelijke schikking ondertekend, maar tevens in een schriftelijke verklaring bevestigd dat de goederen van de N.V. Alrob, vermeld op de facturen particulier effectief aan hem werden geleverd (stuk 22 van verweerster).

Het feit dat een groot aantal afnemers van de N.V. Alrob wel akkoord ging met de vordering van verweerster en dat één afnemer de effectieve leveringen heeft erkend, impliceert op zich uiteraard niet dat eiseres ook deel had in het zwarte aankoopsysteem, maar vormt wel een belangrijk vermoeden dat samen met de andere feitelijke gegevens dient in overweging te worden genomen.

\- Op 24 februari 1993 werd, n.a.v. een levering door de N.V. Alrob aan een tearoom te Koksijde, door de opsporing- en documentatiedienst te Gistel, het reeds eerder geciteerde fraudemechanisme in de praktijk vastgesteld (stuk 24 van verweerster).

Deze vaststelling toont aan dat het fraudesysteem zoals het aanvankelijk op papier werd vastgesteld effectief ten aanzien van de afnemers-belastingplichtigen werd gehanteerd.

Voormelde opgesomde feiten vormen een geheel van gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens die toelaten te besluiten dat eiseres zwarte aankopen heeft gedaan aan de N.V. Alrob.

### Dispositif

OM DEZE REDENEN,

De Rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart het verzet ontvankelijk doch wijst het af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerster begroot op 12.600,- Bf., uit hoofde van de rechtplegingsvergoeding en 2100,- Bf. aanvullende rechtplegingsvergoeding (tussenvonnis overlegging stukken).

Verklaart onderhavig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, spijts alle verhaal en zonder borgstelling.

## Textes cités

1

[CTVA art. 59](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-59) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Droit de déduction, Bien immobilier, Usage privé](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-bien-immobilier-usage-cour-appel-gand-2026-04-28-0a2d) 1 dispositions communes

[Sous-traitance, amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sous-traitance-amende-tribunal-bruxelles-2026-07-17-0a85) 1 dispositions communes

[Reconstitution de chiffre d’affaires, Cafetiers, Notification d’indices de fraude](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffre-affaires-cafetiers-notification-cour-appel-liege-2019-06-21-0c58) 1 dispositions communes

[Reconstitution du chiffres d’affaires, Preuve par présomptions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffres-affaires-preuve-presomptions-cour-appel-bruxelles-2023-02-0e22) 1 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 1 dispositions communes

[Majoration du chiffre d’affaires, Arbitraire, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/majoration-chiffre-affaires-arbitraire-charge-cour-appel-anvers-2022-04-26-171e) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Motivation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-motivation-tva-amont-cassation-bruxelles-2025-10-23-1e16) 1 dispositions communes

[Secteur Horeca, Système de caisse enregistreuse, Non détention](https://juriel.be/fr/jurisprudence/secteur-horeca-systeme-caisse-enregistreuse-tribunal-namur-2020-12-10-2dfc) 1 dispositions communes
