---
title: "Poursuite · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers, 24 novembre 2010"
description: "Poursuite. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 24 novembre 2010."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-tribunal-anvers-2010-11-24-1d14"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Poursuite · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

24 novembre 2010

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

49 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 24.11.2010

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vierentwintig november tweeduizend en tien in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, alleenzetelend rechter,

**N. V.**, griffier.

**In zake : AR nr. 09/7335/A**

**BVBA B. B.**, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **H. B.** loco meester **W. C.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de heer Gewestelijk Directeur van de BTW te 3500 Hasselt, Voorstraat 43 bus 40 en de eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-controlekantoor te Turnhout, met burelen gevestigd te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 9 november 2009,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 11 december 2009,

\- de conclusies van partijen,

\- de stukken van verwerende partij.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 27 oktober 2010.

---

De vordering strekt ertoe :

\- in hoofdorde het dwangbevel Reg. 127/2447, uitgevaardigd op 7 december 2007 en uitvoerbaar verklaard op 12 december 2007, respectievelijk het proces-verbaal van 26 november 2007, te vernietigen, respectievelijk als volgt te ontheffen, te zeggen voor recht dat eiseres niet gehouden is tot de betaling van het bedrag van 18.475,20 EUR dat betrekking heeft op de "meeromzet 2003" alsmede tot de bedragen van 312,34 EUR, 374,81 EUR, 312,34 EUR en 62,47 EUR, hetzij een totaal bedrag van 1.061,96 EUR met betrekking tot de ''voordelen alle aard 2003 ", terugbetaling te bevelen van de som van 18.475,20 EUR en de som van 1.061,96 EUR, beide bedragen te vermeerderen met de moratoriumintresten;

\- in ondergeschikte orde het dwangbevel Reg. 127/2447, uitgevaardigd op 7 december 2007 en uitvoerbaar verklaard op 12 december 2007, respectievelijk hel proces-verbaal van 26 november 2007, te vernietigen, respectievelijk als volgt te ontheffen, te zeggen voor recht dat eiseres niet gehouden is tot de betaling van de BTW-boete van 5.110,00 EUR, minstens deze boete te herleiden tot een bedrag van 50,00 EUR, terugbetaling te bevelen van het bedrag van 5.110,00 EUR, te vermeerderen met de moratoriumintresten, minstens terugbetaling te bevelen var een bedrag van 5.060,00 EUR, te vermeerderen met de moratoriumintresten;

\- de kosten van het geding ten laste te leggen van verweerder.

## Beoordeling

## Betreffende de verjaring

Eiseres is van oordeel dat de bedragen, die opgenomen werden in het bestreden dwangbevel en betrekking hebben op het jaar 2003, van haar niet kunnen gevorderd worden wegens verjaring.

Krachtens artikel 81bis, § 1, lid 1 W.BTW is er verjaring voor de vordering tot voldoening van de belasting, van de intresten en van de administratieve geldboeten, na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van die belasting, intresten en administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan.

Te dezen heeft de oorzaak van opeisbaarheid zich voorgedaan in het jaar 2003 zodat de verjaring overeenkomstig artikel 81bis, § 1, lid 1 W.BTW intreedt op 31 december 2006, behoudens ingeval van stuiting of schorsing van de verjaringstermijn.

Artikel 83, § 1 W.BTW bepaalt dat zowel ten aanzien van de voldoening als ten aanzien van de teruggaaf van de belasting, de intresten en de administratieve geldboeten, de verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

Bijgevolg dient onderzocht te worden of er een rechtsgeldige stuiting was van de verjaring overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek binnen voornoemde termijn van drie jaar.

Krachtens artikel 2248 BW stuit de erkenning van het recht van hem tegen wie de verjaring loopt, door de schuldenaar of de bezitter gedaan, de verjaring.

Te dezen heeft eiseres op de passiefzijde van haar balans met betrekking tot het jaar 2003 (stuk 7 van verweerder) op 31 december 2003 in de rubriek "te betalen BTW" een bedrag opgenomen dat overeenstemt met de effectief verschuldigde BTW en ook de voordeIen van alle aard werden daarin opgenomen; in de jaarrekening met betrekking tot boekjaar 2004 (1 januari 2004 - 31 december 2004), goedgekeurd door de algemene vergadering van 30 juni 2005 (stuk 8 van verweerder), werd uitdrukkelijk verklaard dat de bedragen van het vorig boekjaar, zijnde het jaar 2003, identiek zijn met die welke eerder openbaal werden gemaakt.

De BTW schuld werd zonder enig voorbehoud uitdrukkelijk opgenomen in de balans me betrekking tot het jaar 2003 zodat de vermeldingen in deze balans en in de jaarrekening met betrekking tot boekjaar 2004 een rechtsgeldige en verjaringstuitende schulderkenning inhouden in de zin van artikel 2248 BW.

Op 30 juni 2005, zijnde de datum waarop de jaarrekening met betrekking tot boekjaar 2004 werd goedgekeurd door de algemene vergadering van eiseres, werd de BTW-schuld door eiseres erkend en werd de verjaring dan ook rechtsgeldig gestuit zodat er geen sprake is van verjaring.

## Betreffende de geldboete van 5.110.00 EUR

De rechtbank is van oordeel dat deze geldboete in redelijke verhouding staat met de gepleegde inbreuk en met de ernst van de feiten.

## Betreffende de rechtsplegingsvergoeding

Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft, zijn beide partijen in hun conclusies akkoord met een bedrag van 1.100,00 EUR, waarvan de rechtbank akte kan verlenen.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

rechtdoende op **tegenspraak**,

alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op en door de rechtbank vereffend op 1.100,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.

**N. V.** **P. W.**
